DOSSIERS
Alle dossiers

Procesrecht - Droit judiciaire  

IEFBE 3770

Aanpassing van memorie van antwoord na afwijzing van verzoek tot vertrouwelijkheid

Unified Patent Court (UPC) 26 jul 2024, IEFBE 3770; (ICPillar tegen ARM), https://www.ie-forum.be/artikelen/aanpassing-van-memorie-van-antwoord-na-afwijzing-van-verzoek-tot-vertrouwelijkheid

UPC CoA 26 juli 2024, IEF 22193, IEFbe 3770; UPC_CoA_301/2024 (ICPillar tegen ARM). Appellant in deze zaak, ICPillar, heeft verzocht dat bepaalde delen uit bijlage 4 van haar beroepschrift alleen ter beschikking worden gesteld aan vertegenwoordigers van ARM en aan niet meer dan twee van alle ARM-vennootschappen die verweerder zijn in deze zaak. Dit is door het Hof van Beroep afgewezen. Hier maakt ICPillar geen bezwaar tegen. Het Hof van Beroep geeft ARM de mogelijkheid om haar memorie van antwoord aan te passen, want nu heeft niet alleen de vertegenwoordiger van ARM, maar ook ARM, toegang tot de volledige versie van bijlage 4. In tegenstelling tot wat ICPillar beweerde, oordeelt het Hof van Beroep dat dit geen kwestie van equality of arms oproept, want in haar memorie van beroep kon, en moest, ICPillar al argumenten naar voren brengen die zijn gebaseerd op de onbewerkte versie van bijlage 4. Het Hof van Beroep geeft ARM de mogelijkheid om haar memorie van antwoord aan te passen.

IEFBE 3766

Hof van Beroep van UPC vernietigt beslissing omtrent verzoek tot bewijsbewaring

Unified Patent Court (UPC) 23 jul 2024, IEFBE 3766; (Progress Maschinen & Automation tegen AWM en Schnell), https://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-beroep-van-upc-vernietigt-beslissing-omtrent-verzoek-tot-bewijsbewaring

UPC CoA 23 juli 2024, IEF 22172, IEFbe 3766; UPC_CoA_177/2024 (Progress Maschinen & Automation tegen AWM en Schnell). In deze zaak heeft Progress, appellant, een verzoek ingediend om inspecties te (laten) doen en bewijs te bewaren bij AWM en Schnell, verweerders. Een dergelijk verzoek staat beschreven in artikel 60 UPCA. Het Gerecht in Eerste Aanleg oordeelt dat Progress te laat een verzoek tot openbaarmaking van het bewijsmateriaal heeft ingediend en daarom niet-ontvankelijk is in haar verzoek. Progress betwist de vaststelling van het Gerecht in Eerste Aanleg dat Progress niet op tijd was met het verzoek tot openbaarmaking van het bewijsmateriaal. Het Hof van Beroep gaat hierin mee. Openbaarmaking aan de verzoeker is inherent aan de verzoeken tot bewaring van bewijs en inspectie van gebouwen. In dat oorspronkelijke verzoek heeft Progress ook uitdrukkelijk verzocht tot openbaarmaking.

IEFBE 3764

Verzoek tot versnelling beroepsprocedure wordt afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 11 jul 2024, IEFBE 3764; (Apple tegen Ona Patents), https://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-tot-versnelling-beroepsprocedure-wordt-afgewezen

UPC CoA 11 juli 2024, IEF 22167, IEFbe 3764; UPC_CoA_354/2024 (Apple tegen Ona Patents). Ona heeft een inbreukvordering ingesteld jegens Apple. Apple heeft hierop verzocht om de procestaal te wijzigen van het Duits naar het Engels. Dit verzoek wordt door de President van het Gerecht in Eerste Aanleg afgewezen. In hoger beroep verzoekt Apple vernietiging van deze beschikking. Apple verzoekt vervolgens dat de behandeling van het hoger beroep wordt versneld door de termijn voor het indienen van het verweerschrift te verkorten voor Ona.

