IEFBE 2258

Vorderingen auteursrechtinbreuk ongegrond nu Keyware onvoldoende bewijst dat zij (enig) auteursrechthebbende is

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 19 apr 2016, IEFBE 2258; (Keyware tegen Kinepolis), http://www.ie-forum.be/artikelen/vorderingen-auteursrechtinbreuk-ongegrond-nu-keyware-onvoldoende-bewijst-dat-zij-enig-auteursrechthe

Hof van beroep Brussel 19 april 2016, IEFbe 2258 (Keyware tegen Kinepolis) Auteursrecht. Tussen Keyware en Kinepolis is een overeenkomst gesloten waarin een samenwerkingsstructuur werd beoogd op te zetten met o.a. het doel: de gemeenschappelijke ontwikkeling van een softwaretoepassing (internationaal polyvalent ticketeringsplatform, IPT). Keyware claimt auteursrechten op twee softwareprogramma's: Liga Beroepsvoetbal en Meg@tix. Keyware heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij titularis is van de auteursrechten op Liga Beroepsvoetbal, de vordering tot inbreuk is dus ongegrond. Kinepolis en Keyware werden in de overeenkomst aangeduid als 'gezamenlijke auteurs' van Meg@tix. Keyware heeft onvoldoende aangetoond dat zij enig titularis was, zodat zij ten onrechte aanvoert dat Kinepolis zich schuldig maakt aan namaak of inbreuk op de auteursrechten op de software. Ook deze vordering is ongegrond.

Leestip: r.o. 13 t/m 15.

IEFBE 2266

Monica Leenders - Kan Louboutin alsnog merkenrechtelijke bescherming onder de zolen van haar schoenen schrijven?

De Haagse rechtbank, de Brusselse rechter en de Conclusie AG bij het HvJ EU. Haagse rechtbank: rode zoolmerk geldig [IEF 12573]. In 2013 heeft de Haagse rechter uitspraak gedaan over de vraag of Van Haren inbreuk maakt op het ‘rode zoolmerk’ van Louboutin [Boels Zanders]. De rechter oordeelde destijds in kort geding dat het zoolmerk geschikt is om als merk te dienen en onderscheidend vermogen heeft gekregen. Nadat deze hobbels waren genomen, lag het verbod voor toewijzing gereed. De rechter oordeelde dat Van Haren inbreuk maakte op het rode zoolmerk van Louboutin en deze inbreuk direct diende te staken.

Deze uitspraak was opzienbarend aangezien hierdoor de toepassing van het merkenrecht wordt opgerekt. Opmerkelijk aan deze uitspraak was dat doorgaans strenge eisen worden gesteld aan een kleurmerk, terwijl het zoolmerk de test gemakkelijker lijkt te doorstaan ook al heeft het veel weg van een kleurmerk. De rechter oordeelde dat het merk wel in rechte kan worden ingeroepen, met name omdat het merk inmiddels was ingeburgerd. Daardoor heeft het merk onderscheidend vermogen gekregen. Van inburgering kan sprake zijn wanneer het publiek de rode zool herkent en de link legt met Louboutin.

IEFBE 2255

N'était pas davantage de nature à susciter des faits d'utilisation du procédé objet des brevets de la part des soumissionnaires puisque l'ouverture des offres étant fixée au 29 janvier 1999, toute violation des brevets de la SA Franki était dès lors exclu

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 4 feb 2016, IEFBE 2255; (Franki Construct contre Infrabel), http://www.ie-forum.be/artikelen/n-tait-pas-davantage-de-nature-susciter-des-faits-d-utilisation-du-proc-d-objet-des-brevets-de-la-pa

