Overig - Autre  

IEFBE 1479

L'action de ASBL à obtiner des droit d'auteur est non fondée

Cour d'appel de Bruxelles 15 mai 2015, IEFbe 1479 (Incognito ASBL contre Neocity SPRL)
Resumé par Thibaut D'hulst et Eléonore Waterkeyn, Van Bael & Bellis. Des droit d'auteur. Mme R., journaliste, a "cédé la gestion fiduciaire" de ses droits d’auteurs à l’ASBL I. Elle est en outre entrée en contact avec N., une maison d’édition de guides touristiques. Un projet de convention a été élaboré. Bien que celui-ci n’ait jamais été signé, Mme R. et N. estiment que ce projet gouverne leurs relatons contractuelles. La convention prévoit que Mme R. écrira un guide touristique bruxellois pour N. et que, en contrepartie de la somme de 4.900 €, elle cèdera à N. "le droit exclusif de reproduire et de représenter, de publier et d’exploiter" le guide touristique et la totalité de ses droits patrimoniaux. Une fois le manuscrit envoyé, L’ASBL I. a facturé 4.900 € à N. pour les prestations de Mme R. N a refusé de la payer arguant qu’elle n’avait aucun lien avec l’ASBL I.

L’ASBL I. et Mme R. ont introduit une action devant le TPI de Bruxelles et ont été déboutées. La Cour d’appel a confirmé la décision du premier juge. L’ASBL I. n’a pas la qualité à agir car elle n’est ni partie à la convention conclue avec N., ni cessionnaire des droits d’auteur de Mme R.  Selon Mme R. et l’ASBL I., la cession fiduciaire opérée peut être assimilée à la cession, par un auteur, de ses droits à une société de gestion collective.  Il ne s’agit toutefois que d’un mandat  permettant d’intervenir pour le compte de l’auteur et non d’une cession des droits d’auteur. Or, l’ASBL I. n’étant pas une société de gestion collective, elle ne bénéficie pas de l’habilitation spécifique prévue par la LDA pour réclamer en justice le paiement des droits associés au droit d’auteur. L’action de l’ASBL I. visant à obtenir le paiement de la facture est donc irrecevable.
L’action de Mme R. visant à obtenir une indemnité pour contrefaçon ainsi que des droits d’auteur pour chaque exemplaire commercialisé est, elle, non fondée. Le prix prévu par le projet de convention couvre la cession de l’ensemble des droits de Mme R. Mme R. a également soutenu pouvoir bénéficier de la protection prévue par la loi sur les bases de données. Cependant, n’ayant contribué qu’au contenu de la base de données et non à l’ossature, à la structure de celle-ci, elle n’est que rédacteur et non producteur de la base de données. La Cour rappelle que: 20. (…) Les données mêmes d’une base de données ne sont pas protégées par l’article 20 bis LDA et le sont par le jeu des règles générales de la loi du 30 juin 1994.
Ce chef de la demande de Mme R. est également non fondé.

IEFBE 1478

Ethische Commissie voor Telecommunicatie wellicht niet onafhankelijk en onpartijdig

Hof van Beroep Brussel 3 juni 2015, IEFbe 1478 (MYPORT BVBA en ETRI NV tegen Belgische Staat)
Uitspraak ingezonden door Timothy Van de Gehuchte, Portelio Advocaten. Telecom. Artikel 6 EVRM. Onafhankelijkheid. Onpartijdigheid. Ethische Commissie voor Telecommunicatie. De eiseressen (MYPORT BVBA en ETRI NV) voeren aan dat de voorlopige maatregel die is opgelegd door de Ethische Commissie voor de Telecommunicatie moet worden geschorst vanwege artikel 6 EVRM, omdat de Ethische Commissie wegens haar samenstelling niet onafhankelijk en onpartijdig is. Ze oordeelt over inbreuken op normen die ze zelf heeft vastgesteld, initieert zelf de procedure en stelt het sanctiedossier zelf samen. Het Hof van Beroep van Brussel overweegt dat een sanctie in de zin van artikel 6 EVRM, die is opgelegd door een instantie die niet de waarborgen van het EVRM verzekert, niet kan worden ten uitvoer gelegd zolang de instantie die met volle rechtsmacht is geadieerd om over de rechtmatigheid van de toegepaste procedure en de rechtmatigheid van die sanctie te oordelen zich er niet over heeft kunnen buigen. De bestreden beslissingen dienen te worden geschorst in afwachting van de beoordeling van de grieven die zijn aangevoerd.

