Modellenrecht - Droit des dessins et modèles

IEFBE 3112

Eindbeslissing EUIPO in Nomenta tegen Nikki

EUIPO - BHIM - OHMI 14 nov 2019, IEFBE 3112; (Nomenta tegen Nikki), http://www.ie-forum.be/artikelen/eindbeslissing-euipo-in-nomenta-tegen-nikki

EUIPO 14 november 2019, IEF 19347, IEFbe 3112; 106284, 106283, 105019, 106282 (Nomenta tegen Nikki) Modellenrecht. Op 14 november 2019 heeft het EUIPO vier separate beslissingen genomen, maar met dezelfde inhoud. Het gaat om een eindbeslissing, want Nomenta is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. Nikki.Amsterdam BV heeft bij het EUIPO een vordering ingediend tot nietigverklaring voor een viervoudig Internationaal model met bescherming in de EU van Nomenta Technologies (Guangzhou) (Nomenta GZ). Op 14 november 2019 heeft het EUIPO geoordeeld dat het viervoudige model nietig is in de EU op grond van art. 25 (1)(b) Gemeenschapsmodellenverordening (GMoVo) jo. art. 5 en art. 6 GMoVo. Nomenta heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld, maar het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard waardoor de besluiten van het EUIPO van kracht blijven. Een model wordt door de GMoVo door het modelrecht beschermd, indien het model ‘nieuw’ is (art. 5 GMoVo) en een ‘eigen karakter’ heeft (art. 6 GMoVo). In de nietigheidsprocedure heeft Nikki.Amsterdam gesteld (en bewezen) dat het viervoudige model van Nomenta niet voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, omdat er eerder modellen aan het publiek beschikbaar zijn gesteld die geen andere algemene indruk bij de geïnformeerde gebruikers wekken. Nikki.Amsterdam voert aan dat de door haar op de markt gebrachte ‘The.Lampion’ geen andere algemene indruk wekt dan het viervoudige model van Nomenta. Het model van Nomenta GZ is geregistreerd op 6 november 2017. Tussen 2 maart 2017 en 6 april 2017 heeft Nikki.Amsterdam diverse foto’s gepubliceerd van ‘The.Lampion’ op haar Facebook- en Instagram account. Het EUIPO komt tot de conclusie dat het model van Nomenta GZ geen andere algemene indruk wekt dan het eerdere model ‘The.Lampion’. De beperkte verschillen tussen de twee modellen, namelijk de lijnen van het decoratieve oppervlak (licht golvend versus recht) en de handvatten (eenvoudig versus gedecoreerd met een bout) zijn onvoldoende om van uiteenlopende algemene indrukken te spreken. Het model van Nomenta GZ heeft kenmerken van het eerdere model ‘The.Lampion’ die willekeurig zijn gekozen, en die niet onderhevig zijn aan een technische noodzaak die Nomenta GZ verplicht een bepaalde grootte en vorm aan te nemen. Op grond van het bovenstaande komt het EUIPO tot de conclusie dat bij het model van Nomenta GZ het eigen karakter in de zin van art. 6 GMoVo ontbreekt en dus wordt de vordering van Nikki.Amsterdam tot nietigheidsverklaring toegewezen. Nomenta GZ wordt als de verliezende partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

IEFBE 3110

Vordering gegrond op Gemeenschapsmodellenverordening: rechtbank onbevoegd

Overig - Autres 4 mrt 2020, IEFBE 3110; (SaS Ohara tegen Tawo), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-gegrond-op-gemeenschapsmodellenverordening-rechtbank-onbevoegd

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 4 maart 2020, IEFbe 3110; A/19/07579 (SaS Ohara tegen Tawo) Modellenrecht. SaS Ohara stelt dat Tawo producten op de markt heeft gebracht die identiek zijn aan hun model van de armband “Feather Cuff”. Tawo voert als verweer aan dat de eisende partijen hun vordering minstens ten dele enten op het gemeenschapsmodellenrecht. Enkel de ondernemingsrechtbanken te Brussel zijn bevoegd om van dergelijke vorderingen kennis te nemen. In de dagvaarding wordt de vordering expliciet gebaseerd op de Gemeenschapsmodellenrechtverordening. Hoewel de eisende partijen de verwijzing naar die verordening hebben weggehaald, blijft de veelvuldige verwijzing naar het begrip “model” gehandhaafd. Aangezien de materiële bevoegdheid mede wordt bepaald aan de hand van de bewoordingen van de dagvaarding, wordt geconcludeerd dat de Ondernemingsrechtbank Antwerpen onbevoegd is.

