Telecom

IEFBE 2775

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU over opslag van verkeers- en locatiegegevens voor meer dan enkel onderzoeken, opsporen en vervolgen van feiten van zware criminaliteit

HvJ EU - CJUE 19 jul 2018, IEFBE 2775; (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-over-opslag-van-verkeers-en-locatiegegevens-voor-meer-dan-en

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 19 juli 2018, IT 2661; IEFbe 2775; C-520/18 (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.) Privacy. Beroepsgeheim advocaten. Locatiegegevens. Opsporing. Strafrecht. Via Minbuza: Verweerders hebben een beroep tot vernietiging van de wet van 29 mei 2016 betreffende het verzamelen en bewaren van gegevens in de sector van de elektronische communicatie (de bestreden wet) ingesteld. Deze wet wijzigt verschillende bepalingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, welke verschillende richtlijnen, waaronder richtlijn 2005/58 in Belgisch recht zijn omgezet. Bij wet van 30 juli 2013 welke een aantal bepalingen van de wet van 13 juni 2005 wijzigt, werd richtlijn 2006/24/EG gedeeltelijk in Belgisch recht omgezet, alsook artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58/EG. Nadat richtlijn 2006/24 door het Hof ongeldig werd verklaard, heeft de verwijzende rechter artikel 126 van de wet van 13 juni 2005, zoals gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, vernietigd. Met de bestreden wet heeft de wetgever willen tegemoetkomen aan die vernietiging. De bestreden wet legt de operatoren van elektronische communicatiediensten een veralgemeende verplichting op om de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers gedurende bepaalde periode te bewaren en regelt de toegang van de gerechtelijke autoriteiten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten tot deze gegevens. De verzoekende partijen beroepen zich onder andere op schending van verschillende artikelen van de grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met verschillende artikelen van het VEU en het Handvest. Ten aanzien van de verplichting tot het verzamelen en bewaren van gegevens voeren zij aan dat de bestreden wet in strijd is met het beroepsgeheim waar bepaalde personen aan onderworpen zijn. Daarnaast stellen de zij dat de veralgemeende bewaring van gegevens een schending van het evenredigheidsbeginsel inhoudt en het een ernstige aantasting van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uitmaakt. Daarnaast wordt de duur van de bewaring, namelijk 12 maanden, buitensporig geacht. Ook wordt het feit dat er geen nauwkeurige beschrijving van de omstandigheden en voorwaarden inzake het verlenen van toegang tot de bevoegde autoriteiten bekritiseerd. De Belgische Staat daarentegen voert aan dat het beroepsgeheim niet absoluut is en dat de bestreden wet in voldoende grenzen voorziet wat betreft de toegang tot de gegevens. Verder wordt gesteld dat de termijn van twaalf maanden noodzakelijk is om terroristische misdrijven te bestrijden.

IEFBE 2684

Geen oneigenlijk gebruik van 0902-nummer als doorschakelservice Telinfo naar klantenservices

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 18 jul 2018, IEFBE 2684; ECLI:NL:RBDHA:2018:8780 (Telinfo tegen Belfabriek), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-oneigenlijk-gebruik-van-0902-nummer-als-doorschakelservice-telinfo-naar-klantenservices
0902

Rechtbank Den Haag 18 juli 2018, IEFbe 2684 (Telinfo tegen Belfabriek) Telecom. Belfabriek levert servicenummers aan het bedrijfsleven en particulieren, waaronder 0902-nummers. Telinfo bood aan particulieren een doorschakelservice aan naar klantenservices van verschillende bedrijven. De inspecteur-directeur van de FOD Economie te Brussel maakt notificatie en stelt dat de handelswijze van de onderneming misleidend zou kunnen zijn volgens artikel VI.97 van het WER. Daarnaast is dit mogelijk ook een oneerlijke handelspraktijk jegens andere ondernemingen. Belfabriek heeft geconstateerd dat het Nederlandse 0900-nummer, waarvan u de nummergebruiker bent, oneigenlijk gebruikt wordt en u bellers (zeer) lang in de wacht laat staan. Nu Telinfo als nummergebruiker geen klantenservice levert in het kader van een reeds gesloten overeenkomst, maar een doorschakelservice, gaat het beroep van Belfabriek op deze bepaling niet op. Geen misbruik van 0902-nummer.

