IEFBE 3002

HvJ EU: geen bescherming voor niet-geografische bestanddelen Balsamico

HvJ EU 4 december 2019, IEF 18866, IEFbe 3002; ECLI:EU:C:2019:1045 (Aceto Balsamico di Modena tegen Balema) Het Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena – een vereniging van producenten van producten met de benaming „Aceto Balsamico di Modena (BGA)” – heeft het Duitse vennootschap Balema verzocht om de term „balsamico” niet langer te gebruiken [IEF 18035]. Vastgesteld wordt nu dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke nietgeografische bestanddelen ervan. De registratie van de betrokken BGA en de daaruit voortvloeiende bescherming hebben betrekking op de benaming „Aceto Balsamico di Modena” in haar geheel, aangezien het deze benaming is die onmiskenbaar naamsbekendheid heeft verworven op de nationale en internationale markt.

Daarentegen kan voor de niet-geografische bestanddelen van deze BGA, namelijk „aceto” en „balsamico”, en de combinatie en vertalingen ervan, geen aanspraak worden gemaakt op die bescherming, met name omdat de term „aceto” een gangbare benaming is en de term „balsamico” een bijvoeglijk naamwoord is dat gewoonlijk wordt gebruikt om een azijnproduct met een kenmerkende zoetzure smaak aan te duiden.
Het Hof merkt bovendien op dat de termen „aceto” en „balsamico” voorkomen in de geregistreerde BOB’s „Aceto balsamico tradizionale di Modena” en „Aceto balsamico tradizionale di Reggio Emilia” zonder dat hun gebruik inbreuk maakt op de bescherming die aan de betrokken BGA is verleend.

Antwoord:

33      Uit de overwegingen van verordening nr. 583/2009 volgt dus ondubbelzinnig dat voor de niet-geografische bestanddelen van de betrokken BGA, namelijk „aceto” en „balsamico”, en de combinatie en vertalingen ervan, geen aanspraak kan worden gemaakt op de bescherming die bij verordening nr. 510/2006 aan de BGA „Aceto Balsamico di Modena” werd verleend, en die thans wordt gewaarborgd door verordening nr. 1151/2012.

34      Bovendien staat vast dat de term „aceto” een gangbare benaming is, zoals het Hof al heeft vastgesteld (zie in die zin arrest van 9 december 1981, Commissie/Italië, 193/80, EU:C:1981:298, punten 25 en 26). Voorts is de term „balsamico” de Italiaanse vertaling van het bijvoeglijk naamwoord „balsemiek”, dat geen geografische connotatie heeft en dat met betrekking tot azijn gewoonlijk wordt gebruikt om een azijn met een kenmerkende zoetzure smaak aan te duiden. Ook dit is dus een gangbare benaming in de zin van de in punt 26 van dit arrest in herinnering gebrachte rechtspraak.

35      Zoals de advocaat-generaal in de punten 57 en 58 van zijn conclusie in essentie heeft aangegeven, is deze uitlegging van de beschermingsomvang van de betrokken BGA ten slotte eveneens geboden in het licht van de registratie van de BOB’s „Aceto balsamico tradizionale di Modena” en „Aceto balsamico tradizionale di Reggio Emilia”, waarmee de Commissie, zoals blijkt uit de overwegingen van verordening nr. 583/2009, overigens ook rekening heeft gehouden toen zij deze verordening vaststelde. Aangenomen moet immers worden dat het gebruik van de termen „aceto” en „balsamico”, alsook van de combinatie en de vertalingen ervan in deze BOB’s, geen inbreuk maken op de bescherming die aan de betrokken BGA is verleend.

(...)

Artikel 1 van verordening (EG) nr. 583/2009 van de Commissie van 3 juli 2009 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen [Aceto Balsamico di Modena (BGA)], moet aldus worden uitgelegd dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke niet-geografische bestanddelen ervan.

 

Prejudiciële vraag:
 

Geldt de bescherming van de volledige benaming „Aceto Balsamico di Modena” ook voor het gebruik van de niet-geografische bestanddelen van de volledige benaming („Aceto”, „Balsamico”, „Aceto Balsamico”)?