Modellenrecht - Droit des dessins et modèles

IEFBE 3263

EUIPO Board of Appeal bevestigt ongeldigheid vijf modelregistraties waterballonvullers Tinnus

EUIPO - BHIM - OHMI 1 jul 2021, IEFBE 3263; (Tinnus tegen Koopman), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-board-of-appeal-bevestigt-ongeldigheid-vijf-modelregistraties-waterballonvullers-tinnus

EUIPO Board of Appeal 1 juli 2021, 5 juli 2021, IEF 20136, IEFbe 3263; (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International) Het volgende hoofdstuk in de waterballonsaga. Op 2 juni 2019 sprak The Boards of Appeal de ongeldigheid uit van de modelregistratie van Tinnus voor één van de modellen voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. Die uitspraak werd bevestigd door het Gerecht van de Europese Unie [IEF 19589]. In het daarop volgende appel bij het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 mei 2021 [IEF 19961] werd Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk verklaard. The Boards of Appeal bevestigt nu om diezelfde reden de ongeldigheid van 5 overeenkomstige registraties voor het ontwerp van een waterballonvuller, geregistreerd door Tinnus. De DOCERAM-uitspraak van het HvJ EU wordt wederom toegepast [IEF 17542 en zie ook IEF 17701 en IEF 18001] waarin de ‘multiplicity of forms’ theorie is afgewezen en bevestigt dat het bestaan van technische alternatieven niet betekent dat het model niet technisch is bepaald. Zie ook [IEF 18538, IEFbe 2904].

IEFBE 3243

Verzoek om schadedeskundige afgewezen

25 mei 2021, IEFBE 3243; http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schadedeskundige-afgewezen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 25 mei 2021, IEF 20063, IEFbe 3243; A/20/00670 (Del Ponti tegen Tulplast) Deze zaak maakt deel uit van een breder geschil tussen Del Ponti (een onderneming naar Belgisch recht) en Tulplast (een onderneming naar Pools recht) dat in 2014 begon voor de stakingsrechter te Brussel werd aangespannen. Del Ponti beschuldigde Tulplast ervan een van zijn producten te hebben gereproduceerd en gekopieerd in strijd met haar bij het OHIM geregistreerde model. Zowel de eerste rechter als de beroepsrechter bevestigden de inbreuk van Tulplast en bevallen ze derhalve de staking ervan.
In een daaropvolgende schadevergoedingsprocedure die eind 2019 werd ingeleid vorderde Del Ponti vergoeding van de schade die zij beweerde te hebben geleden. Del Ponti verzocht, in hoofdorde, de veroordeling van Tulplast tot betaling van een schadevergoeding, provisioneel begroot op 1.000.000 (later in de procedure verminderd tot 250.000) EUR en, ondergeschikt, deskundige aan te stellen ten einde haar schade concreet te begroten.

IEFBE 3230

HvJ EU: Vorderingen Yokohama ongegrond en niet-ontvankelijk

HvJ EU - CJUE 3 jun 2021, IEFBE 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-vorderingen-yokohama-ongegrond-en-niet-ontvankelijk

HvJ EU 3 juni 2021, IEF 20000, IEFbe 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli)  Yokohama en het EUIPO vorderen in deze zaak vernietiging van een eerder arrest. In dit eerdere arrest heeft het Gerecht een beslissing van het EUIPO vernietigd [IEF 18097]. In het kort houdt deze zaak in dat Yokohama een door Pirelli ingeschreven model voor banden nietig wil laten verklaren, omdat er volgens Yokohama sprake is van wezenlijke kenmerken van dit merk die uitsluitend functioneel zijn. Het Hof bevestigt in deze zaak het oordeel van het Gerecht, dat het ingeschreven merk er niet toe leidt dat Pirelli haar concurrenten kan verbieden om vergelijkbare vormen van banden te verhandelen, wanneer een dergelijke vorm in combinatie met andere elementen van het loopvlak van een band een vorm oplevert die verschilt van elk van deze elementen afzonderlijk. Echter, alle door Yokohama nieuw aangevoerde verweren worden niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. 

