Gepubliceerd op woensdag 22 april 2026
IEFBE 4197
Gerecht EU - Tribunal UE ||
22 apr 2026
Gerecht EU - Tribunal UE 22 apr 2026, IEFBE 4197; ECLI:EU:T:2026:282 (Rose Bikes tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-uniewoordmerk-rose-voor-klasse-25-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht bevestigt weigering van het Uniewoordmerk ROSE voor klasse 25 wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU 22 april 2026, IEF 23495; IEFbe 4197; ECLI:EU:T:2026:282 (Rose Bikes tegen EUIPO). In zaak T-56/25 heeft het Gerecht het beroep verworpen tegen de weigering om het woordmerk ROSE als Uniemerk in te schrijven voor waren in klasse 25, namelijk kleding, schoeisel en hoofddeksels. Die weigering berustte op art. 7 lid 1, onder c, UMVo, gelezen in samenhang met art. 7 lid 2 UMVo. Het Gerecht vertrekt van het niet bestreden uitgangspunt dat het relevante publiek bestaat uit het grote publiek in de Unie, in elk geval het Engels- en Franstalige deel daarvan, en dat het woord “rose” door dat publiek onmiddellijk wordt begrepen als aanduiding van de kleur roze. Vervolgens herhaalt het Gerecht de vaste maatstaf dat een teken beschrijvend is wanneer het, voor de betrokken waren of diensten, een voldoende directe en concrete samenhang heeft met een kenmerk daarvan, zodat het relevante publiek daarin onmiddellijk en zonder verder nadenken een beschrijving van die waren of van een van hun kenmerken ziet. Daarbij benadrukt het Gerecht dat zo’n kenmerk wel objectief, aan de aard van het product inherent en intrinsiek en permanent moet zijn. Het enkele feit dat kledingproducten in allerlei kleuren voorkomen, dat kleur een rol speelt bij de aankoopbeslissing of dat webwinkels filteren op kleur, is dus op zichzelf nog niet genoeg om een kleurbenaming beschrijvend te achten.

Toch oordeelt het Gerecht dat ROSE in dit concrete geval wél beschrijvend is. Doorslaggevend is dat de kleur roze volgens het Gerecht bijzonder nauw verbonden is met bepaalde subcategorieën die onder de brede warenomschrijving vallen, met name producten voor baby’s en adolescenten. Voor die subcategorieën is roze niet slechts een toevallige kleurvariant, maar een kenmerk dat door het relevante publiek daadwerkelijk als beschrijving van de betrokken waren kan worden opgevat. Omdat de aanvraag niet was beperkt en de algemene categorie “kleding; schoeisel; hoofddeksels” dus noodzakelijk ook zulke subcategorieën omvat, mocht het EUIPO de inschrijving voor de gehele opgegeven categorie weigeren. Daarmee faalde het beroep op art. 7 lid 1, onder c, UMVo. Het tweede middel, gebaseerd op art. 7 lid 1, onder b, UMVo wegens gebrek aan onderscheidend vermogen, hoefde het Gerecht vervolgens niet meer te behandelen, omdat één absolute weigeringsgrond al voldoende is om registratie te blokkeren. Het beroep is daarom volledig afgewezen. Ten aanzien van de kosten heeft het Gerecht bepaald dat iedere partij haar eigen kosten draagt, omdat EUIPO alleen om een kostenveroordeling had gevraagd voor het geval een mondelinge behandeling zou plaatsvinden, en die is uitgebleven.

 Met betrekking tot het beschrijvende karakter van het aangevraagde handelsmerk

27       De aanvrager stelt dat de term ‘roos’ geen kenmerk kan vormen van de producten in kwestie, in de zin van artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening 2017/1001.

28       Ter ondersteuning van haar argument voert de aanvrager aan dat de Raad van Beroep de jurisprudentie verkeerd heeft toegepast, volgens welke een dergelijk kenmerk “objectief en inherent” moet zijn aan de aard van het product of de dienst en “intrinsiek en permanent” aan dat product of die dienst. Zij betoogt dat de kleur die wordt aangeduid met de term “roze” niet de belangrijkste of enige kleur is van de kleding, het schoeisel of de hoofddeksels in kwestie, en dat het een puur toevallig en afhankelijk aspect betreft dat slechts in een fractie van die producten aanwezig kan zijn, zonder enige directe en onmiddellijke samenhang met hun aard. Het relevante publiek zou, geconfronteerd met het aangevraagde merk, dit derhalve niet onmiddellijk en zonder nadenken opvatten als een beschrijving van die producten of van een van hun intrinsieke en inherente kenmerken.

29       Het EUIPO betwist het argument van de aanvrager.

30       In de onderhavige zaak heeft de Raad van Beroep, om tot de conclusie te komen dat het werkwoordelijke teken 'roos' een beschrijvend karakter had met betrekking tot de betreffende producten, na de gevestigde jurisprudentie in dit verband te hebben aangehaald, zijn analyse in wezen gebaseerd op de elementen die zijn uiteengezet in de punten 27 tot en met 31 van de bestreden uitspraak.

31       De Raad van Beroep merkte op dat de kleur van kleding, schoenen en hoofddeksels een doorslaggevende factor kan zijn bij de aankoop en selectie van dergelijke producten. De kleurkeuze van deze producten stelt dragers immers in staat hun persoonlijkheid uit te drukken. Een kleur moet worden beschouwd als "passend" of "niet passend" voor iemand. Bovendien vragen bepaalde gelegenheden om specifieke kleuren. Bijgevolg is het belang van kleur bij kledingkeuzes aanzienlijk. Verder verwees de Raad van Beroep naar schermafbeeldingen van de websites "Zalando.de" en "Momoxfashion.de" om aan te tonen dat de kleur van de betreffende producten een zoekcriterium was op dergelijke websites en dat bedrijven hier noodzakelijkerwijs rekening mee hielden bij de presentatie van hun goederen. Gezien het belang van kleur in de betreffende sectoren, moeten concurrenten de vrijheid behouden om de kleur van hun producten aan te geven.

32       Wat de kleur roze in het bijzonder betreft, merkte de Raad van Beroep op dat het algemeen bekend was dat babykleding, die onder de lijst van betreffende producten viel, over het algemeen roze of lichtblauw van kleur was, en dat roze vaak door tieners en volwassenen werd gedragen.

33       Bijgevolg oordeelde de Raad van Beroep dat de roze kleur een essentieel en niet slechts willekeurig kenmerk was van de betreffende producten, en dat er een voldoende directe en concrete relatie bestond tussen de producten en de roze kleur, zodat deze een beschrijvend karakter had ten opzichte daarvan.