IEFBE 2345

Exclu-Floors maakt inbreuk op merk ExcluFloorS, maar mag handelsnaam blijven gebruiken

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 13 sep 2017, IEFBE 2345; (ExcluFloorS tegen Exlu-Floors), http://www.ie-forum.be/artikelen/exclu-floors-maakt-inbreuk-op-merk-exclufloors-maar-mag-handelsnaam-blijven-gebruiken

Rechtbank Gelderland 13 september 2017, IEF 17113; IEFbe 2345 (ExcluFloorS tegen Exlu-Floors) Inbreuk merkenrecht. ExcluFloorS en Exclu-Floors handelen beide in PVC vloeren. ExcluFloorS heeft een licentie voor het gebruik van het woord-/beeldmerk ExcluFloorS voor onder meer reparaties en installatiewerkzaamheden van PVC vloeren. Volgens ExcluFloorS maakt Exclu-Floors inbreuk op haar merk en handelsnaam. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een verrassende en ongebruikelijke samenstelling: het woord ExcluFloorS komt onderscheidingskracht toe. Gelet op de zeer grote mate van overeenstemming, de aangeboden waren waarvoor het merk en het teken worden gebruikt zijn dezelfde, en dat ExcluFloorS onderscheidend vermogen heeft kan bij afnemers van PVC-vloeren verwarring ontstaan. Beide partijen bieden exclusieve vloeren aan, waardoor de aard van de ondernemingen zeer nauw verwant is, maar dit doen zij in verschillende landen. ExcluFloorS is alleen gevestigd in Nederland en Exclu-Floors in België: gelet op de gescheiden markten maakt Exclu-Floors geen inbreuk op de handelsnaam van ExcluFloorS. 

IEFBE 2344

Nietigheidsaanvraag LAMZAC afgewezen: modelregistratie niet technisch bepaald

EUIPO - BHIM - OHMI 14 sep 2017, IEFBE 2344; (Hirams Trade GmbH tegen Fatboy the Original), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigheidsaanvraag-lamzac-afgewezen-modelregistratie-niet-technisch-bepaald

EUIPO invalidity division 14 september 2017, IEF 17108; IEFbe 2344 (Hirams Trade tegen Fatboy the Original) Modellenrecht. Fatboy the Original heeft een Gemeenschapsmodel voor een 'chaisse longue': De LAMZAC is een middels 'luchtscheppen' te vullen ligzak. De nietigheidsactie is ingesteld door Hirams Trade GmbH nadat Fatboy deze partij (in Duitsland) in rechte had aangesproken voor de verhandeling van de aan de LAMZAC (vrijwel) identieke LayBag. Het EUIPO wijst de nietigheidsaanvraag af. Het EUIPO oordeelt dat de modelregistratie voor de Lamzac niet technisch is bepaald. De Cozy Canoe en de Sensory Pea Pod doen geen afbreuk aan de nieuwheid en het eigen karakter van de registratie van Fatboy. 

IEFBE 2342

Groot begripsmatig verschil tussen SITA en SINA rijst

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 13 sep 2017, IEFBE 2342; ECLI:NL:RBDHA:2017:10421 (Sita tegen Sina), http://www.ie-forum.be/artikelen/groot-begripsmatig-verschil-tussen-sita-en-sina-rijst

Rechtbank Den Haag 13 september 2017, IEF 17106; IEFbe 2342; ECLI:NL:RBDHA:2017:10421 (SITA tegen SINA) Merkenrecht. Eiser is houder van het Benelux en internationale woordmerk SITA voor rijst. Gedaagde importeert en verkoopt in Nederland rijst onder de naam SINA. Eiser vordert een merkinbreukverbod, opgave van informatie en een voorschot op schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat tussen SITA en SINA geen sprake is van gevaar voor directe- of indirecte verwarring. Het relevante publiek zijn mensen met een achtergrond in Islamitsiche culturen. Sina is een Islamitische mannelijke geleerde en welbekend in Islamitische kringen. Sita is de naam van een vrouw uit een bekend mythologisch verhaal. Dit levert een groot begripsmatig verschil op en weegt op tegen de fonetische en visuele overeenstemming. De vorderingen van eiser worden afgewezen. 

