IEFBE 2404

Auteursrechtelijke bescherming van Pliage-tas; slechts de techniek van plooibare tas is bekend uit een oud Amerikaans octrooi

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 6 nov 2017, IEFBE 2404; (Jean Cassegrain tegen Kamize en PB Fashion), http://www.ie-forum.be/artikelen/auteursrechtelijke-bescherming-van-pliage-tas-slechts-de-techniek-van-plooibare-tas-is-bekend-uit-ee
pliage

Rechtbank van Koophandel (en afdeling) Antwerpen 6 november 2017, IEFbe 2404 (Jean Cassegrain tegen Kamize en PB Fashion) Auteursrecht. Cassegrain is auteursrechthebbende op de handtas le Pliage en afgeleid model Shopping. PB fashion heeft namaak ingevoerd als groothandel en Kamize heeft deze als kleinhandel verkocht. Een Amerikaans octrooi uit 1925 voor een plooibare tas wijst uit dat de techniek al lang gekend is, dat element heeft een technisch bepaalde functie en valt dus niet onder het auteursrecht. Andere elementen zijn volledig verschillend. Cassegrain maakt aanspraak op schadevergoeding wegens winstderving. De rechtbank begroot de winstderviing ex aequo et bono op €25 per tas; tot €25.000 voor PB Fashion en tot €1.000 voor Kamize. De publicatie-aanspraak wordt afgewezen.

IEFBE 2403

Conclusie AG: Een consument verliest niet zijn hoedanigheid na langdurig gebruik van een particulier Facebookaccount om activiteiten te ontplooien

HvJ EU - CJUE 14 nov 2017, IEFBE 2403; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-een-consument-verliest-niet-zijn-hoedanigheid-na-langdurig-gebruik-van-een-particulier

Conclusie AG HvJ EU 14 november 2017, IEF 17276; IEFbe 2403; IT 2410; RB 3032; ECLI:EU:C:2017:863 (Schrems tegen Facebook) vgl. IT 1878 . Voor „socinfluencers”, „prosumers” (professionele consumenten) zijn hun persoonlijke accounts op sociale netwerken een onmisbaar instrument voor hun werk. Een consument verliest niet zijn hoedanigheid indien hij – na langdurig gebruik van een particuliere Facebookaccount om zijn rechten uit te oefenen – boeken publiceert, lezingen houdt (soms ook tegen betaling), websites exploiteert, giften inzamelt om de rechten te kunnen uitoefenen. Bevoegdheid in zaken betreffende consumentenovereenkomsten – Begrip ,consument’ – Sociale media –Facebookaccounts en Facebookpagina’s – Cessie van vorderingen door consumenten die woonplaats hebben in dezelfde lidstaat, in een andere lidstaat en in een derde land – Collectief verhaal.

IEFBE 2402

HvJEU: "normaal gebruik" merk als enkel beeldelement van een samengesteld merk is gebruikt

HvJ EU - CJUE 11 okt 2017, IEFBE 2402; ECLI:EU:C:2017:750 (Cactus), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvjeu-normaal-gebruik-merk-als-enkel-beeldelement-van-een-samengesteld-merk-is-gebruikt
cactus

