IEFBE 3495

Auteursrechtelijke inbreuk op geurverstuivers

Hof van beroep Antwerpen 8 januari 2018, IEFbe 3495; 2016/AR/253 (Casa tegen Innobiz) Innobiz brengt een tweetal geurverstuivers op de markt, de Pluglia en de Kemila V1, waar Casa volgens Innobiz inbreuk op maakt. De rechter in eerste aanleg concludeerde in het voordeel van Innobiz, waartegen Casa als appellante in hoger beroep komt. Ook het hof oordeelt dat Casa auteursrechtelijke inbreuk pleegt doordat Casa namaak geurverstuivers in de handel heeft gebracht. Cada maakt hierdoor volgens het hof ook inbreuk op de eerlijke marktpraktijken door slaafse kopieën van de geurverstuivers op de markt te brengen.

4.2.2.2. Anders dan de appellante meent bevestigen de verpakkingen die ze opneemt in haar conclusies het standpunt van de geïntimeerde dat haar verpakkingen het resultaat zijn van een eigen creatie, die uitdrukking geeft van de persoonlijkheid van de auteur. De geïntimeerde merkt bovendien terecht op dat de appellante niet bewijst dat de door haar bijgebrachte verpakkingen bestonden voor die van de geïntimeerde.

4.2.3.3. Het hof oordeelt dat uit de door de partijen voorgelegde geurverstuivers en hun verpakking blijkt dat de oorspronkelijke kenmerken van het werk van de geïntimeerde op quasi-identieke wijze terug te vinden zijn bij de door de appellante op de markt gebrachte producten en verpakkingen, zodat de totaalindruk van het werk van de appellante en de geïntimeerde gelijkend is en er voor de normale consument risico op verwarring bestaat.

De namaak door de appellante staat vast.

4.2.4. De Inbreuk op de eerlijke marktpraktijken

Om oordeelkundige redenen die het hof tot de zijne maakt en die hier als hernomen worden beschouwd, beslist de eerste rechter dat de appellante zich schuldig maakt aan oneerlijke marktpraktijken door slaafse kopleën van de geurverstuivers op de markt te brengen. Dezelfde argumentering geldt wat de door de appellante voor de geurverstuivers gebruikte verpakkingen betreft. Ook hier is er sprake van slaafse namaak.