IEFBE 2491
  • Hoven van Beroep - Cours d'Appel
    21 nov 2017
  • Tropicalia c.s. tegen Capri Sun

Uitspraak Capri Sun aangehouden tot definitieve uitspraak van Hof Amsterdam

Hof van beroep Brussel 21 november 2017, IEFbe 2491 (Tropicalia c.s. tegen Capri Sun) Vormmerk. Capri Sun, titularis van internationale vormmerk voor een rechtopstaand zakje voor vruchtendrank,  stelt vast dat de huisvariant van haar vruchtendrank uit Colruyt winkels inbreuk maken op haar vormmerk. De rechtbank oordeelt dat van inbreuk sprake is, omdat de vorm van de stazakjes in de onvolmaakte perceptie van het publiek identiek zijn [zie IEFbe 1655]. Tropicalia c.s. vorderen in hoger beroep dat de Belgische rechtbanken zich onbevoegd verklaren. In de procedure in België en Nederland wordt een gemeenschappelijke rechtsvraag beoordeeld. Het hof houdt zijn uitspraak aan totdat er een definitieve uitspraak ten gronde is tussengekomen van het Gerechtshof Amsterdam [zie IEF 17379]. Er is geen rechtsgrond om de bestreden beslissing reeds teniet te doen.

18. (...) Vereist is dat in beide processen een gemeenschappelijke rechtsvraag dient te worden beoordeeld, zonder dat er noodzakelijk identiteit van partijen en onderwerp bestaat.

(...)

Riha, Tropicalia en Agrozumos behoren allen tot dezelfde Riha groep.

De inbreukvorderingen door Capri Sun ingesteld tegen Tropicalia en Agrozumos in België en tegen Riha in Nederland vinden hun grondslag in gelijkaardige beweerdelijk inbreukmakende handelingen, met name de aanbieding van beweerdelijk inbreukmakende stazakjes onder een private label, waarbij inbreuk op hetzelfde Benelux-deel van het internationale vormmerk wordt aangevoerd. 

De tegenvordering van Tropicalia en Agrozumos in de Belgische procedure en de tegenvordering van Riha in de Nederlandse procedure betreffen hetzelfde onderwerp, met name de nietigverklaring van het Benelux-deel van het internationale vormmerk 677879, waarbij dezelfde gronden van nietigheid worden aangevoerd (onder meer, de technische bepaaldheid van het merk en de nietigheid op basis van artikel 2.1 BVIE).

Het is dus mogelijk dat binnen eenzelfde groep commercialisatie van de betrokken stazakjes in het Benelux-gebied tegelijk wel en niet toegelaten is, indien de Belgische en de Nederlandse rechter een verschillende beslissing nemen.

Zowel de procedure in België als in Nederland betreft een vordering tot staking.

Het hof is dan ook van oordeel dat het passend voorkomt zijn uitspraak aan te houden totdat er een definitieve uitspraak ten gronde is tussengekomen van het Gerechtshof te Amsterdam inzake de geldigheid van het door Capri Sun ingeroepen Benelux-deel van het internationale vormmerk met nummer 677879, zoals gevorderd door appellanten.

19. Anders dan appellanten vorderen in randnummer 39 van hun syntheseconclusie in hoger beroep, is er geen rechtsgrond om de bestreden beslissing reeds teniet te doen, behoudens wat de bevoegdheid van de Belgische rechter over de vordering op agressieve tussenkomst van Riha betreft.