DOSSIERS
Alle dossiers

Modellenrecht - Droit des dessins et modèles  

IEFBE 4246

Afbeelding uit octrooischrift kan ouder model zijn, octrooischrift zelf niet

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4246; ECLI:EU:T:2026:423 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en B.K.Licht GmbH & Co. KG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/afbeelding-uit-octrooischrift-kan-ouder-model-zijn-octrooischrift-zelf-niet

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23658; IEFbe4246; ECLI:EU:T:2026:423 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO BKLicht GmbH & Co. KG). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging van een beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel dat een stervormige lampenkap voorstelt. Het model was ingeschreven voor “elektrische guirlandes” en “lampenkappen”. B.K.Licht had de nietigheid van het model gevorderd wegens gebrek aan individueel karakter op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002. Die nietigheidsaanvraag was gebaseerd op twee oudere afbeeldingen uit een Zwitsers en een Amerikaans octrooischrift. De nietigheidsafdeling had de aanvraag afgewezen, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug, omdat de nietigheidsafdeling bij de vergelijking van de algemene indruk ten onrechte ook de technische beschrijving van de uitvinding en andere afbeeldingen uit de octrooischriften had betrokken. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Een octrooi beschermt immers een technische uitvinding en niet de uiterlijke verschijningsvorm van een product. Een octrooischrift kan daarom niet als zodanig worden ingeroepen om het individuele karakter van een Uniemodel te ontkrachten; alleen de daarin opgenomen, voldoende precies geïdentificeerde afbeeldingen kunnen als oudere modellen dienen. In dit geval had B.K.Licht alleen de twee “Fig. 1”-afbeeldingen als oudere modellen D1 en D2 ingeroepen.

IEFBE 4245

Geen individueel karakter voor Uniemodel van stervormige lampenkap

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4245; ECLI:EU:T:2026:425 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-individueel-karakter-voor-uniemodel-van-stervormige-lampenkap

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23657; IEFbe 4245; ECLI:EU:T:2026:425 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging en herziening van de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO, waarin het beroep tegen de nietigverklaring van haar ingeschreven Uniemodel is verworpen. Het model, ingeschreven voor onder meer “guirlandes électriques” en “abat-jour”, wordt door het Gerecht op basis van de ingeschreven modelweergaven aangemerkt als een stervormige lampenkap en niet als een lichtsnoer of kerst-/adventster. Light Tec had de nietigheid van het model gevorderd op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002, wegens gebrek aan individueel karakter. DecoTrend stelde dat de kamer van beroep de nietigheidsaanvraag ten onrechte had beoordeeld aan de hand van het oudere Duitse model D2, omdat volgens haar alleen het Amerikaanse octrooischrift en het daarin opgenomen model D1 waren ingeroepen. Het Gerecht verwerpt dit betoog: de nietigheidsaanvraag moest worden gelezen als één geheel, inclusief de bijlagen en motivering, waaruit voldoende duidelijk bleek dat ook D2 en D3 waren ingeroepen. Omdat één ouder model al voldoende kan zijn om individueel karakter te ontkrachten, mocht de kamer van beroep de beoordeling beperken tot D2.

IEFBE 4244

Geen individueel karakter voor EU-model van lichtsnoer

Gerecht EU - Tribunal UE 1 jul 2026,, IEFBE 4244; ECLI:EU:T:2026:424 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-individueel-karakter-voor-eu-model-van-lichtsnoer

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23656; IEFbe 4244; ECLI:EU:T:2026:424 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging en herziening van de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO, waarin het beroep tegen de nietigverklaring van haar ingeschreven Uniemodel voor een lichtsnoer is verworpen. Light Tec had de nietigheid van dit model aangevraagd op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002, wegens gebrek aan individueel karakter. DecoTrend stelde dat de kamer van beroep haar beoordeling ten onrechte had gebaseerd op het oudere Duitse model D2, omdat de nietigheidsaanvraag volgens haar uitsluitend op een Amerikaans octrooischrift en het daarin opgenomen model D1 was gebaseerd. Het Gerecht verwerpt dit betoog. De nietigheidsaanvraag moest worden gelezen als één geheel, inclusief de bijlagen en motivering, waaruit voldoende duidelijk bleek dat Light Tec ook de oudere modellen D2 en D3 had ingeroepen. De kamer van beroep mocht daarom onderzoeken of het betwiste model al ten opzichte van D2 individueel karakter miste; als één ouder model daaraan in de weg staat, hoeft het EUIPO de overige oudere modellen niet meer afzonderlijk te beoordelen.

IEFBE 4233

Uitspraak ingezonden door Sjo Anne Hoogcarspel, Mount Law.