IEFBE 2343

De bescherming die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen krachtens Vo. 1234/2007 genieten kan niet worden aangevuld door nationaal recht

HvJ EU - CJUE 14 sep 2017, IEFBE 2343; ECLI:EU:C:2017:693 (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto), http://www.ie-forum.be/artikelen/de-bescherming-die-beschermde-oorsprongsbenamingen-en-geografische-aanduidingen-krachtens-vo-1234-20

HvJ EU 14 september 2017, IEF 17107; IEFbe 2343; ECLI:EU:C:2017:693; C‑56/16 (EUIPO tegen Instituto dos Vinhos do Douro e do Porto) Merkenrecht. Geografische aanduidingen. Zie eerder: IEF 16809. Het EUIPO heeft het teken 'Port Charlotte' ingeschreven als Uniemerk ter aanduiding van whisky, en wijst de door het IVDP ingestelde vordering tot nietigverklaring af. Gerecht EU wijst het beroep van IVDP gedeeltelijk toe. Het Hof oordeelt dat het Gerecht geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door de beginselen die het Hof in het arrest van 8 september 2009 heeft geformuleerd inzake de uniformiteit en exclusiviteit van de beschermingsregeling van verordening nr. 510/2006, toe te passen op de regeling van verordening nr. 1234/2007 aangezien hun doelstellingen en kenmerken vergelijkbaar zijn. Het Gerecht heeft wel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de bescherming die beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen krachtens verordening nr. 1234/2007 genieten kan worden aangevuld door het toepasselijke nationale recht dat aanvullende bescherming biedt. Het Gerecht heeft terecht geoordeeld dat merk Port Charlotte geen gebruik van de oorsprongsbenaming 'Porto' of 'Port' inhoudt en dat de gemiddelde consument het merk niet zal associëren met portwijn met de betrokken oorsprongsbenaming. 

IEFBE 2341

Testarossa vogelvrij? Normaal gebruik van een merk - bekend merk

Met een merk krijgt een bedrijf een monopolie op het gebruik van die naam. De wetgever heeft echter wel een aantal randvoorwaarden geformuleerd om dit gebruik aan banden te leggen. Een belangrijke eis is, dat een merk na vijf jaar ook echt normaal moet worden gebruikt.Maar, merken hebben niet het eeuwige leven. Denk maar aan V&D, Free record Shop, de SRV wagen etc. Als het merk vijf jaar niet meer normaal gebruikt is, kan in principe iedereen (die daarbij belang heeft) de doorhaling hiervan aanvragen. De vraag is daarom, wat is normaal gebruik en kan nu iedereen zomaar met een bekend merk aan de haal gaan als dit merk niet meer wordt gebruikt? Deze vraag staat centraal in de rechtszaak tegen Ferrari over het merk TESTAROSSA. Dit artikel is tevens verschenen in de weekendbijlage van de HDC-kranten.

IEFBE 2333

Verzoek advies aan EFTA over dominante machtpositie Telecomprovider en schuld aan onrechtmatige 'margin squeeze'

HvJ EU - CJUE 30 jun 2017, IEFBE 2333; (Fjarskipti v Síminn), http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-advies-aan-efta-over-dominante-machtpositie-telecomprovider-en-schuld-aan-onrechtmatige-marg

Verzoek advies HvJ EU 30 juni 2017, IT 2344; IEFbe 2333; E-6/17 (Fjarskipti tegen Síminn) Via Minbuza: Partijen zijn telecombedrijven die in IJsland algemene telecomdiensten aanbieden, inclusief mobiele telefoondiensten. Verzoeker levert diensten onder het merk Vodafone. Al decennia hebben ze een monopolie gehad op het bezitten en exploiteren van algemene telecommunicatienetwerken in IJsland. Dit staatsmonopolie werd op 01.01.1998 bij wet afgeschaft. De verweerder begon zijn telecomoperatie in 1994. Fjarskipti is nu de moeder-maatschappij van verzoeker. De voorgangers van verzoeker, Tal en Íslandssími, klaagden bij de mededingingsautoriteiten over het gedrag van verweerder op de mobiele telefoonmarkt. De mededingingsautoriteit kwam in zijn beslissing tot de conclusie dat verweerder zijn machtspositie heeft misbruikt door een 'grote gebruikerskorting' op de mobiele telefoonmarkt te geven. In zijn arrest van 08.11.2011 verwierp het Hooggerechtshof de eis van verzoeker om deze beschikking nietig te verklaren. De mededingingsautoriteit heeft in zijn beslissing verklaard dat de prijsverlagingen door de tegenpartij een mededingingsmaatregel vormen in reactie op de invoering van Tal op de mobiele telefoonmarkt. In zijn beslissing kwam de mededingingsautoriteit tot de conclusie dat verweerder de artikelen 11 en 19 van de mededingingswet en artikel 54 EER schendt. Deze schendingen door verweerder werden gezien als het bestaan van een onrechtmatige ‘margin squeeze’ tegen de concurrenten, met inbegrip van verzoeker, van 2001 tot eind 2007, bij de vaststelling van de termijnen.

