ICT - TIC - Privacy

IEFBE 2480

EHRM: Plaatsen camera's in hoorcollegezalen maakt inbreuk op privacy studenten

EHRM - Cour eur. D.H. 28 nov 2017, IEFBE 2480; Application no. 70838/13 (Antović en Mirković tegen Montenegro), http://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-plaatsen-camera-s-in-hoorcollegezalen-maakt-inbreuk-op-privacy-studenten

EHRM 28 november 2017, IT 2484; IEFbe 2480; Application no. 70838/13 (Antović en Mirković tegen Montenegro) Privacy. De school voor wiskunde van de universiteit van Montenegro heeft camera’s opgehangen in de hoorcollegezalen om de veiligheid van studenten en eigendommen te waarborgen. Hiertegen hebben eisers een klacht ingediend bij de nationale DPA. De universiteit heeft op bevel van de DPA de camera’s uit de hoorcollegezalen verwijderd. Eisers vorderde compensatie van de universiteit voor de inbreuk op hun privacy. De nationale gerechten wijzen de vordering af. Het EHRM oordeelt dat de universiteit een ongerechtvaardigde inbreuk heeft gemaakt op het recht op privacy van eisers. Er was geen reden om aan te nemen dat de studenten of eigendommen in gevaar waren. Er is dus geen rechtvaardiging voor het plaatsen van de camera’s. De vorderingen van eisers worden toegewezen.

IEFBE 2473

Conclusie AG: Religieuze gemeenschap kan worden aangemerkt als verwerker persoonsgegevens verzameld door Jehova getuigen

HvJ EU - CJUE 1 feb 2018, IEFBE 2473; C-25/17 (Jehova's getuigen), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-religieuze-gemeenschap-kan-worden-aangemerkt-als-verwerker-persoonsgegevens-verzameld-d

Conclusie AG 1 februari 2018, IT 2477; IEFbe 2473; C-25/17 (Jehova's getuigen) Privacy. Gelet op een en ander geef ik het Hof in overweging de door de Korkein hallinto-oikeus gestelde prejudiciële vragen te beantwoorden als volgt:

1)      Verkondigingswerk waarbij van deur tot deur wordt gegaan, zoals aan de orde in het hoofdgeding, valt niet onder de uitzonderingen van artikel 3, lid 2, eerste en tweede streepje, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

IEFBE 2440

HvJ EU: Schade European Dynamics hoeft niet vergoed te worden

HvJ EU - CJUE 20 dec 2017, IEFBE 2440; ECLI:EU:C:2017:998 (EUIPO tegen European Dynamics), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-schade-european-dynamics-hoeft-niet-vergoed-te-worden

HvJ EU 20 december 2017, IEFbe 2440; IT 2444; ECLI:EU:C:2017:998; C-677/15 P (EUIPO tegen European Dynamics). Zie eerder IT 1361 en IT 1890. Hogere voorziening. Aanbesteding. Overheidsopdrachten voor dienstverlening. Verstrekking van externe diensten voor programma- en projectbeheer en technische advisering op het gebied van informatietechnologie. Cascadeprocedure. Beginselen van gelijke kansen en transparantie. Vernietiging van het besluit van het Gerecht EU in de zaak European Dynamics Luxembourg and Others v OHIM (T‑299/11, EU:T:2015:757) [IT 1890]. De Europese Unie hoeft de schade die European Dynamics Luxembourg heeft geleden niet te vergoeden.

IEFBE 2441

HvJ EU: Schriftelijke antwoorden op beroepsexamen vormen persoonsgegevens

HvJ EU - CJUE 20 dec 2017, IEFBE 2441; ECLI:EU:C:2017:994 (Nowak tegen Data Protection Commissioner), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-schriftelijke-antwoorden-op-beroepsexamen-vormen-persoonsgegevens

HvJ EU 20 december 2017, IEFbe 2441; IT 2445; ECLI:EU:C:2017:994; C-434/16 (Nowak tegen Data Protection Commissioner) Zie eerder Conclusie A-G [IT 2320]. Uit het persbericht: De schriftelijke antwoorden op een beroepsexamen en de eventuele opmerkingen van de examinator bij deze antwoorden vormen persoonsgegevens van de kandidaat waartoe deze laatste in beginsel toegang moet kunnen krijgen. Dat de kandidaat het recht daartoe wordt verleend dient immers het doel van de Uniewetgeving, de bescherming te waarborgen van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen wat de verwerking betreft van gegevens die op hen betrekking hebben.