IV. De vordering op grond van artikel 19 lid 2 Gerechtelijk Wetboek
12. De eiseressen voeren tot staving van de voorlopige maatregel aan, althans voor het niet-declaratoire onderdeel ervan, dat de schorsing vereist is in het licht van artikel 6 EVRM. De door de Ethische Commissie opgelegde maatregel is een straf, die niet kan worden uitgevoerd zonder dat een rechter zich erover heeft kunnen uitspreken. De Ethische Commissie zelf zou niet onpartijdig en onafhankelijk zijn en oordelen over inbreuken op normen die ze zelf heeft vastgesteld met de Ethische Code. Verder stellen ze dat ze wegens die beslissingen ook ernstig in hun bedrijfsvoering worden geraakt. Met de shortcodes worden niet enkel de diensten voor de politiecontroles geblokkeerd, maar ook alle andere diensten die via de shortcodes lopen. Ook geven ze aan dat het hof verschillende prejudiciële vragen zal dienen aan het Grondwettelijk Hof -die worden geformuleerd in de Inleidende verzoekschriften- en dat het onredelijk zou zijn om tijdens het interval van de rechtsgang de bestreden beslissingen hun gelding te laten behouden.
 
V. Beoordeling van de voorlopige maatregel
20. Uit het geheel van de voorgaande overwegingen volgt dat een sanctie in de zin van artikel 6 van het EVRM, die is opgelegd door een Instantie die niet de waarborgen van het EVRM verzekert, niet kan worden ten uitvoer gelegd zolang de instantie die met volle rechtsmacht is geadieerd om over de rechtmatigheid van de toegepaste procedure en de rechtmatigheid van die sanctie te oordelen, en die daarbij de waarborgen verleend door het EVRM verzekert, zich niet over opgelegde sanctie heeft kunnen buigen. Hieruit volgt ook dat daden van tenuitvoerlegging van de sanctie, die zouden voltrokken zijn vooraleer de termijn om beroep in te stellen is verstreken of terwijl het beroep hangende is, dienen te worden ongedaan gemaakt in afwachting van het de uitkomst van het beroep.
21. De eiseressen voeren een reeks feitelijke gegevens aan, die door verweerder niet worden tegengesproken en waaruit op het eerste gezicht kan worden afgeleid dat de waarborgen die het EVRM verleent, niet verzekerd tijdens de procedure die tot de bestreden beslissingen heeft geleid. Met name wordt aangehaald dat de Ethische Commissie wegens haar samenstelling niet kan worden beschouwd als een onpartijdige en onafhankelijke instantie -twee ministers hebben er een vertegenwoordiger- en dat ze oordeelt over inbreuken op normen die ze zelf heeft vastgesteld. Ook blijkt uit het dossier van de procedure voor de Ethische Commissie dat zij de procedure zelf initieert en dat ze het sanctiedossier met een verslag over de vermeende ten laste gelegde inbreuk zelf samenstelt.
22. Zodoende dienen de bestreden beslissingen te worden geschorst in afwachting van de beoordeling van de grieven die door de eiseressen worden aangevoerd.


IEFBE 1476

Afgifte broncode ondanks gebrekkige dagvaarding

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 5 augustus 2015, IEFbe 1476 (CIS ICT Services tegen Qit vzw)
Uitspraak ingezonden door Merle Hafkamp, Gravendeel advocaten. Afgifte software broncode. Procesrecht. Art.34 Ger. W., 7 EG betekeningsVo. CIS vordert bevel tot afgifte van de broncode van Plagiaat. De dagvaarding is gebrekkig aan Belgische QIT BVBA afgegeven in plaats van aan Belgische QIT vzw, maar vzw is niet onredelijk benadeeld, omdat op de dag van betekening een afschrift van de dagvaarding is afgegeven aan de vereffenaar van de ontbonden QIT vzw. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen QIT Vzw en beveelt afgifte van de broncode van 'Plagiaat' aan CIS.

IEFBE 1473

Artikel was al gesplitst en aangepast, maar zet niet aan tot racisme en xenofobie

Hof van Beroep Gent 5 maart 2013, IEFbe 1473 (Vlaams Belang Krant)
Correctioneel. Mediarecht. Verdacht van discriminatie, door racisme en xenofobie ingegeven daden door in de Vlaams Belang Krant te (laten) plaatsen naar aanleiding van vernieling van grafstenen: "Wat men echter niet mocht vernemen is, dat de daders, allen jonge tieners, allochtonen waren, jongeren van vreemde afkomst dus. Een cultuut die géén respect méér heeft voor de doden en voor symbolen van een ander geloof, is een ontspoorde cultuur." Tegen de oorspronkelijke medegedaagde, uitgever, is opheffing van de parlementaire onschendbaarheid gevraagd en bij beslissing toegewezen. W. heeft toegegeven het artikel van VDV te hebben opgesplitst en te hebben aangepast. De term "aanzetten tot" impliceert dat het loutere geven van informatie of het uiten van ideeën of kritiek niet volstaat om van een misdrijf te spreken. Vrijspraak.

