IEFBE 3096

Geen inbreuk op octrooi tankwagen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 23 juni 2020, IEFbe 3096; A/19/00996 (RCS tegen Top-Off) Octrooirecht. RCS Rabotage (RCS) vorderde dat Top-Off zou worden verboden inbreuk te maken op haar Belgisch octrooi BE 1021628. Dit octrooi biedt bescherming voor een tankwagen die is uitgerust om kalkmelk te sproeien op de kleeflagen van asfaltbedekkingen. Die techniek wordt toegepast om te voorkomen dat de kleeflaag wordt beschadigd door werfverkeer. Het octrooi vereist onder meer dat de sproeikoppen op de sproeibalk zijn uitgerust met een keerschot om de kalkmelk van richting te doen veranderen. De inbreukvordering wordt ongegrond verklaard. De sproeikoppen van de tankwagen van TPF vertonen geen keerschot. Ook is er geen sprake van inbreuk bij equivalent. In de beschrijving worden de functies van het keerschot expliciet vermeld. RCS heeft niet aangetoond dat de sproeikoppen in de tankwagen de in het octrooi vermelde functies vervullen. Omdat de inbreukvordering werd afgewezen en TPF slechts in ondergeschikte orde de nietigheid van het octrooi vordert, wordt deze vordering zonder voorwerp verklaard.

5.1.1. (…) Zelfs wanneer de wand die RCS, tegen de vaststellingen van de deskundige in, als keerschot heeft aangeduid dan moet toch vastgesteld worden dat deze niet gericht is naar de sproeirichting minstens dat deze wand niet de functie heeft om de kalkmelk die in de sproeikop stroomt van richting te doen veranderen. Het gericht zijn naar de sproeirichting wordt nochtans uitdrukkelijk opgeëist in de octrooiconclusie. De rechtbank is van oordeel dat kenmerk 12 van BE 628, een keerschot gericht naar de sproeirichting, niet als aanwezig werd vastgesteld in de door TPF gebruikte tankwagen met sproeibalk voorzien van sproeikoppen en om die reden geen letterlijke inbreuk als bewezen voorkomt. De vordering van RCS wordt op dit punt afgewezen als ongegrond.

5.1.2. (…) De rechtbank is van oordeel dat de functie van kenmerk 12 van BE 628, een keerschot gericht naar de sproeirichting om een sproeirichting te bekomen waarvan de oriëntatie evenwijdig is aan een oriëntatie van de achterzijde van de genoemde tankwagen naar genoemde voorzijde van genoemde tankwagen, niet als aanwezig werd vastgesteld in de door TPF gebruikte tankwagen met sproeibalk voorzien van sproeikoppen en om die reden geen inbreuk bij equivalent als bewezen voorkomt. De rechtbank wijst om redenen als hierboven uiteengezet de vorderingen op hoofdeis in hoofd- en ondergeschikte orde af als ongegrond.