Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 28

Rondzwevende chocoladeballetjes

malkit.JPGRechtbank van Koophandel te Antwerpen, 5 april 2007, Masterfoods Veghel BV en Masterfoods SA tegen Nestlé Belgilux SA. (met dank aan Tanguy de Haan, NautaDutilh Brussel).


Nestlé’s KitKat balletjesverpakking maakt geen inbreuk op Mars’ Maltesers balletjesmerken. Rood is gebruikelijk voor melkchocoladeproducten, ‘zwevende producten’ zijn ook niet ongebruikelijk en de merken Maltesers en KitKat zijn bekende merken, waardoor er geen verwarringsgevaar is.

De partijen, die geen verdere introductie behoeven, brengen beide, onder meer, chocoladeproducten op de markt. Masterfoods breng het product MALTESERS, zijnde kleine, luchtige, ronde, met chocolade omhulde balletjes op de markt. Deze worden verpakt in een rood zakje met naast het merk MALTESERS een afbeelding van (zwevende) bruine chocoladeballetjes. Nestlé brengt eveneens een dergelijk chocoladeproduct op de markt onder het merk KIT KAT, veelal in een rode verpakking, met rondzwevende chocoladeballetjes rond het merk.

Masterfoods stelt dat Nestlé met het gebruik van een gelijkende verpakking doelbewust aanhaakt bij haar bekende product MALTESERS en heeft een stakingsvordering wegens slaafse nabootsing ingesteld.

De rechtbank wijst de vordering af, omdat er naar haar oordeel onvoldoende gelijkenis bestaat tussen de merken MALTESERS en KIT KAT. Deze vormen immers het dominante element op beide verpakkingen. Voor wat betreft de verpakking bestaat er enkel een visuele gelijkenis, terwijl het gebruik van de rode kleur (voor melkchocolade) gebruikelijk en ook gerechtvaardigd is.

“Al deze elementen zijn vrij banaal, maar hetgeen wel degelijk het onderscheid maakt is de aanbrenging van het merk, enerzijds het sobere MALTESERS en anderzijds op vrij opvallende wijze KITKAT, in een geheel andere lay-out en stijl dan het MALTESERS van eiseres, en aldus duidelijk het onderscheid vestigend met het merk van eiseres.”

“Naast de inderdaad aanwezige gelijkenissen is het dominant bestanddeel (merknaam) algeheel verschillend en het komt voor dat de gemiddeld aandachtig consument, bekend met degelijke hapklare snoepjes, dan ook niet in verwarring zal worden gebracht.”

Nestlé haal dan ook geen onrechtmatig voordeel noch doet zij afbreuk aan het onderscheidend karakter en/of de reputatie van het beeldmerk van Masterfoods, nu Nestlé wel quasi hetzelfde product op de markt commercialiseert, waartoe zij volledig gerechtigd is, maar dit op een niet verwarringstichtende noch parasiterende wijze, aangezien de verpakking weliswaar wel bepaalde banale elementen van het merk van Masterfoods gebruikt, maar zich verder op pregnante wijze distantieert van het merk van Masterfoods.

Lees de uitspraak hier.

IEFBE 27

Eerst even voor jezelf lezen

Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, 5 april 2007, Masterfoods Veghel BV en Masterfoods SA tegen Nestlé Belgilux SA. (met dank aan Tanguy de Haan, NautaDutilh Brussel).

Nestlé’s KitKat balletjesverpakking maakt geen inbreuk op Mars’ Maltesers balletjesmerken. Rood is gebruikelijk voor melkchocoladeproducten, ‘zwevende producten’ zijn ook niet ongebruikelijk en de merken Maltesers en KitKat zijn bekende merken, waardoor er geen verwarringsgevaar is.

Lees de uitspraak hier.

DNTS.JPGGvEA,18 April 2007, gevoegde zaken T-333/04 en  T-334/04. House of Donuts International tegen OHIM / Panrico SA.(nog geen Nederlandse versie beschikbaar).

Opposition proceedings. Applications for Community figurative marks ‘House of donuts’, earlier national word marks ‘DONUT’ and earlier figurative marks ‘donuts’.

(53) Accordingly, account being taken of the degree of familiarity of the Spanish public with the English language, which is generally held to be low, the applicant fails to establish that the assessment undertaken by the Board of Appeal on the basis of the evidence available to it was incorrect, in so far as the word ‘donuts’ in the earlier marks was acknowledged to have a certain distinctiveness. .

