IEFBE 3361

Vordering tot doorhaling woordmerk UBO toegewezen

BOIP 13 januari 2022, IEF 20480, IEFbe 3361; N3000217 (Kamer van Koophandel tegen UBO) Doorhalingsbeslissing. Op 27 maart 2020 diende de verzoeker (Kamer van Koophandel) een vordering tot doorhaling van Benelux inschrijving 13933760 van het woordmerk UBO in. De verzoeker stelt dat er onder andere sprake is van de nietigheidsgronden uit artikel 2.2.bis, lid 1 sub b en c BVIE. Inhoudelijk betekent dit dat het bestreden merk elk onderscheidend vermogen mist en dat het merk beschrijvend is. Verzoeker stelt dat de aanduiding UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’ en dat deze term wordt gebruikt om de belanghebbende van een onderneming of rechtspersoon aan te duiden. Uit de stellingen van partijen blijkt voorts dat het woord UBO kan dienen om een kenmerk aan te duiden van de diensten waarvoor het merk is geregistreerd. Dit leidt tot de conclusie dat de in artikel 2.2bis, lid 1, sub b en c BVIE bedoelde absolute nietigheidsgronden van toepassing zijn. Het Bureau besluit dat de vordering tot doorhaling wordt toegewezen en dat de Benelux merkinschrijving 1393760 wordt doorgehaald voor alle diensten.

30. Nog los van het feit dat genoemde betekenis door verzoeker genoegzaam wordt aangetoond, geldt dat door verweerder niet wordt betwist dat UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, zodat dit als vaststaand tussen partijen heeft te gelden en het Bureau daar dus van uit moet gaan (zie supra, punt 21). Dat, zoals verweerder stelt (supra, punt 17), een groot deel van de bevolking deze betekenis niet zou kennen omdat het hiermee niets te maken heeft, doet niet ter zake. Er moet immers niet worden uitgegaan van de perceptie van de gehele bevolking, maar van die van het in aanmerkend publiek voor de diensten in kwestie (supra, punten 25 en 27).