IEFBE 3085

Geen herziening beslissing kamer van beroep EUIPO door Gerecht EU

Gerecht EU - Tribunal UE 10 jun 2020, IEFBE 3085; ECLI:EU:T:2020:255 (L. Oliva Torras tegen EUIPO en Mecánica del Frío), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-herziening-beslissing-kamer-van-beroep-euipo-door-gerecht-eu

Gerecht EU (Negende kamer) 10 juni 2020, IEF 19270, IEFbe 3085; ECLI:EU:T:2020:255 (L. Oliva Torras tegen EUIPO en Mecánica del Frío) Interveniënte heeft op 10 april 2013 bij het EUIPO een aanvraag tot inschrijving van een Gemeenschapsmodel ingediend. Het gaat om een type koppeling dat wordt gebruikt om koel- en klimaatregelingsapparatuur met een motorvoertuig te verbinden en wordt op 10 april 2013 ingeschreven en op 22 april 2013 gepubliceerd. Verzoekster doet een aanvraag tot inschrijving van een Gemeenschapsmodel op 22 augustus 2014. Dit Gemeenschapsmodel (hierna: litigieuze model) wordt ingeschreven op 22 augustus 2014 en gepubliceerd op 26 augustus 2014. Dit laatste model is in 2014 nietig verklaard - na een vordering tot nietigverklaring van interveniënte - wegens het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter. In 2016 heeft verzoekster nietigheid van het litigieuze model ingediend. Deze vordering werd afgewezen door de nietigheidsafdeling, omdat het enige model daarvan de eerdere beschikbaarstelling voor het publiek was aangetoond, niet kon afdoen aan de nieuwheid en het eigen karakter van het litigieuze model. Hiertegen stelt verzoekster beroep in bij de kamer van beroep van het EUIPO. De kamer van beroep verwerpt het beroep, waarop de zaak bij het Gerecht komt.

IEFBE 2976

Merkinbreuk door gebruik tekens zonder toestemming

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 26 sep 2019, IEFBE 2976; (Traxxas tegen JSP), http://www.ie-forum.be/artikelen/merkinbreuk-door-gebruik-tekens-zonder-toestemming

Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 26 september 2019, IEFbe 2976; (Traxxas tegen JSP) Traxxas is een Amerikaanse producent die radiogeleide of telegeleide voertuigen en accessoires, zoals elektrische connectoren, aanbiedt. JSP houdt zich bezig met de verdeling van radiografisch gestuurd modelspeelgoed in Europa. Zij verdeelt verschillende merkproducten in de sector van telegeleide modelbouw in de Benelux en daarbuiten. JSP verdeelde verschillende producten die zij aan had gekocht bij Traxxas in het kader van een mondelinge, niet-exclusieve distributieovereenkomst van onbepaalde duur. Er is een geschil ontstaan over de beëindiging van die distributierelatie door Traxxas en de intellectuele eigendomsrechten van partijen. Traxxas is houdster van verschillende internationale merken, waaronder het woord- en beeldmerk TRX4, en van een octrooi voor een 'Elektrisch verbindingssamenstel'. Traxxas verwijt JSP o.a. merkinbreuk te plegen door zonder haar toestemming originele Traxxas connectoren te verhandelen met het opschrift 'TRX'. Wat de merkinbreuk betreft is niet bewezen geacht dat Traxxas afstand zou hebben gedaan om zich tegen het gebruik van haar merken door JSP te verzetten. Wat de modellen betreft, is onvoldoende gebleken of de connectoren bij normaal gebruik zichtbaar blijven wanneer zij verwerkt zijn in een modelauto en of er andere zichtbare kenmerken zijn die aan de voorwaarden inzake nieuwheid en een eigen karakter voldoen. Omdat de merkinbreuk een onrechtmatig voordeel voor JSP kan opleveren, is tevens sprake van misleidende handelspraktijken.

IEFBE 2938

HvJ EU: geen auteursrechtelijke bescherming modellen louter vanwege esthetisch effect

HvJ EU - CJUE 12 sep 2019, IEFBE 2938; ECLI:EU:C:2019:721https://redactie-delex.netcon.nl/articles/add (Cofemel tegen G-Star Raw), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-auteursrechtelijke-bescherming-modellen-louter-vanwege-esthetisch-effect

HvJ EU 12 september 2019, IEF 18680, IEFbe 2938; ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel tegen G-Star Raw) Bij de Supremo Tribunal de Justica in Portugal is een procedure gestart tussen Cofemel en G-Star naar aanleiding van G-Stars beschuldigingen dat Cofemel jeans, sweatshirts en T-shirts zou hebben geproduceerd en verkocht die namaak vormen op de eigen modellen van G-Star. Cofemel zou inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van G-Star. Auteursrechten overeenkomstig de richtlijn inzake het auteursrecht komen toe aan auteurs van "werken". Dit geeft de auteur het exclusieve recht om reproductie, mededeling aan het publiek en distributie toe te staan of te verbieden. Daarnaast bestaat voor modellen afzonderlijke bescherming, gebaseerd op de richtlijn inzake de rechtsbescherming van modellen en de verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Naar nationaal Portugees recht bestaat daarnaast nog de mogelijkheid om tekeningen en modellen auteursrechtelijk te beschermen, echter zonder aan te geven aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om deze bescherming en de daaraan verbonden rechten te kunnen uitoefenen. De rechtsvraag die centraal staat, luidt: staat de richtlijn inzake het auteursrecht in de weg aan auteursrechtelijke bescherming van modellen naar Portugees auteursrecht op grond van het teweegbrengen van een specifiek esthetisch effect?
De vraag of een model kan worden aangemerkt als "werk" heeft niet te maken met het esthetisch effect dat al dan niet teweeg wordt gebracht. Om van een "werk" te kunnen spreken is vereist: (i) het voorwerp in kwestie is met voldoende nauwkeurigheid en objectiviteit identificeerbaar, en (ii) het voorwerp is een intellectuele schepping waardoor de keuzevrijheid en de persoonlijkheid van de auteur worden weergespiegeld. Geconcludeerd wordt dat een specifiek esthetisch effect dat door een model wordt teweeggebracht niet rechtvaardigt dat dergelijke modellen als "werken" worden aangemerkt. Zie ook [IEF 17471] en [IEF 18448].

