Merkenrecht - Droit des marques

IEFBE 3086

Benelux-Gerechtshof: “kunnen dienen” is de juiste maatstaf

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 15 jun 2020, IEFBE 3086; (Pet’s Budget), http://www.ie-forum.be/artikelen/benelux-gerechtshof-kunnen-dienen-is-de-juiste-maatstaf

BenGH 15 juni 2020, IEF 19237, IEFbe 3086; C 2019/6/9 (Pet’s Budget) Merkenrecht. ANISERCO heeft op 24 januari 2017 een aanvraag ingediend bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom voor een Benelux-merk “Pet’s Budget”. Het Benelux-Bureau heeft deze inschrijving geweigerd, omdat het teken van Pet’s Budget te beschrijvend is en elk onderscheidend vermogen mist. ANISERCO betwist de weigering en stelt dat de uitdrukking Pet’s Budget niet beschrijvend is voor de verkochte waren. Bovendien is het onderscheidend vermogen van het merk ingeburgerd door constant gebruik als merk sinds meer dan tien jaar. Dit onderscheidend vermogen zorgt ervoor dat de inschrijving niet geweigerd kan worden op de grond dat het teken beschrijvend is. Toch weigert het Benelux-Bureau op 30 januari 2019 de aanvraag definitief. Volgens het Benelux-Bureau zal de consument het teken als beschrijvend opvatten en is er geen sprake van onderscheidend vermogen, omdat ANISERCO dat niet voor de hele Benelux heeft aangetoond.

IEFBE 3073

Analyse van arrest Gömböc

In 2015, Gömböc Kft. applied for the registration of a national Hungarian three-dimensional trademark for decorative items and toys. The sign was represented by a single view image of a homogenous stone-like object. This object is recognizable for the public in Hungary as a popular gadget that has the characteristic to always fall into the same position, which apparently is a mathematical discovery. The Hungarian Intellectual Property Office refused registration of the application on the basis that the shape of the good is necessary to obtain a technical result.

After the appeals were dismissed in first and second instance, Gömböc Kft. brought an appeal before the Kúria (Supreme Court of Hungary). The Supreme Court of Hungary raised three preliminary questions, asking the ECJ to clarify the interpretation the grounds of exclusion for signs that consist exclusively of the shape of goods that are necessary to obtain a technical result and that gives substantial value to the goods (Articles 3(1)(e)(ii) and (iii) Trade Mark Directive 2008/95 respectively).

Lees hier de hele samenvatting en analyse van het arrest Gömböc [IEF 19169] van kantoor Hofhuis Alkema Groen.

IEFBE 3067

HvJ EU geeft uitleg van richtlijn 2008/95

HvJ EU - CJUE 23 apr 2020, IEFBE 3067; ECLI:EU:C:2020:296 (Gömböc), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geeft-uitleg-van-richtlijn-2008-95

HvJ EU 23 april 2020, IEF 19169, IEFbe 3067; ECLI:EU:C:2020:296 (Gömböc) Gömböc heeft een aanvraag gedaan voor inschrijving van een driedimensionaal teken als merk voor siervoorwerpen (overkoepelend en siervoorwerpen van glas en keramiek) en speelgoederen in Hongarije bij het Bureau voor IE. Het Bureau heeft deze aanvraag op basis van een weigeringsgrond in de Hongaarse Merkenwet afgewezen. De inschrijving als speelgoed is geweigerd omdat het teken een vorm is die noodzakelijk geacht wordt voor de technische uitkomst van Gömböc, wat de keuzevrijheid van concurrenten zou beperken. Met betrekking tot het merk als siervoorwerp stelt het Bureau dat siervoorwerpen worden uitgesloten van merkregistratie als ze uitsluitend bestaan uit de vorm, en de Gömböc ontleent zijn opvallende verschijningsvorm aan het ontwerp. Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 3, lid 1, onder e), ii) en iii), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht van de lidstaten (PB 2008, L 299, blz. 25).

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3064

Lisbeth Depypere: merken, openbare orde en goede zeden in tijden van Corona

In deze tijden van Corona zijn er uiteraard al personen op het idee gekomen om “COVID-19”, “CORONAVIRUS” of varianten erop als merk te registreren. Maar gaat dat wel? Kunnen dergelijke merken wel onderscheidend zijn? En vooral, is dat wel gepast? Of zou dat niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden? Het ideale moment om even op te frissen hoe het nu ook alweer zat met merken en openbare orde en goede zeden.