HvJ EU 11 oktober 2017, IEF 17270; IEFbe 2402; ECLI:EU:C:2017:750 (Cactus). Merkenrecht. In 2009 is een Uniemerkaanvraag ingediend voor een beeldmerk met daarin de woorden CACTUS OF PEACE / CACTUS DE LA PAZ. Tegen deze aanvrage is oppositie ingesteld op basis van eerdere woord-/beeldmerken waarin eveneens het woord CACTUS opgenomen is. De oppositie werd gehonoreerd voor de klassen 31 en 44. Na beroep bij het EUIPO en een beslissing van het Gerecht wordt nu om een hogere voorziening bij het Hof van Justitie gevraagd. Ten eerste is het betoog van het EUIPO dat de arresten IP Translator [IEF 11454] en Praktiker Bau- und Heimwerkermärkte [IEF 10516] onjuist zijn gelezen door het Gerecht niet juist. Een merk dat is ingeschreven vóór deze uitspraken, zoals het woordmerk Cactus (ingeschreven op 18 oktober 2002) en het beeldmerk Cactus (ingeschreven op 6 april 2001), kan niet worden aangetast door deze arresten, voor zover deze slechts zien op nieuwe aanvragen tot inschrijving van Uniemerken. Ten tweede is aan de voorwaarde van „normaal gebruik” van de verordening voldaan als enkel het beeldelement van een samengesteld merk is gebruikt, voor zover het onderscheidend vermogen van dat merk zoals ingeschreven niet wordt gewijzigd. Het Gerecht kan niet worden verweten dat het niet is nagegaan in hoeverre het weggelaten deel, namelijk het woordelement „Cactus”, onderscheidend vermogen had en van belang was in de perceptie van het teken in zijn geheel, terwijl het Gerecht het teken zoals gebruikt in zijn gereduceerde vorm correct heeft vergeleken met het teken zoals het is ingeschreven. Het Gerecht mocht zich beperken tot een onderzoek van de gelijkwaardigheid van de betrokken tekens op visueel en conceptueel vlak.

IEFBE 2401

Prejudiciële vragen over inbreuk distributierecht indien goederen met identieke motieven door de verkoper worden opgeslagen (op een andere locatie)

HvJ EU - CJUE 21 sep 2017, IEFBE 2401; (Rock store-Gamla Stan), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-inbreuk-distributierecht-indien-goederen-met-identieke-motieven-door-de-ver
Rock town stockholm google maps

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 21 september 2017, IEF 17265; IEFbe 2401; C-572/17 (Rock Town-Gamla Stan) Auteursrecht. Verweerder had een winkel in Stockholm, waar hij kleding en accessoires met motieven van rockmuziek verkocht. De verkoop van verschillende (door piraterij verkregen) goederen resulteerde in een inbreuk op de merkenrechten en het auteursrecht van een aantal eisers. Zowel in de winkel als in een magazijn dat met de winkel was verbonden en in een magazijn in een ander deel van Stockholm werden goederen aangetroffen. Verweerder heeft in de procedure aangegeven dat de winkel vrij regelmatig werd bevoorraad met goederen uit de magazijnen. Verweerder werd inbreuk op het merkenrecht ten laste gelegd en overtreding van de Zweedse wet op het auteursrecht. Volgens het openbaar ministerie had verweerder het merkenrecht geschonden door in de uitoefening van zijn commerciële activiteiten op de kleding wederrechtelijk gebruik te maken van tekens die identiek of soortgelijk zijn aan bepaalde ingeschreven Uniemerkenrechten. Subsidiair werd hem poging tot inbreuk en voorbereidende handelingen ten laste gelegd op grond van de wet op het auteursrecht. De rechter in eerste aanleg heeft verweerder schuldig bevonden aan inbreuk op het merkenrecht, er zou echter geen sprake zijn geweest van poging tot inbreuk of van voorbereidende handelingen op grond van de wet op het auteursrecht. Bij het ingesteld hoger beroep door het OM oordeelde de rechter in tweede aanleg dat verweerder schuldig was aan overtreding van de wet op het auteursrecht met betrekking tot alleen de kledingstukken die zich in de winkel zelf bevonden. Naar de mening van de procureur-generaal dienen ook de overeenkomstige goederen die zich in een magazijn bevinden te vallen onder de inbreuk op het uitsluitende distributierecht; deze heeft daarom gevorderd dat de hoogste rechter een verzoek om een prejudiciële beslissing voorlegt aan het Hof.

IEFBE 2400

Vragen aan HvJ EU: Is het relevant of een merk als beeld- of als kleurmerk wordt aangevraagd?