IEFBE 2921

Octrooi- en modelrechtinbreuk commercialisering mini-wallets

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 26 feb 2019, IEFBE 2921; (Secrid tegen Griffe J), http://www.ie-forum.be/artikelen/octrooi-en-modelrechtinbreuk-commercialisering-mini-wallets

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2921 (Griffe J tegen Secrid) Octrooirecht. Modellenrecht. Vervolg op IEFBE 2483. Verweerders ontwerpen en commercialiseren o.a. kaartbeschermers en mini-wallets en zijn houder van een Europees octrooi met de titel "Houder voor betaalkaarten" en houder van het modelrecht op het ontwerp van de mini-wallets. Eiser biedt eveneens mini-wallets aan via webshops. Verweerder heeft eiser in gebreke gesteld. Verweerder meent dat eiser na deze ingebrekestelling nog steeds de inbreukmakende producten aanbiedt. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stond toe dat er een beschrijvend en bewarend beslag werd gelegd. De vorderingen van eiser op derdenverzet waren ongegrond. In deze zaak vordert verweerder inbreuk op haar octrooirechten en modelrechten. Eiser vordert ongegrondverklaring van de vorderingen van verweerder. De rechtbank verklaart de vorderingen gegrond. Er is sprake van inbreuk op de octrooi- en modelrechten.

IEFBE 2878

Conclusie AG: criteria modellenbescherming niet toepassen op auteursrechtelijke bescherming

HvJ EU - CJUE 2 mei 2019, IEFBE 2878; (Cofemel tegen G-Star Raw CV), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-criteria-modellenbescherming-niet-toepassen-op-auteursrechtelijke-bescherming

Conclusie AG 2 mei 2019, IEF 18448, IEFbe 2878; ECLI:EU:C:2019:363 (Cofemel tegen G-Star Raw CV) Auteursrecht. Modellenrecht. G-Star stelde dat verzoekster inbreuk maakte op zijn auteursrecht door o.a. identieke kledingstukken. Cofemel bracht in dat de kledingstukken geen ‘artistieke creaties in juridische zin’ zijn, aangezien ze niet oorspronkelijk zijn en niet bekend is aan wie de desbetreffende auteursrechten toebehoren.
In tweede aanleg kwamen rechters tot de conclusie dat de broeken van het model ARC en het grafisch ontwerp van het model ROWDY auteursrechtelijk moeten worden beschermd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2(1)i van het Portugees wetboek van auteursrechten en de naburige rechten (hierna: CDADC). Gelet op de vernieuwende aard en oorspronkelijkheid ervan, evenals hun esthetische waarde, die vrucht is van de intellectuele schepping door de auteur ervan. Verzoekster Cofemel stelde cassatieberoep in bij de verwijzende rechter [IEF 17471].

IEFBE 2797

Vordering Pacovis tot nietigverklaring Gemeenschapsmodel borden afgewezen, totaalindruk verschilt

EUIPO - BHIM - OHMI 22 feb 2018, IEFBE 2797; (Pacovis tegen Natural Tableware), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-pacovis-tot-nietigverklaring-gemeenschapsmodel-borden-afgewezen-totaalindruk-verschilt

EUIPO 22 februari 2018, IEF 18130; IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware) Modelrecht. Pacovis stelt dat de borden van de serie "Ellipse" van Natural Tableware ontbreekt aan nieuwheid omdat Pacovis een zelfde design had gemaakt en gepubliceerd. Oordeel is echter dat deze borden niet geopenbaard zijn overeenkomstig art. 7 GModVo en nu dit een vereiste is voor het toepassen van art. 5 en 6 GModVo, is het niet nodig de verdere validiteit in overweging te nemen met betrekking tot deze borden. Pacovis stelt ook dat de borden niet voldoen aan een eigen karakter, omdat, gezien de totaalindruk wordt gewekt, deze niet van andere eerder geopenbaarde ontwerpen verschilt. Deze stelling is onjuist, in het licht van de algemene indruk die wordt gewekt bij de geÏnformeerde gebruiker, wijken de eerdere ontwerpen wel af. De ovale vormen zijn onregelmatig en de contouren en materialen zijn anders. De vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt afgewezen. Zie tevens onderstaande uitspraak.

Hof Amsterdam 20 maart 2018, IEF 18130, IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware). Procesrecht. Pacovis trekt het hoger beroep in, waarop Natural Tableware een proceskostenvergoeding vordert. Het hof wijst deze toe, op basis van het liquidatietarief.