BenGH: rode ‘Powerball’ van Finish mist onderscheidend vermogen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 2 jun 2026,, IEFBE 4233; C 2024/27 ((Reckitt tegen Henkel)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bengh-rode-powerball-van-finish-mist-onderscheidend-vermogen

BenGH 2 juni 2026, IEF 23601; IEF-be 4233; C 2024/27 (Reckitt tegen Henkel). Het Benelux-Gerechtshof heeft het beroep van Reckitt Benckiser Finish afgewezen tegen een beslissing van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) waarbij een beeldmerk bestaande uit een rode cirkel of bol voor afwas- en schoonmaakmiddelen nietig was verklaard. Volgens het Hof beschikt het teken niet van huis uit over onderscheidend vermogen, omdat het relevante publiek het zal opvatten als een decoratief element en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Reckitt had het beeldmerk in april 2023 aangevraagd voor onder meer afwasmiddelen, vaatwastabletten, spoelmiddelen, poetsmiddelen, ontkalkingsmiddelen en andere schoonmaakproducten in klasse 3. Het merk werd op 30 juni 2023 ingeschreven. Henkel verzocht vervolgens op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a BVIE om nietigverklaring van de inschrijving. Daarbij beriep zij zich op de absolute nietigheidsgronden van artikel 2.2bis lid 1 onder b en c BVIE: het ontbreken van onderscheidend vermogen en het beschrijvende karakter van het teken. Het BBIE verklaarde de inschrijving nietig. Volgens het Bureau bestaat het merk uit een eenvoudige geometrische vorm, namelijk een rode cirkel met schaduweffecten. Het relevante publiek zal het teken niet opvatten als een herkomstaanduiding, maar als een decoratief element dat wordt gebruikt bij de promotie en verpakking van vaatwasmiddelen. In beroep voerde Reckitt aan dat het merk niet kan worden gereduceerd tot een eenvoudige rode cirkel. Volgens haar gaat het om een glimmende helderrode bal met een bijzondere driedimensionale uitstraling. Verder stelde zij dat het BBIE ten onrechte geen rekening had gehouden met de wijze waarop zij het teken al jarenlang gebruikt op Finish-verpakkingen. Ook bestreed zij de relevantie van de door Henkel overgelegde voorbeelden van vergelijkbare vormen op verpakkingen van andere schoonmaakproducten. Het Hof stelt voorop dat bij een nietigheidsvordering op absolute gronden moet worden uitgegaan van een vermoeden van geldigheid van het ingeschreven merk. Het is aan degene die de nietigheid inroept om concrete omstandigheden aan te dragen die de geldigheid van het merk in twijfel trekken. Voor de beoordeling van het intrinsieke onderscheidend vermogen is bovendien de datum van de merkaanvraag bepalend, in dit geval 18 april 2023. Onder verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie benadrukt het Hof dat een merk de consument in staat moet stellen de betrokken waren te onderscheiden van die van andere ondernemingen. Daarbij moet worden gekeken naar de perceptie van de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige gemiddelde consument van de betrokken producten. Naar het oordeel van het Hof bestaat het merk uit een rode cirkel of bol met schaduweffecten. Een cirkel of bol is een eenvoudige geometrische vorm die consumenten in het algemeen niet zullen onthouden als herkomstaanduiding.

IEFBE 4206

Gerecht EU: Wayback Machine-screenshot kan bewijs leveren van openbaarmaking ouder model

Gerecht EU - Tribunal UE 29 apr 2026,, IEFBE 4206; ECLI:EU:T:2026:302 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Top Ten EOOD), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-wayback-machine-screenshot-kan-bewijs-leveren-van-openbaarmaking-ouder-model

Gerecht EU 29 april 2026, IEF 23510; IEFbe 4206; ECLI:EU:T:2026:302 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Top Ten EOOD). In zaak T-580/25 bevestigt het Gerecht de beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel voor deuren. Het betwiste model was aangevraagd op 16 december 2013 en ingeschreven voor waren in klasse 25.02 van de Locarno-classificatie. Top Ten EOOD had in 2023 om nietigverklaring verzocht op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met de vereisten van nieuwheid en eigen karakter uit de artikelen 4, 5 en 6 van die verordening, in de versie vóór Verordening 2024/2822. Ter onderbouwing beriep Top Ten zich onder meer op een afbeelding van een oudere deur op een website, vastgelegd via de Wayback Machine op 23 augustus 2013, dus vóór de aanvraagdatum van het betwiste model. De Nietigheidsafdeling verklaarde het model nietig wegens gebrek aan eigen karakter. De Kamer van Beroep bevestigde die beslissing en oordeelde dat de Wayback Machine-screenshot en de volledige uitdraai van de website voldoende bewijs vormden dat het oudere model vóór de relevante datum aan het publiek beschikbaar was gesteld in de zin van artikel 7 lid 1 Verordening 6/2002. Ten overvloede bevestigde de Kamer van Beroep ook dat de betrokken modellen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekten, zodat het betwiste model geen eigen karakter had.