IEFBE 2549

Vragen aan HvJ EU over VoIP-dienst als elektronische-communicatiedienst via vast of mobiel nummer

HvJ EU - CJUE 7 feb 2018, IEFBE 2549; (Skype Communications), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-over-voip-dienst-als-elektronische-communicatiedienst-via-vast-of-mobiel-nummer

Prejudicieel vragen gesteld aan HvJ EU 7 februari 2018, IEFbe 2549; IT 2545; C-142/18 (Skype Communications) Telecom. Skype Communications (hierna: Skype), een vennootschap naar Luxemburgs recht, verstrekt met haar software haar gebruikers een spraaktelefonie- en teleconferentiedienst op internet. Met de betaaloptie SkypeOut kan de gebruiker van Skype bovendien naar vaste of mobiele nummers van het openbare geschakelde telefonienetwerk (hierna: PSTN) bellen. Het ontvangen van oproepen met SkypeOUt is niet mogelijk. De oproep via SkypeOut is eerst een overbrenging van signalen via het openbare internet (eerste segment) en vervolgens een overbrenging van signalen via het PSTN (tweede segment). De gebruiker van SkypeOut staat niet in een contractuele verhouding tot de exploitanten van PSTN. Skype heeft met deze exploitanten voorafgaande overeenkomsten gesloten en zij worden voor hun diensten door Skype vergoed. Het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna: BIPT) heeft Skype gevraagd een kennisgeving van haar dienst SkypeOut in te dienen. Skype heeft hieraan geen gevolg gegeven omdat zij in België geen activiteit uitoefent en meent geen enkele elektronische-communicatiedienst (hierna: ECD) aan te bieden. Naar Belgisch recht mag het aanbieden of het doorverkopen van ECD’s pas aanvangen na een kennisgeving aan het BIPT (artikel 9, §1 WEC). Skype en het BIPT zijn het niet eens over de vraag of de dienst SkypeOut als ECD moet worden gekwalificeerd en dus of voor die dienst een voorafgaande kennisgeving verplicht is.

IEFBE 2120

Vragen aan HvJ EU: Is opnemen bepaalde telefoondiensten op simkaart ongepaste beïnvloeding en agressieve handelspraktijk?

HvJ EU - CJUE 22 sep 2016, IEFBE 2120; (AGCM tegen Wind Telecomunicazioni; en tegen Vodafone Omnitel), http://www.ie-forum.be/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-is-opnemen-bepaalde-telefoondiensten-op-simkaart-ongepaste-be-nvloeding-en-agressi

Prej. vragen aan HvJ EU 22 september 2016, IEFbe 2120; IT 2250; RB 2829; C-54/17 - 1 (AGCM tegen Wind Telecomunicazioni) en C-55/17 (AGCM tegen Vodafone Omnitel) Verzoeksters zijn telecombedrijven. Verweerster AGCM (ITA NMa) heeft een handelwijze van verzoeksters bestaande in de activering van diensten (het instellen van een internet- en voicemaildienst) op simkaarten voor mobiele telefoons zonder dat de consumenten van tevoren daarover waren geïnformeerd en zonder dat zij daarvoor toestemming hadden gegeven, zodat zij niet wisten dat hun eventueel kosten in rekening konden worden gebracht, bij besluit van 06-03-2012 als agressieve handelspraktijk aangemerkt en beboet. Verzoeksters zijn daartegen opgekomen bij de bestuursrechter Lazio wegens onbevoegdheid van verweerster. De Rb wijst het beroep 18-02-2013 toe. De bevoegdheid om niet-gevraagde levering van diensten te bestraffen zou uitsluitend aan AGCOM (de CommunicatieAut) toekomen. Verweerster gaat in beroep en stelt dat de Rb het specialiteitsbeginsel onjuist heeft uitgelegd. De zaak ligt nu voor bij de ITA RvS.

IEFBE 2039

Wetsvoorstel bewaarplicht telecommunicatiegegevens op losse schroeven door uitspraak Hof van Justitie?

Overheden kunnen aanbieders van elektronische communicatiediensten geen algemene verplichting tot het bewaren van (verkeers)gegevens opleggen. Deze uitspraak heeft het Europese Hof van Justitie [IT2194; IEFbe 2037, persbericht] op de kortste dag van het jaar gedaan. Het Europees recht verzet zich tegen een algemene en ongedifferentieerde bewaring van verkeersgegevens en locatiegegevens. Preventief gegevens van iedereen opslaan mag dus niet. Lidstaten mogen wel wetgeving maken waarbij preventief voorzien wordt in gerichte bewaring van gegevens ter bestrijding van criminaliteit. Gegevens verzamelen mag dus pas als er een vorm van verdenking is tegen een persoon. Als er gegevens bewaard worden, moet dat tot het strikt noodzakelijke minimum in een democratische rechtstaat beperkt worden.