Cour d'appel Bruxelles 4 février 2016, IEFbe 2255 (Franki Construct contre Infrabel) Droit des brevets. Comparez avec [IEFbe 1956]. La SA Franki fait grief à lnfrabel d'avoir contrefait ses brevets par le fait d'avoir utilisé ou offert d'utiliser des procédés et techniques faisant l'objet des trois brevets dont elle était titulaire et qui étaient encore en cours de validité. Elle se prévaut à cet égard de l'article 27 § 1 b) de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention (ou LBI) aux termes duquel le titulaire d'un brevet peut s'opposer à «l'utilisation d'un procédé objet du brevet ou, lorsque le tiers sait ou lorsque les circonstances rendent évident que l'utilisation du procédé est interdite sans le consentement du titulaire du brevet, l'offre de son utilisation sur le territoire belge». Il a déjà été indiqué que la rédaction des plans et du cahier des charges ne constituait pas un usage des procédés brevetés. Il n'apparait par ailleurs d'aucun élément du dossier qu'lnfrabel aurait d'une quelconque façon retardé son appel d'offres en vue d'éviter la protection des procédés brevetés par la SA Franki. Elle n'était pas davantage de nature à susciter des faits d'utilisation du procédé objet des brevets de la part des soumissionnaires puisque l'ouverture des offres étant fixée au 29 janvier 1999, toute violation des brevets de la SA Franki était dès lors exclue. Ces moyens ne peuvent être retenus.

IEFBE 2265

Teken hoofdletter D van Sprinter is verwarringwekkend t.o.v. beeldmerk Diesel

Gerecht EU - Tribunal UE 20 jul 2017, IEFBE 2265; ECLI:EU:T:2017:536 (Diesel tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/teken-hoofdletter-d-van-sprinter-is-verwarringwekkend-t-o-v-beeldmerk-diesel

Het Gerecht EU 20 juli 2017, IEF 16979; IEFbe 2265; T-521/15; ECLI:EU:T:2017:536 (Diesel tegen EUIPO) Merkenrecht. Oppositie. Sprinter heeft een merkaanvraag ingediend voor een beeldteken, bestaande uit een hoofdletter D. Diesel heeft oppositie ingesteld. Dit werd afgewezen, waarop hoger beroep is ingesteld door Diesel. Het Gerecht stelt dat sprake is van soortgelijke tekens en verwarringsgevaar. De uitspraak van EUIPO moet worden vernietigd.

IEFBE 2264

Rechthoek met drie strepen in de kleuren geel, oranje en blauw is niet onderscheidend voor beeldmerk

Gerecht EU - Tribunal UE 20 jul 2017, IEFBE 2264; ECLI:EU:T:2017:537 (Basic Net tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/rechthoek-met-drie-strepen-in-de-kleuren-geel-oranje-en-blauw-is-niet-onderscheidend-voor-beeldmerk

Gerecht EU 20 juli 2017, IEF 16978; IEFbe 2264; ECLI:EU:T:2017:537; T‑612/15 (Basic Net tegen EUIPO) Merkenrecht. Beelteken. Basic Net heeft een merkaanvraag ingediend op een beeldteken van drie verticale strepen (geel-oranje-blauw). Dit werd afgewezen op grond van het gebrek aan onderscheidend vermogen. Basic Net heeft tevergeefs beroep ingesteld bij het EUIPO. Volgens vaste jurisprudentie is het niet waarschijnlijk dat een consument een eenvoudig geometrisch figuur zal herinneren, tenzij er onderscheidend vermogen is verkregen door gebruik. Zo ook hier niet. De drie kleuren zijn niet uniek voor het wekken van bepaalde gedachteassociaties of het genereren van gevoelens, waardoor ze niet in staat zijn om nauwkeurige informatie over te brengen. Daarnaast zijn dit veelgebruikte kleuren in reclame en marketing voor de aantrekkelijkheid van producten en diensten. Ook de kleuren hebben dus geen onderscheidend vermogen. Het Gerecht EU wijst het hoger beroep af.