P. 13: Foutieve berichtgeving nopens de identiteit of de afkomst van de dader(s) van een misdrijf of van enig ander gedrag dat maatschappelijk als stuitend wordt ervaren, impliceert op zichzelf echter niet noodzakelijk dat degene die verantwoordelijk is voor deze foutieve berichtgeving of de verspreiding ervan zou hebben gehandeld met de bedoeling om gevoelens van haat of geweld te doen ontstaan of om discriminatoire of segregerende gevoelens aan te wakkeren in het algemeen of tegen de persoon of de bevolkingsgroep die aldus ten onrechte met het bewuste misdrijf of het maatschappelijk als stuitend ervarend gedrag wordt geassocieerde in het bijzonder.
IEFBE 1470

Softwarelicentie Ugent is rechtmatig verkregen

Hof van Beroep Gent 11 mei 2015, IEFbe 1470 (Leon V.O.F. tegen Universiteit Gent)
Uitspraak aangebracht door Stephane Criel, van Eeghem&Criel. Auteursrechten. Software. Partijen hebben een betwisting over het gebruik van software en het al dan niet rechtmatig karakter daarvan. De vof Leon stelt een vordering in jegens Universiteit Gent op grond van schadevergoeding voor een inbreuk op auteursrechten, nu de software die de Universiteit Gent in licentie kreeg van C-Concept, dezelfde software zou zijn als deze die Leon zou hebben laten ontwikkelen voor C-Concept en waarvoor zij nooit volledig betaald werd. Bestreden vonnis wordt bevestigd. Vordering van vof Leon ongegrond, immers Leon wist of minstens moest weten dat zij via C-Concept voor de Universiteit Gent software ontwikkelde.

2. Situering van de betwisting
3. De partijen hebben een betwisting over het gebruik van software en het al dan niet rechtmatig karakter daarvan. De vof Leon, voorheen "Fahrenheit 04", noch de heer X hebben een contractuele band met de UGent. Fahrenheit 04 had wel een softwareontwikkelingsovereenkomst met de nv C-Concept, die op haar beurt een licentieovereenkomst had met de vakgroep communicatiewetenschappen van UGent. De vof Leon is van oordeel dat de UGent een inbreuk maakt op haar ingeroepen auteursrechten op software. De UGent is van oordeel dat Leon niet bewijst over deze auteursrechten te beschikken. Verder beroept zij zich op de licentieovereenkomst die zij met C-Concept heeft afgesloten. Leon is van oordeel dat deze licentieovereenkomst niet rechtsgeldig is, gelet op het eigendomsvoorbehoud dat zij tegenover C-Concept formuleerde, zolang de facturen niet betaald waren. Leon werd niet volledig betaald door C-Concept voor de diensten die zij leverde in uitvoering van één of meerdere overeenkomsten. Leon stelt haar vordering tegen UGent in op grond van een schadevergoeding voor een inbreuk op auteursrechten, nu de software die de UGent in licentie kreeg van C-Concept, dezelfde software zou zijn als deze die Leon zou hebben laten ontwikkelen voor C-Concept en waarvoor zij nooit volledig betaald werd.

4. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van partijen
14. Er is nog meer. C-Concept/Innoxys had betalingsmoeilijkheden, waarvan Leon op de hoogte was. Dit wordt onder meer aangetoond door de mail van 1 augutus 2005 van X en Y, waarin X uitdrukkelijk schrijft dat C-Concept/Innoxys "Zal betalen", maar "onder onnoemelijke financiële druk" staat. Leon wist derhalve dat zij via C-Concept/Innoxys - en mogelijk via Securex- voor de UGent software ontwikkelde. Minstens moet zij dit weten. Zij heeft zelf een risico genomen door toe te laten dat een licentie gegeven werd door haar opdrachtgever aan een derde, terwijl de laatste factuur nog open stond voor een bedrag van 1.637,65 euro en dit niettegenstaande het eigendomsvoorbehoud dat zij opgenomen had in haar contract met C-Concept/Innoxys. Mogelijks heeft zij zelf ingestemd met het geven van de licentie, wat wellicht een kans verschafte om betaald te worden. Door zo te handelen is het oorzakelijk verband doorbroken.

IEFBE 1466

Overzicht fiscale voorafgaande beslissingen auteursrecht

Fiscaal. Hieronder een selectie van de Ruling voorafgaande beslissingen over het onderwerp auteursrecht (2014 tot medio 2015:

