Modellenrecht - Droit des dessins et modèles

IEFBE 3359

Prejudiciële vragen over alternatieve modellen

HvJ EU - CJUE 21 dec 2021, IEFBE 3359; (Papierfabriek Doetinchem), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-alternatieve-modellen

Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland) 21 december 2021, IEF 20476, IEFbe 3359; C-684/21 (Papierfabriek Doetinchem) via MinBuza. Verzoekster is houder van het recht op een gemeenschapsmodel dat is ingeschreven en gepubliceerd (litigieus model) met betrekking tot een packing device. Verweerster verkocht een concurrerend product dat door verzoekster wordt beschouwd als een inbreuk op het litigieuze model. Verweerster is van mening dat het litigieuze model nietig is omdat alle kenmerken van het model uitsluitend worden bepaald door de technische functie van het voortbrengsel. Zij heeft een reconventionele vordering tot nietigverklaring van verzoeksters gemeenschapsmodel ingesteld. De rechter in eerste aanleg heeft haar vordering in reconventie afgewezen. Hij was van oordeel dat de kenmerken van het litigieuze model gezien het bestaan van een groot aantal ontwerpalternatieven niet uitsluitend worden bepaald door de technische functie ervan. In het hiertegen ingestelde hoger beroep heeft de verwijzende rechter de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model toegewezen.

IEFBE 3352

EUIPO vernietigt beslissing

EUIPO - BHIM - OHMI 29 nov 2021, IEFBE 3352; (Volkswagen Aktiengesellschaft), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-vernietigt-beslissing

EUIPO First Board of Appeal 29 november 2021, IEF 20466, IEFbe 3352; Case R 2421/2020-1 (Volkswagen Aktiengesellschaft) In een verzoekschrift in 2017 verzocht Volkswagen tot inschrijving van een beeldmerk. Bij beslissing van 25 april 2018 is de aanvraag afgewezen. Op 1 juni 2018 is tegen die beslissing beroep ingesteld. Bij beslissing van 30 oktober 2020 heeft de onderzoeker de aanvraag voor alle goederen en diensten die het onderwerp zijn van deze procedure afgewezen. The First Board of Appeal vernietigt de bestreden beslissing en wijst de vordering tot voortzetting van de inschrijvingsprocedure terug o.a. omdat verzoekster had bewezen dat het Bureau alle aanzichten van het vormmerk als beeldmerken al had ingeschreven. Uit het besluit blijkt niet waarom tot een andere conclusie is gekomen. 

IEFBE 3324

Litigieuze model wekt déjà-vu-indruk

Gerecht EU - Tribunal UE 10 nov 2021, IEFBE 3324; ECLI:EU:T:2021:782 (Eternit tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/litigieuze-model-wekt-d-j-vu-indruk

Gerecht EU 10 november 2021, IEF 20348 , IEFbe 3322 ; ECLI:EU:T:2021:782 (Eternit tegen EUIPO) Verzoekster, Eternit is houdster van het gemeenschapsmodel dat in 2014 bij EUIPO is aangevraagd en ingeschreven. In 2016 heeft interveniënte, Eternit Österreich GmbH een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze model ingediend. Interveniënte voerde aan dat het litigieuze model niet nieuw was in de zin van artikel 5 van verordening nr. 6/2002, dat het geen eigen karakter had in de zin van artikel 6 van deze verordening en dat de uiterlijke kenmerken ervan uitsluitend door de technische functie werden bepaald in de zin van artikel 8, lid 1, van deze verordening. De nietigheidsafdeling verklaarde het litigieuze model nietig omdat het geen eigen karakter heeft ten opzichte van een model dat in 2013 openbaar was gemaakt in een brochure. Verzoekster heeft bij het EUIPO beroep ingesteld tegen de beslissing van de nietigheidsafdeling. De derde kamer van beroep van het EUIPO heeft het beroep verworpen op grond dat het litigieuze model geen eigen karakter had aangezien het voor de geïnformeerde gebruiker in het algemeen overeenstemde met het oudere model. Eternit verzoekt nu het Gerecht deze beslissing te vernietigen. Het beroep wordt verworpen omdat het litigieuze model bij de geïnformeerde gebruiker een déjà-vu-indruk ten opzichte van het oudere model wekt.

