DOSSIERS
Alle dossiers

Procesrecht - Droit judiciaire  

IEFBE 2152

Conclusie AG: Uniemerkengerecht moet zich ambtshalve niet-ontvankelijk verklaren voor dat overeenstemmend deel als zij het later aangesproken gerecht is.

HvJ EU - CJUE 3 mei 2017, IEFBE 2152; ECLI:EU:C:2017:330 (MERCK), https://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-uniemerkengerecht-moet-zich-ambtshalve-niet-ontvankelijk-verklaren-voor-dat-overeenstem

Conclusie AG HvJ EU 3 mei 2017, IEF 16757; IEFbe 2152; ECLI:EU:C:2017:330; C-231/16 (MERCK) Merkenrecht. Procesrecht. Rechtsmacht. Over de rechtsmacht over een aantal Britse en internationale woordmerken MERCK. Begrippen 'dezelfde partijen' en 'dezelfde handelingen', gebruik van Merck op websites en online platformen. Conclusie AG: Bij aanhangig gemaakte zaken in twee lidstaten, een op basis van een nationaal merk en een tweede op basis van een Uniemerk stemmen slechts voor die ene lidstaat overeen. Het Uniemerkengerecht moet zich ambtshalve niet-ontvankelijk verklaren voor dat deel van het grondgebied - als zij het later aangesproken gerecht is.

IEFBE 2055

Uitspraak aangebracht door Luc De Corte, advocaat en Inge Geers, Daedalius Advocaten. Beroep tegen de procedure ten gronde loopt.

Inbreuk op brilmonturen, niet retroactief dwangsommen verbeurd op basis van eerder door deskundige geschat aantal

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 22 mrt 2016, IEFBE 2055; (Duchêne Design tegen M&M), https://www.ie-forum.be/artikelen/inbreuk-op-brilmonturen-niet-retroactief-dwangsommen-verbeurd-op-basis-van-eerder-door-deskundige-ge

Hof van beroep Gent 22 maart 2016 (beroep dwangsom), Rechtbank EA Oost-Vlaanderen afd. Gent 11 augustus 2015 (dwangsom) Rb KH Gent 13 november 2014 (ten gronde), IEFbe 2055 (Duchêne Design tegen M&M) Auteursrecht. Dwangsommen. Eiseres is distributeur van brillen onder de naam Aptica PD 6194, PD 6195. Haar brillen maken inbreuk op de auteursrechten van verweerders, ontwerper van de brilmonturen Mattew Menthe en Basilic [ten gronde]. Het deskundigenverslag rapporteert 3492 brillen en de gerechtsdeurwaarder heeft 2405 brillen ontvangen. Er volgt een bevel tot betaling van dwangsom voor 1087 brillen à €350, dat is meer dan de maximumdwangsom van €5.000. Er zijn geen dwangsommen verbeurd, de aanvang van de dwangsom is onduidelijk en de rechtbank meent dat een geschatte hoeveelheid geenszins voldoende duidelijk en specifiek is om het uitgangspunt te vormen voor het verbeuren van dwangsommen. Het Hof bekrachtigt het vonnis; handelingen door geïntimeerde gestelde voorafgaand aan haar veroordeling ten gronde kunnen geen aanleiding geven tot het verbeuren van dwangsommen die pas in een latere en later betekende uitspraak worden opgelegd. Stellen dat het begrip voorraad zou slaan op deze die aanwezig was op 6 juni 2013 zou voor gevolg hebben dat geïntimeerde retroactief dwangsommen zou verbeuren voor inbreukmakende handelingen, gesteld voor de uitspraak en de betekening van de veroordeling. De deskundige heeft bovendien de voorraad op dat moment enkel geschat.

IEFBE 2036

Jugement envoyée par Amélie Genin, JVM.