- 15% omzet - Bedrijfsleider computerprogramma
- 25% financiële enveloppe - ontwikkelaars computerprogramma
- 25% Infografisten
- 15% Licentievergoeding computerprogramma
- Bedrijfsleider, bij meer dan 37.500
- Tax shelter
- Hoofdredacteur
- 50% lesgevers
- 25% creatief personeel
- 25% beroepsjournalisten en stagiars
- 15% softwareontwikkelaars en marketeers
- 7,5% computerprogramma
Ruling Voorafgaande beslissing 3 februari 2015, nr. 2014.721 (15% omzet - Bedrijfsleider computerprogramma)
Revenus résultant de la cession ou de la concession de droits d’auteur. Dirigeant d’entreprise. Programme informatique. Inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten. Bedrijfsleider. Computerprogramma. De variabele vergoeding vastgesteld op 15% van de omzet (excl. BTW) verwezenlijkt door de toekenning van gebruikslicenties voor het programma [en dus exclusief de omzet die voortvloeit uit prestaties (onderhoud, ...) die aan de klanten worden gefactureerd] die door de vennootschap "X" aan haar zaakvoerder zal worden toegekend krachtens de overeenkomst, kan aangemerkt worden als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, §1, 5° WIB92, maar met dien verstande evenwel dat krachtens artikel 37, §1 en 2 WIB92 dit inkomen een beroepsinkomen zal vormen indien en voor zover het hoger dan 37.500 euro (niet geïndexeerd) is.  De beslissing zal van toepassing zijn op de vergoedingen die vanaf de dag van de beslissing worden betaald en voor zover ze betrekking hebben op de omzet die ten vroegste op 1/01/2015 werd verwezenlijkt.

La redevance variable fixée à 15% du chiffre d’affaires (HTVA) réalisé en raison de l’octroi des licences d’utilisation du programme [et donc à l’exclusion du CA issus des prestations (maintenance,…) de services facturées aux clients] qui sera attribuée par la société « X » à son gérant en vertu de la convention, peut être qualifiée de revenu mobilier au sens de l’article 17 § 1er, 5° CIR92, étant toutefois entendu qu’en application de l’article 37 § 1er et 2 CIR92 celle-ci constituera un revenu professionnel dans l’éventualité et dans la mesure où elle excéderait 37.500 euros (non indexés). La décision sera d’application aux redevances versées à dater de celle-ci et pour autant qu’elles se rapportent au CA réalisé au plus tôt à compter du 1/01/2015.


Ruling Voorafgaande beslissing 27 januari 2015, nr. 2014.720 (25% financiële enveloppe - ontwikkelaars computerprogramma)
De bedragen die zullen worden toegekend door de vennootschap “X “ aan haar ”ontwikkelaars “ onder het statuut van loontrekkende en het statuut van zelfstandige (actuele en toekomstige), ingevolge de ondertekening van de overeenkomsten, in het kader van de overdracht van hun auteursrechten betreffende de computerprogramma’s, zijn roerende inkomsten zoals bedoeld in artikel 17 §1, 5° WIB92, maar zullen evenwel in toepassing van artikel 37 §1 en 2 WIB92 beroepsinkomsten uitmaken in het geval en voor zover ze hoger zouden zijn dan 37.500 euro (niet-geïndexeerd). Deze inkomsten die voortkomen uit de overdracht van de auteursrechten van deze “ontwikkelaars” mogen nooit hoger zijn dan 25% van de totale financiële enveloppe (vóór RSZ) die hen is toegekend. De wijziging van de arbeidsovereenkomsten en het dienstcontract om de verdeelsleutel van de bezoldiging specifiek te bepalen naarmate de overdracht van de auteursrechten of de uitvoering van de materiële prestaties maken geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344 §1 WIB92.

Ruling Voorafgaande beslissing 16 december 2014, nr. 2014.508 (25% Infografisten)
De bedragen die door de aanvrager aan zijn (huidige en toekomstige) "infografisten' in loondienst en als vennoot worden toegekend ten gevolge van de ondertekening van overeenkomsten in het kader van de afstand van hun auteursrechten, vormen roerende inkomsten zoals bedoeld in artikel 17 § 1, 5° WIB 92 waarbij echter geldt dat deze in toepassing van artikel 37 § 1 en 2 WIB 92 als beroepsinkomsten worden aangemerkt in het geval en voor zover zij meer dan 37.500 euro (niet geïndexeerd) zouden bedragen. Deze inkomsten uit de afstand van de auteursrechten van de "infografisten" in loondienst en als vennoot mogen nooit meer bedragen dan 25% van de volledige financiële enveloppe (vóór RSZ) die hun is toegewezen.

Ruling Voorafgaande beslissing 18 november 2014, nr. 2014.558 (15% Licentievergoeding computerprogramma)
De vergoeding voor licentierechten voor het gebruik van een computerprogramma ten belope van gezamenlijk 15% van de met dat programma gerealiseerde netto-omzet, die door bvba A aan  auteurs X, Y en Z zal worden toegekend, kan als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 worden aangemerkt.

Ruling Voorafgaande beslissing 7 oktober 2014, nr. 2014.349 (Bedrijfsleider, bij meer dan 37.500)
Bedrijfsleider. Publiciteitssector. Inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten. De bedragen die door de vennootschap Y in het kader van de overdracht van haar auteursrechten zullen worden toegekend aan haar zaakvoerder, de heer X, vormen roerende inkomsten zoals bedoeld in artikel 17 § 1, 5° WIB92 waarbij echter geldt dat deze in toepassing van artikel 37 § 1 en 2 WIB 92 als beroepsinkomsten worden beschouwd in het geval en voor zover zij meer dan 37.500 euro (niet geïndexeerd) zouden bedragen. Deze inkomsten die voortvloeien uit de overdracht van de auteursrechten van de heer X zullen volgens de methodologie opgenomen in deze beslissing moeten worden vastgesteld.

