IEFBE 2734

Verbodsvordering toegewezen: beroepsbelangen van bouwbedrijf Van Gastel geschaad door gebruik telefoonnummer

Hof van beroep Antwerpen 16 maart 2017, IEFbe 2734 (Van Gastel tegen Van Gastel) Oneerlijke marktpraktijken. Beide bedrijven zijn een bouwbedrijf. X is aandeelhouder en bestuurder geweest bij Bouwbedrijf Van Gastel. Hij is een concurrerend bedrijf begonnen genaamd Van Gastel. Hij zou het telefoonnummer van Bouwbedrijf Van Gastel onrechtmatig hebben overgeplaatst. De rechtbank oordeelde dat de vordering ontoelaatbaar was. In hoger beroep vordert eiser een verbod om het telefoonnummer nog te gebruiken. Geïntimeerde mocht alleen gebruik maken van de telefoon tijdens zijn bedrijvigheid voor Bouwbedrijf Van Gastel. Hij heeft geen toelating gekregen. De telefoon werd gebruikt voor commerciële contacten. Door het gebruik door geïntimeerde worden de beroepsbelangen van Bouwbedrijf Van Gastel geschaad. De vordering wordt toegewezen.

4. Het gebruik dat heer X mocht maken van het telefoonnummer in kwestie tijdens zijn bedrijvigheid voor appellante was doelgebonden. Het feit dat hij de gsm met dat nummer mocht gebruiken bracht niet mee dat hij dat nummer al een persoonlijk nummer mocht aanzien (...) Daaruit volgt dat bij het einde van zijn mandaat als bestuurder de heer X gehouden was de betrokken SIM-kaart met daaraan verbonden nummer te restitueren aan appellante. Hij kon slechts over dat nummer beschikken indien hij daartoe de toelating bekwam van appellante. Geen geschreven toelating ligt voor. Evenmin bestaan er voldoende bepaalde, gewichtige en overeenstemmende vermoedens die kunnen gelden als bewijs van dergelijke toelating.
6. Het telefoonnummer werd jarenlang gebruikt in het kader van haar commerciële contacten. Geredelijk moet worden aangenomen dat het verlies van dat nummer, in ruime kring gekend door de commerciële relaties van appellante ingevolge het voormelde jarenlange gebruik, op zich het bewijs inhoudt van de schending van de beroepsbelangen van appellante. Desbetreffend herhaalt ook hier het hof het gebruik van het nummer in kwestie tot doel had de commerciële belangen van appellante te dienen.
7. Uit voorgaande overwegingen volgt dat bewezen is dat geïntimeerde zich schuldig maakt aan een oneerlijke marktpraktijk die de beroepsbelangen van appellante schaadt of kan schaden.