IEFBE 3464

HvJ EU: Classic Coach Company

HvJ EU 2 juni 2022, IEF 20773, IEFBe 3464; ECLI:EU:C:2022:428,C-112/21(Classic Coach Company) Verzoek van Hoge Raad der Nederlanden om een prejudiciële beslissing [IEF 19706] betreft de uitlegging van artikel 6, lid 2, van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten. Het verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen twee touringcarbedrijven en twee natuurlijke personen (Y en Z) anderzijds, over een vermeende schending door laatstgenoemden van het Benelux-merk waarvan X houder is [IEF 18884].

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

Het Hof (Tiende kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 6, lid 2, van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moet aldus worden uitgelegd dat voor de vaststelling dat er sprake is van een „ouder recht” in de zin van deze bepaling niet vereist is dat de houder van dit recht het gebruik van het jongere merk door de houder ervan kan verbieden.

2)      Artikel 6, lid 2, van richtlijn 2008/95 moet aldus worden uitgelegd dat kan worden erkend dat een derde een „ouder recht” in de zin van deze bepaling heeft in een situatie waarin de houder van het jongere merk een in de wetgeving van de betrokken lidstaat erkend nog ouder recht heeft op het als merk ingeschreven teken, voor zover de houder van het merk en het nog oudere recht krachtens deze wetgeving de derde op basis van zijn nog oudere recht niet meer kan verbieden om gebruik te maken van zijn jongere recht.