IEFBE 2409

In de EER ingevoerde waren die niet verkocht raken, zijn niet in de handel gebracht

Hof van Cassatie van België 2 november 2017, IEFbe 2409 (Impro tegen Xerox); ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171102.2 Binnen de EER in de handel brengen. Eigendomsvoorbehoud. Zie eerder IEFbe 1603. Wanneer de merkhouder aldus zijn waren in de EER heeft ingevoerd om ze aldaar te verkopen of wanneer hij ze in zijn eigen winkels of in die van een gelieerde vennootschap aan de consumenten in de EER te koop heeft aangeboden, maar er niet in geslaagd is ze te verkopen, brengt hij deze waren evenwel niet in de handel in de zin van artikel 7.1 van de richtlijn. De uitsluitende mogelijkheid tot facturatie door de tweede verweerster van de niet-terugbezorgde verbruiksgoederen kan niet worden gelijkgesteld met het in de handel brengen van deze verbruiksgoederen. Het Hof verwerpt het cassatieberoep.

3. Uit deze rechtspraak volgt kennelijk dat het door de merkhouder in de Gemeenschap in de handel brengen in de zin van artikel 13.1 Gemeenschapsverordening een effectieve verkoop van de waren door de merkhouder veronderstelt, die de merkhouder in staat stelt de economische waarde van het merk te realiseren.
Dit houdt een overdracht in aan derden van het recht om over de van het merk voorziene waren te beschikken.
4. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de enkele omstandigheid dat een merkhouder zich de mogelijkheid voorbehoudt om het overschot van de in het kader van een onderhoudscontract onder eigendomsvoorbehoud ter beschikking gestelde, maar niet-terugbezorgde verbruiksgoederen te factureren, inhoudt dat deze goederen in de handel werden gebracht, faalt naar recht.