IEFBE 3761

Verzoek om schorsing zaak in eerste aanleg na afwijzing van preliminair niet-ontvankelijkheidsverweer

Unified Patent Court (UPC) 21 jun 2024, IEFBE 3761; (Mala technologies tegen Nokia technology), https://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schorsing-zaak-in-eerste-aanleg-na-afwijzing-van-preliminair-niet-ontvankelijkheidsverweer

UPC CoA 21 juni 2024, IEF 22156, IEFbe 3761; UPC_CoA_227/2024 (Mala technologies tegen Nokia technology). Verweerder in deze zaak, Nokia, heeft een vordering tot herroeping van het octrooi van appellant, Mala, ingesteld bij het Gerecht in Eerste Aanleg van het UPC. Tegen deze vordering heeft Mala een voorlopig bezwaar ingediend. Het Gerecht in Eerste Aanleg wees dit af, dus er was volgens het Gerecht in Eerste Aanleg geen sprake van niet-ontvankelijkheid. Tegen deze beschikking gaat Mala in hoger beroep. Zij verzoekt ook dat de intrekkingsprocedure voor het Gerecht in Eerste Aanleg wordt geschorst totdat het Hof van Beroep heeft beslist op haar voorlopige bezwaar.

IEFBE 3759

Verzoek om schorsende werking afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 19 jun 2024, IEFBE 3759; (ICPillar tegen ARM), https://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schorsende-werking-afgewezen

UPC CoA 19 juni 2024, IEF 22152, IEFbe 3759; UPC_CoA_301/2024 (ICPillar tegen ARM). In deze zaak verzoekt appellant, ICPillar, bij het Hof van Beroep van het UPC om schorsende werking toe te kennen aan een beschikking uit Rule 220.2 RoP. Volgens Rule 223.5 RoP is er echter geen schorsende werking voor beschikkingen op grond van Rule 220.2 RoP. Op basis van artikel 74 UPCA kan het Hof van Beroep van het UPC op een gemotiveerd verzoek beslissen dat aan een beschikking schorsende werking toekomt. De UPCA prevaleert boven de RoP, dus het Hof van Beroep wijst erop dat het toekennen van schorsende werking op een beschikking van Rule 220.2 RoP mogelijk is. Er dient wel sprake te zijn van uitzonderlijke omstandigheden, gezien het beginsel dat de procedure van het Gerecht in Eerste aanleg zoveel mogelijk ongehinderd moet worden voortgezet.

IEFBE 3733

HvC over de bevoegdheid van de stakingsrechter

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 7 apr 2023, IEFBE 3733; (eiseressen tegen verweersters), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvc-over-de-bevoegdheid-van-de-stakingsrechter

Hof van Cassatie van België 7 april 2023, IEFbe 3733; C.22.0254.N/1 (eiseressen tegen verweerders) Eiseressen brengen voorschriftvrije geneesmiddelen op de markt, waaronder het product Physiomer. Zij verkopen dit in een verpakking met daarop een zeegolf. Verweersters hebben onder de benaming ‘Febelcare Physio’ eveneens fysiologisch water op de markt gebracht, op basis van zeewater, met op de verpakking een zeegolf. De ondernemingsrechtbank Gent heeft de vordering tot vaststelling van een verwarringstichtende en oneerlijke daad van mededinging en tot oplegging van een stakingsbevel afgewezen. In hoger beroep wordt het vonnis bekrachtigd, met dien verstande dat voor recht wordt gezegd dat de afdeelding van een zeegolf in combinatie met de vermelding ‘100% natural’ voor een product dat niet voor 100% uit zeewater bestaat, misleidend is, en op dit punt wordt een stakingsbevel opgelegd. Eiseressen voeren hiertoe aan dat door de vordering van eiseressen tot terugroeping van de inbreukmakende producten te verwerpen, de appelrechter artikel XVII.1 WER schendt. Het HvC gaat hierin mee. Krachtens artikel XVII.1 WER heeft de stakingsrechter de bevoegdheid om alle maatregelen te bevelen die bijdragen tot de staking van de inbreuk. Zo kan hij de terugname van reeds gedistribueerde producten uit de handel bevelen, voor zover deze maatregel belet dat de inbreuk voortduurt en nog nadelige gevolgen heeft, zelfs nadat de staking ervan is bevolen. De appelrechter die oordeelt dat “de bevoegdheid van de stakingsrechter niet zover reikt dat hij de verweerder zou kunnen gebieden reeds verspreide producten of exemplaren van de markt te halen”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

IEFBE 3728

HvC over samenhang burgerlijke en correctionele procedure

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 15 feb 2024, IEFBE 3728; ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.6 (Eiseres tegen DJ), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvc-over-samenhang-burgerlijke-en-correctionele-procedure