IEFBE 2029

HvJ EU: Nationale rechter moet beroep tegen beslissing van nationale telecom-regelgevende instantie met terugwerkende kracht nietig kunnen verklaren

HvJ EU - CJUE 13 okt 2016, IEFBE 2029; ECLI:EU:C:2016:769 (Prezes UKE en Petrotel tegen Polkomtel), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-nationale-rechter-moet-beroep-tegen-beslissing-van-nationale-telecom-regelgevende-instantie-m

HvJ EU 13 oktober 2016, IT 2188; IEFbe 2029; ECLI:EU:C:2016:769 (Prezes UKE en Petrotel tegen Polkomtel) Telecom. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Art. 4 lid 1 Richtlijn 2002/21/EG. Recht om beroep in te stellen tegen een beslissing van een nationale regelgevende instantie. Doeltreffend beroepsmechanisme. Instandhouding van de beslissing van een nationale regelgevende instantie hangende de uitspraak in de beroepsprocedure. Werking in de tijd van een beslissing van een nationale rechter die een beslissing van een nationale regelgevende instantie nietig verklaart. Mogelijkheid om een beslissing van een nationale regelgevende instantie met terugwerkende kracht nietig te verklaren – Beginselen van rechtszekerheid en van bescherming van het gewettigd vertrouwen.
 

IEFBE 1609

Belgische justitie kan rechtstreeks informatie opvragen van Amerikaanse techreuzen

Hof van Cassatie 1 december 2015, IEFbe 1609 (Yahoo!)
Via time.lex: In een acht jaar aanslepend dispuut tussen de Belgische justitie en het Amerikaans internetbedrijf Yahoo! heeft het Hof van Cassatie definitief geoordeeld dat het Belgische gerecht rechtstreeks bij Yahoo! mocht aankloppen voor identificatiegegevens in het kader van een onderzoek. De Belgische magistraten moesten dus niet de omslachtige weg van de internationale rechtshulpverzoeken volgen en konden zich terecht beroepen op de bevoegdheden vervat in het Belgisch recht.

(...deze bijdrage is volledig na te lezen op time.lex...) Het arrest van het Hof van Cassatie bevestigt nu dus definitief dat de Belgische justitie, gebruik makend van artikel 46bis Sv., rechtstreeks een vordering tot medewerking kan richten aan Amerikaanse internetondernemingen die zich met hun communicatiediensten uitdrukkelijk tot de Belgische consument wenden. Daar nagenoeg alle grote spelers een specifiek aanbod voor Belgische consumenten hebben, betekent dit op het eerste zicht een sterk wapen voor het Belgische gerecht in de strijd tegen criminaliteit die almaar meer een digitaal luik krijgt. De vraag blijft evenwel in welke mate men ook effectief een dergelijke vordering zal kunnen afdwingen nu deze bedrijven niet allemaal lokale verankering hebben. Bovendien kunnen deze bedrijven zich relatief gemakkelijk aan deze medewerkingsplicht onttrekken door zich niet meer uitdrukkelijk tot de Belgische markt te richten.

IEFBE 1628

HvJ EU: Belasting zendmasten en/of zend- en ontvangsteenheden van het mobieletelefonienetwerk toegestaan

HvJ EU 17 december 2015, IEFbe 1628; ECLI:EU:C:2015:820; zaak C-517/13 (Proximus tegen Provincie Namen)
[vgl. IEFbe 1536] Elektronischecommunicatienetwerken en ‑diensten. Voorwaarden die aan de algemene machtiging en de gebruiksrechten voor radiofrequenties en voor nummers kunnen worden verbonden, en specifieke verplichtingen – Artikel 13 – Vergoeding voor het recht om faciliteiten te installeren – Werkingssfeer – Provinciale regelgeving – Belasting op zendmasten en/of zend- en ontvangsteenheden van het mobieletelefonienetwerk. HvJ EU:

De artikelen 6 en 13 [machtigingsrichtlijn'] moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat een belasting als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, wordt opgelegd aan de natuurlijke of rechtspersoon die een zendmast en/of een zend- en ontvangsteenheid van het mobieletelefonienetwerk exploiteert.

Gestelde vragen:

1)      Moet artikel 13 van [de machtigingsrichtlijn] aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een nationale autoriteit of een plaatselijke overheid, voor begrotingsdoeleinden die niets van doen hebben met de doeleinden van deze machtiging, bij reglement een belasting invoert op de infrastructuur voor mobiele communicatie die wordt gebruikt bij de uitoefening van de werkzaamheden waarvoor overeenkomstig deze richtlijn een algemene machtiging is verleend (waarbij in voorkomend geval een onderscheid wordt gemaakt tussen het geval waarin deze infrastructuur op particuliere eigendom is geplaatst en het geval waarin zij op openbare eigendom is geplaatst)?

 

2)      Moet artikel 6, lid 1, van [de machtigingsrichtlijn] aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een nationale autoriteit of een plaatselijke overheid, voor begrotingsdoeleinden die niets van doen hebben met de doeleinden van deze machtiging, bij reglement een belasting op de infrastructuur voor mobiele communicatie invoert die niet behoort tot de voorwaarden die in deel A van de bijlage bij die richtlijn worden opgesomd, met name omdat zij geen administratieve bijdrage is in de zin van artikel 12 [van deze richtlijn]?