Medejournalist een Kontlikjournalist noemen is laster en eerroof
RvdJ 9 april 2015, IEFbe 1406; 2015/09 (Chris De B. t/ Morsum-Magnificat.be en Erik V.)
Mediarecht. Collega's onderling. Geen wederhoor. Klacht gegrond. Journalist Chris De B. dient een klacht is tegen Erik V. omdat hij eerstgenoemde een kontlikjournalist noemt. Hij schrijft ook dat Chris De B. zich schuldig maakte aan laster en eerroof omdat die gezegd zou hebben dat Erik V. van het OCMW leeft. Er wordt niet rechtstreeks aan de RvdJ geantwoord, maar een openbare reactie op zijn website Morsum-Magnificat.be. Het artikel trekt de onafhankelijkheid en integriteit van klager als journalist zonder gegronde redenen ernstig in twijfel, en uit ernstige beschuldigingen zonder een kans op wederhoor te geven. De aanpak strookt ook niet met het principe dat een journalist belangenvermenging vermijdt.
Het artikel gaat over een brand bij een bedrijf in Tremelo en over journalist Erik Verbeeck, zelf auteur van het artikel, die van de politie geen toestemming kreeg om de afgezette zone rond de brand te betreden. Verbeeck spreekt in het artikel van pesterij en discriminatie door de politie omdat die hem wegstuurde uit de afgezette zone, terwijl journalist Chris De Bruyn eerder wel binnen de afgezette zone mocht komen. Verbeeck noemt De Bruyn een ‘kontlikjournalist’. Hij schrijft ook dat De Bruyn zich schuldig maakte aan laster en eerroof omdat die gezegd zou hebben dat Verbeeck van het OCMW leeft.
(...)
De raad kan wel oordelen over de journalistieke handelwijze van de journalist zoals bepaald in hoofdstuk II van de code over onafhankelijkheid, III over fair play en IV over respect voor de menselijke waardigheid.
De raad kan wel oordelen over de journalistieke handelwijze van de journalist zoals bepaald in hoofdstuk II van de code over onafhankelijkheid, III over fair play en IV over respect voor de menselijke waardigheid.
Naast de aantijging dat hij niet onafhankelijk zou handelen, beschuldigt het artikel De Bruyn ook van ‘laster en eerroof’. Journalist Erik Verbeeck, die zelf betrokken en belanghebbende partij was in het dispuut en mee het voorwerp uitmaakt van zijn eigen berichtgeving, brengt daarvoor geen andere getuigenissen of bronnen aan dan zichzelf. Die aanpak strookt niet met het principe van journalistieke onafhankelijkheid en is in strijd met artikel 10 van de code: ‘De journalist vermijdt belangenvermenging’.
Ondanks de ernstige beschuldigingen heeft journalist Verbeeck geen wederhoor gevraagd aan klager, wat gezien de ernst van de beschuldigingen in het artikel aangewezen was. Artikel 20 van de code bepaalt: ‘Wanneer een journalist in zijn berichtgeving zelf ernstige beschuldigingen uit, met name wanneer die de eer en de goede naam betreffen, is het aangewezen dat hij de betrokkene voor de publicatie of de uitzending contacteert en hem loyaal de kans biedt hierop te reageren.’
Mediarecht. Portretrecht. De Raad is van oordeel dat, gezien de ernst van de feiten, beperkte identificatie van klager en publicatie van de trouwfoto op de regionale pagina’s gerechtvaardigd was, en conform de
Kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. Uitzending 16u25. Het betreft een reportage van de nieuwsdienst van de VRT over de beweegredenen van Belgische jongeren die naar Syrië vertrekken om er te strijden en over de invloed van de organisatie ‘Sharia4Belgium’ op deze jongeren. De reportage bestaat o.a. uit een montage van eigen beeldmateriaal van de VRT en beeldmateriaal van het internet (vb. Youtube). Volgens de onderzoekscel van de VRM komen in het programma verschillende beeldfragmenten voor met geweld, of de suggestie ervan, de gevolgen van gepleegd geweld en gruwelbeelden. Het gaat daarbij volgens de onderzoekscel om beelden met een hoog realiteitsgehalte of van reëel gepleegd geweld, dus niet om fictieve beelden.
Waarschuwing. Buitengewone omstandigheden. journaal van 17u45. In de onderzochte uitzendingen van 7,8 en 9 januari worden in 'Het Nieuws' diverse fragmenten getoond van amateurbeeldopnamen met mobiele telefoon. Eén specifiek fragment betreft de
Mediarecht. Tijdens de onderzochte periode wordt omstreeks 17u40, net het programma ‘Komen Eten’, een eerste keer een beeldvullende reclamebumper getoond die slechts 1,5 seconde duurt. De reclamebumper bevat geen vermelding “Reclame” en is louter visueel (er is geen akoestische afbakening, bijvoorbeeld door een jingle of een stilte). Na deze reclamebumper volgen twee reclamespots die worden omkaderd door een rand waarin een aftelklok en de programma-aankondiging “zo meteen Smakelijk!” te zien is. Na de laatste reclamespot wordt geen eindbumper getoond: het programa ‘Smakelijk’ begint onmiddellijk na de omkaderde reclamespot.
Tijdens de door de VRM onderzochte periode wordt het programma ‘Studio 100 HITS’ uitgezonden. Het programma bestaat uit verschillende videoclips van Studio 100-figuren. In het programma wordt twee maal een videoclip getoond van ‘Wanagogo’, het multimediaplatform van Studio 100. Deze videoclip duurt 2 minuten en bevat beelden van Studio 100-figuren en toont enkele mogelijkheden die het multimedia-platform ‘Wanagogo’ te bieden heeft.
Nieuwsportaal Delfi werd verantwoordelijk gehouden voor de lasterlijke anonieme commentaren op een artikel over bestuurder bij een ferrymaatschappij. Het EHRM oordeelde eerder [
Mediarecht. Productplaatsing. De VRM controleerde de uitzendingen (1 februari 2015, 17u-23u) van diverse televisieomroeporganisaties, waaronder vtmKzoom. De VRM stelt vast dat het programma ‘vtmKzoom Verjaardag’ productplaatsing bevat zonder dat de kijker hierop wordt gewezen. Het PP-logo wordt noch aan het begin, noch aan het einde van het programma getoond. Medialaan erkent dat het PP-logo aan het begin en het einde van het programma moest worden opgenomen. De VRM legt vtmKzoom voor deze inbreuk op het Mediadecreet een administratieve geldboete van 5.000 euro op. Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er rekening mee dat Medialaan reeds eerder voor dezelfde inbreuk werd gesanctioneerd.