IEFBE 2011

IViR-symposium: Harmonizing European Intermediary Liability in Copyright (14 jan)

Saturday 14 January 2017, 9.30-17.00; University of Amsterdam, Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 229-231, 1012 EX Amsterdam, The Netherlands. The IViR is organising an academic symposium on European intermediary liability entitled ‘Harmonising European Intermediary Liability in Copyright’. In view of the new EU copyright reform package, the symposium will examine the issues surrounding intermediary liability in copyright in Europe. Moving beyond the current safe harbour regime, it will explore avenues towards the adoption of a substantive European system. Draft programme

IEFBE 2010

Merkvervalsingen Calvin Klein-onderbroeken via marktplaats

30 nov 2016, IEFBE 2010; (Calvin Klein tegen X), http://www.ie-forum.be/artikelen/merkvervalsingen-calvin-klein-onderbroeken-via-marktplaats

Rechtbank Den Haag 30 november 2016, IEF 16415; IEFbe 2010 (Calvin Klein tegen X) Merkinbreuk. In de periode januari-maart 2016 heeft X onder de naam "Fashion from Best" op de website www.marktplaats.nl ondergoed te koop. Via een testaankoop stelt CK vast dat het om merkvervalsingen gaat. Ex 9 lid 1 sub a UMVo en 2.20 lid 1 sub a BVIE staat inbreuk vast en heeft CK, omdat er geen onthoudingsverklaring is getekend, belang bij een inbreukverbod. De rechtbank veroordeelt X tot staking van Uniemerkinbreuk in de Europese Unie en beveelt opgave te doen.

IEFBE 2009

Met verval oud merk, is geen afstand van kenmerken van nog geldend merk gedaan

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 25 nov 2016, IEFBE 2009; ECLI:NL:RBMNE:2016:6290 (Homburg), http://www.ie-forum.be/artikelen/met-verval-oud-merk-is-geen-afstand-van-kenmerken-van-nog-geldend-merk-gedaan
homburg

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 25 november 2016, IEF 16412; IEFbe 2009; ECLI:NL:RBMNE:2016:6290 (Homburg) Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Merkenrecht. Gedaagden behartigen de belangen van ex-Bondhouders en worden in een FD artikel met titel 'Gevecht om [X] -miljoenen verhardt' genoemd. Op een website staat een 'open brief' met vermelding van een verlopen beeldmerk. De gebezigde zinsneden in die brief - zoals “manipulatie”, “bedrog”, “gestolen”, “fraude” en “piramidespel” - vinden onvoldoende steun in het feitenmateriaal, terwijl deze dusdanig ernstig zijn dat de reputatie van eisers hierdoor wordt geschaad. Door het verval van het beeldmerk met lichtblauwe achtergrond heeft eiser geen afstand gedaan van haar recht om kenmerken van haar nog geldende beeldmerk exclusief te gebruiken. Staking merkinbreuk wordt bevolen.

 

IEFBE 2008

EHRM: WOB-verzoek om namen en het aantal benoemde Officieren van Justitie weigeren, is in strijd met 10 EVRM

EHRM - Cour eur. D.H. 8 nov 2016, IEFBE 2008; 18030/11 (ngo Hongaars Helsinki Comité), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-wob-verzoek-om-namen-en-het-aantal-benoemde-officieren-van-justitie-weigeren-is-in-strijd-met-1

EHRM 8 november 2016, IEF 16404; IEFbe 2008; Application no. 18030/11 (ngo Hongaars Helsinki Comité) WOB-verzoek. Mediarecht. Opvraging 'public-interest data'. Privacy. De NGO wordt toegang tot informatie geweigerd door bepaalde politiedistricten om de namen van Officieren van Justitie en het aantal benoemingen, wat een schending van het recht op vrijheid van meningsuiting oplevert, waaronder het recht om informatie te ontvangen. Er wordt 215 euro aan schadevergoeding toegekend. Tip: legal summary.

IEFBE 2007

Rechtbank verklaart zich onbevoegd op grond van 4.6 BVIE

24 nov 2016, IEFBE 2007; ECLI:NL:RBDHA:2016:14189 (Brite Strike Inc tegen Brite Strike SA), http://www.ie-forum.be/artikelen/rechtbank-verklaart-zich-onbevoegd-op-grond-van-4-6-bvie

Rechtbank Den Haag 23 november 2016, IEF 16402; IEFbe 2007; ECLI:NL:RBDHA:2016:14189 (Brite Strike Inc tegen Brite Strike SA) Rechtsmacht. Bevoegdheid. Uit het arrest van het HvJ EU IEF 16104 volgt dat met name artikel 71 EEX-Vo (oud) niet in de weg staat aan de toepassing van artikel 4.6 BVIE. Onbevoegdverklaring op grond van BVIE. Stelling dat vorderingen niet kenbaar samenhangen met inbreukactie zodat geen reden is voor 1019h Rv, wordt verworpen. In dagvaarding gesteld dat reeds sommatie is verzonden en procedure voor verbodsvordering aangekondigd.