(59) It follows from the foregoing that the Board of Appeal was entitled to find that, having regard to the fact that the goods and services at issue are identical, there is a likelihood of confusion on the part of the average Spanish consumer, in terms of Article 8(1)(b) of Regulation No 40/94, between the two Community trade marks applied for, on the one hand, and the earlier marks of Panrico, on the other.

Lees het arrest hier.

IEFBE 25

Eerst even voor jezelf lezen

In Nederland lijkt het wel eens of het Benelux-Merkenrecht eigenlijk gewoon Nederlands nationaal merkenrecht is. Wellicht dat de toenemende publicatie van Belgische uitspraken daar een beetje verandering in kan brengen.

- Rechtbank van eerste aanleg Mechelen, A.R. 06/281/A, Realis tegen Geysen Cies Advocatenkantoor(met dank aan Axel Naeyaert, Naeyaert, Carsau & De Roeck).

Merkenrecht: Vonnis waarbij het gebruik van het teken REALIS voor een advocatenkantoor werd aangemerkt als een inbreuk.

- Rechtbank van koophandel Brussel, 7 maart 2007, A.R. 01030/2006, Adidas Salomon tegen N.V. Kengi International (met dank aan Gregor Vos, Klos Morel Vos & Schaap).

Merkenrecht. “Zegt voor recht dat verweerster op hoofdeis door het commercialiseren van sportssets voorzien van vier strepen die parallel, symmetrisch en verticaal langs de kanten van het kledingstuk lopen en gescheiden worden door middels van gelijke intervallen inbreuk pleegt op de merkrechten van eiseres op hoofdeis.”

IEFBE 24

Met voeten getreden

elvisbadmat.gifRechtbank van koophandel Dendermonde, 26 maart 2007, AR/02/0818 D. N.V. Sogilo tegen EM TV & Wavery B.V. & V.S.A. Elvis Presley Enterprises Inc. (Met dank aan Howrey).

Kort Belgisch vonnis over de nalatenschap van Elvis Presley, wiens 30e sterfdag op 16 augustus j.l nog aanleiding was voor wereldwijde herdenkingen. De achtergronden van de zaak worden in de laatste nieuwsbrief van Howrey uitvoeriger besproken door Patricia Cappuyns, Elvis’ Belgische advocate .

Kort samengevat betreft het geschil stukgelopen licentie-onderhandelingen tussen eiser en de Erven Presley. Na onderhandelingen en toezeggingen voor het tonen van producten met de beeltenis van Elvis op beurzen, besluiten de Erven om toch geen licentie te verlenen, onder meer omdat eiser de beeltenis van Elvis op badmatten wilde laten afdrukken (afbeelding), wat indruist tegen de vaste regel van de Erven dat het gelaat of de persoon van Elvis letterlijk niet met voeten getreden mag worden.  Eiser eist i.c. toch een licentie, maar ziet zich terechtgewezen door de rechtbank.

“Waar de houding van de rechthebbenden over de erfenis van Elvis  Presley soms onbegrijpelijk voorkomt, is het echter duidelijk dat van  meet af aan en zonder hierop terug te komen zij zich het formeel  akkoord voorbehielden om over elk detail en gebruik van de  beeltenissen van Elvis Presley te oordelen.  Het is niet aan ons een waarde oordeel te vellen over de criteria die door  verweerster in tussenkomst wordt gehanteerd. 

Het komt de rechtbank voor dat de heer Kluf als captain of industry en  met kennis van de Amerikaanse handelskaraktertrekken wist of had  moeten weten dat zonder formeel akkoord over ieder detail hij zich op  glas ijs bewoog van zodra hij reeds opdrachten gaf aan derden  vooraleer over de formele goedkeuring te beschikken.”

Lees het vonnis hier. Lees de Howrey Nieuwsbrief (met o.a. artikelen van Willem Hoyng en Fabienne Brison) hier.

IEFBE 23

Een onbekend sub-merk

bse.gif

Rechtbank van Koophandel Antwerpen 23 februari 2007, NV Ben Jans Electronics tegen Bose B.V. (met dank aan Sébastien Lardinoit en Paul Maeyaert, Altius).