Ruling Voorafgaande beslissing 23 september 2014, nr. 2014/399 (Tax shelter)
Er bestaat een co-productiecontract tussen deze twee producenten, waarbij ze de rechten op het werk verdelen (auteursrechten, APNI-rechten, enz.). In dit geval bestaat er tussen deze twee producenten een interne onderneming, wat met zich meebrengt dat het verboden is voor producent A om de uitgave die hij maakt voor producent B te facturen. Het is echter toegestaan aan producent A dat hij een schrijven richt tot producent B waarin deze uitgave hem op exclusieve wijze werd toegewezen. In elk geval is de datum van de uitgave, de datum waarop deze uitgave werd gedaan door producent A. De raamovereenkomst en optieovereenkomst in bijlage bij de aanvraag voldoen aan de bepalingen van artikel 194ter WIB 92.

Ruling Voorafgaande beslissing 29 juli 2014, nr. 2014.340 (Hoofdredacteur)
Personenbelasting. Hoofdredacteur. Inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten. De bedragen die door de vennootschap ‘X’, bij toepassing van de overeenkomst, zullen worden toegekend aan haar bezoldigde hoofdredacteur van de website van de vennootschap, als tegenprestatie van de overdracht door deze laatste van zijn auteursrechten, kunnen als roerende inkomsten worden gekwalificeerd in de zin van artikel 17 § 1, 5° WIB92, echter met dien verstande dat overeenkomstig artikel 37 §1 en 2 WIB92 deze bedragen bedrijfsinkomsten zijn wanneer en in de mate waarin ze meer bedragen dan 37.500 euro (niet-geïndexeerd). Die inkomsten voortvloeiend uit de overdracht van auteursrechten van de bezoldigde hoofdredacteur van de aanvrager mogen nooit meer bedragen dan 25% van het totale hem toegekende financiële bedrag (vóór RSZ).

Ruling Voorafgaande beslissing 24 juni 2014, nr. 2014.252 (50% lesgevers)
De door lesgevers gecreëerde werken in de vorm van geschreven teksten, PowerPointpresentaties, syllabus, Dvd, enz. kunnen worden aangemerkt als werken van letterkunde. Zij vallen bijgevolg onder de bescherming van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. 50% van de totale vergoeding toegekend door externe ondernemingen, organisatoren van studiedagen en congressen, aan voormelde lesgevers (natuurlijke personen) voor het geven voordrachten, presentaties, demonstraties, enz. wordt beschouwd als zijnde toegekend voor de éénmalige overdracht van de vermogensrechten op de door hen gecreëerde werken en mag als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 worden aangemerkt.

Ruling Voorafgaande beslissing 17 juni 2014, nr. 2014.268 (25% creatief personeel)
Personenbelasting. Publiciteitssector. Inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten. De bedragen die door de aanvrager aan zijn creatief personeel zullen worden toegekend ingevolge de wijziging van het arbeidsreglement (voor loontrekkenden) en ook naar aanleiding van de ondertekening van een bijlage (voor zelfstandigen) in het kader van de afstand van hun auteursrechten, zijn roerende inkomsten zoals bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB92, met dien verstande evenwel dat zij krachtens artikel 37, § 1 en 2, WIB92, beroepsinkomsten zijn indien en voor zover zij hoger dan 37.500 euro (niet-geïndexeerd) zouden zijn.  Aangezien deze inkomsten voortvloeien uit de afstand van auteursrechten door het creatief personeel (loontrekkenden en zelfstandigen), kunnen zij nooit hoger zijn dan 25% van de totale financiële enveloppe (voor RSZ) die hen wordt toegekend. De wijziging van het arbeidsreglement en de ondertekening van een bijlage waarin wordt vastgelegd welk gedeelte in ruil voor de afstand van auteursrechten wordt toegekend, vormen geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, WIB92.

Ruling Voorafgaande beslissing 27 mei 2014, nr. 2014.161 (25% beroepsjournalisten en stagiars)
De bedragen die, overeenkomstig een protocol van collectieve arbeidsovereenkomst (reeds ondertekend maar nog niet in werking getreden) door bepaalde persbedrijven worden toegekend aan de beroepsjournalisten en stagiars, als tegenprestatie voor de overdracht van deze laatsten van hun primaire auteursrechten, kunnen worden gekwalificeerd als roerende inkomsten in de zin van artikel 17 § 1, 5° WIB92, echter met dien verstande dat overeenkomstig artikel 37 § 1 en 2 WIB92 deze bedragen bedrijfsinkomsten zijn wanneer en in de mate waarin ze meer bedragen dan 37.500 euro (niet-geïndexeerd).  Die inkomsten voortvloeiend uit de overdracht van primaire auteursrechten mogen nooit meer bedragen dan 25% van het totale toegekende financiële bedrag (vóór RSZ). De ondertekening van het protocol en van de aanhangsels van de arbeidsovereenkomsten vormen geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 344 § 1 WIB92.

