IEFBE 2055

Inbreuk op brilmonturen, niet retroactief dwangsommen verbeurd op basis van eerder door deskundige geschat aantal

mattew aptica

Hof van beroep Gent 22 maart 2016 (beroep dwangsom), Rechtbank EA Oost-Vlaanderen afd. Gent 11 augustus 2015 (dwangsom) Rb KH Gent 13 november 2014 (ten gronde), IEFbe 2055 (Duchêne Design tegen M&M) Auteursrecht. Dwangsommen. Eiseres is distributeur van brillen onder de naam Aptica PD 6194, PD 6195. Haar brillen maken inbreuk op de auteursrechten van verweerders, ontwerper van de brilmonturen Mattew Menthe en Basilic [ten gronde]. Het deskundigenverslag rapporteert 3492 brillen en de gerechtsdeurwaarder heeft 2405 brillen ontvangen. Er volgt een bevel tot betaling van dwangsom voor 1087 brillen à €350, dat is meer dan de maximumdwangsom van €5.000. Er zijn geen dwangsommen verbeurd, de aanvang van de dwangsom is onduidelijk en de rechtbank meent dat een geschatte hoeveelheid geenszins voldoende duidelijk en specifiek is om het uitgangspunt te vormen voor het verbeuren van dwangsommen. Het Hof bekrachtigt het vonnis; handelingen door geïntimeerde gestelde voorafgaand aan haar veroordeling ten gronde kunnen geen aanleiding geven tot het verbeuren van dwangsommen die pas in een latere en later betekende uitspraak worden opgelegd. Stellen dat het begrip voorraad zou slaan op deze die aanwezig was op 6 juni 2013 zou voor gevolg hebben dat geïntimeerde retroactief dwangsommen zou verbeuren voor inbreukmakende handelingen, gesteld voor de uitspraak en de betekening van de veroordeling. De deskundige heeft bovendien de voorraad op dat moment enkel geschat.

Het Hof van beroep Gent, p. 133758: "Handelingen door geïntimeerde gestelde voorafgaand aan haar veroordeling ten gronde kunnen geen aanleiding geven tot het verbeuren van dwangsommen die pas in een latere en later betekende uitspraak worden opgelegd. Stellen dat het begrip voorraad zou slaan op deze die aanwezig was op 6 juni 2013 zou voor gevolg hebben dat geïntimeerde retroactief dwangsommen zou verbeuren voor inbreukmakende handelingen, gesteld voor de uitspraak en de betekening van de veroordeling.

De deskundige heeft bovendien de voorraad op dat moment enkel geschat, aangezien zij enkel belast was met de beschrijving van de namaak, de bestemming en de omvang ervan, zonder dat er een strikte inventarisatie was opgedragen."

p. 1074 Rb van EA Oost-Vlaanderen, af. Gent
Hoewel dit voor de beoordeling van het geschil van weinig praktisch belang is (zie hierna) meent de rechtbank dat eiseres wat haar intepretatie van de dwangsomveroordeling niet kan gevolgd worden. De dwangsomveroordeling dient immers gekoppeld te worden aan een hoofdveroordeling, in casu een vordering tot vernietiging. Ter zake overwoog de Rechtbank van Koophandel; "gelet op de dreiging van herhaling dienen de bij de verweerster aangetroffen exemplaren te worden vernietigd op kosten van de inbreukmaker" (stuk 3 folio 1580 eiseres). De rechtbank meent dat met de omschrijving ' de bij verweerster aangetroffen exemplaren' uit de hoofdveroordeling, niet anders begrepen kan worden dan de brillen die zijn aangetroffen bij huidige eiseres, naar aanleiding van het beschrijvend deskundig onderzoek.

p. 1074 Rb van EA Oost-Vlaanderen, af. Gent
Nu de dwangsom ernstige financiële implicaties heeft ten aanzien van de partij die ze mogelijk verschuldigd is, mag aangenomen worden dat de feiten die aanleiding geven tot het verbeuren van de dwangsom voldoende nauwkeurig worden omschreven. De rechtbank meent dat dit in casu niet gebeurd is. Vooreerst is onduidelijkheid nopens de aanvang van de dwangsom. De rechtbank meent dat een geschatte hoeveelheid geenszins voldoende duidelijk en specifiek is om het uitgangspunt te vormen voor het verbeuren van dwangsommen. (...)