IEFBE 2539
  • Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise
    28 mrt 2018
  • Cosanta tegen Caesar; Cosanta tegen Chemrade

Merk STOFFENMANAGER voor gevaarlijke stoffen applicatie nietig

Rechtbank Den Haag 28 maart 2018, IEF 17613; IEF 2539 (Cosanta tegen Caesar; Cosanta tegen Chemrade) Merkenrecht. Cosanta geeft advies op het gebied van gevaarlijke stoffen en levert een softwareapplicatie met de naam STOFFENMANAGER. De eerste versie is in opdracht van Ministerie SZW door TNO, Arbo Unie en Beco ontwikkeld en als gratis open source software aangeboden. Cosanta stelt dat Caesar Consult en ChemRADE op ontoelaatbare wijze gebruik maken van het merk STOFFENMANAGER. Vorderingen worden afgewezen. In reconventie wordt merk STOFFENMANAGER nietig verklaard. Het woordbestanddeel 'stoffen' verwijst naar de gevaarlijke stoffen waarvan de applicatie Stoffenmanager de risico's in kaart brengt. Het woordbestanddeel 'manager' verwijst naar de structurering van informatie omtrent deze stoffen, teneinde de blootstelling aan deze stoffen te kunnen beoordelen en beheersen. Er is geen sprake van inburgering voor noch misleiding wegens het gebruik van de term STOFFENMANAGER.

4.6 “De rechtbank is met Caesar c.s. en Chemrade van oordeel dat dit publiek het woord 'Stoffenmanager' als beschrijvend voor de door Cosanta aangeboden softwareapplicatie zal ervaren. Het woordbestanddeel 'stoffen' verwijst naar de gevaarlijke stoffen waarvan de applicatie Stoffenmanager de risico's in kaart brengt. Caesar C.S. wijst er terecht op dat Van Dale als vaststaande betekenis van het woord 'stof' of 'stoffen' onder meer noemt: "elke gelijkmatige, ruimtevullende zelfstandigheid met onderscheidende kenmerken, die als draagster van eigenschappen of hoeveelheden wordt gedacht", waar bij als voorbeeld "aromatische, giftige stoffen". Het woordbestanddeel 'manager' verwijst naar de structurering van informatie omtrent deze stoffen, teneinde de blootstelling aan deze stoffen te kunnen beoordelen en beheersen. Hier wijzen Caesar c.s. en Chemrade er terecht op dat Van Dale als betekenis van het woord 'manager' noemt: "Leidinggevende belast met een bepaalde taak in een organisatie of onderneming (op allerlei niveaus: chef, administrateur, directeur, bestuurder) ook als twee de lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een bedrijf, bedrijfsonderdeel of bedrijfsactiviteit noemt bankmanager, bladmanager, bureaumanager, communicatiemanager, exportmanager, havenmanager, kantoormanager, marketingmanager, pr-manager, rayonmanager, verkoopmanager.

4.12 In vrijwel al die publicaties wordt met het woord 'Stoffenmanager' of 'stoffenmanager immers specifiek verwezen naar het Algoritme of de applicatie Stoffenmanager (de "tool" Stoffenmanager) en de functionaliteit daarvan (…). Voor zover in bepaalde publicaties al wordt vermeld dat de Stoffenmanager is ontwikkeld door TNO, Arbo Unie, Beco en het Ministerie van Buitenlandse zaken, gebeurt dat naar het oordeel van de rechtbank niet op zodanige wijze dat kan worden aangenomen dat het relevante publiek het gebruik van het woord 'Stoffenmanager’ in die gevallen heeft opgevat als aanduiding van een product als afkomstig van een bepaalde onderneming.

4.22 (…) Voor zover artikel 6: 194 BW en 6:194a BW al van toepassing zijn op de onderhavige situatie (Caesar c.s. bestrijdt dit, stellend dat zij de applicatie ChemRADE niet zelf exploiteert en ook niet ten behoeve van Chemrade handelt), is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een misleidende mededeling of ongeoorloofde vergelijkende reclame. Caesar verwijst immers niet naar de Stoffenmanager applicatie of naar Cosanta, maar naar het Algoritme. Dat Caesar bij de verwijzing naar het Algoritme geen versienummer vermeldt dat correspondeert met de versie van de applicatie Stoffenmanager waarin Cosanta het door Chemrade gebruikte Algoritme heeft toegepast, is naar het oordeel van de rechtbank, in aanmerking genomen het feit dat het in aanmerking komend publiek het woord Stoffenmanager gelet op het voorgaande als beschrijvend zal ervaren voor een risicobeoordelingstool en niet als een merk zal opvatten, onvoldoende om tot de conclusie te komen dat sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6: 194 BW of dat sprake is van vergelijkende reclame in de zin van 6: l94a BW.