Gepubliceerd op woensdag 25 maart 2026
IEFBE 4154
Gerecht EU - Tribunal UE ||
10 dec 2025
Gerecht EU - Tribunal UE 10 dec 2025, IEFBE 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

Het Gerecht verwerpt het beroep volledig. Het oordeelt dat het EUIPO bij het toestaan van onderzoeksmaatregelen en een mondelinge behandeling over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt, en dat de weigering daarvan in dit geval geen kennelijke beoordelingsfout of machtsmisbruik opleverde. LTV had onvoldoende onderbouwd waarom zij geen schriftelijke verklaringen, deskundigenrapporten of andere documentatie over de gestelde openbaarmaking kon overleggen. Verder bevestigt het Gerecht dat het voorwerp van een nietigheidsprocedure wordt afgebakend door de oudere modellen die al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek zijn genoemd; daarom mochten de in beroep voor het eerst ingebrachte oudere modellen uit bijlagen AB tot en met AK niet meer worden meegenomen. Omdat de openbaarmaking van de wel toegelaten oudere modellen niet was bewezen, hoefde de Kamer van Beroep niet meer te onderzoeken of die modellen bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekten dan het bestreden model in de zin van artikel 6. Ook het betoog dat het model onvoldoende “onderscheidend” zou zijn ten opzichte van bekende verlichtingsarmaturen faalde, omdat dat geen zelfstandige nietigheidsgrond is onder het Uniemodellenrecht. Het beroep werd daarom afgewezen; LTV werd veroordeeld in haar eigen kosten en in die van interveniënt XAL, terwijl het EUIPO zijn eigen kosten droeg.

54      Il s’ensuit que la chambre de recours de l’EUIPO doit examiner les seuls dessins ou modèles antérieurs identifiés dans la demande en nullité, et non d’autres dessins ou modèles invoqués postérieurement à titre de dessins ou modèles antérieurs (voir, en ce sens, arrêt du 27 avril 2022, Caniveau d’évacuation de douche, T‑327/20, EU:T:2022:263, point 56).

55      En l’espèce, il est constant que les dessins ou modèles antérieurs, que la requérante a présentés dans les annexes AB à AK, pour la première fois devant la chambre de recours, n’ont pas été identifiés dans sa demande en nullité. Dans ces conditions, la chambre de recours ne pouvait pas prendre en compte ces dessins ou modèles aux fins d’examiner le caractère individuel du dessin ou modèle contesté.

56      Cette conclusion n’est pas remise en cause par les arguments de la requérante.