HvJ EU - CJUE 28 sep 2017, IEFBE 2400; (Hartwall), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-is-het-relevant-of-een-merk-als-beeld-of-als-kleurmerk-wordt-aangevraagd
hartwall

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 28 september 2017, IEF 17264; IEFbe 2400; C-578/17 (Hartwall) Merkenrecht. Via MinBuZa: Verzoeker (Oy Hartwall Ab) heeft op 20.09.2012 bij verweerder (nationaal octrooi- en registratiebureau) een aanvraag ingediend voor inschrijving van een teken als kleurmerk voor waren van klasse 32: minerale wateren. Verzoeker heeft naar aanleiding van een tussenbeslissing van verweerder toegelicht dat zij om inschrijving verzoekt van het aangevraagde merk als kleurmerk (niet als beeldmerk). Verweerder heeft de aanvraag (bij beslissing van 05.06.2013) afgewezen op grond dat het aangevraagde merk onderscheidend vermogen mist. Er zou geen uitsluitend recht op inschrijving van bepaalde kleuren kunnen worden verleend zonder gefundeerd bewijs dat de betrokken kleuren door langdurig en grootschalig gebruik onderscheidend vermogen hebben gekregen voor de betrokken waren. Het overlegde martktonderzoek van verzoeker zou niet hebben aangetoond dat de kleuren zelf bekend zijn, maar dat het beeldmerk bekend is. Verzoeker stelde beroep in tegen de beslissing van verweerder bij de handelsrechter, welke het beroep heeft verworpen bij bestreden beslissing. Omdat het aangevraagde kleurmerk niet voldoet aan de voor een merk geldende voorwaarden van §1(2) tweede alinea, van de merkenwet, die overeenkomt met artikel 2 van de merkenrichtlijn, behoeft volgens de handelsrechter in de onderhavige zaak niet te worden ingegaan op de in §13 van de merkenwet bedoelde vereisten betreffende het onderscheidend vermogen van een merk. Verzoeker heeft tegen de beslissing van de handelsrechter hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter (de hoogste bestuursrechter).

 

IEFBE 2399

Beneluxpubliek kent de betekenis van het Spaanse woord HOYA niet, maar wel van HOLA BANANA!

7 nov 2017, IEFBE 2399; (Fyffes tegen Chiquita), http://www.ie-forum.be/artikelen/beneluxpubliek-kent-de-betekenis-van-het-spaanse-woord-hoya-niet-maar-wel-van-hola-banana

Hof Den Haag 7 november 2017, IEF 17250; IEFbe 2399 (Fyffes tegen Chiquita) Merkenrecht. Fyffes is houdster van HOYA-merken. Chiquita, ook distributeur van vers fruit, waaronder bananen, gebruikt de tekens 'HOLA BANANA!'. De voorzieningenrechter wees de vorderingen terecht af. Het Fyffes-woordmerk en ruitvorming merk zijn niet normaal gebruikt, voor het ovale Uniemerk is er slechts geringe mate van auditieve overeenstemming [IEF 16145; IEFbe 1880]. De vergelijking mag niet worden gereduceerd tot woordmerk HOYA met enkel het woord bestanddeel HOLA. Vanwege het gebruikte uitroepteken en de betekenis van de woorden, zal de gemiddelde consument HOLA BANANA! opvatten als één uitroep. Het relevante Beneluxpubliek is niet op de hoogte van de betekenis van het Spaanse woord HOYA (voor grafkuil) en dus geen begripsmatige overeenstemming kan vaststellen, maar weet wel dat HOLA BANANA!, 'Hallo Banaan!' betekent. Het woord voor 'hallo' is immers een van de eerste woorden die men in een vreemde taal leert. Er is geen sprake van merkinbreuk, het hof bekrachtigt het afwijzende vonnis.

 

IEFBE 2398

AIPPI World Congress Sydney resolutions

Van 13 tot 17 oktober vond het 47e World Congress van AIPPI plaats in Sydney. Ongeveer dertien leden van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom (VIE), de Nederlandse groep van AIPPI, hebben dit congres bezocht, waarvan een aantal zich hebben ingespannen dat zes resoluties zijn aangenomen, waarvan vier naar aanleiding van Study Questions:

 

IEFBE 2397

'Saucisson d'Ardenne' opgenomen in register van beschermde geografische aanduidingen

Europese Commissie 26 oktober 2017, IEF 17238; IEFbe 2397; Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1956 (Saucisson d'Ardenne). Merkenrecht. Geografisch beschermde aanduiding. In vervolg op eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Belgische Raad van State [IEF 11830], heeft de Europese Commissie Uitvoeringsverordening 2017/195 uitgevaardigd waarbij de aanduiding 'Saucisson d'Ardenne' is opgenomen als Beschermde Geografische Aanduiding. 

