Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 3394

Verwarringsgevaar tussen Ice en Ice-Watch

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mrt 2022, IEFBE 3394; (Drelin tegen Gilmar), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-ice-en-ice-watch

BenGH 7 maart 2022, IEF 20582, IEFbe 3394; C 2020/15/8 (Drelin tegen Gilmar) Drelin heeft een merkaanvraag gedaan waartegen Gilmar oppositie heeft ingesteld. Drelin levert kritiek op de analyse van het Bureau omtrent het verwarringsgevaar en verzoekt het Hof de oppositie af te wijzen en haar merk in te schrijven. Het Hof gaat niet mee in de stelling van Drelin dat het zou gaan om een bovengemiddeld aandachtig publiek. Vervolgens oordeelt het Hof dat het merk en teken in auditief, visueel en begripsmatig opzicht in zekere mate overeenstemmen. Ook gaat het Hof mee in het oordeel van het Bureau dat sprake is van verwarringsgevaar. Hierbij wordt rekening gehouden met het gemiddeld onderscheidend vermogen van het merk en het gemiddeld aandachtsniveau van het relevante publiek. Het beroep van Drelin wordt afgewezen.

IEFBE 3393

Oppositie wordt afgewezen

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 7 mrt 2022, IEFBE 3393; (Lamborghini tegen Urus), http://www.ie-forum.be/artikelen/oppositie-wordt-afgewezen

BenGH 7 maart 2022, IEF 20578, IEFbe 3393; C 2020/17/8 (Lamborghini tegen Urus) Urus heeft een Benelux-aanvraag verricht van het woordmerk URUS. Lamborghini heeft oppositie ingesteld tegen inschrijving van deze aanvraag voor alle diensten. Het Bureau heeft de oppositie afgewezen en bepaald dat het teken van Urus wordt ingeschreven voor alle diensten waarvoor het is aangevraagd. Het hof gaat er van uit dat het oudere merk bij het doelpubliek bekend is. Dat het oudere merk ook bekend is voor de andere waren dan SUV’s waarvoor het is ingeschreven is door Urus betwist en heeft Lamborghini niet (voldoende) onderbouwd.

IEFBE 3372

Doorhalingsbeslissing 'ik wil van mijn auto af' bevestigd

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 27 jan 2022, IEFBE 3372; (Dealerdirect Global tegen WijKopenAutos), http://www.ie-forum.be/artikelen/doorhalingsbeslissing-ik-wil-van-mijn-auto-af-bevestigd

BenGH 27 januari 2022, IEF 20498, IEFbe 3372; C 2019/14/7 (Dealerdirect Global tegen WijKopenAutos) Eerder oordeelde het BBIE in deze zaak dat het merk ‘Ik wil van mijn auto af’ te beschrijvend was en dat het elk onderscheidend vermogen miste [IEF 18503]. Dealerdirect Global verzoekt tot vernietiging van deze doorhalingsbeslissing en het oorspronkelijke verzoek tot vernietiging en doorhaling van het bestreden merk af te wijzen. Het hof oordeelt in deze zaak dat het niet in strijd is met de rechtszekerheid om terug te komen op een eerdere beslissing om het merk in te schrijven, aangezien het eigen is aan de procedure voor het BBIE dat een marktdeelnemer op basis van een procedure op tegenspraak een verzoek tot doorhaling kan instellen. Vervolgens oordeelt het hof dat het feit dat ‘ik wil van mijn auto af’ niet wordt gebruikt als zoekterm onvoldoende is om het beschrijvend karakter van het bestreden merk in twijfel te trekken. Daarnaast is het hof van mening dat het BBIE, anders dan verzoekster aanvoert, de CHIEMSEE-principes heeft toegepast. Bovendien kan er geen inburgering worden aangetoond. Concluderend oordeelt het hof dat het bestreden merk ab initio beschrijvend is en onvoldoende onderscheidend vermogen heeft verworven door inburgering. De bestreden doorhalingsbeslissing wordt bevestigd.

IEFBE 3364

Neutralisatietheorie niet van toepassing

3 dec 2021, IEFBE 3364; http://www.ie-forum.be/artikelen/neutralisatietheorie-niet-van-toepassing

Franstalig Hof van beroep Brussel 3 december 2021, IEFbe 3364 (VF International tegen Carrefour Belgium 2) In oktober 2020 verscheen  een vonnis van de Voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank te Brussel waarin Kano en Carrefour werden veroordeeld tot de staking van het gebruik van twee tekens die inbreuk maakten op de merken van VF, het moederbedrijf van de merken Kipling, Eastpak, Timberland en Napapijri [IEFbe 3139]. Het hof heeft onlangs het beroep van Kano tegen dit vonnis verworpen. Het hof oordeelde net als de eerste rechter dat de door Kano en Carrefour gebruikte tekens verwarring konden wekken met de merken van VF.