IEFBE 3307

HvJ EU: Ferrari tegen Mansory Design

HvJ EU - CJUE 28 okt 2021, IEFBE 3307; ECLI:EU:C:2021:889 (Ferrari tegen Mansory Design), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-ferrari-tegen-mansory-design

HvJ EU 28 oktober 2021, IEF 20278, IEFbe 3307; ECLI:EU:C:2021:889 (Ferrari tegen Mansory Design) Het Duitse Bundesgerichtshof waarbij Ferrari beroep in Revision heeft ingesteld, heeft het Hof verzocht te verduidelijken of de beschikbaarstelling voor het publiek van afbeeldingen van een voortbrengsel, zoals de publicatie van foto’s van een voertuig, de beschikbaarstelling voor het publiek van een model van een deel of onderdeel van dat voortbrengsel met zich mee kan brengen, en, zo ja, in hoeverre de verschijningsvorm van dat deel of onderdeel zelfstandig moet zijn ten opzichte van het voortbrengsel in zijn geheel, teneinde te kunnen onderzoeken of deze verschijningsvorm een eigen karakter heeft [IEF 19172].
In zijn prejudiciële beslissing oordeelt het Hof met name dat het Unierecht aldus moet worden uitgelegd dat de beschikbaarstelling voor het publiek van afbeeldingen van een voortbrengsel, zoals de publicatie van foto’s van een voertuig, met zich meebrengt dat een model van een deel van dat voortbrengsel of van een onderdeel van dat voortbrengsel als samengesteld voortbrengsel voor het publiek beschikbaar wordt gesteld, op voorwaarde dat bij die beschikbaarstelling de verschijningsvorm van dat deel of onderdeel duidelijk herkenbaar is. Zie ook de officiële samenvatting van deze uitspraak en de conclusie van de A-G [IEF 20129].

IEFBE 3303

Nietigheidsprocedure spiraalvormig haarelastiekje

Gerecht EU - Tribunal UE 20 okt 2021, IEFBE 3303; ECLI:EU:T:2021:718 (JMS Sports tegen Inter-Vion), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigheidsprocedure-spiraalvormig-haarelastiekje

Gerecht EU 20 oktober 2021, IEF 20273, IEFbe 3303; ECLI:EU:T:2021:718 (JMS Sports tegen Inter-Vion) Verzoekster JMS Sports is houdster van een gemeenschapsmodel in de klasse 'haarspelden'. Het litigieuze model betreft een spiraalvormig haarelastiek. Inter-Vion heeft een vordering tot nietigverklaring van dit model ingediend, op grond van het ontbreken van nieuwheid en een eigen karakter. Hiervoor voert zij aan dat in 2009 al op een blog verschillende foto's zijn gepubliceerd van soortgelijke elastieken van het merk SwirliDo. Het ingeschreven model van JMS Sports wordt nietig verklaard. In deze procedure bestrijdt JMS deze beslissing. Ze betwist dat het model van SwirliDo gelijk is aan haar model. Meer specifiek betwist zij de bewijskracht van het bewijs dat interveniënte heeft overgelegd om aan te tonen dat deze openbaarmaking eerder had plaatsgevonden. Volgens vaste rechtspraak wordt een model geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld wanneer de partij die de openbaarmaking aanvoert, het bewijs heeft geleverd van de feiten die deze openbaarmaking opleveren. JMS slaagt er niet in om de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de screenshots van de blogs succesvol te betwisten. Het beroep wordt verworpen.