IEFBE 2396

EU-Hof verklaart onderhandelingsmandaat oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen nietig

HvJ EU - CJUE 25 okt 2017, IEFBE 2396; ECLI:EU:C:2017:798 (Europese Commissie tegen Raad van de EU), http://www.ie-forum.be/artikelen/eu-hof-verklaart-onderhandelingsmandaat-oorsprongsbenamingen-en-geografische-aanduidingen-nietig

HvJ EU 25 oktober 2017, IEF 17236 ; IEFbe 2396; ECLI:EU:C:2017:798; C-389/15 (Europese Commissie tegen Raad van de EU) Minbuza: Het ontwerp tot herziening van de Overeenkomst van Lissabon over oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen valt volgens het EU-Hof onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek. De Raad heeft zijn machtigingsbesluit tot het openen van de onderhandelingen over die herziene Overeenkomst ten onrechte gebaseerd op de interne markt rechtsgrondslag. Het besluit van de Raad wordt daarom vernietigd door het EU-Hof. De Raad zal nu een nieuw besluit moeten nemen.

IEFBE 2395

Vragen aan HvJEU over collectief beheer merkenrechten en over IP-adressen als dienst onder de Richtlijn Elektronische Handel

HvJ EU - CJUE 28 aug 2017, IEFBE 2395; C-521/17 (SNB-REACT), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-collectief-beheer-merkenrechten-en-over-ip-adressen-als-dienst-onder-de-richtl

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 28 augustus 2017, IEF 17225; IEFbe 2395; IT2389; C-521/17 (SNB-REACT). Merkenrecht. Domeinnaamrecht. Via MinBuZa: Verzoekster (SNB-REACT) heeft op 13.02.2014 bij de rechter in eerste aanleg een vordering tegen verweerder (Deepak Mehta) ingesteld tot beëindiging van de inbreuk op merkrechten en tot schadevergoeding. Verzoekster is een instantie voor de vertegenwoordiging van merkhouders en vertegenwoordigt tien merkhouders. Verweerder heeft websites op zijn naam geregistreerd, waarop onlinewinkels onrechtmatig goederen te koop aanbieden die zijn voorzien van met merken identieke tekens. Bovendien bevatten enkele van de door verweerder geregistreerde domeinnamen tekens die identiek zijn met ingeschreven merken. Verzoekster heeft in de procedure betoogd dat de door haar genoemde websites allemaal in de aan verweerder toegewezen IP-gebieden zijn geregistreerd en dat verweerder houder van deze IP-adressen is. Verweerder betwist de vordering. Hij heeft geen enkele van de door verzoekster genoemde domeinnamen geregistreerd. Hij was vroeger enkel houder van de IP-adressen. Een IP-adres en een domeinnaam moeten evenwel van elkaar worden onderscheiden. De rechter in eerste aanleg heeft bij vonnis van 27 oktober 2016 de vordering in haar geheel afgewezen. Verzoekster betwist in hoger beroep het vonnis van de rechter in eerste aanleg, voor zover hij de vordering heeft afgewezen. Volgens verzoekster heeft de rechter in eerste aanleg ten onrechte beslist dat zij niet bevoegd was om een vordering in te stellen wegens een inbreuk op de rechten van merkhouders. 

IEFBE 2394

Vragen aan HvJEU over gelijkstelling ABC-certificaat met handelsvergunning geneesmiddel

HvJ EU - CJUE 18 jul 2017, IEFBE 2394; C-527/17 (Paclitaxel), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-gelijkstelling-abc-certificaat-met-handelsvergunning-geneesmiddel