La Cour donne acte des désistement des actions, Le Tribunal: il y avait lieu d'appliquer en l'espèce le droit luxembourgeois

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 14 jul 2015, IEFBE 2036; (Les Films de l'Elysee contre RTL, CLT-UFA), https://www.ie-forum.be/artikelen/la-cour-donne-acte-des-d-sistement-des-actions-le-tribunal-il-y-avait-lieu-d-appliquer-en-l-esp-ce-l

Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 15 septembre 2010, IEFbe 2036 (Les Films de l'Elysee contre RTL) Les films de l'Elysee était titulaire exclusive en Belgique et au Luxembourg des droits de diffusion des films 'Quasimodo D'el Paris' et 'Le Derrière' qui sont sortis en salles 1999. Les deux fims ont toutefois été diffusés sur la chaîne RTL-TVI et LFDLE a alors mis RTOL en demeure de lui verser la sommer €50.000 pour diffusion illégale des deux films. Le Tribunal ordonne la réouverture des débats.

Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 30 juin 2011, IEFbe 2036 (Les Films de l'Elysee contre RTL) Droit de Un exclusivité de distribution. Le tribunal a admis la recevabilité de cette demande après avoir constaté à l'examen des conventions produites que la SA LES FILMS DE L'ELYSEE (LFDLE) avait été investie de droits de distribution relatifs aux deux film litigieux. C'est en vain que la LFDLE persiste à considérer que cette question doit être réglée au regard du droit belge dès lors qu'aux termes du jugement précité, le tribunal a d'ores et déjà decidé qu'il y avait lieu d'appliquer en l'espèce le droit luxembourgeois. La LFDLE bénéficiait certes d'un exclusivité de distribution sur le territoire belge. Le tribunal déclare la demande principale non fondée et en déboute la SA LFDLE. Le tribunal déclare la demance reconventionelle recevable, mais non fondée et en déboute RTL en CLT-UFA.

Cour d'appel Bruxelles 14 juilliet 2015, IEFbe 2036 (Les Films de l'Elysee contre RTL, CLT-UFA) Désistement d'action. Droit d'auteur. La cour donne acte à l'appellante, demanderesse originaire, de son désistement d'action; décrète ledit désistement. La cour donne acte aux intimées, demanderesses originaire sur reconvention, de leur désistement d'action reconventionelle, décrète ledit désistement.

IEFBE 1997

Conclusie AG: Plaats waar houder van exclusieve distributierecht verkoopdaling heeft, is schadebrengende feit

HvJ EU - CJUE 9 nov 2016, IEFBE 1997; ECLI:EU:C:2016:843 (concurrence tegen Samsung en Amazon), https://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-plaats-waar-houder-van-exclusieve-distributierecht-verkoopdaling-heeft-is-schadebrengen

Conclusie AG HvJ EU 9 november 2016, IEF 16382; IEFbe 1997; IT 2174; ECLI:EU:C:2016:843; Zaak C‑618/15 (concurrence tegen Samsung en Amazon) Procesrecht. Bevoegdheid. Verbintenissen uit onrechtmatige daad. Selectief distributienetwerk met verbod op online doorverkoop buiten een netwerk. Concurrence is een elektronicadetailhandel met een winkel in Parijs en verkoop via een website. Zij heeft met verweerster Samsung een selectieve distributieovereenkomst gesloten voor de verkoop van Samsung-producten. Samsung verwijt nu verzoekster doorverkoop via een onlinemarktplaats het contractuele beding te schenden en beëindigt de relatie. Vordering tot staking van de onrechtmatige verstoring. Aanknopingspunt schadebrengende feit. Conclusie AG:

Artikel 5, punt 3, van EEX-Vo moet aldus worden uitgelegd dat, in geval van schending van het verbod op verkoop buiten een exclusief distributienetwerk door middel van een online aanbod, op websites in verschillende lidstaten, van producten die onder het exclusieve recht vallen, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt: de plaats waar de houder van het exclusieve distributierecht te maken heeft met een verkoopdaling, welke plaats samenvalt met het grondgebied waarop zijn recht wordt beschermd. De oorsprong van de websites waar de betrokken producten op worden aangeboden, is niet relevant bij de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.

 

IEFBE 1966

Jugement envoyée par Eric De Gryse, Simont Braun.

