IEFBE 2915

Gedrag Converse strookt niet met verwachting redelijke procespartij

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 16 juli 2019, IEF 18598, IEFbe 2915 (Converse tegen Carrefour) Merkenrecht. Converse is een Amerikaans schoenenfabrikant die schoenen produceert. Carrefour maakt deel uit van de Carrefour Groep. Converse voert diverse procedures over haar merken in Nederland en België. Twee toeleveranciers van Carrefour, Sporttrading en Leisure and Sports Gear NV kwamen vrijwillig tussen in de procedure. Converse stelt dat er sprake is van merkinbreuk op de litigieuze schoenen door Carrefour en vordert onder meer schorsing van de procedure. De vorderingen van Converse worden afgewezen.

4.1 Strafklacht
12. Converse heeft niettemin pas op 8 maart 2018, na bijna 10 jaar procederen en op de tweede zittingsdatum waarop de zaak voor behandeling was vastgesteld, een strafklacht ingediend. Het duurde vervolgens nog tot de zitting op 7 juni 2018 vooraleer Converse de volledige strafklacht en lijst van betrokken stukken heeft voorgelegd.

Dit strookt niet met het gedrag dat van een redelijke procespartij mag worden verwacht.

De rechtbank besluit, op basis van het voorgaande, dat het verzoek tot schorsing van deze procedure op grond van artikel 4 V.T. Sv. ongegrond is.

4.2 Burgerlijke valsheidsvordering
14. De rechtbank treedt voorts verweerders bij dat ook de burgerlijke valsheidsvordering van Converse op (proces-) rechtsmisbruik wijst. 

Behoudens de getuigenverhoren van X en X, die in grote mate een bevestiging zijn van hun eerdere verklaringen, maken de van valsheid betichte stukken reeds geruime tijd deel uit van het dossier, en dit ook reeds op het ogenblik waarop de zaak op 30 januari 2015 een eerste keer door de 9de kamer van deze rechtbank werd bepleit.

Converse heeft evenwel pas voor het eerst in haar zesde syntheseconclusie van 14 april 2017 een burgerlijke valsheidsvordering tegen deze stukken ingesteld. Dit strookt opnieuw niet met het gedrag dat van een redelijke procespartij mag worden verwacht.

De rechtbank wijst de burgerlijke valsheidsvordering van Converse dan ook af.

4.3.1 Beweerde namaak
De rechtbank volgt verweerders die stelden dat uit eenzijdige verklaringen van eigen personeel, die Converse zelf heeft verschaft en die niet op verifieerbare objectieve elementen steunen, geen bewijs van namaak kan worden afgeleid: "De verklaringen blijken bovendien ook niet consistent te zijn en eerdere verklaringen of door Converse ingenomen standpunten tegen te spreken."
22. Bij gebrek aan het bewijs van duidelijke op schrift gestelde echtheidskenmerken die in 2008 consistent werden toegepast en waaraan de beweerde namaakschoenen - in tegenstelling tot de authentieke schoenen - niet zouden beantwoorden, bewijst Converse niet dat de door Sporttrading aan Carrefour geleverde Converse schoenen namaak uitmaken.

De vordering van Converse op grond van namaak is bijgevolg ongegrond.

4.3.2 Uitputting van het merkenrecht
De bewijslast van uitputting rust in principe op de partij die zich er op beroept.  In toepassing van het arrest 'Van Doren' van 8 april 2003 van het Hof van Justitie beslist de ondernemingsrechtbank te Brussel dat de bewijslast moet worden omgekeerd. Na studie van de feiten zoals aangebracht door verweerders, dient te worden besloten dat er een reëel gevaar voor marktafbakening bestaat wegens de aanwezigheid van een exclusief distributiesysteem.
 
De rechtbank stelt vast dat Converse niet bewijst dat Converse de litigieuze schoenen buiten de EER op de markt heeft gebracht. Van de aangevoerde merkinbreuk ligt bijgevolg geen bewijs voor.

De vorderingen van Converse worden  over de hele lijn afgewezen.