IEFBE 3220

HvJ EU verklaart Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk

HvJ EU - CJUE 5 mei 2021, IEFBE 3220; ECLI:EU:C:2021:357 (Tinnus Entreprises tegen EUIPO en Koopman International), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verklaart-tinnus-enterprises-niet-ontvankelijk

HvJ EU  5 mei 2021, IEF 19961, IEFbe 3220; ECLI:EU:C:2021:357 (Tinnus Entreprises tegen EUIPO en Koopman International) Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk verklaard in haar appel tegen de uitspraak van het Gerecht van de Europese Unie van 18 november 2020 [IEF 19589], waarin werd geoordeeld dat zowel de Invalidity Division als de Boards of Appeal van het EUIPO terecht de ongeldigheid hebben uitgesproken van de modelregistratie van Tinnus voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. Tinnus heeft naar het inzicht van het Hof onvoldoende aangetoond dat in de hogere voorziening een vraag aan de orde is die van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie.
Vastgesteld wordt dat Tinnus zelf heeft erkend dat de vier afzonderlijke elementen van de ballonvuller – die waren beoordeeld als volledig technisch bepaald - wel degelijk de kenmerken van het uiterlijk vormden. Een verder nieuwheidsonderzoek was dus niet nodig. Voor zover werd gesteld dat de criteria van het arrest van 8 maart 2018, DOCERAM [IEF 17542] onjuist zouden zijn toegepast, heeft Tinnus nagelaten aan te geven welke criteria volgens haar onjuist zijn toegepast. Bovendien is niet door Tinnus aangegeven of er überhaupt een vraagstuk speelt dat van belang is voor de eenheid, de samenhang of de ontwikkeling van het recht van de Unie. Het verzoek om verdere behandeling wordt daarom afgewezen.
 

IEFBE 3214

Gebruikelijk tegelpatroon leidt niet tot modelinbreuk

Brussel - Bruxelles 30 mrt 2021, IEFBE 3214; (Grosfillex tegen Dumaplast), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebruikelijk-tegelpatroon-leidt-niet-tot-modelinbreuk

Hof van beroep Brussel 30 maart 2021, IEF 19943, IEFbe 3214; 2015/AR/1943 (Grosfillex tegen Dumaplast)  Grosfillex is sedert 2012 houder van een Gemeenschapsmodel voor een decoratief paneel, voornamelijk gebruikt in badkamers. Dumaplast brengt eveneens quasi identieke decoratieve panelen op de markt. Grosfillex betoogt dat Dumaplast inbreuk pleegt op haar Gemeenschapsmodel. Dumaplast vordert van haar kant de nietigverklaring van het Gemeenschapsmodel wegens gebrek aan eigen karakter. Dumaplast steunt daarbij op enkele anterioriteiten waarvan de meest relevante het tegelpatroon is uit 2011 dat wordt toegepast op keramische tegels. Met extensieve verwijzing naar het Group Nivelles arrest van het Hof van Justitie (C-361/15P), oordeelt het Hof van Beroep te Brussel dat bij de beoordeling van het eigen karakter wel degelijk rekening moet worden gehouden met het oudere model niettegenstaande de vaststelling dat het ouder model (keramische wandtegels) tot een andere sector behoort dan het Gemeenschapsmodel (wandpanelen).

IEFBE 3202

Meubels wel beschermd, maar geen auteursrechtelijke schending

Antwerpen - Anvers 24 mrt 2021, IEFBE 3202; (Het Heerenhuis tegen Strak), http://www.ie-forum.be/artikelen/meubels-wel-beschermd-maar-geen-auteursrechtelijke-schending

Hof van Beroep Antwerpen 24 maart 2021, IEF 19884, IEFbe 3202, 2018/AR/2178 (Het Heerenhuis tegen Strak) Het Heerenhuis is een meubelmakerij uit Antwerpen die o.a. een bepaald type fauteuil en bijzettafel produceert. Geïntimeerden hebben de auteursrechten op deze producten geschonden volgens Het Heerenhuis. Deze vordert dan ook van het hof dat geïntimeerden de onderstelde schending staken op straffe van verscheidene dwangsommen. Het Heerenhuis vordert daarbovenop een zeer hoge schadevergoeding van geïntimeerden op basis van gederfde winst en geleden verlies. Het hof verklaart voor recht dat de fauteuil en de bijzettafel auteursrechtelijke bescherming toekomen, maar wijst alle overige vorderingen af. 