IEFBE 3361

Vordering tot doorhaling woordmerk UBO toegewezen

13 jan 2022, IEFBE 3361; http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-tot-doorhaling-woordmerk-ubo-toegewezen

BOIP 13 januari 2022, IEF 20480, IEFbe 3361; N3000217 (Kamer van Koophandel tegen UBO) Doorhalingsbeslissing. Op 27 maart 2020 diende de verzoeker (Kamer van Koophandel) een vordering tot doorhaling van Benelux inschrijving 13933760 van het woordmerk UBO in. De verzoeker stelt dat er onder andere sprake is van de nietigheidsgronden uit artikel 2.2.bis, lid 1 sub b en c BVIE. Inhoudelijk betekent dit dat het bestreden merk elk onderscheidend vermogen mist en dat het merk beschrijvend is. Verzoeker stelt dat de aanduiding UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’ en dat deze term wordt gebruikt om de belanghebbende van een onderneming of rechtspersoon aan te duiden. Uit de stellingen van partijen blijkt voorts dat het woord UBO kan dienen om een kenmerk aan te duiden van de diensten waarvoor het merk is geregistreerd. Dit leidt tot de conclusie dat de in artikel 2.2bis, lid 1, sub b en c BVIE bedoelde absolute nietigheidsgronden van toepassing zijn. Het Bureau besluit dat de vordering tot doorhaling wordt toegewezen en dat de Benelux merkinschrijving 1393760 wordt doorgehaald voor alle diensten.

IEFBE 3357

Vernietiging beslissing Uniewoordmerk SO COUTURE

HvJ EU - CJUE 21 jan 2021, IEFBE 3357; (L’Oréal tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/vernietiging-beslissing-uniewoordmerk-so-couture

HvJ EU Kamer van beroep 21 januari 2021, IEF 20474, IEFbe 3357; T-30/21 (L’Oréal tegen EUIPO) Verzoekschrift. L’Oréal is de verzoekende partij en het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) de verwerende partij. L’Oréal heeft een inschrijvingsaanvraag gedaan bij EUIPO voor het Uniewoordmerk SO COUTURE. Dit verzoek is door de vijfde kamer van beroep van het EUIPO op 3 november 2020 in zaak R 158/2016-5 afgewezen. L'Oréal verzoekt nu dat deze beslissing op grond van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad bij de globale beoordeling en de beoordeling van het verwarringsgevaar wordt vernietigd. De Kamer van beroep oordeelt dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd.

IEFBE 3356

HvJ EU Conclusie A-G over parallelimport van geneesmiddelen

HvJ EU - CJUE 13 jan 2022, IEFBE 3356; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-over-parallelimport-van-geneesmiddelen

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2022, IEF 20473, LS&R 2014, IEFbe 3356; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen) Deze conclusie betreft drie rechtszaken waarin verschillende geschillen spelen betreffende parallelimport van geneesmiddelen. Het Landgericht Hamburg heeft de behandeling van deze rechtszaken geschorst en het Hof meerdere prejudiciële vragen gesteld. Onder andere de vragen of artikel 47 bis van richtlijn [2001/83] zo moet worden uitgelegd dat ten aanzien van parallel ingevoerde producten kan worden aangenomen dat de maatregelen ter zake van de verwijdering en het aanbrengen van de veiligheidskenmerken overeenkomstig artikel 54, onder o), van richtlijn [2001/83], hetgeen door de parallelimporteur wordt uitgevoerd door middel van ofwel heretikettering ofwel ompakking, gelijkwaardig zijn wanneer beide maatregelen voor het overige voldoen aan de voorwaarden van richtlijn [2001/83] en van gedelegeerde verordening [2016/161] en even geschikt zijn om de authenticiteit en de identiteit van het geneesmiddel te controleren en om te bewijzen dat met het geneesmiddel is geknoeid?

IEFBE 3355

HvJ EU Conclusie A-G inzake rechtsverwerking wegens gedogen

HvJ EU - CJUE 13 jan 2022, IEFBE 3355; ECLI:EU:C:2022:25 (Heitec AG tegen Heitech promotion GmbH), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-inzake-rechtsverwerking-wegens-gedogen

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2022, IEF 20472, IEFbe 3355; ECLI:EU:C:2022:25 (Heitec AG tegen Heitech promotion GmbH) Heitec is houdster van het op 4 juli 2005 als Uniemerk ingeschreven woordmerk HEITEC. Verweerster in het hoofdgeding is op 16 april 2003 in het handelsregister ingeschreven onder de handelsnaam HEITECH Promotion GmbH, waaronder zij haar activiteiten verricht (hierna: Heitech). Op 22 april 2009 is Heitech schriftelijk in gebreke gesteld door Heitec wegens het gebruik van de handelsnaam en het merk met het woordelement HEITECH. Heitec heeft voor de rechter primaire vorderingen ingesteld wegens inbreuk op de haar door haar handelsnaam HEITEC verleende rechten, en subsidiair vorderingen wegens inbreuk op haar Uniemerk HEITEC. Het Bundesgerichtshof heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof vier prejudiciële vragen gesteld over de uitleg van artikel 9, leden 1 en 2, van richtlijn [2008/95] alsmede in de zin van artikel 54, leden 1 en 2, en artikel 111, lid 2, van verordening [nr. 207/2009]. De A-G concludeert o.a. dat alleen een einde kan worden gemaakt aan de termijn van rechtsverwerking wegens gedogen als de houder van oudere rechten laat blijken een einde te maken aan het gedogen door beroep in te stellen binnen een termijn van vijf jaar vanaf het ogenblik waarop hij kennis heeft gekregen van het gebruik van het jongere merk.