Hof van Cassatie van België 9 april 2024, IEFbe 3728; ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240215.1N.6, C.22.0491.N (Eiseres tegen DL) Eiseres werd opgericht in 1980 en heeft als activiteit de ontwikkeling en verkoop van reinigings- en desinfecterende producten onder het merk 'NERTA'. DL is van opleiding industrieel ingenieur chemie en was gedurende een periode van 22 jaar in dienst bij Eisers. DL werd wegens dringende redenen ontslaan door Eiseres op 7 augustus 2018 wegens vermeende feiten van diefstal van NERTA-producten. Er is op grond van onder meer schending van bedrijfsgeheimen een afzonderlijke procedure aanhangig gemaakt bij zowel de burgerlijke rechtbank, als de correctionele rechtbank. In cassastie klaagt DL dat wanneer de vereiste voorwaarden uit artikel 4 VT.Sv vervuld zijn, de schorsing van de burgerlijke procedure moet worden uitgesproken door de burgerlijke rechter en dit op straffe van nietigheid. Het HvC oordeelt dat uit de samenhang tussen artikel artikel XVII.1 lid 1 en artikel XVII.21/3, lid 2 WER volgt dat uitspraak kan worden gedaan over een vordering tot staking wegens het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, ook wanneer wegens dezelfde feiten een vervolging voor de strafrechter is ingesteld en hierover nog niet definitief is beslist.

IEFBE 3724

HvJ EU licht toe wanneer een advocaat onafhankelijk is

HvJ EU - CJUE 30 jan 2024, IEFBE 3724; ECLI:EU:C:2024:101 (Bonnanwalt tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-licht-toe-wanneer-een-advocaat-onafhankelijk-is

HvJ EU 30 januari 2024, IEF 21953, IEFbe 3724; ECLI: ECLI:EU:C:2024:101 (Bonnanwalt tegen EUIPO). In deze zaak wordt ingegaan op de genuanceerde interpretatie van het begrip “advocaat” binnen de context van het EU-recht. In casu werd door Bonnanwalt intrekking van het Uniemerk “tagesschau” gevorderd wegens non-usus. Het EUIPO trok het Uniemerk slechts gedeeltelijk in, waartegen Bonnanwalt in beroep ging en de zaak uiteindelijk bij het Hof terechtkwam. Het Gerecht achtte het beroep niet-ontvankelijk, op grond van een gebrek aan behoorlijke vertegenwoordiging in de zin van art. 51, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht en art. 19, leden 3 en 4, van het Statuut van het Hof van Justitie. De kern van het door het Gerecht gewezen arrest was het waargenomen gebrek aan onafhankelijkheid van de advocaat van Bonnanwalt, die werkte voor een kantoor dat eigendom was van de directeur van Bonnanwalt. De directeur van appellant was dus tevens de leidinggevende van het advocatenkantoor dat appellant vertegenwoordigede. Dit zou volgens het Gerecht leiden tot gelijklopende belangen tussen het advocatenkantoor en Bonnanwalt.

IEFBE 3614

Conclusie ingezonden door Rik Balk, Balk Legal

Conclusie incidenteel beroep na verloop van de beroepstermijn niet mogelijk

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 17 jan 2023, IEFBE 3614; https://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-incidenteel-beroep-na-verloop-van-de-beroepstermijn-niet-mogelijk

BenGH Conclusie A-G 17 januari 2023, IEF 21207, IEFB 3614; Nr. C 2021/18 Bij beschikking van 25 oktober 2022 heeft de Tweede Kamer van het BenGH besloten ex artikel 10 lid 2 Reglement van Orde van het BenGH het Parket te verzoek te concluderen over de vraag of incidenteel beroep tegen een beslissing van het BOIP mogelijk is na verloop van de beroepstermijn ex artikel 1.15bis lid 1 BVIE.De vraag in deze zaak is dus of incidenteel beroep mogelijk is na verloop van de in artikel 1.15bis lid 1 BVIE genoemde beroepstermijn.

IEFBE 3436

BIE symposium IE-procesrecht op 17 juni

Op vrijdag 17 juni a.s. in het Auditorium van de Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam vindt het BIE symposium 2022 plaats, getiteld: ' IE - Procesrecht'. Sprekers uit binnen- en buitenland belichten verschillende onderwerpen die van belang zijn voor het IE -Procesrecht.

Het symposium staat onder leiding van oud-BIE-redactielid Toon Huydecoper. De volgende sprekers en onderwerpen komen aan bod:
Zoe Butler: About injunctions for patent infringement - is the UK approach proportionate?; Tobias Cohen Jehoram: Bewijslastverdeling in het merkenrecht; Constant van Nispen: De ontwikkeling van rechterlijke bevelen in IE-Zaken, Robert van Peursem: Over Bayer/Richter en Charlotte Vrendenbarg: Het ex parte bevel.

Inloop: 13.30 uur
Aanvang: 14.00 uur - 17.15 uur
Feestelijk borrel: 17.15 uur
Accreditatie: 3 PO-punten. Neem contact op via info@delex.nl, of meld je aan via de website.