Ruling Voorafgaande beslissing 15 april 2014, nr. 2014.001 (15% softwareontwikkelaars en marketeers)
Het gedeelte van de bezoldiging dat de nv X wenst toe te kennen aan bepaalde werknemers, nl. de softwareontwikkelaars en de marketeers, die in het kader van hun arbeidsovereenkomst met de nv X beschermde werken hebben ontwikkeld en de auteursrechten hierop in de meest ruime zin contractueel aan de nv X hebben overgedragen, moet, ten belope van maximum 15% als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 worden aangemerkt en is in principe afzonderlijk belastbaar aan 15% roerende voorheffing.

Ruling Voorafgaande beslissing 15 april 2014, nr. 2014.097 (7,5% computerprogramma)
Auteursrechten. De vergoeding voor licentierechten voor het gebruik van een computerprogramma ten belope van 7,5% van de met dat programma gerealiseerde netto-omzet, die door bvba B aan  auteur X zal worden toegekend, kan als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 worden aangemerkt.

IEFBE 1459

Opsplitsing prestatie en auteursrechten voor roerend inkomen

Ruling Voorafgaande beslissing, 15 april 2014, IEFbe 1459; nr. 2012.472 (montage, regie, camera, materiële drager)
Fiscaal. De regie post-productie, het camerawerk, de regie, enerzijds, en de reproductie van het audiovisuele werk op materiële drager, anderzijds, vallen onder de bescherming van de Auteurswet van 30 juni 1994. Van de totale vergoeding die de onderneming Y voor de uitvoering van die werken ontvangt, kan 25 pct respectievelijk 100 pct als auteursrechten worden aangemerkt, mits het onderscheid tussen de prestatievergoedingen en de auteursrechten uitdrukkelijk op de facturen is vermeld. Daarvan kan max. 50 pct ten name van de zaakvoerder, dhr X, als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, §1, 5°, WIB 92 worden toegekend, op voorwaarde dat deze vergoeding, in verhouding tot de door de onderneming Y aan haar klanten afgestane auteursrechten, niet meer bedraagt dan de procentuele verhouding tussen, enerzijds, de door dhr X verkregen bezoldigingen en, anderzijds, het gedeelte van de omzet van de onderneming Y dat op de geleverde prestaties betrekking heeft.

56. Gelet op de concrete omstandigheden van het geval kan de DVB akkoord gaan met het door de aanvrager gedane voorstel om de vergoeding als volgt op te splitsten:

 

AUTEURSRECHT

PRESTATIES

Montage

0 %

100 %

Regie post-productie

25 %

75 %

Camerawerk

25 %

75 %

Regie

25 %

75 %

Materiële drager

100% (onder aftrek van de reële kosten: drager en verzending)

Reële kosten (drager en verzending)