IEFBE 4154

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU - Tribunal UE 10 dec 2025,, IEFBE 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEFBE 4094

Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 13 jan 2026,, IEFBE 4094; (Cassegrain tegen Vadigran NV), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-uniemodel-longchamp-tas-technisch-bepaalde-kenmerken-en-voldoende-eigen-karakter

Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.

IEFBE 4079

Geen minimum aan creatieve activiteit vereist voor gemeenschapsmodellen

HvJ EU - CJUE 18 dec 2025,, IEFBE 4079; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.,), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-minimum-aan-creatieve-activiteit-vereist-voor-gemeenschapsmodellen

Hof van Justitie EU 18 december 2025, IEF23200; IEFbe 4079; ECLI:EU:C:2025:983 (Deity Shoes tegen Mundorama Confort, S.L., Stay Design, S.L.). In dit modelrechtelijke geschil heeft Deity Shoes een vordering ingesteld tegen Mondurama Confort en Stay Design wegens vermeende inbreuk op ingeschreven en niet-ingeschreven gemeenschapsmodellen voor schoenmodellen. Mondurama Confort en Stay Design hebben hiertegen een reconventionele vordering in tot nietigverklaring ingesteld. Zij stellen dat de modellen van Deity Shoes niet voldoen aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter, omdat Deity Shoes zich slechts zou beperken tot de verkoop van producten die worden aangeboden door Chinese leveranciers. De Juzgado de lo Mercantil nr. 1 te Alicante heeft het Hof van Justitie verzocht om uitleg van de artikelen 4 tot en met 6 en 14 van Verordening (EG) nr. 6/2002, in het bijzonder over de voorwaarden voor modelrechtelijke bescherming.

IEFBE 4092

AG Emiliou: geen ‘echte ontwerpactiviteit’-eis; modetrends beperken ontwerpvrijheid niet bij Gemeenschapsmodellen

HvJ EU - CJUE 19 jun 2025,, IEFBE 4092; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L. en Stay Design, S.L.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ag-emiliou-geen-echte-ontwerpactiviteit-eis-modetrends-beperken-ontwerpvrijheid-niet-bij-gemeenschapsmodellen

Conclusie AG HvJEU 19 juni 2025, IEF23231; 4092; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes). In zijn conclusie van 19 juni 2025 in C-323/24 (Deity Shoes/Mundorama Confort en Stay Design) bespreekt advocaat-generaal Emiliou een geschil over (ingeschreven en niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodellen voor schoenen die volgens de wederpartij in hoofdzaak zijn gebaseerd op bestaande leveranciersmodellen uit catalogi, met slechts beperkte aanpassingen (zoals zool, veters, gespen) die mede door modetrends worden ingegeven. De verwijzende Spaanse rechter vraagt onder meer of voor bescherming onder Verordening (EG) nr. 6/2002 vereist is dat sprake is van “echte ontwerpactiviteit” of “intellectuele inspanning”, en of iemand die vooral selecteert en beperkt aanpast wel als “ontwerper” kan gelden (art. 14). De AG stelt dat de beschermingsvoorwaarden uitputtend zijn: alleen nieuwheid (art. 5) en eigen karakter (art. 6) zijn relevant. De verordening kent geen aanvullende eis van creatieve “oorspronkelijkheid” zoals in het auteursrecht. Ook art. 14 gaat volgens de AG niet over de beschermbaarheid, maar over aan wie het recht toekomt; voor modelbescherming hoeft dus niet te worden bewezen dat het model het resultaat is van een bepaalde mate van “intellectuele schepping”.

IEFBE 4039

Prejudiciële vragen gesteld over de advocatenvergoeding in een modellenzaak

HvJ EU - CJUE 1 sep 2025,, IEFBE 4039; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-advocatenvergoeding-in-een-modellenzaak

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 1 september 2025, IEF 23114; IEFbe 4039; C-573/25 (Suzhou Anri Child Products tegen Cybex) via MinBuza. Cyber GmbH (hierna: verweerder) is een producent van kinderwagens en heeft twee Uniemodellen bij het EUIPO ingeschreven staan die onderdelen van de kinderwagens tonen. Volgens verweerder heeft Suzhou Anri Child Products Co. Ltd. (hierna: verzoeker), die ook producent is van kinderwagens, inbreuk gemaakt op haar Uniemodellen en vordert een voorlopige maatregel bij de Duitse rechter. De Duitse rechter wijst de vordering toe. Verzoeker stelt beroep in. Uiteindelijk trekt verweerder zijn vordering tot een voorlopige maatregel in, waardoor verzoeker met de gemaakte advocaatkosten blijft zitten, die aanzienlijk hoger zijn dan de standaardtarieven vanwege een uurtariefafspraak met haar advocaat. Als gevolg hiervan, vordert verzoeker vergoeding van haar advocaatkosten. De verwijzende rechter vraagt het Hof of de gemaakte kosten als gerechtskosten of schadevergoeding moeten worden aangemerkt onder het Unierecht en of de verzoeker van een voorlopige maatregel hiervoor aansprakelijk kan worden gesteld.