 

IEFBE 2006

Geo-blocking: Council agrees to remove barriers to e-commerce

On 28 November 2016, the Council agreed on a draft regulation to ban unjustified geo-blocking between member states. Geo-blocking is a discriminatory practice that prevents online customers from accessing and purchasing products or services from a website based in another member state. The draft regulation is intended to remove discrimination based on customers' nationality, place of residence or place of establishment and to boost e-commerce. Lees verder

IEFBE 2005

Nederlandse rechter is bevoegd, want het hoofdbestuur Antwerpse schoenenwinkel woont in Nederland

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 23 nov 2016, IEFBE 2005; ECLI:NL:RBDHA:2016:13933 (MVSA & Shoebaloo tegen Invert), http://www.ie-forum.be/artikelen/nederlandse-rechter-is-bevoegd-want-het-hoofdbestuur-antwerpse-schoenenwinkel-woont-in-nederland

Rechtbank Den Haag 23 november 2016, IEF 16401; IEFbe 2005; ECLI:NL:RBDHA:2016:13933 (MVSA Shoebaloo tegen Invert) Bevoegdheidsincident. Auteursrecht winkelinterieur. MVSA heeft voor Shoebaloo het Amsterdamse winkelinterieur ontworpen. Invert heeft foto's van haar Antwerpse winkel via haar Instagram-account verspreid, dat beweerdelijk auteursrechtinbreuk is. Invert is een Gewone Commanditaire Vennootschap naar Belgisch recht en zij pleit voor de bevoegdheid van de Belgische rechter. Met enige werkend vennoot de in Nederland woonachtige A. Ex artikel 4 lid 2 EEX II-Vo en artikel 63 lid 1 sub b EEX II-Vo heeft ook Invert in Nederland woonplaats, het hoofdbestuur heeft woonplaats in Nederland, en is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van 8 EEX II-Vo.

IEFBE 2004

BMM Wim Mak Award(s)

bmm award news letter 25112016

In 2015 werd er helaas geen Wim Mark Award uitgereikt en daarom was het dan ook- na uitvoerig beraad - een groot genoegen voor de jury tot de volgende keuze te komen:
Op de 1e plaats: De maatman in het merkenrecht (BMM Bulletin); Jeroen Muyldermans
Op de 2e plaats: 3D-printen: een revolutie in het modellenrecht (?) (BMM Bulletin); Marjolein Driessen
Op de 3e plaats: De onwettigheid van het principe geen bescherming zonder merkinschrijving uit artikel 2.19.1. BVIE (BMM Bulletin); Alexis Hallemans. Een eervolle vermelding voor de bijdrage van Olivier Vrins, Prelude, themes and variations for author’s rights and copyright (BMM Bulletin).

 

IEFBE 1998

Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht (1dec2016)

Tijdens deze bijeenkomst bespreken Joris van Manen, Paul Geerts en Vivien Rörsch met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar. Wilt u dat een uitspraak besproken wordt, laat het weten. BESTELLEN

Onder andere de volgende uitspraken worden besproken:
Merkenrecht: HvJ EU Ferring-Orifarm, Combit-Commit, Tommy Hilfiger
Modellenrecht en overig: HvJ EU Waschball, Canal Digital, Rb DH Parfumswinkel
Auteursrecht: HvJ EU McFadden, GeenStijl, Microsoft

IEFBE 2003

Conclusie AG: Geen vooraf bepaald vast bedrag van dubbele of driedubbele van passende vergoeding, wel een maximum tot deze vergoeding toegestaan

HvJ EU - CJUE 24 nov 2016, IEFBE 2003; ECLI:EU:C:2016:900 (OTVK tegen Poolse Filmmakers Associatie), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-geen-vooraf-bepaald-vast-bedrag-van-dubbele-of-driedubbele-van-passende-vergoeding-wel

Conclusie AG HvJ EU 24 november 2016, IEF 16398, IEFbe 2003; C-367/15 (OTVK tegen Poolse Filmmakers Associatie) Wettelijke regeling van een lidstaat die voorziet in de toekenning van een schadevergoeding ter hoogte van twee- of driemaal het bedrag aan royalty’s dat verschuldigd zou zijn geweest indien er toestemming was verleend om het betrokken intellectuele-eigendomsrecht te gebruiken. Conclusie AG:

1)      Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale wettelijke bepaling volgens welke aan een rechthebbende wiens rechten zijn geschonden, op diens verzoek automatisch een bedrag wordt toegekend waarvan de hoogte vooraf is bepaald en bij de vaststelling waarvan er geen rol is weggelegd voor de bevoegde nationale rechterlijke instanties.