57. In onderhavige sector heerst overeenkomstig artikel 18 van de Auteurswet een vermoeden van overdracht van de intellectuele rechten op de exploitatie van het audiovisuele werk (randnrs 22 en 23), waaruit volgt dat co-auteurs hun rechten worden overgedragen aan de producent.
58. Op de factuur opgemaakt door de onderneming Y ten name van haar klanten zal daarenboven uitdrukkelijk een onderscheid gemaakt worden tussen de vergoeding voor auteursrechten, enerzijds, en de andere vergoedingen, anderzijds.
59. Tussen dhr X en de onderneming Y zal een "overeenkomst auteursrechten" opgesteld worden waarin de overdracht van de auteursrechten m.b.t. zijn bijdrage in het audiovisuele werk uitdrukkelijk wordt bepaald.
60. Daarbij zal er rekening mee worden gehouden dat de vergoeding voor de overdracht door dhr X van zijn intellectuele rechten op het auteursrechtelijk beschermd werk aan de onderneming Y, in verhouding tot de door de onderneming Y aan haar klanten afgestane auteursrechten, niet meer bedraagt dan de procentuele verhouding tussen, enerzijds, de door dhr X verkregen bezoldigingen en, anderzijds, het gedeelte van de omzet van de onderneming Y dat op de geleverde prestaties betrekking heeft.
61. De DVB kan akkoord gaan met het hierna ter verduidelijking gegeven voorbeeld, de bedragen zijn hypothetisch en dienen enkel ter verduidelijking van de toepasselijke verhoudingen:
61.1. de onderneming Y heeft een kwartaalomzet van 100.000 EUR, waarvan 75.000 EUR als dienstenvergoedingen en 25.000 EUR als auteursrechtvergoedingen werd gefactureerd;
61.2. dhr X verkrijgt momenteel een bedrijfsleidersbezoldiging van 24.750 EUR per kwartaal, hetgeen overeenstemt met 33% van de door de onderneming Y gefactureerde dienstprestaties (24.750/75.000);
61.3. onderneming Y kan dan ook maximum 33% van de door haar gefactureerde auteursrechten (25.000 EUR) of 8.250 EUR toekennen aan dhr X als vergoeding voor de overdracht van zijn intellectuele rechten. Dit stemt overeen met 8,25% (8.250/100.000) van de kwartaalomzet (excl. BTW) van de onderneming Y.
61.4. de door de onderneming Y aan dhr X toe te kennen vergoeding voor auteursrechten zal, in voorkomend geval, nooit meer bedragen dan 50 pct van de door de onderneming Y gefactureerde auteursrechten.
62. de regie post-productie, het camerawerk, de regie en de reproductie van het audiovisuele werk op materiële drager onder de bescherming van de Wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten vallen;
63. van de door de onderneming Y voor de overdracht van het werk m.b.t. de regie post-productie, het camerawerk en de regie ontvangen vergoedingen:
63.1. minimum 75 pct als vergoeding voor geleverde prestaties moet worden aangemerkt;
63.2. maximum 25 pct als vergoeding voor de overdracht van auteursrechten moet worden aangemerkt;
64. 100 pct van de door de onderneming Y ontvangen vergoeding voor de reproductie van het audiovisuele werk op materiële drager, als vergoeding voor auteursrechten kan worden aangemerkt, met uitzondering van de kosten voor de materiële drager en de verzendingskosten;
65. maximum 50 pct van de aldus ten name van de onderneming Y aangemerkte auteursrechten aan haar zaakvoerder, dhr X, als vergoeding voor de overdracht van zijn intellectuele rechten mogen worden toegekend en die vergoeding in zijn naam als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, §1, 5°, WIB 92 kan worden aangemerkt op voorwaarde dat deze vergoeding, in verhouding tot de door de onderneming Y aan haar klanten afgestane auteursrechten, niet meer bedraagt dan de procentuele verhouding tussen, enerzijds, de door dhr X verkregen bezoldigingen en, anderzijds, het gedeelte van de omzet van de onderneming Y dat op de geleverde prestaties betrekking heeft; 

Uit J. Bossuyt, Auteursrechten in de inkomstenbelastingen, Wolters Kluwer 2014, p. 66 e.v.:
een bedrijfsleider van een onderneming in opdracht van die onderneming montagewerkzaamheden, regie post-productie activiteiten, camerawerk en gewonen regiewerkzaamheden uitvoerde voor klanten van die laatste. Hij draagt zijn auteursrechten over aan de onderneming, die op haar beurt de auteursrechten overdraagt aan haar klanten. De onderneming wenst nu een vergoeding voor overdracht van auteursrechten toe te kennen aan haar bedrijfsleider. In de overeenkomst tussen de onderneming en haar klanten wordt een afzonderlijke vergoeding bedongen voor wat betreft de overdracht van auteursrechten. Die vergoeding zal maximaal 25% bedragen voor de regie post-productie, het camerawerk en/of regie en 100% voor de overhandiging van een duplicaat van een materiële drager.

BIBF: Ten slotte besliste de Rulingcommissie (2012.472 d.d. 15 april 2014) nog dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen de prestatievergoeding enerzijds en de vergoeding voor auteursrechten anderzijds. Op basis van de concrete omstandigheden van het dossier aanvaardt de Rulingcommissie dat er sprake is van een auteursrecht ten voordele van een bedrijfsleider ten belope van 25% wat de regie post-productie, camerawerk en/of regie betreft en van 10% wat de overhandiging van een duplicaat van een materiële drager betreft met een totale begrenzing van 50% van de auteursrechten die de vennootschap zelf op kwartaalbasis ontvangt.

IEFBE 1465

Roerend inkomen met 30 procent IE-vergoeding

NL Rechtbank van Eerste Aanleg Brussel 24 juni 2014, IEFbe 1465 (30% IE-vergoeding)
Fiscaal. Werknemers die auteursrechten aan hun werkgever cederen of in concessie geven, kunnen in aanmerking komen voor de regeling van artikel 17, §1, 5° WIB92. In dat geval moet er een overeenkomst voor handen zijn waaruit blijkt welk deel van de ontvangen vergoedingen bedoeld is om de prestatie (beroepsinkomsten) te dekken en welk deel de cessie of concessie van auteursrechten of naburige rechten vergoedt (roerende inkomsten).

In casu vermeldt de arbeidsovereenkomst van belastingplichtige (afgesloten in 1995) dat hij integraal overdracht doet van alle intellectuele eigendomsrechten (inclusief auteursrecht) aan zijn werkgever voor de uitgevoerde werkzaamheden, waarvoor hij in ruil erkent enkel een loon te ontvangen dat niet alleen een volledige vergoeding is voor alle uitgevoerde werkzaamheden maar ook voor de overdracht van alle daaraan verbonden intellectuele rechten.

