IEFBE 2741

Stakingsvordering afgewezen: geen sprake van buitencontractuele fout of schade

Hof van beroep Gent 13 februari 2017, IEFbe 2741 (Sofiren en Selfmatic tegen Batiself) Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Gimefa deponeerde de naam SELFmatic als Benelux woordmerk en het logo als beeldmerk. Het merk Selfmatic werd overgedragen aan Sofiren. Sofiren liet volgens eiseressen een gratis gebruik van het merk toe aan zowel Batiself als aan de nv Selfmatic. Sofiren besloot met een opzegtermijn van 6 maanden om Batiself het recht te ontzeggen om het merk Selfmatic te gebruiken. Batiself zet de samenwerking met Sofiren stop. Daarna werd verweerster door Sofiren in gebreke gesteld om te stoppen met de inbreuken. Verweerster ontkent dat zij enige inbreuk begaat en stelt dat Sofiren overleg weigerde en verder tracht de activiteiten van verweerster te dwarsbomen. De eerste rechter verklaarde zich als stakingsrechter onbevoegd. Eiser vordert een staking van de inbreuk. Er moet worden bewezen of er sprake is van een buitencontractuele fout en buitencontractuele schade. Batiself heeft geadverteerd dat 'Easykit het nieuwe Selfmatic' is. Op een eerste gezicht heeft Batiself haar nieuwe merk in de markt gezet aan de hand van het woord- en beeldmerk Selfmatic. Dit betreft de contractuele band tussen appellanten en geïntimeerde. Er is geen sprake van een buitencontractuele fout. Het hof verklaart het incidenteel hoger beroep ongegrond.

9. Geheel terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat er tussen de partijen een overeenkomst heeft bestaan met betrekking tot het gebruik van het merk Selfmatic en dat dit gebruik ruim werd toegepast en gedurende jaren zonder moeilijkheden.
Appellanten wijzen erop dat zij bezwaar hebben tegen de wijze waarop Batiself reclame maakt voor 'Easykit', wat haar vordering buitencontractueel maakt. Batiself heeft geadverteerd dat 'Easykit het nieuwe Selfmatic' is. Op een eerste gezicht heeft Batiself haar nieuwe merk in de markt gezet aan de hand van het woord- en beeldmerk Selfmatic. Dit betreft de contractuele band tussen appellanten en geïntimeerde: bij de beëindiging van de samenwerking hebben de partijen geen precieze regeling getroffen voor de beëindiging van het gebruiksrecht of de licentie waarover Batiself beschikte naar zeggen van appellanten zelf. Ongeacht het gebruik van het teken Easyit is de betwisting bijgevolg van contractuele oorsprong.
Zelfs indien aangenomen zou worden dat de beweerde fout van Batiself zowel contractueel als buitencontractueel zou zijn, dan nog is niet aangetoond dat de schade die appellanten zeggen geleden te hebben ook en buitencontractuele schade uitmaakt. De tweede essentiële voorwaarde voor de gegrondverklaring van de vordering is daarom niet vervuld.