Gepubliceerd op woensdag 7 oktober 2026
IEFBE 4342
Gerecht EU - Tribunal UE ||
30 sep 2026,
Gerecht EU - Tribunal UE 30 sep 2026,, IEFBE 4342; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR), https://www.ie-forum.be/artikelen/oppositie-op-basis-van-ouder-niet-ingeschreven-teken-faalt-wegens-onvoldoende-bewijs-van-gebruik-in-het-economisch-verkeer-en-meer-dan-plaatselijke-betekenis

Oppositie op basis van ouder niet-ingeschreven teken faalt wegens onvoldoende bewijs van gebruik in het economisch verkeer en meer dan plaatselijke betekenis

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23904; IEFbe 4342; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR). Freie Sachsen had oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het aangevraagde Uniebééldmerk PROVIDENTIAE MEMOR voor “politieke diensten” in klasse 45. De oppositie was gebaseerd op een ouder niet-ingeschreven teken en op artikel 8 lid 4 van Verordening (EU) 2017/1001, gelezen in samenhang met § 5 MarkenG. Nadat zowel de oppositieafdeling als de kamer van beroep van het EUIPO de oppositie hadden afgewezen, stelde Freie Sachsen beroep in bij het Gerecht. Het Gerecht benadrukt dat artikel 8 lid 4 UMVo vier cumulatieve voorwaarden stelt: het oudere teken moet in het economisch verkeer worden gebruikt, van meer dan slechts plaatselijke betekenis zijn, naar het toepasselijke nationale recht vóór de datum van de Uniemerkaanvraag zijn verkregen en de houder ervan het recht geven het gebruik van een jonger merk te verbieden. De eerste twee voorwaarden worden autonoom naar Unierecht beoordeeld. Gebruik in het economisch verkeer vereist dat het teken wordt gebruikt in het kader van een commerciële activiteit die op economisch voordeel is gericht. Bij de beoordeling of het teken van meer dan slechts plaatselijke betekenis is, moet zowel rekening worden gehouden met de geografische omvang als met de economische betekenis van het gebruik, waaronder de duur, intensiteit en verspreiding ervan.

Freie Sachsen heeft volgens het Gerecht niet aangetoond dat vóór de datum van de Uniemerkaanvraag, 7 februari 2022, aan deze eerste twee voorwaarden was voldaan. De overgelegde verkiezingsposters konden wel worden gekoppeld aan een concrete burgemeestersverkiezing, maar hadden slechts betrekking op één stad met ongeveer 63.300 inwoners en waren daarom onvoldoende om gebruik met een meer dan plaatselijke betekenis aan te tonen. Ook het ontvangen van contributies, donaties en afdrachten van mandatarissen bewijst op zichzelf niet dat de ondersteuning van politieke kandidaten een op economisch voordeel gerichte commerciële activiteit vormde. De stukken over politieke evenementen bevatten evenmin voldoende concrete gegevens over commercieel gebruik of de economische betekenis van het teken. Voor de verspreide flyers gold bovendien dat gebruik van het teken pas vanaf maart 2021 was aangetoond en onvoldoende duidelijk was in welk deel van Saksen deze daadwerkelijk waren verspreid. Het Gerecht oordeelt daarom dat Freie Sachsen niet heeft bewezen dat het oudere teken in het economisch verkeer werd gebruikt én van meer dan slechts plaatselijke betekenis was. Omdat deze voorwaarden cumulatief zijn, hoefde het Gerecht niet meer te onderzoeken of het teken naar Duits recht bescherming genoot en of het de houder het recht gaf het gebruik van een jonger merk te verbieden. Het beroep wordt daarom volledig verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

19       Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening 2017/1001 kan de houder van een ander teken dan een handelsmerk bezwaar maken tegen de registratie van een EU-handelsmerk indien het andere teken cumulatief aan vier voorwaarden voldoet: het moet in het handelsverkeer worden gebruikt; het moet meer dan alleen lokale betekenis hebben; het teken moet zijn verkregen volgens het recht van de lidstaat waar het teken werd gebruikt vóór de datum van indiening van de EU-handelsmerkaanvraag; en ten slotte moet dat teken de houder ervan de bevoegdheid geven om het gebruik van een later handelsmerk te verbieden (zie arrest van 18 april 2013, Peek & Cloppenburg tegen OHIM – Peek & Cloppenburg [Peek & Cloppenburg], T‑506/11, niet gepubliceerd, EU:T:2013:197, punt 18 en de daarin aangehaalde jurisprudentie).

55       Hieruit volgt dat de aanvrager niet heeft bewezen dat aan de eerste twee van de vier cumulatieve vereisten die in paragraaf 19 hierboven zijn genoemd, is voldaan vóór de datum van aanvraag van het EU-handelsmerk.

56       Gezien het feit dat, zoals uitgelegd in punt 20 hierboven, een oppositie op grond van het bestaan ​​van een niet-geregistreerd handelsmerk of andere in het handelsverkeer gebruikte onderscheidende tekenrechten niet kan worden gehandhaafd indien een teken niet aan een van deze vier vereisten voldoet, moet de enige grond van de vordering die door de aanvrager wordt aangevoerd derhalve worden verworpen en de vordering in zijn geheel worden afgewezen, zonder dat het nodig is te onderzoeken of aan de andere twee vereisten van artikel 8, lid 4, onder a) en b), van Verordening 2017/1001 en genoemd in de punten 19 en 22 hierboven is voldaan.