IEFBE 2257

Conclusie AG: opgeschreven gegevens in antwoorden bij beroepsexamen moeten worden beschouwd als persoonsgegevens

HvJ EU - CJUE 20 jul 2017, IEFBE 2257; ECLI:EU:C:2017:582 (X tegen Data Protection Commissioner), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-opgeschreven-gegevens-in-antwoorden-bij-beroepsexamen-moeten-worden-beschouwd-als-perso

Conclusie AG 20 HvJ EU juli 2017, IT 2320; IEFbe 2257; zaak C-434-16; ECLI:EU:C:2017:582 (X tegen Data Protection Commissioner) Privacy. Persoonsgegevens. Zie eerder [IT 2140]. Verzoeker vraagt inzage in al zijn gegevens omtrent het door hem gemaakt beroepsexamen bij het Institute of Chartered Accountants of Ireland (CAI). Het CAI geeft stukken vrij maar niet zijn schriftelijk examenwerk omdat dit niet onder het begrip 'persoonsgegevens' in de zin van de IER wet valt. De verwijzende rechter heeft een prejudiciële vraag gesteld of antwoorden gegeven in een beroepsexamen, persoonsgegevens zijn.

„Met de hand geschreven examenwerk dat aan een examenkandidaat kan worden gekoppeld, moet, met inbegrip van eventuele daarop vermelde opmerkingen van examinatoren, worden beschouwd als persoonsgegevens in de zin van artikel 2, onder a), van richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.”

IEFBE 2256

HvJ EU: naast elkaar in twee lidstaten bestaande merken scheppen geen precedent voor het ontbreken van verwarringsgevaar in de Unie

HvJ EU - CJUE 20 jul 2017, IEFBE 2256; ECLI:EU:C:2017:571 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-naast-elkaar-in-twee-lidstaten-bestaande-merken-scheppen-geen-precedent-voor-het-ontbreken-va

HvJ EU 20 juli 2017, IEF 16974; IEFbe 2256; zaak C-93-16; ECLI:EU:C:2017:571 (Ornua, The Irish Dairy Board tegen Tindale & Stanton) Merkenrecht. Zie eerder [IEF 16685] en [IEF 15794]. Audiencia Provincial de Alicante heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ EU, namelijk of het naast elkaar in twee lidstaten bestaande merken precedent schept voor het ontbreken van verwarringsgevaar in de gehele Unie?

Het HvJ EU verklaart voor recht:

1) Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het [Unie]merk moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een Uniemerk en een nationaal merk in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar dit Uniemerk en het aan dit nationale merk gelijke teken niet vreedzaam co-existeren, geen gevaar voor verwarring van dit Uniemerk met dit teken bestaat.

2) Artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat de elementen die volgens de rechtbank voor het Uniemerk waarbij een vordering wegens inbreuk is ingesteld relevant zijn om te beoordelen of het de houder van een Uniemerk is toegestaan, het gebruik van een teken te verbieden in een deel van de Europese Unie waarop deze vordering geen betrekking heeft, door deze rechtbank in aanmerking kunnen worden genomen om te beoordelen of het deze houder is toegestaan het gebruik van dit teken te verbieden in het deel van de Unie waarop deze vordering betrekking heeft, mits de marktomstandigheden en de socioculturele omstandigheden in die beide delen van de Unie onderling niet duidelijk verschillen.

3) Artikel 9, lid 1, onder c), van verordening nr. 207/2009 moet aldus worden uitgelegd dat op basis van het feit dat een bekend Uniemerk en een teken in een deel van de Europese Unie vreedzaam co-existeren, niet kan worden geconcludeerd dat in een ander deel van de Unie, waar deze niet vreedzaam co-existeren, een geldige reden bestaat die het gebruik van dit teken rechtvaardigt.

