IEFBE 3295

HvJ EU over decompileren van computerprogramma

HvJ EU 6 oktober 2021, IEF 20242, IT 3680, IEFbe 3295; ECLI:EU:C:2021:811 (Top System SA tegen Belgische Staat)  Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s. Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Top System SA en de Belgische Staat over de decompilatie door Selor, het selectiebureau van de federale overheid (België), van een door Top System ontwikkeld computerprogramma dat deel uitmaakt van een applicatie waarvoor dit selectiebureau een gebruikslicentie heeft. De verwijzende rechter is van oordeel dat hij, om uit te maken of Selor die decompilatie mocht verrichten op grond van artikel 6, § 1, WCP, dient na te gaan of de decompilatie van een computerprogramma of een deel daarvan onder de in artikel 5, onder a) en b), WCP bedoelde handelingen valt.

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

1)      Artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s moet aldus worden uitgelegd dat de rechtmatige verkrijger van een computerprogramma het recht heeft om dit programma geheel of gedeeltelijk te decompileren teneinde fouten te verbeteren die de werking ervan beïnvloeden, ook wanneer de verbetering erin bestaat een functie te deactiveren die de goede werking verstoort van de toepassing waarvan dit programma deel uitmaakt.

2)      Artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250 moet aldus worden uitgelegd dat de rechtmatige verkrijger van een computerprogramma die dit programma wil decompileren om fouten te verbeteren die de werking ervan beïnvloeden, niet hoeft te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van die richtlijn. Deze verkrijger mag echter een dergelijke decompilatie slechts verrichten voor zover dit noodzakelijk is voor die verbetering en, in voorkomend geval, met inachtneming van de voorwaarden die bij overeenkomst met de auteursrechthebbende van dit programma zijn vastgelegd.

Prejudiciële vragen:

27.    In deze omstandigheden heeft de cour d’appel de Bruxelles de behandeling van de zaak geschorst en het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)      Moet artikel 5, lid 1, van [richtlijn 91/250] aldus worden uitgelegd dat het de rechtmatige verkrijger van een computerprogramma toestaat om dit programma geheel of gedeeltelijk te decompileren wanneer dat noodzakelijk is om fouten te kunnen verbeteren die de werking van het computerprogramma beïnvloeden, ook wanneer de verbetering bestaat in de deactivering van een functie die de goede werking verstoort van de toepassing waarvan dat programma deel uitmaakt?

2)      Zo ja, moet dan ook aan de voorwaarden van artikel 6 van de richtlijn of aan andere voorwaarden worden voldaan?”