Article 2(a) of Directive 95/46/EC of the European Parliament and of the Council of 24 October 1995 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data and on the free movement of such data must be interpreted as meaning that, in circumstances such as those of the main proceedings, the written answers submitted by a candidate at a professional examination and any comments made by an examiner with respect to those answers constitute personal data, within the meaning of that provision.

IEFBE 2439

HvJ EU: Lidstaten kunnen voorwaarden vaststellen voor taxibemiddelingsdienst Uber

HvJ EU - CJUE 20 dec 2017, IEFBE 2439; ECLI:EU:C:2017:981 (Asociación Profesional Elite Taxi contre Uber Systems Spain), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-lidstaten-kunnen-voorwaarden-vaststellen-voor-taxibemiddelingsdienst-uber

HvJ EU 20 december 2017, IEFbe 2439; IT 2443; ECLI:EU:C:2017:981; C-434/15 (Asociación Profesional Elite Taxi contre Uber Systems Spain) Zie eerder Conclusie A-G [IEFbe 2170]. Uit het persbericht: De door Uber geleverde dienst om met particuliere bestuurders in contact te treden valt onder „diensten op het gebied van het vervoer”. De lidstaten kunnen dus de voorwaarden vaststellen waaronder deze bemiddelingsdienst kan worden geleverd.

(vrij vertaald) Artikel 56, 58 VWEU, en e-Commercerichtlijn moeten worden uitgelegd dat de bemiddelingsdienst waarmee met behulp van een smartphone, tegen vergoeding niet-professionele chauffeurs met hun eigen voertuig personen vervoeren, moet worden beschouwd als een vervoersdienst in de zin van artikel 58 VWEU. Zo'n dienst wordt niet beheerst door 56 VWEU, en de richtlijnen 2006/123 en 2000/31.

IEFBE 2431

Vragen aan HvJ EU over de toepassing van het Watson-arrest op bescherming nationale veiligheid

HvJ EU - CJUE 18 okt 2017, IEFBE 2431; C-623/17 (Privacy International), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-de-toepassing-van-het-watson-arrest-op-bescherming-nationale-veiligheid

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 oktober 2017, IT&R 2440; IEFbe 2431; C-623/17 (Privacy International) Privacy. Bescherming persoonsgegevens. Via minbuza: Verzoekster (Privacy International) is een non-gouvernementele mensenrechtenorganisatie. Verweerders zijn de de minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken, de minister van Binnenlandse Zaken en de drie veiligheids- en inlichtingendiensten, te weten: de Government Communications Headquarters (GCHQ), de Secret Service (MI5) en de Secret Intelligence Service (MI6) (hierna: de VI-diensten). Op grond van Section 94 van de Telecommunications Act 1984 mag een minister aan een exploitant van een openbaar elektronischecommunicatienetwerk aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht in het belang van de nationale veiligheid. De VI-diensten hebben bulkcommunicatiegegevens verkregen in overeenstemming met dergelijke aanwijzingen. De gegevens omvatten verkeers- en locatiegegevens die informatie verstrekken over sociale, commerciële en financiële activiteiten en reizen. Deze gegevens worden veilig bewaard door de VI-diensten. 

IEFBE 2376

Vragen aan HvJEU: Uitleg mbt het "recht op het laten verwijderen van koppelingen"

HvJ EU - CJUE 19 jul 2017, IEFBE 2376; C-507/17 (Google), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvjeu-uitleg-mbt-het-recht-op-het-laten-verwijderen-van-koppelingen

