Gepubliceerd op woensdag 10 juni 2026
IEFBE 4235
Gerecht EU - Tribunal UE ||
10 jun 2026
Gerecht EU - Tribunal UE 10 jun 2026, IEFBE 4235; ECLI:EU:T:2026:385 (Wazdan Innovations ltd. tegen EUIPO en Push Gaming Product ltd.), https://www.ie-forum.be/artikelen/cluster-collector-terecht-gedeeltelijk-geweigerd-wegens-verwarringsgevaar-met-the-collector

CLUSTER COLLECTOR terecht gedeeltelijk geweigerd wegens verwarringsgevaar met THE COLLECTOR

Gerecht EU 10 juni 2026, IEF 23613; ECLI:EU:T:2026:385 (Wazdan Innovations ltd. tegen EUIPO en Push Gaming Product ltd.). Het Gerecht EU verwerpt het beroep van Wazdan Innovations tegen de beslissing van de Eerste kamer van beroep van EUIPO over de Uniemerkaanvraag CLUSTER COLLECTOR. De aanvraag had betrekking op waren en diensten in de klassen 9, 28, 41 en 42, waaronder gamingsoftware, speel- en gokautomaten, online gaming-, gok- en casinodiensten en software-/gameontwikkelingsdiensten. Push Gaming Product had oppositie ingesteld op basis van het oudere Uniewoordmerk THE COLLECTOR voor onder meer software en gaming-, gambling- en bettinggerelateerde diensten. De oppositie was gedeeltelijk toegewezen: de aanvraag werd geweigerd voor de waren en diensten waarvoor de kamer van beroep verwarringsgevaar aannam, maar niet voor onder meer “coin-operated mechanisms”, “counters [discs] for games”, “bookmaking [turf accountancy]” en “cultural activities”. Het Gerecht bevestigt dat de betrokken waren en diensten waarvoor de weigering geldt deels identiek en deels soortgelijk zijn. Daarbij acht het Gerecht onder meer relevant dat fysieke en digitale games in de praktijk steeds meer overlappen, via dezelfde distributiekanalen worden aangeboden en zich tot hetzelfde publiek kunnen richten. Ook kunnen bepaalde beeld- en geluidsapparaten complementair zijn aan gamingsoftware. Het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als professionele afnemers in de Europese Unie, met een aandachtsniveau dat afhankelijk van de betrokken waren en diensten kan variëren van gemiddeld tot hoog.

Volgens het Gerecht heeft de kamer van beroep terecht geoordeeld dat bij het Engelstalige deel van het relevante publiek verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het gemeenschappelijke element COLLECTOR heeft normaal onderscheidend vermogen, omdat Wazdan niet heeft aangetoond dat dit element in de gaming- en goksector daadwerkelijk en wijdverbreid wordt gebruikt in de Europese Unie. Het element THE in het oudere merk is niet-onderscheidend, terwijl CLUSTER in het aangevraagde merk zwak onderscheidend is omdat het kan verwijzen naar een groep spelers of een groep elementen in games of gamesgerelateerde diensten. Daardoor wegen de verschillen aan het begin van de tekens minder zwaar dan het gedeelde onderscheidende element COLLECTOR. De tekens zijn volgens het Gerecht visueel en fonetisch gemiddeld overeenstemmend en begripsmatig ten minste gemiddeld overeenstemmend. Het mogelijk hogere aandachtsniveau van een deel van het publiek neemt het verwarringsgevaar niet weg, omdat ook een oplettend publiek merken zelden rechtstreeks vergelijkt en afgaat op een onvolmaakte herinnering. De motiveringsklacht faalt omdat de kamer van beroep haar oordeel voldoende duidelijk had gemotiveerd. Ook het beroep op gelijke behandeling, behoorlijk bestuur en gerechtvaardigd vertrouwen faalt: eerdere EUIPO-beslissingen en het door Wazdan aangehaalde arrest Magic Crown zijn niet beslissend, mede omdat die zaak berustte op een zwak onderscheidend gemeenschappelijk element, terwijl COLLECTOR hier onderscheidend is. Het beroep wordt daarom volledig verworpen; Wazdan en EUIPO dragen ieder hun eigen kosten.

24      Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001 provides that, upon opposition by the proprietor of an earlier trade mark, the trade mark applied for must not be registered if, because of its identity with, or similarity to, the earlier trade mark and the identity or similarity of the goods or services covered by the trade marks, there exists a likelihood of confusion on the part of the public in the territory in which the earlier trade mark is protected. The likelihood of confusion includes the likelihood of association with the earlier trade mark.

57      Where some elements are descriptive of the goods and services in respect of which the mark is protected or the goods and services covered by the application for registration, those elements are recognised as having only a low, or even very low, distinctive character (see, to that effect, judgments of 12 September 2007, Koipe v OHIM – Aceites del Sur (La Española), T‑363/04, EU:T:2007:264, paragraph 92, and of 13 December 2007, el charcutero artesano, T‑242/06, not published, EU:T:2007:391, paragraph 52). Most often, it will be possible to recognise those elements as having distinctive character only because of their combination with the other elements of the mark. Owing to their low, or even very low, distinctive character, descriptive elements of a trade mark are not generally regarded by the public as being dominant in the overall impression conveyed by that mark, unless, particularly because of their position or their size, they appear likely to make an impression on the public and to be remembered by it (see, to that effect, judgment of 13 December 2007, el charcutero artesano, T‑242/06, not published, EU:T:2007:391, paragraph 53 and the case-law cited).

58      In the present case, the Board of Appeal recognised the distinctive character of the element ‘collector’, which is common to the marks at issue, by finding that it had no clear meaning in relation to the goods and services concerned, even though it had meaning for the English-speaking public.

78      Since that assessment was not vitiated by error, the Board of Appeal correctly found that the word element ‘cluster’ was descriptive with regard to some of the goods and services at issue, in order to conclude that it was weakly distinctive.

111    In the light of the foregoing considerations, the Board of Appeal correctly found that there was a likelihood of confusion by concluding, in accordance with the principle of interdependence of the relevant factors referred to in paragraph 99 above, that the differences between the marks at issue, due to weak or non-distinctive elements, would be attenuated in the present case by the similarity, or even by the identity, of the goods and services at issue, and by the similarity of the signs at issue resulting from the presence of a distinctive common element, that is so despite the possibly high level of attention of the relevant public, since that public only rarely has the opportunity to compare those marks directly and that public may be targeted through the same distribution channels.