IEFBE 2002

Gerecht EU: Eenvoudige schematische weergave van rij zonnepanelen is geen merk

Gerecht EU - Tribunal UE 24 nov 2016, IEFBE 2002; ECLI:EU:T:2016:674 (Weergave van een zonnecel), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-eenvoudige-schematische-weergave-van-rij-zonnepanelen-is-geen-merk
zonnecellen

Gerecht EU 24 november 2016, IEF 16394; IEFbe 2002; ECLI:EU:T:2016:674; T-578/15 (Weergave van een zonnecel) Het door Azur aangevraagde beeldmerk bestaande uit witte lijnen en blokjes op een zwarte achtergrond, wordt afgewezen vanwege ontbreken van onderscheidend vermogen. Het specialistisch publiek herkent dit als een heel eenvoudige schematische weergave van een rij zonnepanelen. Dat het een mogelijke opstelling van de producten zou kunnen zijn, betekent echter niet dat het helemaal geen onderscheidend vermogen zou hebben, aldus eisers. Het beroep alsnog wordt afgewezen; zonnepanelen staan nu eenmaal een een bepaalde hoek om de meeste zon te vangen. Zie T-614/15 voor de beslissing over het 'negatief' van het aangevraagde merk.

IEFBE 2001

HvJ EU: Geen nieuwe conformiteitsbeoordeling EG-markering door parallelimporteur

HvJ EU - CJUE 24 nov 2016, IEFBE 2001; ECLI:EU:C:2016:903 (Lohmann & Rauscher tegen BIOS), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-nieuwe-conformiteitsbeoordeling-eg-markering-door-parallelimporteur

HvJ EU 24 november 2016, IEF 16393; IEFbe 2001; LS&R 1395; ECLI:EU:C:2016:903; C‑662/15 (Lohmann & Rauscher tegen BIOS) Medische hulpmiddelen – Hulpmiddel van klasse I (chirurgisch wondverband) dat door de fabrikant aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure werd onderworpen – Parallelimport – Toevoeging op de etikettering van gegevens betreffende de importeur – Aanvullende conformiteitsbeoordelingsprocedure. HvJ EU:

Artikel 1, lid 2, onder f), en artikel 11 van Medischehulpmiddelenrichtlijn 93/42/EEG moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet voorschrijven dat een parallelimporteur van een medisch hulpmiddel als in het hoofdgeding, dat voorzien is van een EG-markering en waarvoor een conformiteitsbeoordeling in de zin van voormeld artikel 11 is uitgevoerd, een nieuwe beoordeling dient uit te voeren om de conformiteit te attesteren van de informatie die zijn identificatie mogelijk maakt en die hij toevoegt aan de etikettering van dat hulpmiddel om het in de lidstaat van invoer in de handel te brengen.

IEFBE 2000

HvJ EU Levensmiddel dat voor 2015 als geneesmiddel werd verkocht, voorzien van (handels)merk, mag als levensmiddel worden blijven verkocht

HvJ EU - CJUE 23 nov 2016, IEFBE 2000; ECLI:EU:C:2016:888 (Bachbloesemproducten), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-levensmiddel-dat-voor-2015-als-geneesmiddel-werd-verkocht-voorzien-van-handels-merk-mag-als-l

HvJ EU 23 november 2016, IEF 16391; IEFbe 2000, RB 2796; LS&R 1394; ECLI:EU:C:2016:888; C-177/15(Bachbloesemproducten) Consumentenvoorlichting- en bescherming. Voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen. Producten voorzien van handelsmerken of merknamen die bestonden vóór 1 januari 2005. Bachbloesempreparaten. Uniemerk RESCUE. Producten die vóór 1 januari 2005 als geneesmiddelen werden verkocht en die sindsdien als levensmiddelen worden verkocht. HvJ EU:

Artikel 28, lid 2, eerste zinsdeel* [red. artikel 27] claimsVo moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling van toepassing is wanneer een van een handelsmerk of merknaam voorzien levensmiddel vóór 1 januari 2005 als geneesmiddel werd verkocht en sindsdien als levensmiddel wordt verkocht.