IEFBE 2259

Il s’ensuit que c’est à tort que la chambre de recours a considéré que le dessin contesté possédait un caractère individuel en regard du monogramme Chanel

Gerecht EU - Tribunal UE 18 jul 2017, IEFBE 2259; ECLI:EU:T:2017:517 (Chanel contre EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/il-s-ensuit-que-c-est-tort-que-la-chambre-de-recours-a-consid-r-que-le-dessin-contest-poss-dait-un

Tribunal EU 18 julliet 2017, IEFbe 2259; ECLI:EU:T:2017:517; T‑57/16 (Chanel contre EUIPO) Droit des dessin ou modèle communautaire. Procédure de nullité. X a présenté une demande d’enregistrement d’un dessin communautaire à l’Office de l’Union européenne pour la propriété intellectuelle (EUIPO). La requérante, Chanel SAS, a, en vertu de l’article 52 du règlement n° 6/2002, présenté devant la division d’annulation de l’EUIPO une demande de nullité du dessin contesté. Par décision du 15 juillet 2014, la division d’annulation de l’EUIPO a rejeté la demande en nullité, au motif que le dessin antérieur ne privait pas de nouveauté le dessin contesté, ni de caractère individuel. Partant, tout en tenant compte de la grande liberté de création du créateur du dessin contesté et de l’existence d’une grande liberté d’utilisation dudit dessin sur des produits variables, les différences entre les dessins en conflit ne seraient pas en mesure de produire chez l’utilisateur averti une impression globale différente. Il s’ensuit que c’est à tort que la chambre de recours a considéré que le dessin contesté possédait un caractère individuel en regard du monogramme Chanel.

IEFBE 2254

Hogere voorziening Europese Commissie tegen toegang tot documenten bij het HvJ EU afgewezen

HvJ EU - CJUE 18 jul 2017, IEFBE 2254; ECLI:EU:C:2017:563 (Europese Commissie tegen Breyer), http://www.ie-forum.be/artikelen/hogere-voorziening-europese-commissie-tegen-toegang-tot-documenten-bij-het-hvj-eu-afgewezen

HvJ EU 18 juli 2017, IT 2319; IEFbe 2254; C‑213/15P; ECLI:EU:C:2017:563 (Europese Commissie tegen Breyer) Toegang tot documenten van de instellingen – Artikel 15, lid 3, VWEU – Verordening (EG) nr. 1049/2001 – Werkingssfeer – Verzoek om toegang tot de memories die de Republiek Oostenrijk heeft ingediend in de zaak die heeft geleid tot het arrest van 29 juli 2010, Commissie/Oostenrijk (C‑189/09, niet gepubliceerd, EU:C:2010:455) – Documenten die zich in het bezit van de Europese Commissie bevinden. De hogere voorziening na Gerecht EU [IT 1703] wordt afgewezen; de Europese commissie wordt behalve in haar eigen kosten in de helft van de kosten van Breyer verwezen.

IEFBE 2253

Geen inbreuk nu term 'aanvangsdosis' door Novartis onvoldoende wordt uitgelegd

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 29 jan 2016, IEFBE 2253; (Novartis tegen Apotex), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-inbreuk-nu-term-aanvangsdosis-door-novartis-onvoldoende-wordt-uitgelegd-1

Rechtbank van Koophandel Brussel 29 januari 2016, IEFbe 2253 (Novartis tegen Apotex) Octrooirecht. Zie eerder [IEFbe 681] en [IEFbe 1124]. Octrooirecht. Eisers voeren aan dat het octrooi een tweede medische toepassing betreft waarbij rivastigime wordt toegediend door middel van een pleister en het doseringsregime start met een welbepaalde aanvangsdosis. Het nieuwe octrooi omvat volgens eisers een innovatief doseringsregime waarbij rivastigmine wordt toegediend onder de vorm van een transdermale pleister (TTS). Eisers slagen er echter niet in aan te geven hoe deze term 'aanvangsdosis' moet worden begrepen. Alle uitvoeringsvormen waarnaar Novartis verwijst om haar interpretatie te ondersteunen hebben betrekking op de dubbellaag TTS beschreven in het octrooi. Geen voorbeelden m.b.t. een TTS met een andere samenstelling worden geopenbaard. De voordelen van de beweerde opgeëiste aanvangsdosis zijn dus verbonden met de specifieke samenstelling van de dubbellaag TTS. Ook de onderzoeker van het EOB was van oordeel dat het octrooi betrekking heeft op de dubbellaag TTS met een specifieke samenstelling. Indien het EOB meende dat het octrooi betrekking zou hebben op een doseringsregime met een bepaalde 'aanvangsdosis', los van elke samenstelling, zou zij niet wijzen op het risico van een mogelijke overlap tussen het octrooi en de moederaanvrage (dat uitsluitend betrekking heeft op een TTS met bepaalde samenstelling). De vordering van eisers is ongegrond.   