De openbare orde en de goede zeden in de EU
In de EU heeft het EUIPO traditioneel steeds een streng standpunt ingenomen over de toepassing van de weigeringsgrond van de openbare orde en goede zeden,  die in de Uniemerkenverordening is opgenomen in artikel 7 (1) (f). Dat strenge standpunt werd herhaaldelijk bevestigd door het Gerecht van de EU. De lijst van  merken die op EU-niveau zijn geweigerd of nietig verklaard omdat ze in strijd waren met de openbare orde en de goede zeden is dan ook lang.

IEFBE 3060

Cassatie Cat/Tigercat afgewezen

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 6 mrt 2020, IEFBE 3060; ((Cat tegen Tigercat)), http://www.ie-forum.be/artikelen/cassatie-cat-tigercat-afgewezen

Hof van Cassatie 6 maart 2020, IEFbe 3060; C.18.0366.F/1 (Cat tegen Tigercat) Merkenrecht. Het cassatieberoep tegen de arresten van het Hof van beroep te Luik van 20 maart en 6 juni 2018 [IEFbe 2523] is afgewezen.

IEFBE 3049

HvJ EU vernietigt arrest van Gerecht inzake inschrijving BBQLOUMI

HvJ EU - CJUE 5 mrt 2020, IEFBE 3049; ECLI:EU:C:2020:170 (Halloumi tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-vernietigt-arrest-van-gerecht-inzake-inschrijving-bbqloumi

HvJ EU 5 maart 2020, IEF 19063, IEFbe 3049; ECLI:EU:C:2020:170 (Halloumi tegen EUIPO) In een eerder arrest oordeelde het Gerecht EU dat het collectieve merk Halloumi, dat is voorbehouden aan Cypriotische kaasproducenten, niet in de weg staat aan de inschrijving van het teken “BBQLOUMI” als Uniemerk voor kaas van een Bulgaarse producent. Halloumi verzoekt om vernietiging van het bestreden arrest inhoudende verwerping van haar beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van EUIPO inzake een oppositieprocedure. Er wordt overwogen dat indien een vereniging verzoekt om inschrijving als collectief Uniemerk van een teken dat een plaats van herkomst kan aanduiden, zij ervoor dient te zorgen dat dit teken elementen bevat aan de hand waarvan de consument de waren of diensten van haar leden kan onderscheiden van die van andere ondernemingen.

IEFBE 3038

Fyffes International aan kop in de bananenoorlog

EUIPO - BHIM - OHMI 21 jan 2020, IEFBE 3038; (Chiquita Brands tegen Fyffes International), http://www.ie-forum.be/artikelen/fyffes-international-aan-kop-in-de-bananenoorlog

Board of Appeal EUIPO 21 januari 2020, IEF 19013, IEFbe 3038; zaak R 962/2019-5 (Chiquita Brands tegen Fyffes International) Deze zaak gaat om de bananenoorlog tussen Chiquita Brands en Fyffes International (“de EUTM eigenaar”). De EUTM eigenaar wilde bovenstaand merk registreren voor ananassen, bananen, vers fruit en groenten. Chiquita maakte bezwaar tegen registratie van dit merk. Er wordt geoordeeld dat uit alle bewijsmiddelen - waaronder het bewijs dat buiten de relevante periode is weergegeven - blijkt dat het gebruik zoals afgebeeld door de EUTM eigenaar in relatie tot “bananas, plantains and pineapples” voldoende is om een marktaandeel op een specifieke markt  in stand te houden, dan wel te creëren. Het is niet relevant of dit het resultaat is van eigenlijke commerciële successen. Er wordt daarom geconcludeerd dat het bestreden oordeel tot stand blijft, welke ook de registratie voor het teken voor “plantains’’ omvat.

IEFBE 3031

HvJ EU: merkdepot zonder voornemen te gaan gebruiken in de bewuste klasse kan te kwader trouw zijn

HvJ EU - CJUE 29 jan 2020, IEFBE 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen Skykick), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-merkdepot-zonder-voornemen-te-gaan-gebruiken-in-de-bewuste-klasse-kan-te-kwader-trouw-zijn

HvJ EU 29 januari 2020, IEF 18982, IT 3025, IEFbe 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen SkyKick) Het Britse bedrijf Sky is merkhouder van Uniemerken met betrekking tot televisie-uitzendingen, telecom en meer. Deze merken zijn ook ingeschreven in het Verenigd Koninkrijk als nationale woordmerken. Sky heeft een vordering wegens inbreuk op de merken ingesteld tegen SkyKick, een Amerikaanse onderneming die zich voornamelijk bezighoudt met het aanbieden van cloud-services. SkyKick heeft aangevoerd dat de ingeroepen merken geheel of gedeeltelijk nietig zijn omdat onvoldoende duidelijk en nauwkeurig is aangegeven op welke waren en diensten deze betrekking hebben. Tevens zouden de merken te kwader trouw zijn aangevraagd, om een zeer ruime merkbescherming te verkrijgen.