IEFBE 1999

BenGH: Als rechtsmiddelen nog openstaan, kan houder van vervallenverklaard merk, nog merkrechten uitoefenen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 4 nov 2016, IEFBE 1999; (Upper At Home tegen The Works), http://www.ie-forum.be/artikelen/bengh-als-rechtsmiddelen-nog-openstaan-kan-houder-van-vervallenverklaard-merk-nog-merkrechten-uitoef

BenGH 4 november 2016, IEF 16389; IEFbe 1999; A 2015/1/6 (Upper At Home tegen The Works) Merkenrecht. Upper At Home commercialiseert erotische homeparty's onder de naam Upper(date/athome). In een ander geding is op tegenvordering het merk UPPER volledig en UPPERDARE gedeeltelijk vervallenverklaard. Art. 4.5 lid 3 BVIE bepaalt dat de rechter ambtshalve de doorhaling uit van nietig of vervallen verklaarde inschrijvingen en dat heeft werking tegenover eenieder (ex BenGH Philips/BAT A 87/2). Benelux Gerechtshof:

13. De houder van een merk dat door de rechter vervallen werd verklaard, kan nog wel rechten die uit dat merk voortvloeien inroepen ten aanzien van andere personen dan haar wederpartij in de zaak die aanleiding heeft gegeven tot de vervallenverklaring, in de periode waarin tegen de vervallenverklaring nog rechtsmiddelen mogelijk of aanhangig zijn, maar de merkhouder kan deze rechten ook niet meer inroepen ten aanzien van de voornoemde personen zodra de vervallenverklaring onherroepelijk is geworden, doordat er geen rechtsmiddelen meer tegen openstaan, ook al is het verval nog niet opgenomen in het Merkenregister.

IEFBE 1997

Conclusie AG: Plaats waar houder van exclusieve distributierecht verkoopdaling heeft, is schadebrengende feit

HvJ EU - CJUE 9 nov 2016, IEFBE 1997; ECLI:EU:C:2016:843 (concurrence tegen Samsung en Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-plaats-waar-houder-van-exclusieve-distributierecht-verkoopdaling-heeft-is-schadebrengen

Conclusie AG HvJ EU 9 november 2016, IEF 16382; IEFbe 1997; IT 2174; ECLI:EU:C:2016:843; Zaak C‑618/15 (concurrence tegen Samsung en Amazon) Procesrecht. Bevoegdheid. Verbintenissen uit onrechtmatige daad. Selectief distributienetwerk met verbod op online doorverkoop buiten een netwerk. Concurrence is een elektronicadetailhandel met een winkel in Parijs en verkoop via een website. Zij heeft met verweerster Samsung een selectieve distributieovereenkomst gesloten voor de verkoop van Samsung-producten. Samsung verwijt nu verzoekster doorverkoop via een onlinemarktplaats het contractuele beding te schenden en beëindigt de relatie. Vordering tot staking van de onrechtmatige verstoring. Aanknopingspunt schadebrengende feit. Conclusie AG:

Artikel 5, punt 3, van EEX-Vo moet aldus worden uitgelegd dat, in geval van schending van het verbod op verkoop buiten een exclusief distributienetwerk door middel van een online aanbod, op websites in verschillende lidstaten, van producten die onder het exclusieve recht vallen, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt: de plaats waar de houder van het exclusieve distributierecht te maken heeft met een verkoopdaling, welke plaats samenvalt met het grondgebied waarop zijn recht wordt beschermd. De oorsprong van de websites waar de betrokken producten op worden aangeboden, is niet relevant bij de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.

 

IEFBE 1996

Van oude potjes penisvergrotende middelen is geen uitputting bewezen

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 9 nov 2016, IEFBE 1996; ECLI:NL:RBOBR:2016:6200 (Klemans tegen Kythera), http://www.ie-forum.be/artikelen/van-oude-potjes-penisvergrotende-middelen-is-geen-uitputting-bewezen

Rechtbank Oost-Brabant 9 november 2016, IEF 16379; IEFbe 1996; ECLI:NL:RBOBR:2016:6200 (Klemans tegen Kythera) Merkinbreuk. Klemans is merkhouder van "Libido7" voor prestatieverhogende pillen die vallen in de categorie penisvergrotende middelen. Via klachten van afnemers via bol.com komt Kythera als aanbieder uit de bus. Kythera stelt dat er sprake is van uitputting, dat zij potjes met pillen met het oude etiket hebben verkocht. Uit de overlegde factuur blijkt niet dat de verhandelde potjes door Klemans zelf in het verkeer waren gebracht en de doorverkoop met verlies roept ook twijfels op. Merkinbreukstaking en opgave wordt bevolen, maar de accountantscontrole van opgave wordt afgewezen, omdat een accountant geen conclusies mag trekken.