Leestip: r.o. 31 t/m 35.

IEFBE 2250

NBN heeft geldige reden voor gebruik van de term 'customer delight'

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 27 jan 2016, IEFBE 2250; (Customer Delight), http://www.ie-forum.be/artikelen/nbn-heeft-geldige-reden-voor-gebruik-van-de-term-customer-delight

Rb. van Koophandel Brussel 27 januari 2016, IEF 16956; IEFbe 2250 (Customer Delight) Merkenrecht. D-Sense is een vennootschap die onder meer tot doel heeft het verstrekken van studies, raadgevende en commerciële diensten inzake management, bedrijfsstrategieën, opleidingen, customer delight en klantentevredenheid. D-Sense is houder van het woordmerk "Customer Delight". Bij de aankondiging door NBN van een seminarie over customer delight, werd zij in gebreke gesteld en verzocht het gebruik van dit woordmerk te staken. D-Sense bewijst niet dat NBN het merk gebruikt voor de aanduiding van waren/diensten, maar louter een seminarie organiseert waarin een derde over dit onderwerp spreekt. Daarnaast wordt de term 'customer delight' slechts gebruikt ter beschrijving van het fenomeen van klantentevredenheid en daarmee de inhoud van de seminaries. Er is sprake van een geldige reden om gebruik te maken van de term 'customer delight'. De vordering van D-Sense is ongegrond.

IEFBE 2249

SYME et SYMC démontrent que la confusion est encore entretenue, de telle sorte que c'est à bon droit que le premier juge a assorti ses ordres de cessation d'une astreinte

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 25 jan 2016, IEFBE 2249; (Vastauto contre Ssangyong Motor Company), http://www.ie-forum.be/artikelen/syme-et-symc-d-montrent-que-la-confusion-est-encore-entretenue-de-telle-sorte-que-c-est-bon-droit-qu

Cour d'appel Mons 25 janvier 2016, IEFbe 2249 (Vastauto contre Ssangyong Motor Company) Droit des marques. La société de droit coréen SSANGYONGMOTOR COMPANY (ci-après SYMC) consent à la SA SSANGYONG MOTOR MIDDLE EUROPE (ci-après SYME) un contrat d'importateur et de distributeur pour la Belgique. SYME entreprend de créer un nouveau réseau de concessionnaires et des contacts sont noués avec la SPRL VASTAUTO. Finalement, VASTAUTO n'est pas retenue dans ce réseau, ce dont elle se plaint. C'est le distributeur Bal & Fils qui est désigné pour la région montoise. En 2011, SYME avait mis en demeure VASTAUTO de cesser d'utiliser le Corporate identity de SSANGYONG et de se présenter comme réparateur et revendeur agréé. Un jugement prononcé le 12 décembre 2014 par le président du tribunal de commerce de Mons fait en grande partie droit à la demande. En l'espèce, et pour les motifs énoncés ci-avant, il peut être constaté que VASTAUTO utilise la marque, sans autorisation, et laisse penser qu'elle présente un lien avec le titulaire de la marque. Or, le fait pour un garagiste qui n'est pas distributeur d'utiliser la marque pour préciser qu'il s'occupe plus particulièrement d'un certain type de véhicules peut être admis s'il le fait de manière discrète, sans faire usage d'un logo ou d'un emblème protégé. En l'espèce, la pièce 15 démontre que l'usage de la marque n'est pas discret et laisse à penser qu'il existe un lien particulier entre les deux entreprises. VASTAUTO estime qu'il n'ya pas lieu de retenir un ordre de cessation ou qu'il ne faudrait pas assortir d'astreinte les ordres de cessation prononcés à son encontre, car elle a objectivement mis un terme aux comportements incriminés. Ainsi, le seul fait que la pratique incriminée aurait cessé n'aurait pas suffi à empêcher l'ordre de cessation. Enoutre, la pièce 15 de SYME et SYMC démontre que la confusion est encore entretenue, de telle sorte que c'est à bon droit que le premier juge a assorti ses ordres de cessation d'une astreinte. Le jugement dont appel doit encore être confirmé sur ce point. L'appel principal n'est, partant, pas fondé.

