IEFBE 2711

Stakingsvordering van Omnitravel afgewezen omdat Omnia Travel haar naam eerder publiekelijk heeft gebruikt

Hof van beroep Gent 22 mei 2017, IEFbe 2711 (Omnitravel tegen Omnia Travel) Handelsnaamrecht. Beide partijen baten een reisbureau uit. De handelsbenaming van appellante is Omnitravel met zetel in Deinze. En die van de geïntimeerde Omnia Travel met zetel in Leuven. Sinds januari 2013 werden activiteiten hervat onder de benaming Omnitravel. Sinds april 2011 is handelsbenaming en logo Omnia Travel gedeponeerd bij BBIE. Bij de rechtbank vorderde Omnitravel het gebruik van handelsbenaming Omnia Travel te staken. De rechtbank oordeelde dat de vordering ongegrond was omdat de handelsbenaming toekomt aan degene die als eerst publiekelijk gebruik maakt van de naam en dat is Omnia Travel. Omnitravel stelt hoger beroep in en vordert vernietiging van het bestreden vonnis en toekenning van haar oorspronkelijke vordering. Omnitravel werd opgericht op 22 oktober 2012 en slechts vanaf die datum kan appellante zich beroepen op het gebruik van de handelsbenaming. Appellante heeft slechts de handelsnaam actief gehanteerd vanaf 2 januari 2013, na het bekomen van een nieuwe vergunning. Ook het hof is bijgevolg van oordeel dat het geïntimeerde is die sinds 1 december 2011 als eerst publiek gebruik heeft gemaakt van de handelsbenaming Omnia Travel. De stakingsvordering wordt afgewezen.

7.1 Terecht stelt de eerste rechter dat er moet onderzocht worden wie van beide partijen het eerst publiek gebruikt heeft gemaakt van hun betrokken handelsbenaming. Geïntimeerde heeft de handelsbenaming Omnia Travel gebruikt in de Gentse regio sinds 1 december 2011, na de overname van de NV TRAVEL CLUB. Sinds april 2011 had geïntimeerde haar handelsbenaming gewijzigd van Omnia naar Omnia Travel, waarbij deze naam en het logo op 22 juni 2011 werd gedeponeerd als resp. woord- en beeldmerk bij het BBIE. Hiertegen werd geen oppositie ingediend. Appellante kan zich niet beroepen op de Wet Marktpraktijken om zich te verzetten ten het gebruik door een ander van diens merk, ook al is dit identiek aan zijn eerder in gebruik genomen handelsnaam. Het depot van merk kent namelijk een gebruiksrecht toe. Diegene die beweert titularis te zijn van een handelsbenaming die identiek is aan het gedeponeerde merk, kan geen vordering instellen die erop zou neerkomen die de titularis van het depot beroofd zou worden om van het gedeponeerde merk gebruik te maken, zonder dat voorafgaand de schrapping van het merk werd bekomen. Appellante werd opgericht op 22 oktober 2012 en slecht vanaf die datum kan appellante zich beroepen op het gebruik van de handelsbenaming Omnitravel. Appellante heeft slechts de handelsnaam actief gehanteerd vanaf 2 januari 2013, na het bekomen van een nieuwe vergunning. Ook het hof is bijgevolg van oordeel dat het geïntimeerde is die sinds 1 december 2011 als eerst publiek gebruik heeft gemaakt van de handelsbenaming Omnia Travel.