Modellenrecht - Droit des dessins et modèles

IEFBE 3474

Vordering tot nietigverklaring tafellampmodellen slaagt

Brussel - Bruxelles 6 nov 2018, IEFBE 3474; (Neoz tegen Imagilights), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-tot-nietigverklaring-tafellampmodellen-slaagt

Hof van Beroep Brussel 6 november 2018, IEFbe 3474; rolnr. 2017/AR/240 (Neoz tegen Imagilights) Imagilights is actief in het verkopen en ontwikkelen van verlichtingsapparatuur en in het bijzonder handelt zij in innovatieve tafellampen. Neoz is een Australisch bedrijf, actief in de verlichtingsindustrie en stelt dat de ontwerpen van Imagilights inbreuk maken op haar modelrechten. In eerste aanleg kreeg Neoz geen gelijk en dit wordt in hoger beroep bevestigd. Hierbij concludeert het hof dat de tafellampen in kwestie quasi-identiek zijn aan elkaar. De vordering tot nietigverklaring van de ingeschreven modellen in hoger beroep slaagt hierdoor, ook vanwege de omstandigheid dat er een eerdere kortstondige publicatie in 2010 geschiedde. Deze openbaarmaking is volgens het hof nieuwheidsschadelijk voor de inschrijving van de modellen.

IEFBE 3470

Inbreuk door Poolse onderneming door gebruik geldig gemeenschapsmodel

Brussel - Bruxelles 10 sep 2019, IEFBE 3470; (Tulplast tegen Del Ponti), http://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-door-poolse-onderneming-door-gebruik-geldig-gemeenschapsmodel

Hof van beroep Brussel 10 september 2019, IEFbe 3470; rolnr. 2015/AR/552 (Tulplast tegen Del Ponti) Del Ponti beheert meerdere gemeenschapsmodellen binnen haar portfolio, waaronder een gemeenschapsmodel betreffende een 'beugel'. Tulplast is een Poolse onderneming die volgens Del Ponti slaafse kopieën van een vergelijkbare beugel verkoopt. De rechter in eerste aanleg gaf gehoor aan de vorderingen van Del Ponti en Tulplast komt hiertegen in beroep. Het hof bevestigt dat het ingeschreven model geldig is en bevestigt het vonnis van de rechter in eerste aanleg. Overige maatregelen en vorderingen van zowel Del Ponti als Tulplast worden door het hof verworpen. Daarbij acht het hof aannemelijk dat het toegewezen stakingsbevel voldoende ontradend is om toekomstige inbreuken te voorkomen. 

IEFBE 3431

Gerecht EU: douchegoot is geldig model

Gerecht EU - Tribunal UE 27 apr 2022, IEFBE 3431; ECLI:EU:T:2022:263 (Nivelles tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-douchegoot-is-geldig-model

Gerecht EU 27 april 2022, IEF 20681, IEFbe 3431; ECLI:EU:T:2022:263 (Nivelles tegen EUIPO) In deze modelrechtzaak aan het Gerecht staat de inschrijving van douchegoten door het EUIPO centraal. Ook in een eerdere uitspraak zijn modellen van douchegoten aan bod gekomen bij het HvJ EU [IEF 17130], waarbij Nivelles ook partij was in de procedure tegen Easy Sanitary Solutions. In het onderhavige geval gaat het om een besluit van het EUIPO om het litigieuze model geldig te verklaren, waardoor deze kon worden ingeschreven binnen het modellenregister. Aldus Nivelles is deze geldigverklaring onjuist en dient dit besluit te worden vernietigd. Het Gerecht is het hier niet mee eens en verwerpt de aangedragen middelen van Nivelles. Hierbij waren ook de eerdere ingeschreven en beschikbare modellen van dit soort afvoerputjes in het geding, alhoewel op meer processuele gronden. Bij de vergelijking van de conflicterende modellen en een behandeling van het eigen karakter van het litigieuze model werden de overwegingen van het EUIPO verder bevestigd. Het Hof concludeert dus dat dit een geldig model betreft.
Tot slot wordt in bewijsrechtelijke zin nogmaals benadrukt dat bij weigering van een verzoek het geen fout is, wanneer de partij die het getuigenverhoor heeft ingediend, deze het getuigenverhoor ook schriftelijk had kunnen overleggen.