Important: §2. L'appel principal, r.o. 3, 4 & 5.

IEFBE 2252

BMM: Réunion d'automne les 23 et 24 novembre 2017 à Rotterdam

FR: La prochaine réunion de la BMM se tiendra les jeudi 23 et vendredi 24 novembre 2017 sur le navire SS Rotterdam à Rotterdam. De plus amples informations suivront prochainement. Entretemps, nous vous souhaitons de bonnes vacances.

NL: Op donderdag 23 en vrijdag 24 november as. zal de najaarsvergadering 2017 plaatsvinden op het schip SS Rotterdam te Rotterdam. Nadere informatie volgt snel. Intussen wensen wij u een fijne vakantie.

 

IEFBE 2251

Gerecht EU: Liechtensteinse gemachtigde toch op de lijst van erkende gemachtigden

13 jul 2017, IEFBE 2251; ECLI:EU:T:2017:487 (Rosenich tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-liechtensteinse-gemachtigde-toch-op-de-lijst-van-erkende-gemachtigden

Gerecht EU 13 juli 2017, IEF 16957; IEFbe 2251; ECLI:EU:T:2017:487; T-527/14 (Rosenich tegen EUIPO) Procesrecht. Merkengemachtigde houdt kantoor in de Unie. Beslissing van het EUIPO tot afwijzing van een verzoek om inschrijving op de lijst van erkende gemachtigden.  Verzoeker, Paul Rosenich, Oostenrijks staatsburger en erkend gemachtigde bij het Österreichische Patentamt (Oostenrijks octrooibureau), is actief als octrooigemachtigde en houdt daarvoor kantoor in Liechtenstein. Zijn aanvraag tot inschrijving werd afgewezen, omdat hij geen kantoor houdt in de Unie. Uit de vijfde alinea van de preambule van de EER-overeenkomst volgt dat het grondgebied van de in de Unie verwezenlijkste interne markt wordt uitgebreid naar de EVA-staten. Het Gerecht vernietigd de beslissing van het EUIPO.

IEFBE 1738

Nous cherchons les jugements suivants...

Wij zijn op zoek naar de volgende uitspraken. Heeft u een tip (naam van de (mogelijke) advocaat, (e-mail)contactgegevens van de griffie, of de uitspraak zelf) stuur het in via: redactie@ie-forum.be. Nous cherchons les jugements suivants: l’envoyez ou envoyez-nous une suggestion (nom d'avocat, addresse d’e-mail du greffier) à redactie@ie-forum.be:

NIEUW!
Rb van KH Brussel november 2016 (Nespresso tegen Mondelez) (lees)
Prés. Comm. francophone Bruxelles, cess., 26 mai 2016, affaire « H&M c. N&H » IRDI 2016/3
Bruxelles, 9e ch., 3 mai 2016, affaire « Sabam c. État belge et fournisseurs d’accès à internet » IRDI 2016/3

Chronologisch:

IEFBE 2248

Conclusie AG: Een vordering die ertoe strekt dat houdster van een Benelux-merk verklaart dat zij hier geen rechten op heeft en afziet van inschrijving, valt niet onder het begrip geschillen inzake de registratie of de geldigheid van merken, art. 22(4) Vo

13 jul 2017, IEFBE 2248; ECLI:EU:C:2017:551 (Hanssen Beleggingen tegen Tanja Prast-Knipping), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-een-vordering-die-ertoe-strekt-dat-houdster-van-een-benelux-merk-verklaart-dat-zij-hier

Conclusie AG HvJ EU 13 juli 2017, IEF 16954; IEFbe 2248; C‑341/16; ECLI:EU:C:2017:551 (Hanssen Beleggingen tegen Tanja Prast-Knipping) Merkenrecht. Zie eerder [IEF 16136] en [IEFbe 1878]. Valt een beroep dat tegen de formele houder van een Benelux-merk is ingesteld en ertoe strekt dat deze afziet van zijn rechten als houder van het merk onder artikel 22, punt 4 Verordening (EG) nr. 44/200.

