Gepubliceerd op woensdag 15 april 2026
IEFBE 4191
Gerecht EU - Tribunal UE ||
15 apr 2026
Gerecht EU - Tribunal UE 15 apr 2026, IEFBE 4191; ECLI:EU:T:2026:256 (Laboratorios ACPG, SA tegen EUIPO en Laboratorio de Cosmética Armonía, SA), https://www.ie-forum.be/artikelen/het-gerecht-oordeelt-dat-tussen-camaleon-el-naturalista-en-el-naturalista-geen-verwarringsgevaar-bestaat

Het Gerecht oordeelt dat tussen CAMALEON EL NATURALISTA en El Naturalista geen verwarringsgevaar bestaat

Gerecht EU 15 april 2026, IEF 23476; IEFbe 4191; ECLI:EU:T:2026:256 (Laboratorios ACPG, SA tegen EUIPO en Laboratorio de Cosmética Armonía, SA). Het Gerecht heeft het beroep van Laboratorios ACPG verworpen en daarmee het besluit van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO van 26 november 2024 in stand gelaten, waarin was geoordeeld dat tussen het aangevraagde figuratieve Uniemerk CAMALEON EL NATURALISTA en het oudere figuratieve Uniemerk El Naturalista geen verwarringsgevaar bestaat in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van Verordening (EU) 2017/1001. De aanvraag betrof klasse 3-waren, namelijk parfumerie, etherische oliën, cosmetica, haarlotions, tandpasta, make-upproducten en cosmetische crèmes. De oppositie was gebaseerd op het oudere Uniemerk El Naturalista, eveneens onder meer ingeschreven voor klasse 3-waren, en voor dat oudere merk was normaal gebruik voor de betrokken klasse 3-producten aangetoond. De Kamer van Beroep had geoordeeld dat het relevante publiek bestond uit professionals en het algemene publiek in de Unie, dat het aandachtsniveau van het algemene publiek normaal was en dat de betrokken producten identiek waren. Voor het Gerecht voerde Laboratorios ACPG aan dat de Kamer van Beroep de onderscheidende en dominante bestanddelen, de mate van overeenstemming tussen de tekens, het intrinsieke onderscheidend vermogen van het oudere merk en de mogelijkheid dat het aangevraagde merk als variant of submerk van het oudere merk zou worden opgevat, onjuist had beoordeeld. Het Gerecht verduidelijkte bovendien dat het niet bevoegd was om, zoals subsidiair verzocht, zelf de inschrijving van het aangevraagde merk te weigeren, zodat dat onderdeel van het petitum wegens onbevoegdheid moest worden afgewezen.

Ten gronde oordeelde het Gerecht dat de Kamer van Beroep terecht had aangenomen dat het gemeenschappelijke woordelement “el naturalista” slechts een zwak intrinsiek onderscheidend vermogen heeft, omdat het door het relevante publiek in de eerste plaats zal worden opgevat als een verwijzing naar de natuurlijke oorsprong van de betrokken cosmetische producten; hetzelfde geldt voor het figuratieve element van het oudere merk, dat een laboratoriumfles met een plantaardig element afbeeldt en dus dezelfde boodschap overbrengt. Binnen het aangevraagde merk heeft het woordelement “camaleon” daarentegen een normaal onderscheidend vermogen en is het, gelet op zijn grootte, positie en visuele nadruk, het dominante element. Tegen die achtergrond mocht de Kamer van Beroep volgens het Gerecht uitgaan van slechts een lage visuele overeenstemming, een beneden gemiddelde fonetische overeenstemming en een lage begripsmatige overeenstemming: de overlap vloeit uitsluitend voort uit het zwak onderscheidende element “el naturalista”, terwijl het oudere merk bovendien een niet-verwaarloosbaar figuratief element bevat dat in het aangevraagde merk ontbreekt en het aangevraagde merk zich duidelijk onderscheidt door het dominante element “camaleon”. Het Gerecht merkte wel op dat de Kamer van Beroep ten onrechte had aangenomen dat de conceptuele verschillen tussen de tekens de visuele en fonetische overeenstemming konden reduceren in de zin van de neutralisatieleer, omdat geen sprake was van een bijzonder duidelijke en uitgesproken begripsmatige tegenstelling, maar die fout tastte de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet aan. Beslissend bleef dat de overeenstemming tussen de tekens uitsluitend berust op een zwak onderscheidend gemeenschappelijk bestanddeel, terwijl het oudere merk zelf een beneden gemiddeld intrinsiek onderscheidend vermogen heeft; in zo’n situatie is een hogere mate van tekenovereenstemming vereist om verwarringsgevaar aan te nemen. Ook het beroep op Medion faalde, omdat niet het volledige oudere merk in het aangevraagde merk was overgenomen: het figuratieve element van het oudere merk ontbreekt, en camaleon is juist het bestanddeel dat binnen het aangevraagde merk de commerciële herkomst bepaalt. Het Gerecht bevestigde daarom dat, ondanks identieke waren en ondanks het gemeenschappelijke element “el naturalista”, geen verwarringsgevaar of associatiegevaar bestaat; het beroep werd verworpen en Laboratorios ACPG en EUIPO dragen ieder hun eigen kosten.

