Gepubliceerd op woensdag 14 oktober 2026
IEFBE 4353
Gerecht EU - Tribunal UE ||
14 okt 2026,
Gerecht EU - Tribunal UE 14 okt 2026,, IEFBE 4353; ECLI:EU:T:2026:669 (FIND MY CAR), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-eu-overdracht-merk-aan-oekraiense-onderneming-doet-verstreken-beroepstermijn-niet-herleven

Gerecht EU: overdracht merk aan Oekraïense onderneming doet verstreken beroepstermijn niet herleven

Gerecht EU 14 oktober 2026, IEF 23932; IEFbe 4353; ECLI:EU:T:2026:669 (FIND MY CAR). Het Gerecht oordeelt over de niet-ontvankelijkverklaring van een beroep in een procedure tot vervallenverklaring van het woordmerk FIND MY CAR. Apple Inc. had in 2023 bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) een vordering tot vervallenverklaring van het merk ingediend wegens het ontbreken van normaal gebruik. De nietigheidsafdeling wees deze vordering toe, waarna merkhouder Mega Pop beroep instelde bij de kamer van beroep van het EUIPO. De schriftelijke uiteenzetting van de gronden van beroep werd echter pas op 13 september 2024 ingediend, terwijl de wettelijke termijn op 30 augustus 2024 was verstreken. Mega Pop beriep zich op een bijzondere termijnverlenging voor partijen met een vestiging in Oekraïne, omdat het merk inmiddels was overgedragen aan de Oekraïense onderneming SOLAR MARKET LLC. De overgang werd op 13 september 2024 in het merkenregister ingeschreven. De kamer van beroep verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de termijn bij die inschrijving al was verstreken en de bijzondere verlenging niet van toepassing was.

Het Gerecht bevestigt dit oordeel. Op grond van artikel 20 van Verordening (EU) 2017/1001 kan een nieuwe merkhouder zich pas vanaf de inschrijving van de overdracht in het merkenregister op de aan het merk verbonden rechten beroepen. Deze inschrijving heeft geen terugwerkende kracht. SOLAR MARKET werd daarom pas op 13 september 2024 partij in de procedure en moest deze voortzetten in de stand waarin zij zich op dat moment bevond. De bijzondere termijnverlenging voor Oekraïense partijen kon de reeds verstreken beroepstermijn niet doen herleven. Ook het verzoek tot herstel in de vorige toestand kon niet slagen, omdat de daarvoor verschuldigde taks van € 200 niet was betaald. Volgens het Gerecht was Mega Pop voldoende geïnformeerd over deze betalingsverplichting en hoefde het EUIPO geen afzonderlijke formele betalingsuitnodiging te sturen. De klachten over het niet meewegen van aanvullend bewijs van normaal merkgebruik worden eveneens verworpen, omdat dit bewijs geen invloed kon hebben op de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Het Gerecht verwerpt het beroep volledig en veroordeelt Mega Pop in de proceskosten.

31      Verzoekster betoogt weliswaar dat op de datum waarop SOLAR MARKET partij is geworden in de procedure bij de kamer van beroep, de verlengde termijn waarin besluit EX-24‑5 voorziet nog niet was verstreken, maar daaruit volgt niet dat SOLAR MARKET aanspraak kon maken op de in dat besluit vastgestelde verlenging van de termijn. Zoals in punt 29 hierboven is benadrukt, bepaalt artikel 20 van verordening 2017/1001 dat de nieuwe houder van een merk pas houder wordt van de aan dat merk verbonden rechten, en dus in casu partij wordt in de bij het EUIPO aanhangige procedure, vanaf het moment waarop de overgang van dat merk in het register van het EUIPO is ingeschreven, waarbij deze overgang slechts gevolgen heeft voor de toekomst. Hieruit volgt dat SOLAR MARKET door de inschrijving ervan als nieuwe houder van het litigieuze merk overeenkomstig artikel 20 van verordening 2017/1001 de lopende procedure bij het EUIPO kon voortzetten door deze procedure over te nemen in de staat waarin zij zich bevond op de datum van de inschrijving van de overgang in het register, zonder dat SOLAR MARKET daarbij de procedurele rechten werden toegekend waarover de voormalige houder van het merk, namelijk verzoekster, op die datum niet meer beschikte. In die context kon besluit EX-24‑5 niet leiden tot de verlenging van een termijn die, zoals in casu, reeds was verstreken op de datum waarop de partij bij de procedure die deze termijn moest naleven – namelijk verzoekster – niet binnen de werkingssfeer van dat besluit viel, omdat zij haar maatschappelijke zetel niet in Oekraïne had.

32      De uitlegging dat SOLAR MARKET zich niet kon beroepen op de verlenging van de in besluit EX-24‑5 vastgestelde termijn vindt steun in het feit dat de beginselen van rechtszekerheid, non-discriminatie en gelijke behandeling volgens vaste rechtspraak een strikte toepassing van de regelingen inzake procestermijnen vereisen [zie in die zin arrest van 21 mei 2014, Melt Water/BHIM (NUEVA), T‑61/13, EU:T:2014:265, punt 38 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en beschikking van 9 oktober 2019, Esim Chemicals/EUIPO – Sigma-Tau Industrie Farmaceutiche Riunite (ESIM Chemicals), T‑713/18, niet gepubliceerd, EU:T:2019:744, punt 34]. Bovendien moet worden opgemerkt dat de in besluit EX-24‑5 vastgestelde verlenging van de termijn een uitzondering vormt op de toepassing van de gemeenrechtelijke termijnen van verordening 2017/1001 en met name van de in artikel 68, lid 1, van die verordening bedoelde termijn van vier maanden. Er moet evenwel worden herinnerd aan het beginsel dat uitzonderingen restrictief moeten worden uitgelegd (zie in die zin arrest van 23 november 2017, Di Maura, C‑246/16, EU:C:2017:887, punt 21 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Derhalve kan verzoekster zich niet beroepen op de beginselen van rechtszekerheid, non-discriminatie en gelijke behandeling ter ondersteuning van de door haar bepleite uitlegging van besluit EX-24‑5, die ertoe zou leiden dat omstandigheden die zich na het verstrijken van de termijn hebben voorgedaan, de gevolgen van het verstrijken van die termijn teniet kunnen doen.