Merkenrecht. Wel inbreuk, hoewel het niet bekend submerk niet meelift op de bekendheid van het hoofdmerk en dominant element  Bose. Voor België hoge advocaatkostenveroordeling.

Een lezenswaardig Belgisch vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen over het merk LIFESTYLE IN DIGITAL en het oudere merk LIFESTYLE. Het betreft een verzet tegen een verstekvonnis van 27 september 2004. Op basis van het oudere merk LIFESTYLE, voor meer bepaald digital home theater systems, vordert Bose B.V. een inbreukverbod en de nietigverklaring van Ben Jans Electronics merk LIFESTYLE IN DIGITAL (voor producten gericht op de integratie van digitale systemen in meubilair).

De Rechtbank van Koophandel overweegt onder meer dat het merk LIFESTYLE een “sub-merk” is van het hoofdmerk BOSE en dat daardoor de drempel van bekendheid in de zin van artikel 2.20 lid sub c BVIE hoger ligt, dat de enkele deponering van een merk gebruik van een merk in het economisch verkeer oplevert, en dat het complementaire karakter van waren voldoende is om soortgelijkheid van waren aan te nemen. LIFESTYLE beschikt over (beperkt) onderscheidend vermogen voor “home theater systems” door inburgering. 

De Rechtbank van Koophandel spreekt een inbreukverbod uit en verklaart het merk LIFESTYLE IN DIGITAL nietig. Daarnaast veroordeelt de Rechtbank Jans tot het betalen van een schadevergoeding van 3.000 euro. Het grootste deel van deze schadevergoeding (2.500 EUR) bestaat uit de terugbetaling van advocatenkosten, wat in België zeer uitzonderlijk wordt toegekend.

Lees het vonnis hier. Eerder verstekvonnis hier.

IEFBE 21

De vorm van ijs

Rechtbank van Koophandel te Turnhout, 26 januari 2007, vonnis in kort geding, A/06/1804. Unilever N.V. tegen N.V. IJsboerke Ice Cream International.

IJS.gifToewijzing vordering tot staken inbreuk door IJsboerke op vormmerken (Viennetta) ijstaarten van Unilever (afbeeldingen in vonnis). Vordering tot nietigverklaring van deze merken afgewezen wegens eerdere contractuele verplichting IJsboerke jegens Unilever om de geldigheid van de vormmerken niet te betwisten.

Gedaagde, de Belgische vennootschap IJsboerke Ice Cream International, is in 1998 reeds veroordeeld tot staken van inbreuk op de Benelux vormmerken van Unilever voor consumptie-ijs en ijstaarten. Unilever verhandelt dit ijs onder het merk Viennetta. In 2000 hebben partijen vervolgens een overeenkomst gesloten waarbij IJsboerke heeft toegezegd het gebruik van de vormmerken definitief te staken en de geldigheid daarvan niet te betwisten. IJsboerke produceert thans wederom ijstaarten onder een vormmerk dat nagenoeg identiek is aan de Unilever vormmerken, maar dit keer voor de Engelse in plaats van de Benelux markt.

De Voorzitter van de rechtbank wijst de vorderingen van Unilever tot staken van het produceren en exporteren van de inbreukmakende ijsproducten toe. Het feit dat de goederen bestemd zijn voor export naar landen buiten het beschermingsgebied betekent niet dat er geen sprake is van merkgebruik in de Benelux. Artikel 2.20 lid 2 BVIE is onverkort van toepassing.

De tegeneis van IJsboerke tot nietigverklaring van de vormmerken wordt ongegrond verklaard, nu IJsboeke in de overeenkomst met Unilever de rechtsgeldigheid van deze merken heeft erkend, en dus afstand heeft gedaan van het recht de depots te betwisten.

De vordering van Unilever tot publicatie van het vonnis in de nationale pers wordt las ‘niet zinvol' afgewezen, omdat de goederen niet waren bestemd voor de Belgische markt.

Lees het vonnis hier.

IEFBE 20

Grijpers

grprs.gifRechtbank van Eerste aanleg van het Arrondissement Kortrijk, beschikking van 17 januari 2007, zaak nr. 06/1365/A(a4a). Demolition and Recycling Equipment B.V., tegen bvba CUB (met dank aan Wouter Pors  en Bruno Vandermeulen, Bird & Bird)

Belgische zaak over auteursrecht en modelrecht op grijper. De niet zichtbare technische bepaalde onderdelen leggen het af tegen de totaalindruk

Demolition vordert (onder meer) dat de rechter in kort geding vaststelt dat CUB inbreuk pleegt op de auteursrechten van Demolition met betrekking tot de “Grijper” waarvoor eveneens een internationaal model is geregistreerd.