De toelichting die in 2011 bij de arbeidsovereenkomst werd gevoegd bepaalt dat 70 pct. van de ontvangen vergoedingen een vergoeding vormt voor de verrichte werkzaamheden en 30 pct. een vergoeding voor de overdracht van alle daaraan verbonden intellectuele rechten. Die toelichting omvat evenwel geen retroactieve correctie voor de ontvangen sommen.

De rechtbank besluit dat voor het betrokken inkomstenjaar 2008 geen overeenkomst voorhanden is waaruit blijkt welk deel van de vergoedingen in dat inkomstenjaar bedoeld is om de prestaties (beroepsinkomen) te dekken en welk deel de cessie of concessie van auteursrechten vergoedt (roerend inkomen). Derhalve is niet aangetoond dat de vergoedingen die in het inkomstenjaar 2008 werden ontvangen een vergoeding uitmaken  in de zin van artikel 17, §1, 5° WIB92, bij de overdracht van auteursrechten.

IEFBE 1458

10% van netto-omzet voor artikels is roerend inkomen

Ruling Voorafgaande beslissing, 15 april 2014, IEFbe 1458; nr. 2013.252 (artikelen, nieuwsbrieven en columns)
Fiscaal. De door X geschreven artikels en bijdragen kunnen worden aangemerkt als werken van letterkunde. Zij vallen bijgevolg onder de bescherming van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Aangezien de bezoldiging van X niet wordt verminderd (en nog steeds wordt toegekend voor de activiteiten als zaakvoerder) en aangezien een afzonderlijke auteursovereenkomst werd afgesloten, wordt beslist dat de vergoeding van 10 % toegekend aan X door de bvba A op de door de bvba met de artikels en bijdragen gerealiseerde omzet als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 ten name van X wordt aangemerkt.

22. Uit de aanvraag blijkt dat de bvba A aan dhr X:
22.1 verder een bezoldiging zal betalen voor zijn activiteiten als zaakvoerder;
22.2 een auteursrecht zou betalen van 10 % op de door de bvba gerealiseerde netto-omzet van de door hem geschreven artikels en bijdragen.|
23. Het bedrag van de op dit moment door de bvba A aan dhr X toegekende bezoldigingen zal daarbij in geen geval verminderen.
24. Aangezien de bezoldiging niet wordt verminderd en verder wordt toegekend voor de activiteiten als zaakvoerder, aangezien een afzonderlijke auteursovereenkomst werd afgesloten, kan gesteld worden dat de vergoeding van 10 % op de door de bvba met de artikels en bijdragen gerealiseerde netto-omzet als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 wordt aangemerkt
25. de vergoeding van 10 % op de door de bvba A met de door dhr X geschreven artikels en bijdragen gerealiseerde netto-omzet (excl. BTW), als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 wordt aangemerkt.

Uit J. Bossuyt, Auteursrechten in de inkomstenbelastingen, Wolters Kluwer 2014, p. 66:
(...) een bvba die aan haar zaakvoerder, auteur van artikelen, nieuwsbrieven, columns enz., een vergoeding ten belope van 10% van de door haar gerealiseerde netto-omzet wil uitkeren als vergoeding voor de overdracht van het exoploitatierecht aan de bvba. De DVB heeft vanzelfsprekend weinig problemen om vast te stellen dat de creaties binnen het toepassingsgebied van de auteurswet vallen. Voor de DVB is het opnieuw essentieel dat er een afzonderlijke overeenkomst bestaat. (...) De DVB aanvaardt dan ook dat de volledige vergoeding voor de exploitatie door de bvba van het auteursrecht van haar zaakvoerder als roerende inkomsten in de zin van artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 moet worden aangemerkt.

IEFBE 1456

Logiciel Ogone non protégeables par droit d'auteur

Cour d'appel Bruxelles 19 mars 2015, IEFbe 1456 (D contre Ingenico E-Commerce Solutions)
Droit d'auteur - programma d'ordinateur - idées et fonctionnalités - non protégeables. D est informaticien et co-auteur du logiciel Ogone, (une plateforme de paiement sécurisé online). Le président du tribunal de commerce de Bruxelles reçoit les demandes mais les dit non fondées. D. ne justifie pas d'avantage que l'architecture du programme serait marquée par sa personnalité. La structure dont les caractéristiques ont été rappelées ci-avant n'est que la description de ces fonctionnalités. D. ne démontre pas que cette conditon qui implique un certain degré de concrétude des travaux préparatoires de conception serait satisfaite. La protection par le droit d'auteur ne peut lui être reconnue.

14. (...) Outre qu'une idée (in casu, celle "de faire fonctionner cette structure de paiements, avec un tiers de confiance, sur internet") n'est pas un service ou un produit, M. D. ne justifie ni d'un droit intellectuel ni de circonstances contraires aux exigences des usages honnêtes en matière commerciale ni d'un investissement important dans une création à valeur économique.