IEFBE 3061

HvJ EU: verhuur van auto met radio is geen mededeling aan publiek

HvJ EU 2 april 2020; IEF 19118, IEFbe 3061; ECLI:EU:C:2020:268 (Stim en SAMI) Zie ook [IEF 18245] en [IEF 18963]. Stim en Sami zijn Zweedse organisaties voor het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten. Fleetmanager Sweden AB en Nordisk Biluthyrning AB zijn Zweedse autoverhuurbedrijven. Laatsgenoemden verhuren voertuigen aan bedrijven, die op hun beurt de voertuigen weer verhuren aan particulieren. De voertuigen zijn uitgerust met een radio. Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio in dat de verhuurder van die auto’s een gebruiker is die een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 respectievelijk een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 doet?

Een geïndividualiseerde beoordeling is noodzakelijk waarbij meerdere niet-autonome en onderling afhankelijke, elkaar aanvullende criteria in aanmerking worden genomen. Verder moeten deze criteria zowel individueel als in hun onderling verband worden toegepast, aangezien deze criteria in verschillende concrete situaties met een zeer wisselende intensiteit een rol kunnen spelen. Van deze criteria wordt herhaaldelijk de centrale rol van de gebruiker en het weloverwogen karakter van diens interventie benadrukt. Die gebruiker verricht namelijk een „handeling bestaande in een mededeling” wanneer hij, met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot een beschermd werk, met name wanneer deze klanten zonder een dergelijke interventie geen, of slechts moeilijk, toegang zouden hebben tot het verspreide werk. De beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten om een mededeling mogelijk te maken of te verrichten is op zich geen mededeling  in de zin van deze richtlijn. Dat is het geval bij de beschikbaarstelling van een radio die is geïntegreerd in een huurauto en die het mogelijk maakt om zonder verdere tussenkomst van de verhuurmaatschappij de terrestrische omroep te ontvangen die toegankelijk is in het gebied waarin de auto zich bevindt. Geoordeeld wordt dat beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten om een mededeling mogelijk te maken of te verrichten is op zich geen mededeling in de zin van deze richtlijn.

31      Om te bepalen of de verhuur van voertuigen die zijn uitgerust met een radio een handeling bestaande in een mededeling in de zin van de richtlijnen 2001/29 en 2006/115 vormt, dient een geïndividualiseerde beoordeling te worden verricht waarbij meerdere niet-autonome en onderling afhankelijke, elkaar aanvullende criteria in aanmerking worden genomen. Verder moeten deze criteria zowel individueel als in hun onderling verband worden toegepast, aangezien deze criteria in verschillende concrete situaties met een zeer wisselende intensiteit een rol kunnen spelen (zie in die zin arrest van 14 juni 2017, Stichting Brein, C-610/15, EU:C:2017:456, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

32      Van deze criteria heeft het Hof herhaaldelijk de centrale rol van de gebruiker en het weloverwogen karakter van diens interventie benadrukt. Die gebruiker verricht namelijk een „handeling bestaande in een mededeling” wanneer hij, met volledige kennis van de gevolgen van zijn handelwijze, intervenieert om zijn klanten toegang te verlenen tot een beschermd werk, met name wanneer deze klanten zonder een dergelijke interventie geen, of slechts moeilijk, toegang zouden hebben tot het verspreide werk [zie met name arresten van 15 maart 2012, SCF, C-135/10, EU:C:2012:140, punt 82 en aldaar aangehaalde rechtspraak; 15 maart 2012, Phonographic Performance (Ireland), C-162/10, EU:C:2012:141, punt 31, en 14 juni 2017, Stichting Brein, C-610/15, EU:C:2017:456, punt 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

33      Volgens overweging 27 van richtlijn 2001/29, die in wezen de gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8 van het WCT overneemt, „[is de] beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten om een mededeling mogelijk te maken of te verrichten [...] op zich geen mededeling in de zin van deze richtlijn”.

34      Dat is het geval bij de beschikbaarstelling van een radio die is geïntegreerd in een huurauto en die het mogelijk maakt om zonder verdere tussenkomst van de verhuurmaatschappij de terrestrische omroep te ontvangen die toegankelijk is in het gebied waarin de auto zich bevindt, zoals ook de advocaat-generaal in wezen in punt 32 van zijn conclusie heeft opgemerkt.