IEFBE 3450

HvJ EU conclusie A-G: uitspraak over reconventionele vordering is mogelijk

HvJ EU Conclusie A-G 5 mei 2022, IEF 20715, RB 3654, IEFbe 3450; ECLI:EU:C:2022:366 (KP tegen Gemeinde Bodman-Ludwigshafen) In september 2018 heeft Gemeinde Bodman-Ludwigshafen reclame gemaakt voor het plukken en proeven van appels in het kader van een rit met een aanhangwagen van een tractor die bestemd is voor de appeloogst, een "Apfelzügle". De term "Apfelzügle" is tevens een ingeschreven Uniewoordmerk van KP. KP is vervolgens naar de Duitse rechter gegaan in verband met het gebruik van diens merk in het reclamespotje van de Gemeinde Bodman-Ludgwigshafen. Vervolgens staat de vraag centraal binnen de procedure of de rechtbank nog bevoegd is om uitspraak te doen over de reconventionele vordering tot nietigverklaring van het merk, nadat de houder van dat merk de oorspronkelijke hoofdvordering wegens inbreuk heeft ingetrokken. De A-G concludeert dat dit mogelijk zou moeten zijn in het licht van art. 124 onder d en art. 128 van verordening 2017/1001.

77. Mijns inziens staat niet ter discussie dat, door de in de procedure in eerste aanleg verrichte activiteiten en bestede tijd teniet te doen, het beginsel van proceseconomie – dat niet alleen de gerechtelijke activiteit maar ook de administratieve activiteit van het Bureau zou moeten kenmerken – wordt ondermijnd, aangezien tweemaal dezelfde activiteiten worden verricht die tot vergelijkbare resultaten leiden op grond van verordening 2017/1001. Daarnaast wordt de verweerder gedwongen extra kosten te maken om de procedure voor het Bureau in te leiden. Er zij op gewezen dat deze negatieve gevolgen automatisch zouden voortvloeien uit een beslissing – die om de hoofdvordering in te trekken – van degene die zich tegen de reconventionele vordering van de verweerder verzet.