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 18 juli 2017, IEF 17226; IEFbe 2394; LS&R 1527; C-527/17 (Paclitaxel). Octrooirecht. Beschermingscertificaat. Geneesmiddel. Via MinBuZa: Verzoekster (LN) is houdster van het op 26.01.1994 aangevraagde (op 27.10.2010 verleende) Europese octrooi EP 0 681 475 B1 dat inmiddels door tijdsverloop is vervallen. Het octrooi omvat het gebruik van geneesmiddelen ter vermindering van restenose na een angioplastiek, een behandeling voor de verwijding van vaatvernauwingen. Daarna kan een hernieuwde vernauwing van de vaatwand ontstaan, restenose genoemd. Conclusie 8 van het basisoctrooi luidt: “Gebruik van taxol voor de productie van een geneesmiddel ter handhaving van een verwijd vaatoppervlak”. In het bijzonder werd ontdekt dat taxol voor dit doel geschikt is, een uit de kankertherapie bekende werkzame stof met de algemene internationale benaming Paclitaxel, die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) met gelding in de Europese Unie als geneesmiddel voor de behandeling van kanker werd toegelaten. Op 21.01.2003 werd aan verzoekster door de Technische Überwachungsverein (TÜV) Rheinland een EG-certificaat voor het medisch hulpmiddel TAXUS™ Express2 Paclitaxel-Eluting Coronary Stent System afgegeven. In het kader van de EG-certificeringsprocedure werd het geneesmiddelbestanddeel Paclitaxel van het medisch hulpmiddel door de Nederlandse geneesmiddelenautoriteit Medicines Evaluation Board in the Netherlands (CBG-MEB) overeenkomstig richtlijn 93/42 gecontroleerd. Op 29.03.2011 verzocht verzoekster bij het Duitse octrooi- en merkenbureau (hierna: DPMA) om afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat op grond van het Duitse deel van het Europese octrooi en baseerde zich daarbij ten aanzien van de vereiste vergunning voor het als geneesmiddel in de handel brengen op een EG-certificaat uit het jaar 2007. Bij besluit van 19.02.2016 heeft DPMA het verzoek afgewezen en aangevoerd dat het product zoals omschreven in het verzoek niet beschikte over een vergunning als geneesmiddel in de zin van de ABC-verordening. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld, waarmee zij vasthoudt aan haar verzoek tot afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor het product Paclitaxel en onder vermelding van het door TÜV Rheinland aan haar afgegeven EG-certificaat van 21.01.2003. 

IEFBE 2393

La marque française GRANDS MYSTÈRES DE L'HISTOIRE ne jouit d'aucune protection en Belgique

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 26 jun 2017, IEFBE 2393; (GRANDS MYSTÈRES DE L'HISTOIRE), http://www.ie-forum.be/artikelen/la-marque-fran-aise-grands-myst-res-de-l-histoire-ne-jouit-d-aucune-protection-en-belgique

Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 26 juin 2017, IEFbe 2393 (GRANDS MYSTÈRES DE L'HISTOIRE) Les défendeurs ont soulevé l'incompétence du juge des cessations belge en invoquant le fait qu'ils sont domiciliés en France et que la marque du demandeur a été déposée et enregistrée en France et ne jouit d'aucune protection en Belgique. Sauf à considérer que la simple adjonction de l'épithète 'grands' à 'mystères de l'histoire' constituerait un apport et un travail créatif et original reflétant la personnalité du demandeur, le titre <<Les grans mystères de l'histoire>> n'est en rien original; il est au contraire d'une grande banalité, et le demandeur ne prouve en rien son apport créatif, sa touche personnelle.

 

IEFBE 2392

'Voetbalglas' wijkt niet wezenlijk af van wat gebruikelijk is

Gerecht EU - Tribunal UE 26 okt 2017, IEFBE 2392; ECLI:EU:T:2017:754 (Erdinger Weißbräu Franz Brombach), http://www.ie-forum.be/artikelen/voetbalglas-wijkt-niet-wezenlijk-af-van-wat-gebruikelijk-is

Gerecht EU 26 oktober 2017, IEF 17215; IEFbe 2392; ECLI:EU:T:2017:754; T‑857/16 (Erdinger Weißbräu Franz Brombach) Merkaanvraag voor de vorm van een groot glas werd afgewezen door de Kamer van Beroep. Het ontwerp van het glas is niet zo ongewoon of fantasierijk is dat op het eerste zicht de herkomst duidelijk is. Deze vorm wijkt niet wezenlijk af van de norm en wat gebruikelijk is in de branche. Het bovenste deel lijkt ietwat op een voetbal, maar is niet meer dan een versiering. De klacht wordt afgewezen.