IEFBE 3410

HvJ EU: Nevenvorderingen beoordeeld naar recht van land waar inbreukmakende handelingen zijn verricht

HvJ EU - CJUE 3 mrt 2022, IEFBE 3410; ECLI:EU:C:2022:152 (Acacia tegen Bayerische Motoren Werke), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-nevenvorderingen-beoordeeld-naar-recht-van-land-waar-inbreukmakende-handelingen-zijn-verricht

HvJ EU 3 maart 2022, IEF 20626, IEFbe 3410; ECLI:EU:C:2022:152 (Acacia tegen Bayerische Motoren Werke) BMW is houder van een litigieus gemeenschapsmodel. Acacia produceert velgen voor motorvoertuigen en brengt deze op de markt in de EU. Dit zou volgens BMW inbreuk maken op het litigieuze gemeenschapsmodel, terwijl Acacia zich beroept op de reparatieclausule van artikel 110 VGM. De rechter in eerste aanleg wijst de vorderingen van BMW toe, met als gevolg dat Acacia de inbreuk op het modelrecht van BMW in Duitsland moet staken. De rechter heeft op de nevenvorderingen op grond van artikel 8(2) Rome II-verordening het Duitse recht toegepast. Volgens Acacia is het Italiaanse recht van toepassing. Hierover stelde het Oberlandesgericht Düsseldorf prejudiciële vragen [zie IEF 20282 voor de prejudiciële vragen].

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3359

Prejudiciële vragen over alternatieve modellen

HvJ EU - CJUE 21 dec 2021, IEFBE 3359; (Papierfabriek Doetinchem), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-alternatieve-modellen

Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland) 21 december 2021, IEF 20476, IEFbe 3359; C-684/21 (Papierfabriek Doetinchem) via MinBuza. Verzoekster is houder van het recht op een gemeenschapsmodel dat is ingeschreven en gepubliceerd (litigieus model) met betrekking tot een packing device. Verweerster verkocht een concurrerend product dat door verzoekster wordt beschouwd als een inbreuk op het litigieuze model. Verweerster is van mening dat het litigieuze model nietig is omdat alle kenmerken van het model uitsluitend worden bepaald door de technische functie van het voortbrengsel. Zij heeft een reconventionele vordering tot nietigverklaring van verzoeksters gemeenschapsmodel ingesteld. De rechter in eerste aanleg heeft haar vordering in reconventie afgewezen. Hij was van oordeel dat de kenmerken van het litigieuze model gezien het bestaan van een groot aantal ontwerpalternatieven niet uitsluitend worden bepaald door de technische functie ervan. In het hiertegen ingestelde hoger beroep heeft de verwijzende rechter de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model toegewezen.

IEFBE 3352

EUIPO vernietigt beslissing

EUIPO - BHIM - OHMI 29 nov 2021, IEFBE 3352; (Volkswagen Aktiengesellschaft), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-vernietigt-beslissing

EUIPO First Board of Appeal 29 november 2021, IEF 20466, IEFbe 3352; Case R 2421/2020-1 (Volkswagen Aktiengesellschaft) In een verzoekschrift in 2017 verzocht Volkswagen tot inschrijving van een beeldmerk. Bij beslissing van 25 april 2018 is de aanvraag afgewezen. Op 1 juni 2018 is tegen die beslissing beroep ingesteld. Bij beslissing van 30 oktober 2020 heeft de onderzoeker de aanvraag voor alle goederen en diensten die het onderwerp zijn van deze procedure afgewezen. The First Board of Appeal vernietigt de bestreden beslissing en wijst de vordering tot voortzetting van de inschrijvingsprocedure terug o.a. omdat verzoekster had bewezen dat het Bureau alle aanzichten van het vormmerk als beeldmerken al had ingeschreven. Uit het besluit blijkt niet waarom tot een andere conclusie is gekomen. 