Eiser Demolition produceert onder meer schroot-sorteergrijpers, waaronder de “Grijper”.CUB is actief in dezelfde branche en produceert een sloop- en sorteergrijper onder de naam “CUB Sloop-Sorteergrijper”. Demolition is van oordeel dat deze machines van CUB slaafse nabootsingen (zo te lezen in België eerder een overkoepelend begrip en niet een laatste vangnet zoals in Nederland)  betreffen van de Grijper.

De rechter is van oordeel dat de Grijper van Demolition een auteursrechtelijk beschermd werk is. Demolition heeft door middel van een oorspronkelijke combinatie van al dan niet originele elementen vorm gegeven aan de Grijper, die getuigt van een oorspronkelijkheid die het resultaat is van haar persoonlijke visie. Bovendien stelt de rechter vast dat het merendeel van de verschillen met de CUB-grijper niet zichtbaar zijn en enkel betrekking hebben op de technische werking, of louter technische details betreffen die nauwelijks waarneembaar zijn en geen invloed hebben op de algemene vormgeving van het werk.

Nu deze elementen zonder manipulaties van de grijper niet zichtbaar of moeilijk zichtbaar zijn, hebben ze volgens de rechter geen invloed op de algemene vormgeving en zijn derhalve niet relevant voor de inbreukvraag. De verschillen die wel zichtbaar zijn hebben ook geen invloed op de algemene indruk van de vormgeving.

De rechter is ten slotte van oordeel dat CUB duidelijk de bedoeling heeft gehad om de Grijper te imiteren en om de potentiële klant in verwarring te brengen. “Het algemene beeld dat de verweerster door middel van CUB-grijper gerealiseerd heeft, benadert dat van de Grijper op zeer gelijkende wijze, derwijze dat de verweerster inbreuk gepleegd heeft op de Auteurswet.”

Lees de beschikking hier.

IEFBE 17

Nietig groen

kpnmobistar.gifRechtbank van koophandel Brussel, 24 november 2006, RG no 05/00760. Koninklijke KPN tegen Mobistar.

Interessante Benelux-kleurmerkzaak. Kleurmerkregistratie groen van KPN is nietig, toevoegen van kleurcodes aan bestaande registraties niet mogelijk. Groen heeft geen onderscheidend vermogen en een merk kan pas onderscheidend vermogen verkrijgen wanneer het gebruikt wordt in  het volledige territorium van de Benelux.

Het Nederlandse telecommunicatieconcern KPN dagvaardde de Belgische gsm-operator Mobistar voor de rechtbank van koophandel te Brussel. KPN is immers Benelux-merkhouder van de kleur ‘groen’ (boven) voor telecommunicatiediensten en eiste dat Mobistar, die eveneens de groene kleur voor haar diensten had gedeponeerd (onder) en gebruikt, hier mee ophield. Als klassiek verweer in inbreukprocedures vorderde Mobistar de nietigheid van het Beneluxdepot van KPN aangezien niet zou voldaan zijn aan de vereiste om een kleur als merk te registeren in de zin van artikel 14, A, 1 a) en b) BMW en artikel 3 Richtlijn 89/104/EG en artikel 5 Regelment n° 40/94.

De rechtbank van koophandel te Brussel volgde de argumenten van Mobistar en oordeelde dat het Beneluxdepot van KPN nietig was.

Volgens de rechtbank kan niet betwist worden – dat deed Mobistar ook niet – dat een kleur als merk kan dienen, verwijzend naar het Libertel-arrest van 6 mei 2003 van het HvJ.


Behalve in uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het aantal producten en diensten waarvoor een merk wordt gevraagd zeer beperkt is en het desbetreffende marktsegment zeer specifiek is) heeft een kleur ab intio geen onderscheidend karakter maar kan dit wel krijgen ten gevolge van zijn gebruik waardoor het betreffende publiek hier mee vertrouwd geraakt.