Le seul motif d'annulation qui pouvait encore être examiné est rejeté

Bergen en Charleroi(afd. Bergen) - Mons et Charleroi(div. Mons) 24 dec 2015, IEFBE 1966; (Nouvag contre j.m.), https://www.ie-forum.be/artikelen/le-seul-motif-d-annulation-qui-pouvait-encore-tre-examin-est-rejet

Tribunal de commerce du Hainaut, div Mons 24 décembre 2015, IEFbe 1966 (Nouvag contre j.m.) En bref: Brevets. Comparez avec IEFbe 1896. Conclusion: Il résulte de l'examen quie précède que le seul motif d'annulation qui pouvait encore être examiné est rejeté. La demande d'annulation du brevet n'est donc pas fondée. Demande reconventionelle: j.m. réclame une somme de 75.000 EUR pour abus de procédure et de 13.892,31 EUR pour frais d'assistance technique. Le tribunal condamne NOUVAG à payer la somme 13.892,31 EUR. Appel a été interjeté contre cette décision.

IEFBE 1934

Bijdrage ingezonden door Charlotte Vrendenbarg, Universiteit Leiden.

Charlotte Vrendenbarg - Annotatie bij HvJ EU: Forfaitaire tarieven met max. bedragen toelaatbaar, mits deel van de kosten wordt gedragen door de verliezende partij

Annotatie bij HvJ EU 28 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:201, C-57/15 (United Video Properties/Telenet) 

DEZE NOOT ZAL VERSCHIJNEN IN IER 2016/5

In de Belgische octrooizaak United Video Properties/Telenet heeft het HvJ EU geoordeeld dat een stelsel van forfaitaire tarieven met maximumbedragen in IE-zaken toelaatbaar kan zijn, mits het waarborgt dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de winnende partij wordt gedragen door de verliezende partij. Daarmee is het Belgische stelsel van rechtsplegingsvergoeding op losse schroeven komen te staan. De rechtspraak van het HvJ EU biedt voorts belangrijke aanknopingspunten voor een meer rechtszekere en voorspelbare toepassing van de Indicatietarieven.

 

IEFBE 1891

HvJ EU: Beoordeling van (ongeoorloofd) contractueel beding altijd moet worden bepaald met toepassing van Rome I

HvJ EU - CJUE 28 jul 2016, IEFBE 1891; ECLI:EU:C:2016:612 (Verein für Konsumenteninformation tegen Amazon), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-beoordeling-van-ongeoorloofd-contractueel-beding-altijd-moet-worden-bepaald-met-toepassing-va

HvJ EU 28 juli 2016, IEFbe 1891; RB 2745; ECLI:EU:C:2016:612 ; C-191/15 (Verein für Konsumenteninformation tegen Amazon)
Consumentenbescherming – Richtlijn 93/13/EEG – Gegevensbescherming – Richtlijn 95/46/EG – Online verkoopovereenkomsten gesloten met consumenten woonachtig in andere lidstaten – Oneerlijke bedingen – Algemene voorwaarden met een rechtskeuzebeding voor het recht van de lidstaat waarin de vennootschap is gevestigd – Vaststelling van het recht dat van toepassing is om in het kader van een verbodsactie te beoordelen of de bedingen van die algemene voorwaarden oneerlijk zijn.

1)      Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) en verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen („Rome II”), moeten aldus worden uitgelegd dat het recht dat van toepassing is op een verbodsactie in de zin van richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen, die is gericht tegen het gebruik van beweerdelijk ongeoorloofde contractuele bedingen door een in een lidstaat gevestigde onderneming die via elektronische handel overeenkomsten sluit met in andere lidstaten – en met name de lidstaat van de rechter – woonachtige consumenten, onverminderd artikel 1, lid 3, van elk van die verordeningen moet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 1, van verordening nr. 864/2007, terwijl het recht dat van toepassing is op de beoordeling van een gegeven contractueel beding altijd moet worden bepaald met toepassing van verordening nr. 593/2008, ongeacht of deze beoordeling wordt verricht in het kader van een individuele of een collectieve vordering.