„Een beroep in rechte als aan de orde in het hoofdgeding, dat ertoe strekt dat de persoon die formeel als houder van een Benelux-merk is ingeschreven, bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) verklaart dat hij geen rechten heeft op dit merk en afziet van zijn inschrijving als houder van dit merk, valt niet onder artikel 22, punt 4, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.”

IEFBE 2247

Art. 134 Wet elektronische communicatie in strijd met de Grondwet nu het alleen betalende diensten betreft

Grondwettelijk hof - Cour constitutionelle 13 jul 2017, IEFBE 2247; (Comizzo en Etri tegen de Belgische Staat), http://www.ie-forum.be/artikelen/art-134-wet-elektronische-communicatie-in-strijd-met-de-grondwet-nu-het-alleen-betalende-diensten-be

Grondwettelijk Hof 13 juli 2017, IEFbe 2247 (Comizzo en Etri tegen de Belgische Staat) Telecom. Etri en Myport (thans Comizzo) boden betalende sms-diensten aan via bepaalde shortcodes, die o.a. betrekking hebben op het op de hoogte houden van de locatie van snelheids- en alcoholcontroles door de politie. Aangezien artikel 7 Ethische Code voor de telecommunicatie betalende diensten verbiedt indien zij helpen om wettelijke controles ter bevordering van de (verkeers-)veiligheid te omzeilen, werden Etri en Myport veroordeeld tot een administratieve geldboete. Het Hof van Beroep Brussel [IEFbe 1478] heeft de volgende prejudiciële vraag gesteld: "Schendt artikel 134 Wet betreffende elektronische communicatie, in zoverre het enkel van toepassing is op betalende diensten via elektronische communicatienetwerken, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet?" Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat de wetgever met deze bepaling de bescherming van de consument beoogde. Hierbij is het onderscheid tussen betalende en niet-betalende diensten evenwel niet pertinent. Zowel de bescherming van de consument als de verbetering van de verkeersveiligheid en het vermijden van wetsontduiking moeten worden gediend ongeacht het al dan niet betalende karakter van de dienst. De prejudiciële vraag wordt bevestigend beantwoord.

IEFBE 2245

Ainsi que le souligne la demanderesse, ne démontre en rien une utilisation continue de la marque AZZARO sur le territoire du Benelux

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 17 dec 2015, IEFBE 2245; (Loris AZZARO BV contre Nature Up), http://www.ie-forum.be/artikelen/ainsi-que-le-souligne-la-demanderesse-ne-d-montre-en-rien-une-utilisation-continue-de-la-marque-azza

Tribunal de Commerce Bruxelles 17 décembre 2015, IEFbe 2245 (Loris AZZARO contre Nature Up) Droits des marques. La demanderesse est titulaire de l’enregistrement communautaire pour la marque verbale AZZARO. Elle est également titulaire de la marque communautaire AZZARO PARIS. La demanderesse poursuit la déchéance de la marque détenue par les défenderesses pour les produits des classes 30,33 et 34, au motif que celles-ci n’en auraient fait aucun usage normal, dans le Benelux, pendant une période ininterrompue de cinq ans. Ces éléments - que les défenderesses taxent de « légers et manifestement insuffisants » - viennent incontestablement appuyer la thèse de la demanderesse. Les défenderesses n’offrent, quant à elle, rien qui vienne en contredire l’exactitude. Les défenderesses n’indiquent en effet pas en quoi/vers quoi les investigations menées par le bureau Thomson Reuters auraient dû être élargies. Elles n’invoquent concrètement pas un usage effectif de la marque pour les produits des classes 30 et 33, ainsi que pour les produits « tabac » visés à la classe 34, dans le Benelux, bien que des contrats de licence auraient été conclus. Elles ne déposent, pour les autres produits de la classe 34 (briquets) qu’un relevé de royalties, couvrant la période du 1er janvier 2010 au 30 mars 2010 (soit deux mois), et faisant état de la vente d’un millier de briquets aux Pays-Bas et en Belgique. Ainsi que le souligne la demanderesse, cet unique relevé - dont on n’ignore l’auteur, l’origine et la destination - ne démontre en rien une utilisation continue de la marque AZZARO pour les produits de la classe 34 sur le territoire du Benelux, en vue de leur assurer un débouché.

