IEFBE 2988

Heroeping inzake afgewezen beroep nietigverklaring merk is geldig

HvJ EU 31 oktober 2019, IEF 18815, IEFbe 2988; ECLI:EU:C:2019:916 (Repower tegen EUIPO/repowermap.org) Repower heeft het woordmerk “Repower“ laten inschrijven bij het EUIPO. Vervolgens heeft repowermap.org als interveniënte een vordering tot nietigverklaring van het litigieuze merk ingesteld. Volgens interveniënte mist het merk onderscheidend vermogen voor alle door dit merk aangeduide waren en diensten. Het EUIPO wijst de vordering toe. Beroep tegen de nietigverklaring wordt afgewezen. Vervolgens heeft het EUIPO het besluit tot afwijzing van het beroep herroepen wegens ontoereikende motivering. De kamer van beroep beoogde daarmee om het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk nog een keer te analyseren. Vervolgens is tegen deze herroeping is door Repower beroep ingesteld bij het Gerecht. Dit beroep is in eerste aanleg in zijn geheel verworpen, omdat aan de voorwaarden van de toepassing van het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat, was voldaan. De vergissing van de kamer van beroep bij de keuze van de rechtsgrondslag rechtvaardigde de vernietiging van de litigieuze beslissing niet. In het onderhavige geschil is hoger beroep ingesteld tegen de genoemde uitspraak van het Gerecht. Repower is in deze zaak in het ongelijk gesteld. Volgens het Hof is het besluit tot afwijzing namelijk geldig herroepen.

37      Volgens vaste rechtspraak kan deze onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht evenwel niet tot vernietiging van het bestreden arrest leiden wanneer het dictum ervan en in het bijzonder de vaststelling dat de beslissing van 8 februari 2016 rechtsgeldig is herroepen door de litigieuze beslissing, op andere rechtsgronden gerechtvaardigd zijn. Wanneer de motivering van een arrest van het Gerecht in strijd is met het Unierecht, maar het dictum op andere rechtsgronden gerechtvaardigd is, betekent dit immers niet dat het arrest moet worden vernietigd (arresten van 30 september 2003, Biret International/Raad, C‑93/02 P, EU:C:2003:517, punt 60 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 14 oktober 2014, Buono e.a./Commissie, C‑12/13 P en C‑13/13 P, EU:C:2014:2284, punt 62 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

38      Uit het voorgaande volgt dat het EUIPO de beslissing van 8 februari 2016 moest herroepen bij de litigieuze beslissing die is vastgesteld op grond van artikel 80, lid 1, van verordening nr. 207/2009, zodat het Gerecht terecht heeft geoordeeld dat de beslissing van 8 februari 2016 geldig was herroepen. Aangezien het dictum van het bestreden arrest gerechtvaardigd is om de in de voorgaande punten van het onderhavige arrest uiteengezette rechtsgronden, moet de motivering worden vervangen en worden vastgesteld dat de onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht niet tot vernietiging van het bestreden arrest leidt (zie in die zin arrest van 28 maart 2019, River Kwai International Food Industry/AETMD, C‑144/18 P, niet gepubliceerd, EU:C:2019:266, punt 22).

39      In die omstandigheden zijn het eerste tot en met het vierde middel, die alle betrekking hebben op de redenering van het Gerecht die is gebaseerd op het algemene rechtsbeginsel dat de intrekking van onrechtmatige bestuurshandelingen toestaat en op artikel 83 van verordening nr. 207/2009, niet ter zake dienend. Bijgevolg moeten deze middelen worden afgewezen zonder dat de ontvankelijkheid van het eerste, het tweede en het vierde middel – die door het EUIPO en repowermap.org wordt betwist – hoeft te worden onderzocht en zonder dat hoeft te worden geantwoord op het argument dat artikel 80, lid 1, van verordening nr. 207/2009 de mogelijkheden tot herroeping van de beslissingen van het EUIPO uitputtend regelt en dus in de weg staat aan een dergelijke herroeping wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van deze bepaling