IEFBE 1824

Geen verzoek tot herstel in vorige toestand bij beroepsinstantie binnen twee maanden gedaan

Gerecht EU - Tribunal UE 8 jun 2016, IEFBE 1824; ECLI:EU:T:2016:338 (Monster Energy - Vredessymbool), https://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verzoek-tot-herstel-in-vorige-toestand-bij-beroepsinstantie-binnen-twee-maanden-gedaan

Gerecht EU 8 juni 2016, ECLI:EU:T:2016:338; IEF 16006; IEFbe 1824; T-583/15 (Monster Energy - Vredessymbool)
Merkenrecht. Procesrecht. Aanvraag voor Uniebeeldmerk dat een vredessymbool afbeeldt. Het merk is geweigerd, bij fax heeft verzoekster - nadat zij was nagegaan hoe de zaak vorderde - aangevoerd dat zij geen kennisgeving had ontvangen en bijgevolg verzocht om een nieuwe beroepstermijn. Het verzoek tot herstel in de vorige toestand en dat haar Uniemerkaanvraag in het register blijft ingeschreven wordt afgewezen. De termijn om beroep in te stellen bij het Gerecht, binnen twee maanden nadat de verhindering waardoor dit niet vroeger kon worden ingesteld, is geëindigd. Binnen dezelfde termijn diende het verzoek tot herstel in de vorige toestand te worden ingediend bij de instantie die bevoegd is om op dit beroep te beslissen, namelijk het Gerecht. Het beroep wordt afgewezen.

IEFBE 1793

EHRM: Schending vanwege indirecte toegang voor complexe fotoauteursrechtzaak

EHRM - Cour eur. D.H. 12 apr 2016, IEFBE 1793; appl.no 33883/06 (Dumitru Gheorghe tegen Roemenië), https://www.ie-forum.be/artikelen/ehrm-schending-vanwege-indirecte-toegang-voor-complexe-fotoauteursrechtzaak

EHRM 12 april 2016, IEF 15935; IEFbe 1793; appl.no 33883/06) (Dumitru Gheorghe tegen Roemenië)
Auteursrecht. Procesrecht. Een fotograaf heeft een aantal foto’s gemaakt van landschappen in 1984, bedoeld om te worden gepubliceerd. Publicatie is toen niet doorgegaan. In 2004 blijken zijn foto’s wel gepubliceerd te zijn met als naamsvermelding F.G. die de foto's beheerde. Het politierapport bevestigt dat de foto's door Gheorghe zijn gemaakt, maar er wordt geen strafrechtelijke onderzoek gestart, omdat de klacht niet binnen vijf jaar is ingediend. Volgens de nationale rechter is de zaak niet binnen de termijn aangebracht en dus verjaard. Omdat de auteursrechtprocedure van complexe aard is en eerst (ook strafrechtelijk) onderzoek nodig is, kan een civiele claim niet direct worden gevorderd. De strafrechtelijke procedure wordt afgebroken, zonder oordeel over de gekoppelde civiele claim. Het Hof oordeelt dat er sprake is van schending van artikel 6 EVRM, omdat er niet in een toegang tot een gerecht is voorzien.

IEFBE 1687

HvJ EU: Licentiehouder mag inbreukvordering instellen zonder registerinschrijving

HvJ EU 4 februari 2016, IEFbe 1687; ECLI:EU:C:2016:71 (Hassan tegen Breiding)
Merkenrecht. Artikel 23, lid 1, eerste volzin, van [Gemeenschapsmerkenverordening] moet aldus worden uitgelegd dat de licentiehouder een vordering kan instellen wegens inbreuk op het gemeenschapsmerk waarop de licentie betrekking heeft, hoewel deze licentie niet in het register van gemeenschapsmerken is ingeschreven.

Gestelde vragen [IEFbe 1334] :

1) Staat artikel 23, lid 1, eerste volzin, van [de] verordening [...] eraan in de weg dat een licentiehouder die niet is ingeschreven in het register [...] een vordering wegens inbreuk op een gemeenschapsmerk instelt?

2) Zo ja, staat artikel 23, lid 1, eerste volzin, van [de] verordening [...] in de weg aan een nationaalrechtelijke praktijk volgens welke de licentiehouder de aanspraken van de merkhouder tegen de inbreukmaker kan handhaven op grond van de bevoegdheid om in eigen naam een procedure te voeren over diens recht (,Prozessstandschaft’)?”