Gepubliceerd op dinsdag 14 juli 2015
IEFBE 1430
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Onafgebroken gebruik heeft voorrang op anterioriteit handelsnaam Matchroom

Voorz. Rechtbank van Koophandel (en afd.) Antwerpen 8 juli 2015, IEFbe 1430 (Matchroom)
Uitspraak ingezonden door Dieter Delarue, Van Innis & Delarue. Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Eiser T Entertainment baat sinds 2012 een snookerhal uit onder de naam Matchroom, daarnaast baatte Matchroom Schijnpoort tot 2008 (Grand Café) Matchroom uit. Deze laatste verhuurde de locatie sinds 2008 aan een Aziatisch café-restaurant met snookergelegenheid. Sinds de opvolgende verhuur aan Boemelaar's Horecabedrijven wordt wederom een snookerzaal uitgebaat. Omdat de handelsnaam door verweerster gedurende lange periode niet is gebruik, kan zij zich niet meer beroepen op anterioriteit en wordt voorrang gegeven aan onafgebroken gebruik van de handelsnaam door eiser. De tegenvordering: wederrechtelijke registratie domeinnaam wordt afgewezen. De nietigheid merk wegens depot te kwader trouw (2.4 f BVIE), wordt toegewezen.



5. Omdat de handelsnaam door de verweerster gedurende een lange periode niet is gebruikt om haar onderneming te onderscheiden, terwijl zij, ondanks het niet-concurrentiebeding, wel handelsactiviteiten kon ontwikkelen en zelfs in de snookerbranche, kan zij zich niet meer beroepen op haar anterioriteit en dient hier voorrang te worden gegeven aan de eiseres die, blijkens de stukken, sinds minstens februari 2013 onafgebroken gebruikt maakt van de handelsnaam "Matchroom", blijkbaar met medeweten van de verweerster.

12. (...) In dezelfde context dient ook te worden vastgesteld dat  niet hij, maar eerste eiseres, zijn huurster, het recht op de handelsnaam "Matchroom" inmiddels had verworven. Aldus kan hij een voorgebruik van dit recht niet in zijn voordeel aanwenden om de toepassing van 2.4 f BVIE uit te sluiten.

16. Wat betreft de vermeende inbreuk op art. VI.98 WER dient te worden vastgesteld, bij gebreke aan concrete handelsactiviteiten ontplooid door de verweerster (sedert 2008), de consumenten niet in de mening te kunnen zijn "te gaan poolen bij verweerster, terwijl zij bij T Entertaiment terecht zouden komen".