IEFBE 3064

Lisbeth Depypere: merken, openbare orde en goede zeden in tijden van Corona

In deze tijden van Corona zijn er uiteraard al personen op het idee gekomen om “COVID-19”, “CORONAVIRUS” of varianten erop als merk te registreren. Maar gaat dat wel? Kunnen dergelijke merken wel onderscheidend zijn? En vooral, is dat wel gepast? Of zou dat niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden? Het ideale moment om even op te frissen hoe het nu ook alweer zat met merken en openbare orde en goede zeden.

De openbare orde en de goede zeden in de EU
In de EU heeft het EUIPO traditioneel steeds een streng standpunt ingenomen over de toepassing van de weigeringsgrond van de openbare orde en goede zeden,  die in de Uniemerkenverordening is opgenomen in artikel 7 (1) (f). Dat strenge standpunt werd herhaaldelijk bevestigd door het Gerecht van de EU. De lijst van  merken die op EU-niveau zijn geweigerd of nietig verklaard omdat ze in strijd waren met de openbare orde en de goede zeden is dan ook lang.

Merken die racistisch en beledigend zijn voor het publiek van een welbepaalde lidstaat zullen bijvoorbeeld worden geweigerd door het EUIPO. Onder die noemer viel bijvoorbeeld het merk “PAKI” voor het Engelstalige publiek (zie T‑526/09).

Ook merken gelinkt aan gewelddadige terroristische aanvallen op menselijk leven zullen in principe worden geweigerd. In 2019 werd bijvoorbeeld de aanvraag van het woordmerk “NOVICHOK” geweigerd door het EUIPO (zie R 1566/2018-5). De merkaanvraag “NOVICHOK” verwees naar een extreem gevaarlijk zenuwgif dat gelinkt is aan twee voorvallen die gebeurden in het Verenigd Koninkrijk in 2018. Het eerste was een aanval tegen een Russische dubbelagent en zijn dochter in Salisbury. Enkele maanden later kwamen twee Britse burgers in contact met het vergif. De term “Novichok” had daardoor een beruchte reputatie gekregen bij het Britse en Ierse publiek, dat de betekenis ervan als zenuwgif maar al te goed kende.

Lees verder.