IEFBE 3112

Eindbeslissing EUIPO in Nomenta tegen Nikki

EUIPO - BHIM - OHMI 14 nov 2019, IEFBE 3112; (Nomenta tegen Nikki), http://www.ie-forum.be/artikelen/eindbeslissing-euipo-in-nomenta-tegen-nikki

EUIPO 14 november 2019, IEF 19347, IEFbe 3112; 106284, 106283, 105019, 106282 (Nomenta tegen Nikki) Modellenrecht. Op 14 november 2019 heeft het EUIPO vier separate beslissingen genomen, maar met dezelfde inhoud. Het gaat om een eindbeslissing, want Nomenta is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Nikki.Amsterdam BV heeft bij het EUIPO een vordering ingediend tot nietigverklaring voor een viervoudig Internationaal model met bescherming in de EU van Nomenta Technologies (Guangzhou) (Nomenta GZ). Op 14 november 2019 heeft het EUIPO geoordeeld dat het viervoudige model nietig is in de EU op grond van art. 25 (1)(b) Gemeenschapsmodellenverordening (GMoVo) jo. art. 5 en art. 6 GMoVo. Nomenta heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld, maar het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard waardoor de besluiten van het EUIPO van kracht blijven. Een model wordt door de GMoVo door het modelrecht beschermd, indien het model ‘nieuw’ is (art. 5 GMoVo) en een ‘eigen karakter’ heeft (art. 6 GMoVo). In de nietigheidsprocedure heeft Nikki.Amsterdam gesteld (en bewezen) dat het viervoudige model van Nomenta niet voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, omdat er eerder modellen aan het publiek beschikbaar zijn gesteld die geen andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruikers wekken. Nikki.Amsterdam voert aan dat de door haar op de markt gebrachte ‘The.Lampion’ geen andere algemene indruk wekt dan het viervoudige model van Nomenta. Het model van Nomenta GZ is geregistreerd op 6 november 2017. Tussen 2 maart 2017 en 6 april 2017 heeft Nikki.Amsterdam diverse foto’s gepubliceerd van ‘The.Lampion’ op haar Facebook- en Instagram account. Het EUIPO komt tot de conclusie dat het model van Nomenta GZ geen andere algemene indruk wekt dan het eerdere model ‘The.Lampion’. De beperkte verschillen tussen de twee modellen, namelijk de lijnen van het decoratieve oppervlak (licht golvend versus recht) en de handvatten (eenvoudig versus gedecoreerd met een bout) zijn onvoldoende om van uiteenlopende algemene indrukken te spreken. Het model van Nomenta GZ heeft kenmerken van het eerdere model ‘The.Lampion’ die willekeurig zijn gekozen, en die niet onderhevig zijn aan een technische noodzaak die Nomenta GZ verplicht een bepaalde grootte en vorm aan te nemen. Op grond van het bovenstaande komt het EUIPO tot de conclusie dat bij het model van Nomenta GZ het eigen karakter in de zin van art. 6 GMoVo ontbreekt en dus wordt de vordering van Nikki.Amsterdam tot nietigheidsverklaring toegewezen. Nomenta GZ wordt als de verliezende partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

IEFBE 3110

Vordering gegrond op Gemeenschapsmodellenverordening: rechtbank onbevoegd

Overig - Autres 4 mrt 2020, IEFBE 3110; (SaS Ohara tegen Tawo), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-gegrond-op-gemeenschapsmodellenverordening-rechtbank-onbevoegd

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 4 maart 2020, IEFbe 3110; A/19/07579 (SaS Ohara tegen Tawo) Modellenrecht. SaS Ohara stelt dat Tawo producten op de markt heeft gebracht die identiek zijn aan hun model van de armband “Feather Cuff”. Tawo voert als verweer aan dat de eisende partijen hun vordering minstens ten dele enten op het gemeenschapsmodellenrecht. Enkel de ondernemingsrechtbanken te Brussel zijn bevoegd om van dergelijke vorderingen kennis te nemen. In de dagvaarding wordt de vordering expliciet gebaseerd op de Gemeenschapsmodellenrechtverordening. Hoewel de eisende partijen de verwijzing naar die verordening hebben weggehaald, blijft de veelvuldige verwijzing naar het begrip “model” gehandhaafd. Aangezien de materiële bevoegdheid mede wordt bepaald aan de hand van de bewoordingen van de dagvaarding, wordt geconcludeerd dat de Ondernemingsrechtbank Antwerpen onbevoegd is.