IEFBE 2921

Octrooi- en modelrechtinbreuk commercialisering mini-wallets

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2921 (Griffe J tegen Secrid) Octrooirecht. Modellenrecht. Vervolg op IEFBE 2483. Verweerders ontwerpen en commercialiseren o.a. kaartbeschermers en mini-wallets en zijn houder van een Europees octrooi met de titel "Houder voor betaalkaarten" en houder van het modelrecht op het ontwerp van de mini-wallets. Eiser biedt eveneens mini-wallets aan via webshops. Verweerder heeft eiser in gebreke gesteld. Verweerder meent dat eiser na deze ingebrekestelling nog steeds de inbreukmakende producten aanbiedt. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stond toe dat er een beschrijvend en bewarend beslag werd gelegd. De vorderingen van eiser op derdenverzet waren ongegrond. In deze zaak vordert verweerder inbreuk op haar octrooirechten en modelrechten. Eiser vordert ongegrondverklaring van de vorderingen van verweerder. De rechtbank verklaart de vorderingen gegrond. Er is sprake van inbreuk op de octrooi- en modelrechten.

3.3.1. De rechtbank is van oordeel dat genoegzaam aangetoond werd dat alle kenmerken van conclusie 1 van EP’922 ook in de uitvoeringsvormen van de door       en Griffe verkochte goederen werden geproduceerd en dat deze goederen derhalve als inbreukmakend op het octrooi moeten beoordeeld worden. (art. XI.60§1 WER juncto art. XI.29 §1WER).

3.3.2. De door        en Griffe verkochte goederen in de varianten Jazz, Croco en Double Funk wekken geen andere algemene indruk dan het Beneluxmodel. De vordering van Secrid is om deze reden gegrond: zij kan zich in toepassing van artikel 3.16 BVIE verzetten tegen verdere aankoop, commercialisering en verkoop van deze varianten door verwerende partijen op hoofdeis.