IEFBE 3324

Litigieuze model wekt déjà-vu-indruk

Gerecht EU - Tribunal UE 10 nov 2021, IEFBE 3324; ECLI:EU:T:2021:782 (Eternit tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/litigieuze-model-wekt-d-j-vu-indruk

Gerecht EU 10 november 2021, IEF 20348 , IEFbe 3322 ; ECLI:EU:T:2021:782 (Eternit tegen EUIPO) Verzoekster, Eternit is houdster van het gemeenschapsmodel dat in 2014 bij EUIPO is aangevraagd en ingeschreven. In 2016 heeft interveniënte, Eternit Österreich GmbH een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model ingediend. Interveniënte voerde aan dat het litigieuze model niet nieuw was in de zin van artikel 5 van verordening nr. 6/2002, dat het geen eigen karakter had in de zin van artikel 6 van deze verordening en dat de uiterlijke kenmerken ervan uitsluitend door de technische functie werden bepaald in de zin van artikel 8, lid 1, van deze verordening. De nietigheidsafdeling verklaarde het litigieuze model nietig omdat het geen eigen karakter heeft ten opzichte van een model dat in 2013 openbaar was gemaakt in een brochure. Verzoekster heeft bij het EUIPO beroep ingesteld tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling. De derde kamer van beroep van het EUIPO heeft het beroep verworpen op grond dat het litigieuze model geen eigen karakter had aangezien het voor de geïnformeerde gebruiker in het algemeen overeenstemde met het oudere model. Eternit verzoekt nu het Gerecht deze beslissing te vernietigen. Het beroep wordt verworpen omdat het litigieuze model bij de geïnformeerde gebruiker een déjà-vu-indruk ten opzichte van het oudere model wekt.

IEFBE 3307

HvJ EU: Ferrari tegen Mansory Design

HvJ EU - CJUE 28 okt 2021, IEFBE 3307; ECLI:EU:C:2021:889 (Ferrari tegen Mansory Design), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-ferrari-tegen-mansory-design

HvJ EU 28 oktober 2021, IEF 20278, IEFbe 3307; ECLI:EU:C:2021:889 (Ferrari tegen Mansory Design) Het Duitse Bundesgerichtshof waarbij Ferrari beroep in Revision heeft ingesteld, heeft het Hof verzocht te verduidelijken of de beschikbaarstelling voor het publiek van afbeeldingen van een voortbrengsel, zoals de publicatie van foto’s van een voertuig, de beschikbaarstelling voor het publiek van een model van een deel of onderdeel van dat voortbrengsel met zich mee kan brengen, en, zo ja, in hoeverre de verschijningsvorm van dat deel of onderdeel zelfstandig moet zijn ten opzichte van het voortbrengsel in zijn geheel, teneinde te kunnen onderzoeken of deze verschijningsvorm een eigen karakter heeft [IEF 19172].
In zijn prejudiciële beslissing oordeelt het Hof met name dat het Unierecht aldus moet worden uitgelegd dat de beschikbaarstelling voor het publiek van afbeeldingen van een voortbrengsel, zoals de publicatie van foto’s van een voertuig, met zich meebrengt dat een model van een deel van dat voortbrengsel of van een onderdeel van dat voortbrengsel als samengesteld voortbrengsel voor het publiek beschikbaar wordt gesteld, op voorwaarde dat bij die beschikbaarstelling de verschijningsvorm van dat deel of onderdeel duidelijk herkenbaar is. Zie ook de officiële samenvatting van deze uitspraak en de conclusie van de A-G [IEF 20129].