85       Er zij echter opgemerkt dat de theorie van neutralisatie betrekking heeft op het scenario waarin een bijzonder uitgesproken en duidelijk conceptueel verschil tussen de betreffende tekens elke visuele en fonetische gelijkenis daartussen kan neutraliseren [zie arrest van 15 februari 2023, Deutsche Bank/EUIPO – Operación y Auditoria (avanza Tu negocio), T-341/22, niet gepubliceerd, EU:T:2023:73, punt 98 en de daarin aangehaalde jurisprudentie].

86       In het onderhavige geval is, zoals duidelijk blijkt uit de paragrafen 69 tot en met 71 hierboven, het verschil dat voortvloeit uit het werkwoordelijke element ‘kameel’ in het aangevraagde merk onvoldoende om een ​​bijzonder opvallend en conceptueel duidelijk verschil vast te stellen als gevolg van het gemeenschappelijke werkwoordelijke element ‘el naturalista’, dat in beide tekens dezelfde conceptuele inhoud overbrengt. Hieruit volgt dat, in tegenstelling tot de bevinding van de Raad van Beroep, de betreffende tekens geen bijzonder opvallende en conceptueel duidelijke verschillen vertonen die de visuele en fonetische overeenkomsten tenietdoen.

87       Deze beoordelingsfout tast echter de rechtmatigheid van de bestreden beslissing niet aan, aangezien, zoals blijkt uit de paragrafen 80 tot en met 83 hierboven, de conclusie van de Raad van Beroep betreffende het ontbreken van een kans op verwarring niet uitsluitend gebaseerd was op de bevinding in de paragrafen 75 en 77 van de bestreden beslissing, volgens welke de visuele en fonetische overeenkomsten werden verminderd door de conceptuele verschillen van de betreffende tekens.

88       Gelet op alle voorgaande overwegingen en de onderlinge samenhang van de in aanmerking te nemen factoren, moet ten eerste worden geconcludeerd dat de Raad van Beroep, in overeenstemming met de in de paragrafen 76 tot en met 78 aangehaalde jurisprudentie, terecht heeft geconcludeerd dat de overeenkomst die uitsluitend voortvloeit uit het woordelijke element "el naturalista", dat een zwak onderscheidend vermogen heeft, onvoldoende is om het bestaan ​​van een verwarringsgevaar te rechtvaardigen. Ten tweede, rekening houdend met de visuele verschillen, de ondergemiddelde mate van fonetische gelijkenis en de geringe mate van conceptuele gelijkenis, kan de algehele mate van gelijkenis tussen de betreffende tekens niet als hoog worden beschouwd, met name gezien het ondergemiddelde intrinsieke onderscheidend vermogen van het oudere merk, en kan derhalve geen verwarringsgevaar opleveren in de zin van de in paragraaf 81 aangehaalde jurisprudentie.