IEFBE 3431

Gerecht EU: douchegoot is geldig model

Gerecht EU 27 april 2022, IEF 20681, IEFbe 3431; ECLI:EU:T:2022:263 (Nivelles tegen EUIPO) In deze modelrechtzaak aan het Gerecht staat de inschrijving van douchegoten door het EUIPO centraal. Ook in een eerdere uitspraak zijn modellen van douchegoten aan bod gekomen bij het HvJ EU [IEF 17130], waarbij Nivelles ook partij was in de procedure tegen Easy Sanitary Solutions. In het onderhavige geval gaat het om een besluit van het EUIPO om het litigieuze model geldig te verklaren, waardoor deze kon worden ingeschreven binnen het modellenregister. Aldus Nivelles is deze geldigverklaring onjuist en dient dit besluit te worden vernietigd. Het Gerecht is het hier niet mee eens en verwerpt de aangedragen middelen van Nivelles. Hierbij waren ook de eerdere ingeschreven en beschikbare modellen van dit soort afvoerputjes in het geding, alhoewel op meer processuele gronden. Bij de vergelijking van de conflicterende modellen en een behandeling van het eigen karakter van het litigieuze model werden de overwegingen van het EUIPO verder bevestigd. Het Hof concludeert dus dat dit een geldig model betreft.
Tot slot wordt in bewijsrechtelijke zin nogmaals benadrukt dat bij weigering van een verzoek het geen fout is, wanneer de partij die het getuigenverhoor heeft ingediend, deze het getuigenverhoor ook schriftelijk had kunnen overleggen.

126. In de punten 109 en 110 van de bestreden beslissing heeft de kamer van beroep bijgevolg geoordeeld dat de door het litigieuze model gewekte algemene indruk die van een elegante, essentiële en minimale doucheafvoergoot bestaande uit een gesloten versierde afdekplaat en zijgleuven was, terwijl de door de oudere modellen gewekte algemene indruk werd bepaald door meer gestandaardiseerde kenmerken, zoals de ronde wateropvangbak in het midden of een rooster met gleuven. Bovendien hadden de oudere modellen volgens haar geen decoratieve kenmerken, terwijl het litigieuze model deze wel had. Hoewel verzoekster benadrukte dat zijgleuven in doucheafvoergoten met een gesloten afdekplaat courant waren, en door een technische functie waren bepaald, is de kamer van beroep tot de conclusie gekomen dat deze zijgleuven, zoals weergegeven, een zekere esthetische waarde hadden, die ertoe bijdroeg dat interveniëntes doucheafvoergoot een elegante en minimalistische algemene verschijningsvorm kreeg.

144. De kamer van beroep heeft in de punten 109 en 110 van de bestreden beslissing dus terecht in wezen geoordeeld dat de door het litigieuze model gewekte algemene indruk die van een „elegante, essentiële en minimale” doucheafvoergoot bestaande uit een gesloten versierde afdekplaat en zijgleuven was, waarvan de esthetische waarde bijdroeg tot deze „elegante en minimalistische” verschijningsvorm. De door de oudere modellen, inzonderheid de modellen nrs. 2 en 4 gewekte algemene indruk, verschilde echter, omdat deze werd bepaald door meer „gestandaardiseerde”, functionele en niet-decoratieve kenmerken, zoals de ronde wateropvangbak in het midden (van model nr. 2, overeenkomstig de afbeeldingen van het model die overeenstemden met de nummers 1.1 en 1.2, en van model nr. 4, overeenkomstig de afbeeldingen van het model die overeenstemden met de nummers 3.1 en 3.2) of een rooster met gleuven (van model nr. 2, overeenkomstig de afbeeldingen van het model die overeenstemden met de nummers 5.1 en 5.2, en van model nr. 4, overeenkomstig de afbeeldingen van het model die overeenstemden met de nummers 6.1 en 6.2).