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 19 juli 2017, IT&R 2371; IEFbe 2376; C-507/17 (Google). Bescherming persoonsgegevens. Via MinBuZa: Verzoeker (Google) verzoekt de hoogste bestuursrechter om het besluit van verweerder (de Franse gegevensbeschermingsautoriteit) nietig te verklaren. Subsidiair wordt verzocht de behandeling van de zaak te schorsen om het Hof een vraag te stellen over de uitlegging van artikel 4 en 28 van richtlijn 95/46. Bij besluit van 21.05.2015 heeft verweerder, waarbij zij een verzoek van een natuurlijke persoon toewees om de resultatenlijst met koppelingen naar webpagina’s die na een zoekopdracht op zijn naam werd weergegeven te verwijderen, verzoeker aangemaand deze verwijdering toe te passen op alle domeinnaam-extensies van haar zoekmachine. Na te hebben vastgesteld dat verzoeker niet binnen de gestelde termijn gevolg had gegeven aan deze aanmaning, heeft verweerder in kleine samenstelling, bij besluit van 10.03.2016, verzoeker een openbaar gemaakte geldboete van €100.000,- opgelegd. Verzoeker vordert nietigverklaring van dit besluit. De interveniërende partijen (Wikimedia Foundation Inc., Fondation pour la liberté de la presse, Microsoft, Reporters Committee for Freedom of the Press, Article 19, en Internet Freedom Foundation) hebben allen bij memorie in interventie de hoogste bestuursrechter verzocht de conclusies van het verzoekschrift van verzoeker toe te wijzen. Samengevat stellen de interveniërende partijen en verzoeker: a) dat verweerder niet bevoegd was om het bestreden besluit te nemen met betrekking tot verwerkingen die niet op Frans grondgebied zijn uitgevoerd; b) dat het bestreden besluit onevenredig inbreuk maakt op de vrijheden van meningsuiting, informatie, communicatie en pers; c) dat het bestreden besluit ontoereikend gemotiveerd is en feitelijke alsmede juridische onjuistheden bevat; d) dat het bestreden besluit inbreuk maakt op de bescherming van het internet; e) dat het bestreden besluit het beginsel van internationale hoffelijkheid en soevereiniteit van andere staten miskent. Verweerder concludeert tot afwijzing van het verzoekschrift en verzoekt de hoogste bestuursrechter, subsidiair, de behandeling van de zaak te schorsen om het Hof een prejudiciële vraag te stellen over de territoriale werkingssfeer van het recht op het laten verwijderen van koppelingen. Zij voert aan dat de opgeworpen middelen ongegrond zijn.

IEFBE 2333

Verzoek advies aan EFTA over dominante machtpositie Telecomprovider en schuld aan onrechtmatige 'margin squeeze'

HvJ EU - CJUE 30 jun 2017, IEFBE 2333; (Fjarskipti v Síminn), http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-advies-aan-efta-over-dominante-machtpositie-telecomprovider-en-schuld-aan-onrechtmatige-marg

Verzoek advies HvJ EU 30 juni 2017, IT 2344; IEFbe 2333; E-6/17 (Fjarskipti tegen Síminn) Via Minbuza: Partijen zijn telecombedrijven die in IJsland algemene telecomdiensten aanbieden, inclusief mobiele telefoondiensten. Verzoeker levert diensten onder het merk Vodafone. Al decennia hebben ze een monopolie gehad op het bezitten en exploiteren van algemene telecommunicatienetwerken in IJsland. Dit staatsmonopolie werd op 01.01.1998 bij wet afgeschaft. De verweerder begon zijn telecomoperatie in 1994. Fjarskipti is nu de moeder-maatschappij van verzoeker. De voorgangers van verzoeker, Tal en Íslandssími, klaagden bij de mededingingsautoriteiten over het gedrag van verweerder op de mobiele telefoonmarkt. De mededingingsautoriteit kwam in zijn beslissing tot de conclusie dat verweerder zijn machtspositie heeft misbruikt door een 'grote gebruikerskorting' op de mobiele telefoonmarkt te geven. In zijn arrest van 08.11.2011 verwierp het Hooggerechtshof de eis van verzoeker om deze beschikking nietig te verklaren. De mededingingsautoriteit heeft in zijn beslissing verklaard dat de prijsverlagingen door de tegenpartij een mededingingsmaatregel vormen in reactie op de invoering van Tal op de mobiele telefoonmarkt. In zijn beslissing kwam de mededingingsautoriteit tot de conclusie dat verweerder de artikelen 11 en 19 van de mededingingswet en artikel 54 EER schendt. Deze schendingen door verweerder werden gezien als het bestaan van een onrechtmatige ‘margin squeeze’ tegen de concurrenten, met inbegrip van verzoeker, van 2001 tot eind 2007, bij de vaststelling van de termijnen.