IEFBE 3135
  • Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise
    21 okt 2020
  • Ledar tegen Ikea

Uitspraak EUIPO moet worden afgewacht

Rechtbank Den Haag 21 oktober 2020, IEF 19515, IEFbe 3135; C/09/586364 / HA ZA 20-33 (Ledar tegen Ikea) Merkenrecht. Vonnis in incident. Het Duitse bedrijf Ledar verhandelt op het gebied van verlichting diverse producten onder de merken LEDARC en LEDAR. Ikea c.s. verkoopt (led)lampen met gebruikmaking van het teken LEDARE. Ledar vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat Ikea c.s. inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Ledar en een verbod tot iedere (verdere) inbreuk. Ikea heeft bij het EUIPO verval van het LEDARC-merk en de nietigheid van het LEDARC-merk en het LEDAR-merk ingeroepen. Ikea c.s. vordert bij wijze van incident om de procedures op grond van artikel 128 lid 4 jo. 132 lid 1 UMVo te schorsen, wegens de aanhangige procedures bij het EUIPO. De procedure in de hoofdzaak wordt geschorst, totdat het EUIPO definitief uitspraak heeft gedaan aangaande de geldigheid van de merken.

4.5. De rechtbank stelt met partijen vast dat de vorderingen bij het Bureau tot nietig- en vervallenverklaring van het LEDARC-merk en het LEDAR-merk zijn ingesteld vóórdat Ikea es. de reconventionele vordering heeft ingesteld. Anders dan Ledar stelt is om die reden op de voet van artikel 128 lid 4 UMVo, welk artikel kort gezegd de situatie behelst waarbij voor een rechtbank voor een Uniemerk, zoals hier, een reconventionele vordering tot vervallen- of nietigverklaring is ingesteld, voldaan aan het vereiste om tot schorsing van de procedure zoals bedoeld in artikel 132 lid 1 UMVo over te gaan.

4.6. Het belang dat Ledar stelt te hebben bij een op korte termijn door de rechtbank te geven oordeel over de merkinbreuk door Ikea c.s. kan niet worden aangemerkt als een bijzondere reden om de behandeling voort te zetten in de zin van artikel 132 lid 1 UMVo.

4.7. Nu de vorderingen over en weer enkel betrekking hebben op het LEDARC-merk en het LEDAR-merk, komt de rechtbank tot de conclusie dat de procedure geheel zal worden geschorst, totdat er door het Bureau definitief uitspraak is gedaan in de procedure over het LEDARC-merk en het LEDAR-merk. Met een ‘definitieve beslissing’ bedoelt de rechtbank in dit verband een beslissing waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat. De meest gerede partij kan de zaak dan weer aanbrengen op de continuatierol voor een akte uitlaten over de voortgang van de procedure. Deze schorsing geldt zowel voor de conventionele als de reconventionele vorderingen betreffende deze twee merken.