IEFBE 3026

Oppositie tegen inschrijving depot Castart ongegrond

Benelux Gerechtshof 23 januari 2020, IEF 18971, IEFbe 3026; C 2019/3 (Les Castarts tegen GDS) GDS stelde oppositie in tegen de inschrijving van woord/beeldmerk Castart. Zij voerde aan dat het teken overeenstemt met haar oudere merk KARSTADT en betrekking heeft op waren en diensten die identiek of soortgelijk zijn aan de waren en diensten waarvoor haar oudere merk is ingeschreven en dat daardoor bij het publiek gevaar voor verwaring bestaat (artikel 2.3, sub b, BVIE). Het Bureau wees de oppositie (nr. 2013822) toe en besliste dat het Benelux depot met nummer 1362238 niet werd ingeschreven. Deze oppositie is ten onrechte toegewezen. Les Castart is nu het gelijk gesteld. De algemene indruk die het teken en het (oudere) merk bij de gemiddelde consument achterlaten, is ondanks de beperkte overeenkomsten te verschillend. Er is geen sprake van verwarringsgevaar.

5. Het merk bestaat uit acht letters en het teken uit zeven. Merk en teken hebben 6 letters gemeen, beide als tweede letter een A, als laatste letter een T en de lettercombinatie STA (ongeveer) in het midden. In merk en teken komt voorts de letter R voor, zij het op een andere plaats. De letter D komt wel in het merk voor, maar niet in het teken. Volgens GDS volgt hieruit dat sprake zou zijn van een grote mate van visuele overeenstemming. Naar Les Castarts echter terecht heeft aangevoerd hecht de gemiddelde consument normaal gesproken meer belang aan het eerste deel van een merk. Voorts is de consument geneigd te zoeken naar onderdelen die een betekenis hebben. Verder zal de consument lange(re) woorden opdelen in lettergrepen. Dat geldt hier temeer omdat de tweede lettergreep van het merk, 'stadt', door een aanmerkelijk deel van het Benelux publiek zal worden herkend als het (Duitse) woord voor stad.

33. In het onderhavige geval is slechts inzeer beperkte mate sprake van visuele en auditieve overeenstemming. Zoals hiervoor reeds overwogen is voorts uit te gaan van een normaal onderscheidend vermogen van het ingeroepen merk. Verder is voor gebruik in verband met kleding in het bijzonder de visuele overeenstemming van belang. Ook in aanmerking nemend de hoge mate van soortgelijkheid van de waren en diensten waarvoor het oudere merk is ingeschreven en het teken is gedeponeerd en de omstandigheid dat de eindgebruiker in het algemeen niet de gelegenheid heeft merk en teken rechtstreeks met elkaar te vergelijken, maar aanhaakt bij het onvolmaakte beeld dat bij hem of haar is achtergebleven, is naar het oordeel van het hof de overeenstemming tussen het merk en het teken te beperkt en wordt deze minst genomen geneutraliseerd door de verschillen. d dat geen gevaar van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar bij een aanmerkelijk deel van het in aanmerking komende publiek kan worden aangenomen.