IEFBE 3287

Vervolg scooterzaak voor Gerecht EU

Gerecht EU - Tribunal UE 22 sep 2021, IEFBE 3287; (Asiangear tegen Multimox), http://www.ie-forum.be/artikelen/vervolg-scooterzaak-voor-gerecht-eu

GEU 22 september 2021, IEF 20216; T-685/20 (Asiangear tegen Multimox) Asiangear importeert een scooter, waarvan het uiterlijk ontworpen werd door Sanyang. Sanyang eist het EU-model op, op grond van het auteursrecht, Asiangear probeert dit te vernietigen, zie [IEF 20192]. Beide acties hebben als doel het ontnemen van de titel van Multimox zodat zij geen modelrechtelijke verbodssancties kan opleggen tegen Asiangear. Aanvankelijk kreeg Asiangear bij EUIPO gelijk, maar dit oordeel werd door de beroepskamer vernietigd. Het GEU bevestigt dit oordeel. Daarnaast stelt het Gerecht dat het te kwader trouw indienen van modellen van derden mag. Het inbrengen van het vonnis van de rechtbank van 11 augustus 2021, zie [IEF 20143], maakte het oordeel van het GEU niet anders. Er wordt legistisch geoordeeld dat kwade trouw bij deponering geen argument is, ondanks het oordeel van de Nederlandse rechtbank dat er inderdaad kwade trouw was van de modeldeposant.

IEFBE 3263

EUIPO Board of Appeal bevestigt ongeldigheid vijf modelregistraties waterballonvullers Tinnus

EUIPO - BHIM - OHMI 1 jul 2021, IEFBE 3263; (Tinnus tegen Koopman), http://www.ie-forum.be/artikelen/euipo-board-of-appeal-bevestigt-ongeldigheid-vijf-modelregistraties-waterballonvullers-tinnus

EUIPO Board of Appeal 1 juli 2021, 5 juli 2021, IEF 20136, IEFbe 3263; (Tinnus Enterprises tegen Mystic Products en Koopman International) Het volgende hoofdstuk in de waterballonsaga. Op 2 juni 2019 sprak The Boards of Appeal de ongeldigheid uit van de modelregistratie van Tinnus voor één van de modellen voor een waterballonvuller (fluid distribution equipment), omdat alle kenmerken van het model uitsluitend door de technische functie zijn bepaald. Die uitspraak werd bevestigd door het Gerecht van de Europese Unie [IEF 19589]. In het daarop volgende appel bij het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 mei 2021 [IEF 19961] werd Tinnus Enterprises niet-ontvankelijk verklaard. The Boards of Appeal bevestigt nu om diezelfde reden de ongeldigheid van 5 overeenkomstige registraties voor het ontwerp van een waterballonvuller, geregistreerd door Tinnus. De DOCERAM-uitspraak van het HvJ EU wordt wederom toegepast [IEF 17542 en zie ook IEF 17701 en IEF 18001] waarin de ‘multiplicity of forms’ theorie is afgewezen en bevestigt dat het bestaan van technische alternatieven niet betekent dat het model niet technisch is bepaald. Zie ook [IEF 18538, IEFbe 2904].

IEFBE 3243

Verzoek om schadedeskundige afgewezen

25 mei 2021, IEFBE 3243; http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schadedeskundige-afgewezen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 25 mei 2021, IEF 20063, IEFbe 3243; A/20/00670 (Del Ponti tegen Tulplast) Deze zaak maakt deel uit van een breder geschil tussen Del Ponti (een onderneming naar Belgisch recht) en Tulplast (een onderneming naar Pools recht) dat in 2014 begon voor de stakingsrechter te Brussel werd aangespannen. Del Ponti beschuldigde Tulplast ervan een van zijn producten te hebben gereproduceerd en gekopieerd in strijd met haar bij het OHIM geregistreerde model. Zowel de eerste rechter als de beroepsrechter bevestigden de inbreuk van Tulplast en bevallen ze derhalve de staking ervan.
In een daaropvolgende schadevergoedingsprocedure die eind 2019 werd ingeleid vorderde Del Ponti vergoeding van de schade die zij beweerde te hebben geleden. Del Ponti verzocht, in hoofdorde, de veroordeling van Tulplast tot betaling van een schadevergoeding, provisioneel begroot op 1.000.000 (later in de procedure verminderd tot 250.000) EUR en, ondergeschikt, deskundige aan te stellen ten einde haar schade concreet te begroten.