Gepubliceerd op vrijdag 1 augustus 2014
IEFBE 946
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Uitwerking voorlopige maatregelen in strijd met recht

Hof van Cassatie België 26 juni 2014, IEFbe 946 (Sandoz en Accord Healthcare tegen Astrazeneca)
Octrooirecht. Eiseressen vorderden dat de duur van een eventueel tegen hen uitgesproken inbreukverbod op het octrooi EP 364 slechts van kracht zou blijven totdat een uitspraak wordt gedaan door een Belgische rechtbank [zie eerder IEFbe 698]. De appelrechters die aan de voorlopige maatregelen uitwerking geven tot na het tijdstip waarop het octrooi bij een beslissing van de bodemrechter wordt vernietigd, doen dit niet overeenkomstig het geldend recht. Het hof vernietigt het bestreden arrest in zoverre dat deze vordering als ongegrond wordt afgewezen [vergelijk IEFbe 942 Sandoz tegen Bayer].

6. Uit het geheel van de voormelde bepalingen volgt dat, niettegenstaande het bepaalde in artikel 51 Octrooiwet, de kortgedingrechter niet kan beslissen dat de door hem genomen maatregelen nopens betwiste octrooirechten uitwerking zullen hebben totdat de beslissing van de bodemrechter tot vernietiging van het octrooi in kracht van gewijsde is getreden. Dit sluit niet uit dat de kortgedingrechter bij de beoordeling van de ogenschijnlijke rechten van de octrooihouder, niettegenstaande de vernietigingsbeslissing, bewarende maatregelen treft indien de octrooihouder voldoende aannemelijk maat dat zijn rechtsmiddel tegen deze beslissing succesvol zal zijn en dergelijke maatregelen geboden zijn gelet op de omstandigheden van de zaak zoals de duur van de procedure en de omvang van de mogelijke schade.

7. De eiseressen vorderden dat de duur van een eventueel tegen hen uitgesproken inbreukverbod op het octrooi van de verweersters slechts van kracht zou blijven tot een uitspraak ten gronde van een Belgische rechtbank. De appelrechters verwerpen dit verweer met de reden dat "bij het verzoek van [de eiseressen] (…) immers geen rekening (wordt) gehouden met het niet bij voorraad uitvoerbare karakter van een eventuele beslissing tot vernietiging van het octrooi in eerste aanleg, en de schorsende werking van een eventuele voorziening in cassatie tegen een dergelijke beslissing in hoger beroep".

8. De appelrechters die aldus aan de voorlopige maatregelen uitwerking geven tot na het tijdstip waarop het octrooi bij een beslissing van de bodemrechter wordt vernietigd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.