De vraag of een teken een onderscheidend karakter heeft is een feitelijke kwestie die door de rechter in concreto dient gemaakt te worden, volgens de criteria die het HvJ uitgestippeld heeft, rekening houdend met alle pertinente omstandigheden van de zaak in kwestie.


De rechtbank oordeelde dat het merk van KPN, zijnde een specifieke tint van de groene kleur,  door de associatie met een papierstaal van deze kleur en de vermelding ‘groen’ nietig is in de zin van artikel 14 A, 1 a) BMW aangezien de beschrijving van de groene kleur zoals gedeponeerd door KPN op 9 oktober 1989 niet precies en duurzaam is. Bovendien is de kleur zoals gedeponeerd op 9 oktober 1989 niet aangeduid door een internationaal erkende identificatiecode. Tenslotte is het gebruik van het woord ‘groen’ zonder nuance wat betreft de beschrijving van tint van de gedeponeerde kleur van KPN nietszeggend zodat enkel het papierstaal in overweging kan genomen worden met het gevolg dat de grafische voorstelling van het teken niet voldoet aan de wettelijke vereiste om een geldig merk te zijn.


Het feit dat KPN in 2004 door middel van de identificatiecode ‘PMS 369’ de beschrijving van zijn gedeponeerd merk van 1989 vervolledigd heeft, brengt hier geen verandering in. KPN bewijst in feite immers niet dat de code ‘PMS 369’ die is van de groene kleurtint waarvan een staal gedeponeerd is geweest in 1989. Bovendien beschermt de wet enkel wat in het depot begrepen is en niets meer en de kan de rechter met geen andere elementen rekening houden.


Bij gebreke aan een registratie van het merk van de groene kleur met een erkende internationale identificatiecode, is de beschrijving van het teken in het depotborderel van 1989 niet rechtsgelding in de zin van artikel 1, eerste alinea BMW in de zin dat het een specifieke tint van de groene kleur betreft. De registratie van het groene kleur merk van KPS is dan ook nietig in de zin van artikel 14 A, 1, a) BMW.


Zelfs indien de  kleur waar KPN aanspraak op maakt als merk kan worden beschouwd en het voorwerp uitmaakt van een grafische voorstelling in de zin van artikel 1, eerste alinea BMW dan is de registratie van het merk nietig in de zin van artikel 14, A, 1 b BMW wegens het gebrek aan een onderscheidend karakter van het merk.


De rechter oordeelde immers dat deze kleur na het gebruik ervan door KPN geen onderscheidend vermogen verkregen heeft. Zo stelt de rechtbank vast dat het gebruik van de groene kleur door KPN beperkt is tot het Nederlandse grondgebied en KPN ook niet betwist dat dit gebruik onbestaande is in België en Luxemburg; KPN een variatie aan groene tinten gebruikt die allen nauw verwant zijn met de groene kleurtint waar KPN aanspraak als merk op maakt; deze groene kleurvariaties dan nog vaak gebruikt worden in samenhang met andere kleuren; KPN in een aantal reclamebrochures de bewuste groene kleur enkel in haar logo gebruikt in combinatie met andere kleuren, een combinatie waarin deze kleur geen dominante rol speelt; KPN voor telecommunicatiediensten (klasse 38) buiten de bewuste groene kleur in 1989 ook de kleur ‘zalmroze’ en ‘rood’ heeft geregistreerd in 1994 net zoals de kleurencombinatie ‘paars, rood en geel’ in 2000 etc


Het groene kleurmerk van KPN heeft dan ook volgens de rechtbank geen onderscheidend vermogen gekregen in de zin dat het publiek deze kleur direct met KPN associeert.


Tot slot oordeelde de rechtbank verrassend verwijzend naar het arrest Europolis van het HvJ dat een merk pas een onderscheidend vermogen krijgt wanneer het gebruikt wordt op het volledige territorium van de Benelux. In casu heeft KPN deze kleur nooit in België en Luxemburg gebruikt als merk. Deze kleur heeft dus nooit bij het desbetreffende publiek in deze twee landen de geschiktheid verkregen om hiermee de producten en diensten van KPN te identificeren.


Al deze argumenten tezamen genomen deed de rechtbank van koophandel te Brussel besluiten om het Beneluxdepot van KPN uit 1989 van haar ‘groene kleur’ nietig te verklaren.


Lees het vonnis hier.


(Nederlandse samenvatting met dank aan Joris Deene (Universiteit Gent).