Tot een uitspraak ten grond, onverminderd de schorsende werking van hoger beroep
Hof van Cassatie van België 26 juni 2014, IEFbe 942 (Sandoz tegen Bayer Pharma)
Uitspraak ingezonden door Jan-Diederik Lindemans en Kristof Roox, Crowell & Moring. Octrooirecht. Gerechtelijk recht. Het Hof oordeelde [IEFbe 708] dat Sandoz prima facie per equivalentie inbreuk maakt op het Europees octrooi EP 840 van Bayer. Het Hof van Cassatie vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering van de eiseres die ertoe strekte te horen zeggen dat het inbreukverbod hoogstens van kracht blijft tot een uitspraak ten gronde van een Belgische rechtbank tussenkomt, als ongegrond afwijst. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
5. De eiseres vorderde dat de duur van een eventueel tegen haar uitgesproken inbreukverbod op het octrooi van de verweerster slechts van kracht zou blijven tot een uitspraak ten gronde van een Belgische rechtbank.
De appelrechters verwerpen dit verweer met de reden dat "bij het verzoek van [de eiseres] (...) immers geen rekening (wordt gehouden met het niet bij voorraad uitvoerbare karakter van een eventuele beslissing tot vernietiging van het octrooi in eerste aanleg, en de schorsende werking van een eventuele voorziening in cassatie tegen een dergelijke beslissing in hoger beroep" en beslissen dat de door hen opgelegde maatregelen zullen gelden "tot een uitspraak ten grond, onverminderd echter de schorsende werking van het hoger beroep".
Droit des brevets. Code judiciaire. Prefarails est une société spécialisée dans la fabrication et le placement de voies ferrées pour les trams. Elle a développé une technologie brevetée pour isoler la voie des courants électriques vagabonds. La SA FERONIA est ou était titulaire de (quatre) brevets utilisés par Prefarails. Le Tribunal de commerce de Mons se déclare incompétent pour connaître de l’action en concurrence déloyale et dit la demande principale est non fondée. La cour va procéder à un examen de chaque brevet et en conclut que la preuve de la contrefaçon n'est toujours pas rapportée et que le jugement dont appel doit être confirmé. A défaut de contrefaçon, les autres développements juridiques ne doivent plus être examinés. La Cour confirme le jugement dont appel, dans ses dispositios entreprises. La Cour condamne Prefarails c.s. aux dépens de l'appel, étant l'indemnité de procédure liquidée à la somme de €11.000.
Uitspraak ingezonden door Bruno Vandermeulen,
Droit de brevet. L’appelant en tant qu’inventeur d’un outil de jardin, appelé "le rigolet", a obtenu
Since the last information provided to the Competitiveness Council at its meeting of December 2013, the Select Committee has:
Zie prejudicieel verzoek
Décision envoyée par Renaud Dupont,
Uitspraak ingezonden door Steven Cattoor,