IEFBE 2340

T-shirts met nagemaakt beeldmerk BALR mogen niet meer verkocht worden

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 8 sep 2017, IEFBE 2340; (BALR/namaak t-shirts), http://www.ie-forum.be/artikelen/t-shirts-met-nagemaakt-beeldmerk-balr-mogen-niet-meer-verkocht-worden

Vzr. Rechtbank Overijssel 8 september 2017, IEF 17093; IEFbe 2340 (BALR/namaak t-shirts) Merkenrecht. BALR is houdster van het Benelux beeldmerk "BALR" en brengt onder meer kleding op de markt. Gedaagde drijft een kledingwinkel die t-shirts verkoopt met een nagemaakt beeldmerk van BALR. Er bestaat een spoedeisend belang bij BALR, aangezien er een reële dreiging bestaat dat gedaagde doorgaat met de verhandeling van inbreukmakende goederen, omdat hij weigert de aangeboden onthoudingsverklaring te ondertekenen en weigert de in- en verkoopgegevens van de t-shirts te verstrekken. De voorzieningenrechter gebiedt gedaagde in de Benelux onmiddelijk ieder inbreukmakend gebruik van het BALR-merk en daarmee overeenstemmende tekens te staken en gestaakt te houden, waaronder het invoeren, uitvoeren, in voorraad hebben of houden, aanbieden, in de handel brengen en in ontvangst nemen van de goederen en verpakkingen voorzien van het BALR-merk. 

IEFBE 2339

theJurists Europe lanceert haar langverwachte AI-robot, de allereerste juridische b2b-robot in Europa

theJurists Europe lanceert onder de naam Lee & Ally de eerste Europese juridische robot gebaseerd op Artificiële Intelligentie. De virtuele juridische robot wordt momenteel aangeboden als bèta-versie, in afwachting van de finale versie die gelanceerd wordt in Q1 2018 in meerdere landen. Als bèta-versie is Lee & Ally voorlopig enkel beschikbaar voor de Vlaamse markt.

IEFBE 2338

Verwarringsgevaar tussen RELEASE THE BEAST-ijs en UNLEASH THE BEAST-dranken

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 25 jul 2017, IEFBE 2338; ECLI:NL:GHDHA:2017:2345 (Monster Energy Company tegen Unilever), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-release-the-beast-ijs-en-unleash-the-beast-dranken

Hof Den Haag 25 juli 2017, IEF 17075; IEFbe 2338; ECLI:NL:GHDHA:2017:2345 (Monster Energy Company tegen Unilever) Merkenrecht. Soortgelijkheid van waren. Bij beslissing van 1 september 2016 heeft het BBIE de oppositie van Monster tegen inschrijving van het Benelux woordmerk RELEASE THE BEAST van Unilever afgewezen. De oppositie is gebaseerd op het woordmerk UNLEASH THE BEAST. Het Bureau heeft overwogen dat er geen sprake is van soortgelijkheid van waren, zodat er geen sprake kan zijn van verwarringsgevaar. Het hof oordeelt dat de waren 'non-alcoholic beverages' in geringe mate soortgelijk zijn aan de waren 'ice cream; water ices; frozen yoghurt' waarvoor het teken is gedeponeerd. De waren zijn gemaakt voor menselijke consumptie en bestemd ter verfrissing en verkoeling. Onder deze dranken vallen ook frisdranken, gekoelde dranken en zuiveldranken. Het hof oordeelt dat het teken RELEASE THE BEAST en het merk UNLEASH THE BEAST in grote mate overeen stemmen door grote gelijkenis op visueel, auditief en begripsmatig vlak. Er is sprake van gevaar voor verwarring bij het relevante publiek. De beslissing van het Bureau wordt vernietigd en de oppositie van Monster gedeeltelijk toegewezen voor zover het de de waren 'ice cream; water ices; frozen yoghurt' betreft. 