IEFBE 2391

Gerecht EU over normaal gebruik en distinctief karakter van een 3D-vormmerk voor biscuitverpakking

Gerecht EU - Tribunal UE 23 okt 2017, IEFBE 2391; ECLI:EU:T:2017:745 (Galletas Gullón), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-over-normaal-gebruik-en-distinctief-karakter-van-een-3d-vormmerk-voor-biscuitverpakking
Galletes Gullon

Gerecht 23 oktober 2017, IEF 17213; IEFbe 2391; ECLI:EU:T:2017:745 (Galletas Gullón). Merkenrecht. Vormmerk. In 2003 heeft Galletas Gullón een merkaanvraag ingediend voor een drie-dimensionaal vormmerk voor 'biscuits' waarin de kleuren blauw, groen, rood, wit, geel en zwart terug te vinden zijn. In 2014 heeft verweerder bij de Cancellation Division om herroeping van het merk verzocht. Verweerder stelde dat er geen sprake was van normaal gebruik van het merk. De Cancellation Division verwierp dit beroep. In beroep bij de Board of Appeal van het EUIPO werd het vormmerk van Galletas Gullón ingetrokken. Galletas Gullón gaat in beroep bij het Gerecht, welke de beslissing van het EUIPO vernietigt. Redengevend voor het Gerecht hiertoe is dat zij vindt dat het distinctieve karakter van het merk door de jaren heen niet is gewijzigd. Daarnaast oordeelt het Gerecht dat Galletas Gullón voldoende heeft aangetoond dat er sprake is van normaal gebruik van het merk.

IEFBE 2390

Conclusie AG HvJ EU: Beheerder fanpagina op sociaal netwerk is verantwoordelijk voor verwerking persoonsgegevens

24 okt 2017, IEFBE 2390; ECLI:EU:C:2017:796 (ULD tegen Wirtschaftsakademie), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-hvj-eu-beheerder-fanpagina-op-sociaal-netwerk-is-verantwoordelijk-voor-verwerking-perso

Conclusie AG HvJ EU 24 oktober 2017, IT&R 2383; IEFbe2390; ECLI:EU:C:2017:796 (ULD tegen Wirtschaftsakademie). Privacy. Verwerking persoongegevens. ULD, de regionale gegevensbeschermingsautoriteit van Schleswig-Holstein, heeft de Wirtschaftsakademie, een privaatrechtelijke onderneming gespecialiseerd op het gebied van onderwijs bevolen een fanpage op Facebook te deactiveren. De Wirtschaftsakademie betwist de rechtmatigheid van dit bevel. Wirtschaftsakademie gebruikte deze fanpage om kennelijke interesses van internetgebruikers te identificeren door het observeren van hun surfgedrag. Meerdere toezichthoudende autoriteiten hebben Facebook boeten opgelegd vanwege schending van de regels inzake gegevensbescherming van haar gebruikers. Vragen met betrekking tot wie de verantwoordelijke entiteit is van de verwerking persoonsgegevens op Facebook en omtrent bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteit.

IEFBE 2389

Naast pornografische tekst en beelden, een copyright notice brouwerijhaacht.be doet sterk kwader trouw vermoeden

CEPANI 19 okt 2017, IEFBE 2389; case no. 44435 (brouwerijhaacht.be), http://www.ie-forum.be/artikelen/naast-pornografische-tekst-en-beelden-een-copyright-notice-brouwerijhaacht-be-doet-sterk-kwader-trou
brouwerijhaacht.be

CEPINA 19 oktober 2017, case no. 44435 (brouwerijhaacht.be) Brouwerijhaacht.be is op 27 maart 2017 geregistreerd door Gelske Jongerden. Brouwerij Haacht is de op drie na grootste (en bekende) bierbrouwerij in België en actief sinds 1975 en houdster van woordmerk HAACHT. "This  website contains  texts and  images  of  an  explicit pornographic nature. Besides the  pornographic  texts  and  images,  the  sole  text  on  the website is merely a copyright notice “© brouwerijhaacht.be” at the bottom." Licensee did not submit a response. Non-response is indeed indicative of a lack of interests inconsistent with an attitude of ownership and a belief in the lawfulness of one’s own rights. It is appropriate for the Third-Party Decider to infer  a prima  facie-case  of  bad-faith registration. Having a pornographic website related to the Domain Name can tarnish the distinctiveness and reputation of the Complainant's rights and business generally.

