IEFBE 2945

Taalwijziging niet mogelijk wegens beroep op territoriale bevoegdheid

Arrondissementsrechtbank Brussel 10 december 2018, IEFbe 2945; 2018/15/E, (Laberatoires Forté tegen Omega Pharma) Omega Pharma heeft een geding aanhangig gemaakt tegen Laboratoires Forte i.v.m. een vordering tot staken. Eiseres heeft uitdrukkelijk gekozen voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel, als grondslag nemende de inbreuken door gedaagde in de Vlaamse gemeenten buiten Brussel. Laboratoires Forte vraagt om taalwijziging. De zaak werd aanhangig gemaakt op grond van territoriale bevoegdheid, aangezien de inbreuken plaatsvonden op het grondgebied van de Vlaamse gemeente. Omega Pharma was als eiseres bevoegd om de territoriale bevoegdheid en de daarmee verbonden taalkeuze vast te leggen. Op grond van de taalwet bestaat in een dergelijk geval geen mogelijkheid tot het vragen van een taalwijziging.

Nu gekozen werd voor de territoriaal bevoegde rechtbank op grond van een inbreuk gepleegd in Vilvoorde,. is art. 3 van de taalwet automatisch van toepassing' Er is dan geen vraag tot taalwijziging mogelijk. Dit is niet de fout van eisende partij. Eisende partij heeft zich niet schuldig gemaakt aan ontoelaatbaar forumshoppen en taalshoppen, en er wordt ook geen misbruik van procesrecht bewezen. Er is geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk hof : er is geen sprake van "voorrang" van een bevoegdheid in het kader van co-existentie tussen elementen intra muros en extra muros: het gerechtelijk wetboek geeft de keuze van het aanknopingspunt voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid van de rechtbank aan de eisende partij. Eisende partij had een ander aanknopingspunt kunnen kiezen maar was hiertoe niet verplicht. Zowel OMAGA PHARMA als de dienstdoend voorzitter van de toenmalige Nederlandstalige rechtbank van koophandel Brussel, thans Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel, hebben een correcte toepassing gemaakt van de wet op gebruik der talen in gerechtszaken.