IEFBE 2337

Emmanuel Verraes richt met vier andere partners FLINN op

FLINN, Fusing Law and INNovation, is het nieuw opgerichte advocatenkantoor met vestiging in Brussel en richt zich op een vernieuwende aanpak van juridische dienstverlening. Met een uitgebreide kennis van het IE, media-, entertainment- en ICT-recht en jarenlange ervaring in de grote muziek- en televisie-ondernemingen, begrijpt hij als geen ander de juridische complexiteit in deze rechtsmateries.

IEFBE 2336

Microsite Beslaginzakenamaak.be

beslaginzakenamaak.be

Beslag inzake namaak is een Belgische procedure op éénzijdig verzoekschrift om bewijs te verzamelen van mogelijke inbreuken op intellectuele eigendomsrechten. Voor de bezochte onderneming is een beslag inzake namaak meestal een verrassing. De website www.beslaginzakenamaak.be bevat basisinformatie over deze procedure en enkele algemene praktische aanbevelingen voor wie ermee wordt geconfronteerd. Lees verder

IEFBE 2335

Indirect verwarringsgevaar tussen tijdschriften WIJ en WijSr

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 30 aug 2017, IEFBE 2335; ECLI:NL:RBMNE:2017:4442 (Wij Special Media tegen Ouderenbond), http://www.ie-forum.be/artikelen/indirect-verwarringsgevaar-tussen-tijdschriften-wij-en-wijsr
WIJ v WijSr

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 30 augustus 2017, IEF 17071; IEFbe 2335; ECLI:NL:RBMNE:2017:4442 (Wij Special tegen Ouderenbond) Merkenrecht. WSM is houdster van diverse WIJ-merken voor tijdschriften. Leden van KBO en PCOB ontvangen een ledenmagazine Nestor en respectievelijk Perspectief, vanwege de samenvoeging is dat onder de titel WijSr. Met succes vordert Wij Special Media de staking van drukken, aanbieden en distribueren van het ledenmagazine onder het teken WijSr. Er is geen sprake van overeenstemming dat er direct verwarringsgevaar te duchten is, maar gezien de soortgelijkheidheid van de betrokken waren en de mate van overeenstemming en de sterke onderscheidingskracht en de bekendheid van het merk WIJ, is er sprake van indirect verwarringsgevaar. Het bijschrift "het magazine van KBO/PCOB" maakt dit niet anders. De vordering tot vernietiging van reeds bestaande ledenmagazines is wel te verstrekkend, nu het terughalen van ruim 250.000 grote financiële gevolgen zal hebben en er minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn om schade te beperken of te compenseren.

IEFBE 2334

Bas Kist - aanvulling: Canvas ontvangen

Nachtwacht photoshop chiever bbie

Graag geef ik nog een korte aanvulling op mijn commentaar van gisteren [IEF 17067] op het Nachtwacht-arrest [IEF 17063]. Het gaat om een belangrijk aspect, dat ik gisteren over het hoofd zag. Het Hof heeft in zijn arrest bepaald dat Chiever geen belang heeft in de zin van 3:303 BW. Ook de betaling van de depot-taxen levert volgens het Hof geen belang voor Chiever op. Volgens het Hof (R.O. 5) heeft Chiever ‘deze, overigens relatief geringe, taxe in eerste instantie immers betaald om een foto op canvas van De Nachtwacht te krijgen, welke canvas zij, blijkens de brief van Chiever aan het Bureau van 15 februari 2016 (productie 3 bij het verzoekschrift), ondanks de weigering het teken in te schrijven, heeft ontvangen.’

Het klopt dat wij, ondanks het feit dat de Nachtwacht niet geregistreerd is, toch een canvas doek van het BBIE hebben ontvangen. Echter, dit was niet het canvas waar wij op uit waren. Op het doek dat wij van het BBIE ontvingen stond wel de Nachtwacht, maar daarin waren door het BBIE met Photoshop de hoofden van de BBIE-directie en die van een aantal Chiever-partners gemonteerd. Een erg geestige, originele en door ons zeer gewaardeerde reactie van het BBIE op ons Nachtwacht-depot.

IEFBE 2332

12 oktober - IE-Forum.be IP Lunch

IEFbe IP Lunch 12okt2017

Op donderdag 12 oktober 2017 organiseert deLex, de uitgever van IE-Forum.be, een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze lunchbijeenkomst bespreken de vier docenten met u de belangrijkste Belgische en Europese uitspraken op het gebied van het auteurs-, merken- modellen, en octrooirecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts vier uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen jaar. Locatie: CMS Brussel, Aanmelden

IEFBE 2330

Gestelde vragen aan HvJ EU: Is mededeling van carve out aan autoriteit een verzoek tot beperking handelsvergunning?

4 jul 2017, IEFBE 2330; ECLI:NL:GHDHA:2017:1935 (CtBG tegen Warner-Lambert), http://www.ie-forum.be/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-is-mededeling-van-carve-out-aan-autoriteit-een-verzoek-tot-beperking-hand

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 4 juli 2017, IEF 16935; LS&R 1476; IEFbe 2330; ECLI:NL:GHDHA:2017:1935; C-423/17 (CtBG tegen Warner-Lambert) Octrooirecht. Zie eerder IEF 15617Via minbuza: Warner-Lambert Company (hierna: WLC) behoort tot een wereldwijd opererend farmaceutisch concern met ondernemingen in verschillende landen (hierna, zowel de afzonderlijke ondernemingen als het concern aangeduid als: Pfizer). WLC is houdster van het Europees octrooi EP 0 934 061 B3 (hierna: octrooi) dat betrekking heeft op de stof pregabaline. Het octrooi is van kracht tot 17.07.2017; het betreft hier een octrooi dat de toepassing van pregabaline voor de bereiding van een farmaceutische samenstelling voor het behandelen van (neuropathische) pijn claimt. Het CBG is een zelfstandig bestuursorgaan dat op grond van de Geneesmiddelenwet tot taak heeft de werkzaamheid, risico’s en kwaliteit van geneesmiddelen te bewaken en te beoordelen. Het CBG is belast met het verstrekken van handelsvergunningen voor geneesmiddelen voor de Nederlandse markt. Bij het verlenen van een handelsvergunning maakt het CBG de vergunning en de samenvatting van de productkenmerken (hierna: SmPC) openbaar via de geneesmiddeleninformatiebank die te raadplegen is op de website van het CBG. Het niet-vermelden in een SmPC en/of bijsluiter van een generiek geneesmiddel van de delen van de SmPC van het referentiegeneesmiddel die verwijzen naar indicaties of doseringsvormen die nog onder het octrooirecht vielen op het tijdstip waarop het generiek geneesmiddel op de markt werd gebracht, wordt hierna aangeduid als 'carve out'. Een SmPC en/of een bijsluiter van een generiek geneesmiddel waarin de verwijzingen naar geoctrooieerde indicaties en/of doseringsvormen wel zijn vermeld wordt hierna aangeduid als 'full label'. Vanaf medio 2009 heeft het CBG een beleid gehanteerd op grond waarvan het, als een aanvrager of houder van de handelsvergunning voor een generiek geneesmiddel het CBG had meegedeeld een carve out te zullen toepassen, nog altijd de full label versie, dus zonder carve out, van de SmPC en bijsluiter op zijn website heeft gepubliceerd.

IEFBE 2326

Acht domeinnamen moeten worden overgedragen bij gebrek aan legitiem belang

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 10 mei 2017, IEFBE 2326; (Boogybook.com tegen De Beukelaer), http://www.ie-forum.be/artikelen/acht-domeinnamen-moeten-worden-overgedragen-bij-gebrek-aan-legitiem-belang

Vzr. Rechtbank van Koophandel Antwerpen 10 mei 2017, IEFbe 2326 (Boogybook.com tegen De Beukelaer) Wederrechtelijke registratie van domeinnamen. Partijen zijn in gesprek geweest over een samenwerking in fotoboeken. Afgesproken is dat Boogybook.com het online-gedeelte op zich zou nemen en De Beukelaer de fysieke verspreiding. De Beukelaer liet daarom acht domeinnamen registreren (boogybook.xx en boogyfotobook.xx, telkens .be, .lu, .fr en .uk). De samenwerking tussen partijen is er niet gekomen en Boogybook.com stelt dat de domeinnaamregistratie onrechtmatig is en dat zij aanspraak maakt op de overdracht ervan. De vordering wordt gegrond verklaard. Nu er van samenwerking geen sprake meer is heeft De Beukelaer niet langer een legitiem belang om de domeinnamen te houden. In de mate waarin zij zelfs buitensporige kosten aanrekent verbonden met de registratie van de domeinnamen (€883,80 voor acht domeinnamen), moet worden beschouwd dat zij tracht hier een ongerechtvaardigd voordeel uit te trekken. De rechtbank veroordeelt De Beukelaer tot overdracht van de acht domeinnamen aan Boogybook.com.

 

IEFBE 2331

Vragen aan HvJ EU over beroep op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid

HvJ EU - CJUE 14 jun 2017, IEFBE 2331; (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung umlauteren Wettbewerbs), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-beroep-op-de-minder-strenge-informatievereisten-bij-beperkte-weergavemogelijk

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 14 juni 2017, IEFbe 2331; IT 2343; C-430/17 (Walbusch tegen Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) Via Minbuza: Consumentenbescherming. Verweerder (Walbusch Walter Busch GmbH & Co) verspreidde in 2014 als bijlage bij verschillende tijdschriften en kranten een uitvouwbare reclamefolder inclusief bestelformulier. Op de voor- en achterkant van de bestelkaart werd gewezen op het wettelijke herroepingsrecht. Het internetadres van verweerder was tevens aangegeven. Op de website van de verweerder kon men via de link “Algemene voorwaarden” de instructies voor herroeping alsmede het modelformulier voor herroeping raadplegen. Verzoeker (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs) voert aan dat de reclamefolder van verweerder oneerlijk is omdat de instructies voor herroeping in de voorgeschreven vorm ontbraken en het modelformulier voor herroeping niet was bijgevoegd. Na een vergeefse aanmaning heeft verzoekster een vordering tot staking en tot vergoeding van precontentieuze aanmaningskosten ten bedrage van €246,10 vermeerderd met rente ingesteld. Het Landgericht heeft de vordering toegewezen. De appelrechter heeft deze beslissing deels gewijzigd (de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de aanmaningskosten werd bevestigd). Met beroep in “Revision” verzoekt verweerder om afwijzing van de vordering in haar geheel, verzoeker verzoekt om afwijzing van het beroep in “Revision”. 

Hier is van belang of verweerder zich met succes kan beroepen op de minder strenge informatievereisten bij beperkte weergavemogelijkheid overeenkomstig de BGB (Duits Burgerlijk Wetboek), EGBGB (Duitse wet tot invoering van het Burgerlijk Wetboek) en richtlijn 2011/83. Het antwoord op de vraag of de minder strenge informatievereisten hier gelden, hangt af van de uitlegging van artikel 8 lid 4 eerste zin, en artikel 6 lid 1 (h) van richtlijn 2011/83/EU. De vraag rijst evenwel of een zo uitgebreide informatieplicht over het herroepingsrecht verenigbaar is met de doelen van richtlijn 2011/83/EU. Het zou een onevenredige beperking van de vrije reclamevoering kunnen blijken de handelaar ongeacht beperkingen in ruimte en tijd van het door hem voor de reclame gebruikte middel voor communicatie op afstand steeds te verplichten de omvangrijke de instructies voor herroeping meteen en rechtstreeks in dit middel voor communicatie op afstand mee te delen en het modelformulier voor herroeping daar dadelijk bij te voegen. Gestelde vragen:

 

IEFBE 2329

Bas Kist - De Nachtkaars

De zaak over de merkregistratie in de Benelux van een afbeelding van de Nachtwacht gaat als een nachtkaars uit. Op 29 augustus wees het Hof Den Haag het verzoek om inschrijving door Chiever af. Het Hof wilde er duidelijk niet aan, ondanks het feit dat deze kwestie toch een paar interessante en voor de praktijk zeer relevante vragen aan de orde stelt. Kort gezegd meent het Hof dat een afbeelding van de Nachtwacht niet onderscheidend is voor het product strontium en dat Chiever geen gerechtvaardigd belang heeft bij zijn verzoek.