IEFBE 2388

Louboutin-zoolmerkzaak terugverwezen voor behandeling door grote rechtsprekende formatie

HvJ EU - CJUE 12 okt 2017, IEFBE 2388; ECLI:EU:C:2017:765 (Louboutin tegen Van Haren), http://www.ie-forum.be/artikelen/louboutin-zoolmerkzaak-terugverwezen-voor-behandeling-door-grote-rechtsprekende-formatie

Beschikking van het HvJ EU 12 oktober 2017, IEF 17209; IEFbe 2388; ECLI:EU:C:2017:765; C-163/16 (Louboutin tegen Van Haren) Zie eerder Conclusie AG IEF 16890. Heropening van de mondelinge behandeling. Houden van een terechtzitting. Daar de Negende kamer van oordeel was dat de zaak principiële vragen deed rijzen over het Uniemerkenrecht, besloot zij op 13 september 2017 om de zaak terug te verwijzen naar het Hof voor een nieuwe toewijzing ervan aan een grotere rechtsprekende formatie overeenkomstig artikel 60, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof. De mondelinge behandeling en pleitzitting staat gepland op 14 november 2017.

IEFBE 2387

Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht op 22 november 2017

Op woensdag 22 november 2017 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar. Onder andere de volgende uitspraken worden besproken:

IEFBE 2386

HvJ EU: Geen afwijzing merkinbreukvordering vanwege te kwader trouw zonder de reconventionele nietigverklaring toe te wijzen

HvJ EU - CJUE 19 okt 2017, IEFBE 2386; ECLI:EU:C:2017:776 (Hansruedi Raimund tegen Michaela Aigner), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-afwijzing-merkinbreukvordering-vanwege-te-kwader-trouw-zonder-de-reconventionele-nietigv

HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17193; IEFbe 2386; ECLI:EU:C:2017:776; C-425/16 (Hansruedi Raimund tegen Michaela Aigner). Merkenrecht. Raimund is houder van het Uniewoordmerk 'Baucherlwärmer', een kruidenmengsel. Aigner stelt dat Raimund het merk in strijd met de goede zeden en te kwader trouw heeft verworven. De verwijzende OOS rechter (Oberster Gerichtshof) stelt vast dat kwade trouw bij aanvraag een absolute nietigheidsgrond is die in de inbreukprocedure alleen geldig kan worden aangevoerd wanneer verweerster op grond daarvan een reconventionele vordering instelt. De vraag rijst hoe de reconventionele vordering dient te worden behandeld. Conclusie AG: [IEF 16882].

Antwoord HvJ EU:

1)      Artikel 99, lid 1, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk moet aldus worden uitgelegd dat de krachtens artikel 96, onder a), van deze verordening bij een rechtbank voor het Uniemerk ingestelde vordering wegens inbreuk niet kan worden afgewezen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zonder dat deze rechtbank de reconventionele vordering tot nietigverklaring, die de gedaagde op deze vordering wegens inbreuk heeft ingesteld op basis van artikel 100, lid 1, van deze verordening, en die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, heeft toegewezen.
2)      De bepalingen van verordening nr. 207/2009 moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de rechtbank voor het Uniemerk de vordering wegens inbreuk, in de zin van artikel 96, onder a), van deze verordening, kan afwijzen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zelfs al is de beslissing op de krachtens artikel 100, lid 1, van deze verordening ingestelde reconventionele vordering tot nietigverklaring, die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, niet definitief geworden.
 

IEFBE 2385

Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie

HvJ EU - CJUE 19 okt 2017, IEFBE 2385; ECLI:EU:C:2017:779 (Doceram tegen CeramTec), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-bescherming-gemeenschapsmodel-centreerpennen-uitgesloten-als-uiterlijke-kenmerken-zijn

Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht. 

Conclusie AG:

1)      Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2)      Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.