IEFBE 1995

HvJ EU: Collectieve vertegenwoordiging voor out-of-print books moet auteursrechten respecteren zonder formaliteiten

HvJ EU - CJUE 16 nov 2016, IEFBE 1995; C-301/16 (Soulier en Doke), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-collectieve-vertegenwoordiging-voor-out-of-print-books-moet-auteursrechten-respecteren-zonder
books

HvJ EU 16 november 2016, IEF 16377; IEFbe 1995; IT 2172; C-301/15 (Soulier en Doke) Auteursrecht en naburige rechten. Exclusief reproductierecht. Wettelijke collectieve vertegenwoordiging voor out-of-print books. Uit het persbericht: The copyright directive precludes national legislation authorising the digital reproduction of out-of-print books in breach of the exclusive rights of authors. National legislation must guarantee the protection accorded to authors by the directive and ensure, in particular, that they are actually informed of the envisaged digital exploitation of their work, while being able to put an end to it without formalities.

 

 

IEFBE 1994

Mededeling van de Commissie over de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen

Biotechrichtlijn 98/44/EC. Uit de mededeling: 1. EXCLUSION FROM PATENTABILITY OF PRODUCTS OBTAINED BY ESSENTIALLY BIOLOGICAL PROCESSES: The Commission takes the view that the EU legislator’s intention when adopting Directive 98/44/EC was to exclude from patentability products (plants/animals and plant/animal parts) that are obtained by means of essentially biological processes.

IEFBE 1992

HvJ EU: er is geen verschil tussen uitlening van een papieren boek en de uitlening van e-book

HvJ EU - CJUE 10 nov 2016, IEFBE 1992; (VOB tegen Stichting Leenrecht), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-er-is-geen-verschil-tussen-uitlening-van-een-papieren-boek-en-de-uitlening-van-e-book
e-books

HvJ EU 10 november 2016, IEF 16359; IEFbe 1992; C-174/15; (VOB tegen Stichting Leenrecht) Auteursrecht. Naburige rechten. De rechtbank Den Haag heeft vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over het uitlenen van e-books. Kort samengevat is de vraag of openbare bibliotheken e-books mogen uitlenen tegen betaling van de wettelijke leenrechtvergoeding. Er wordt ook (voorwaardelijk) een vraag gesteld over of de verkoop van een  e-book leidt tot uitputting van het distributierecht.
HvJ EU: De rechters van het Europese Hof beslisten op 10 november dat er geen verschil is tussen een uitlening van een papieren boek en de uitlening van  e-book. Het HvJ volgt hiermee de conclusie van de A-G.

IEFBE 1991

Reliëfmotief van Birkenstock heeft geen commerciële herkomst

Gerecht EU - Tribunal UE 9 nov 2016, IEFBE 1991; Zaak T-579/14 (Birkenstock tegen BHIM), http://www.ie-forum.be/artikelen/reli-fmotief-van-birkenstock-heeft-geen-commerci-le-herkomst
birkenstock

Gerecht EU 9 november 2016, IEF 16354; IEFbe 1991; Zaak T-579/14 (Birkenstock tegen BHIM) Uniemerk. Afbeelding van een reliëfmotief. Het betreft een beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO van 15 mei 2014 inzake de internationale inschrijving van het beeldmerk dat een patroon van elkaar kruisende golvende lijnen weergeeft. Verzoekster voert met name aan dat de kamer van beroep zich niet heeft gebaseerd op het internationale merk in zijn ingeschreven vorm, te weten een afbeelding waarvan het oppervlak duidelijk is afgebakend en die niet samenvalt met de vorm van de waren, maar dat zij het merk op ongerechtvaardigde wijze heeft uitgebreid door te stellen dat dit merk kon worden herhaald en voortgezet. Het EUIPO is van mening dat de kamer van beroep op goede gronden heeft geoordeeld dat het betrokken teken een oppervlakpatroon weergaf en elk onderscheidend vermogen miste voor de betrokken waren. In casu dient te worden geoordeeld dat, gelet op de banale aard van het betrokken teken en het oneindig aantal verschillende dessins die als oppervlakpatroon worden gebruikt, de kamer van beroep op goede gronden heeft vastgesteld dat het betrokken teken niet op significante wijze afweek van de norm of van wat in de betrokken sectoren gangbaar was. Zij heeft derhalve terecht vastgesteld dat het relevante publiek het teken zou opvatten als een eenvoudig oppervlakpatroon, dat wordt toegepast voor decoratieve of technische doeleinden, en niet als de aanduiding van een bepaalde commerciële herkomst.