IEFBE 2328

Hof: De Nachtwacht terecht geweigerd als merk

29 aug 2017, IEFBE 2328; ECLI:NL:GHDHA:2017:2446 (De Nachtwacht), http://www.ie-forum.be/artikelen/hof-de-nachtwacht-terecht-geweigerd-als-merk

Hof Den Haag 29 augustus 2017, IEF 17063; IEFbe 2328; ECLI:NL:GHDHA:2017:2446 (De Nachtwacht) Merkenrecht. Verzoek afgewezen. Ontbreken onderscheidend vermogen. Het BBIE weigerde een afbeelding van de Nachtwacht als merk gedeponeerd door merkenbureau Chiever [IEF 15567]. De Nachtwacht zou als merk te ingewikkeld zijn om als teken te gelden en bovendien niet als merk worden opgevat en ieder onderscheidend vermogen missen. Op 20 oktober 2016 heeft het Bureau de definitieve beslissing tot weigering medegedeeld: het gaat om één van de beroemdste schilderijen ter wereld dat door vrijwel iedereen zal worden herkend en om die reden zal het niet als onderscheidingsteken worden opgevat door het publiek. Het Hof wijst het verzoek van Chiever af. Het gaat om een depot dat verricht is als grap om een foto van de Nachtwacht op canvas van het Bureau te krijgen. Na weigering en publiciteit is besloten op verzoek van geïnteresseerde potentiële klanten, die zich afvragen of ze kunstwerken als merk kunnen claimen, om beroep tegen de weigering in te stellen. Dat beantwoording van deze vraag voor de praktijk van belang zou kunnen zijn, levert geen gerechtvaardigd belang op voor Chiever. Het Bureau heeft de inschrijving van de Nachtwacht als merk terecht geweigerd, aangezien Chiever geen voldoende gerechtvaardigd belang bij haar verzoek heeft en de Nachtwacht in de Benelux geen onderscheidend vermogen bezit.

IEFBE 2327

Bloggeur n'utilise pas le signe 'Belgian Foodie' dans le commerce

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 8 apr 2017, IEFBE 2327; (Belgian Foodie), http://www.ie-forum.be/artikelen/bloggeur-n-utilise-pas-le-signe-belgian-foodie-dans-le-commerce

Tribunal de comm. Fr. Bruxelles 8 Août 2017, IEFbe 2327 (Belgian Foodie) Droit des marques. Le demandeur a fait procéder au dépôt et a l’enregistrement de la marque communautaire ‘Belgian Foodie’ le 26 Avril 2015. Le défendeur a procède a l’enregistrement du nom de domaine ‘thebelgianfoodie.com’ suivi d’une première publication le 11 novembre 2014 et l’annonce sur sa page Facebook du lancement de son blog du même nom. La demande tend à entendre dire pour droit que l’utilisation sans autorisation du nom commercial par la défendeur constitue une attente aux pratiques de commerce loyales et constitue une violation des droits des marques a la marque Belgian Foodie.  La marque ‘Belgian Foodies’ a un caractère distinctif suffisant : la marque du demandeur est valable et la demande reconventionnelle en annulation est rejetée. Il résulte des explications et des pièces produites que le demandeur établit qu’il exerce une activité commerciale et qu’il dispose des droits confrères au titre de nom commercial. Il ne résulte d’aucune pièce probante que le défendeur exercerait son activité autrement que comme ‘bloggeur’ à titre de loisir. Le demandeur reste ainsi en défaut d’établir que le défendeur fait usage du signe ‘Belgian Foodies’ dans la vie des affaires. La demande fondée sur la protection du nom commercial et de la marque manque par conséquent de fondement. Les demandes principale sont déclare non fondées.