IEFBE 2246

C'est plausible le fait qu'une atteinte à son droit de propriété intellectuelle pouvait être commise par Advachem

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 17 dec 2015, IEFBE 2246; (Sadepan Chimica contre Advachem), http://www.ie-forum.be/artikelen/c-est-plausible-le-fait-qu-une-atteinte-son-droit-de-propri-t-intellectuelle-pouvait-tre-commise-par

Cour d'appel Bruxelles 17 décembre 2015, IEFbe 2246 (Sadepan Chimica contre Advachem) Droits des brevets. Sadepan dépose une demande de brevet en Italie pour un procédé de fabrication d'un engrais liquide azoté à haute stabilité et libération contrôlée de l'azote et l'engrais obtenu. Sadepan dépose une demande de brevet auprès de l'Office européen des brevets (OEB) pour un «procédé de production d'un engrais azoté ayant une forme liquide stabilisée à libération contrôlée de l'azote et engrais ainsi obtenu>>. Le 17 mars 2015, Advachem forme opposition au brevet EP878 devant I'OEB. La procédure est toujours pendante.
Il se déduit ainsi de ces éléments, dont certains sont certes postérieurs à I'ordonnance du 6 février 2015 mais qui peuvent être considérés pour remettre des indices précédemment avancés dans une perspective plus adéquate, que la seule affirmation, non étayée, de Sadepan selon laquelle Advachem était incapable de soumettre des preuves de l'absence de contrefaçon de son procédé dans la procédure italienne, ne constitue pas davantage la preuve d'un indice rendant plausible le fait qu'une atteinte à son droit de propriété intellectuelle découlant de son brevet EP878 pouvait être commise par Advachem. A défaut d'autres éléments, la preuve n'est pas rapportée, même prima facie, qu'il existait un indice qu' Advachem aurait porté atteinte au droit de propriété intellectuelle de Sadepan. La tierce opposition est dès lors fondée en sorte qu'il y a lieu de rétracter l'ordonnance du 6 février 2015.

Leestip: §8. Sur le fondement de la tierce opposition d'Advachem

IEFBE 2244

Schending vrijheid van meningsuiting door veroordeling kritische artikelen in krant Orlovskaya Iskra

EHRM - Cour eur. D.H. 21 feb 2017, IEFBE 2244; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland), http://www.ie-forum.be/artikelen/schending-vrijheid-van-meningsuiting-door-veroordeling-kritische-artikelen-in-krant-orlovskaya-iskra

EHRM 21 februari 2017, IEF 16940; IEFbe 2244; Application no. 42911/08 (Orlovskaya Iskra tegen Rusland) Persvrijheid. Vrijheid van meningsuiting. De NGO publiceert de krant Orlovskaya Iskra. De NGO werd veroordeeld voor een administratief misdrijf met betrekking tot het publiceren van kritiek op een politicus, de heer Stroyev. De NGO klaagt bij het EHRM op grond van artikel 10 (vrijheid van meningsuiting). Het EHRM stelt dat er onvoldoende dwingende redenen zijn aangetoond om vervolging en veroordeling te rechtvaardigen voor het publiceren zulke kritische artikelen. Sprake van schending van de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM.