Auteursrecht - Droit d'auteur  

IEFBE 4150

Hof verduidelijkt wanneer een kritische publicatie van een publiek domein geworden werk auteursrechtelijk beschermd kan zijn

HvJ EU - CJUE 19 mrt 2026, IEFBE 4150; ECLI:EU:C:2026:213 (Institutul de Istorie şi Teorie Literară „G. Călinescu” en Fundaţia Naţională pentru Ştiinţă şi Artă tegen HK, als erfgenaam van TB, alsmede VP en GR.), https://www.ie-forum.be/artikelen/hof-verduidelijkt-wanneer-een-kritische-publicatie-van-een-publiek-domein-geworden-werk-auteursrechtelijk-beschermd-kan-zijn

HvJ EU 19 maart 2026, IEF 23386; IEFbe 4150; ECLI:EU:C:2026:213 (Institutul de Istorie și Teorie Literară „G. Călinescu”, Fundația Națională pentru Știință și Artă tegen HK, als erfgenaam van TB, VP, GR). In deze prejudiciële zaak moest het Hof van Justitie uitleggen of een kritische publicatie van een publiek domein geworden werk kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van artikel 2, onder a), van richtlijn 2001/29. De zaak ontstond in Roemenië naar aanleiding van een geschil tussen het Institutul de Istorie şi Teorie Literară „G. Călinescu” en de Fundaţia Naţională pentru Ştiinţă şi Artă enerzijds, en HK, als erfgenaam van TB, alsmede VP en GR anderzijds, over een door professor Dan Slușanschi verzorgde kritische publicatie van een Latijns werk van Dimitrie Cantemir dat al tot het publieke domein behoorde. Die publicatie was gebaseerd op een teruggevonden manuscript en had tot doel de tekst van het oorspronkelijke werk te reconstrueren, met correcties, aanvullingen, commentaar en kritisch apparaat. Het Hof herhaalt dat voor bescherming als “werk” twee cumulatieve voorwaarden gelden: er moet sprake zijn van een eigen intellectuele schepping van de auteur, die diens persoonlijkheid weerspiegelt doordat hij vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt, én van een voorwerp dat voldoende nauwkeurig en objectief identificeerbaar is. Volgens het Hof sluit het reconstructieve karakter van een kritische publicatie niet uit dat aan die voorwaarden is voldaan. Ook bij de reconstructie van een bestaande tekst kunnen vrije en creatieve keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld bij grammaticale, lexicale, literaire en stilistische beslissingen, bij de keuze tussen tekstvarianten, bij correcties en aanvullingen, en bij de opbouw en rangschikking van de oorspronkelijke tekst ten opzichte van commentaren en kritisch apparaat. Dat moet de nationale rechter in het concrete geval beoordelen.

IEFBE 4112

Afkomstig van www.AI-Forum.nl

Deepfakes als auteursrechtinbreuk? Europese Commissie fluit Deense AI-wet terug

Denemarken werkt, als eerste in Europa, aan een wijziging van zijn Auteurswet om burgers en uitvoerende kunstenaars beter te beschermen tegen AI-gegenereerde deepfakes. Het wetsvoorstel introduceert een verbodsrecht voor natuurlijke personen tegen het online beschikbaar stellen van realistische digitale imitaties van persoonlijke kenmerken en uitvoeringen, zoals stem, uiterlijk of bewegingen. Hiermee poogt Denemarken de opkomst van ongewenste deepfakes te bestrijden via het intellectueel eigendomsrecht. In een recente reactie heeft de Europese Commissie forse kanttekeningen geplaatst bij deze benadering, die ook relevant zijn voor het vergelijkbare wetgevingsinitiatief in Nederland.

IEFBE 4109

HvJ EU over art. 102 VWEU: Onbillijke licentievoorwaarden van collectieve beheersorganisatie bij hotelvergoedingen

HvJ EU - CJUE 18 dec 2025, IEFBE 4109; ECLI:EU:C:2025:985 (OSA, z.s. tegen Úřad pro ochranu hospodářské soutěže), https://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-art-102-vweu-onbillijke-licentievoorwaarden-van-collectieve-beheersorganisatie-bij-hotelvergoedingen

HvJ EU 18 december 2025, IEF 23287; IEFbe 4109; ECLI:EU:C:2025:985 (OSA, z.s. tegen Úřad pro ochranu hospodářské soutěže). De zaak betreft de Tsjechische collectieve beheersorganisatie OSA, die auteursrechten exploiteert voor onder meer hotels en andere accommodaties met televisies op de kamers. De Tsjechische mededingingsautoriteit Úřad pro ochranu hospodářské soutěže (ÚOHS) stelde in 2019 vast dat OSA haar machtspositie misbruikte op de markt voor het verlenen van licenties aan dergelijke accommodatieverstrekkers. OSA hanteerde in haar standaardlicenties een minimumvergoeding die geen rekening hield met de werkelijke bezettingsgraad of het daadwerkelijke gebruik en was bovendien onvoldoende transparant over de berekeningswijze en aanpassingsmogelijkheden. Dit werd gekwalificeerd als het opleggen van onbillijke contractuele voorwaarden in de zin van artikel 102, onder a), VWEU. OSA kreeg een boete van 10 676 000 CZK en een gedragsverbod opgelegd. In beroep voerde OSA aan dat haar tarieven niet buitensporig waren en dat misbruik alleen via de toets voor excessieve prijzen (zoals ontwikkeld in onder meer United Brands, AKKA/LAA en SABAM) kon worden vastgesteld. De ÚOHS stelde daartegenover dat het zwaartepunt lag bij de onbillijkheid van de contractvoorwaarden, waardoor geen volledige excess-pricing-analyse vereist was.

IEFBE 4104

Uitspraak ingezonden door Anthony van der Planken, CO & DELARUE

Toepassing Mio/Konektra op auteursrechtelijke bescherming van meubelontwerpen door ondernemingsrechtbank Brussel

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 29 jan 2026, IEFBE 4104; A/25/02084 (Gommaire nv tegen verwerende partij), https://www.ie-forum.be/artikelen/toepassing-mio-konektra-op-auteursrechtelijke-bescherming-van-meubelontwerpen-door-ondernemingsrechtbank-brussel

Ond.Rb Brussel 29 januari 2026, IEF 23273; IEFbe 4104; A/25/02084 (Gommaire nv tegen verwerende partij). De ondernemingsrechtbank Brussel behandelt een geschil tussen interieurmerk Gommaire en een internationale interieurspeler over vermeende kopieën van meubelontwerpen en oneerlijke marktpraktijken. Gommaire ontwerpt en verkoopt sinds 2015 diverse meubels (tafels, stoelen, zetels, bureau, modulaire sofa) en stelt dat meerdere modellen van de tegenpartij daar nagenoeg op aansluiten. Zij vraagt een stakingsbevel, dwangsommen en verregaande informatie over producenten, aantallen en prijzen; de tegenpartij vordert afwijzing én nietigverklaring van bepaalde Benelux‑modellen van Gommaire. De rechtbank maakt in haar beoordeling expliciet gebruik van het Mio/Konektra‑arrest van het Hof van Justitie (C‑580/23 en C‑795/23) van 4 december 2025. Zij benadrukt dat er geen hiërarchie bestaat tussen model‑ en auteursrecht en dat voor toegepaste kunst, zoals meubels, dezelfde originaliteitstoets geldt als voor andere werken: beschermd is de concrete uitdrukking van een eigen intellectuele schepping via vrije en creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen. Er is geen verhoogde drempel voor design, waardoor trends en stijlen niet beschermd zijn, maar een specifieke combinatie van vormen, verhoudingen en lijnen binnen zo’n trend wel auteursrechtelijke bescherming genieten. Voor de inbreuktoets neemt de rechtbank afstand van een benadering die louter focust op de totaalindruk. Doorslaggevend is of de creatieve elementen van het beschermde werk op herkenbare wijze zijn gereproduceerd in het betwiste meubel. Algemene stijlverwantschap volstaat niet, terwijl evenmin kan worden volstaan met het aanwijzen van enkele detailverschillen om een inbreuk uit te sluiten.

IEFBE 4080

Case tracker: AI en auteursrecht 2026 (Europa & Amerika)

Anno 2026 is de verzoening tussen AI en auteursrecht nog ver te zoeken. In Europa en de Verenigde Staten lopen tientallen procedures die direct raken aan de vraag hoe auteursrechtelijk beschermd materiaal zich verhoudt tot de ontwikkeling en het gebruik van (generatieve) AI.

In dit overzichtsartikel brengen we de belangrijkste zaken van dit moment samen. Het doel is geen uitputtend register, maar een praktisch overzicht van de procedures die op dit moment richtinggevend zijn voor het debat over AI en auteursrecht. Voor zover beschikbaar verwijzen we per uitspraak naar uitgebreidere analyses, zodat u zich verder kunt verdiepen.

De zaken zijn gegroepeerd per jurisdictie (Europa versus Amerika) en vervolgens geordend naar de centrale rechtsvragen die in de rechtspraak terugkeren.

We zullen dit overzicht in de loop van het jaar zo veel mogelijk blijven updaten, zodat u altijd op de hoogte blijft van de laatste stand van zaken.

IEFBE 4053

Uitspraak ingezonden door Laura Coeckelberghs en Peter Marx, MVVP.

Serie “Knokke Off” / ”High Tides” vormt geen inbreuk op het boek “Verzwijg Mij Niet”

Rechtbanken van Koophandel - Tribunaux de commerce 13 nov 2025, IEFBE 4053; (Piet Baete tegen Dingie), https://www.ie-forum.be/artikelen/serie-knokke-off-high-tides-vormt-geen-inbreuk-op-het-boek-verzwijg-mij-niet

Ond.Rb. Gent, afdeling Gent 13 november 2025, IEF 23136; IEFbe 4053; A/25/00860 (Piet Baete tegen Dingie). De ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, oordeelt over een stakingsvordering van misdaadauteur Piet Baete tegen productiehuis DINGIE, producent van de televisiereeks “Knokke Off” / “High Tides” (VRT/Netflix). Baete is auteur van de misdaadroman “Verzwijg mij niet” (2011) en voert aan dat de reeks een niet-toegelaten adaptatie vormt van zijn boek. Na een ingebrekestelling in februari 2025 dagvaardt hij DINGIE en vordert onder meer vaststelling van auteursrechtinbreuk, een verbod op verdere exploitatie, afgifte van exploitatie-informatie en schadevergoeding. DINGIE betwist de inbreuk, stelt dat de reeks als een eigen en onafhankelijk werk is ontwikkeld en geschreven, dat eventuele gelijkenissen louter toevallig zijn of voortvloeien uit het gebruik van algemene, niet-beschermde motieven, en vordert op haar beurt schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding en publicatie van het vonnis.

IEFBE 4041

Prejudiciële vragen gesteld over collectief beheer van auteursrechten voor uitvoerende kunstenaars

HvJ EU - CJUE 9 okt 2025, IEFBE 4041; C-601/25 (SAWP tegen E. spółka z ograniczoną odpowiedzialnością), https://www.ie-forum.be/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-collectief-beheer-van-auteursrechten-voor-uitvoerende-kunstenaars

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 9 september 2025, IEF 23117; IEFbe 4041; C-601/25 (SAWP) via MinBuza. Stowarzyszenie Artystów Wykonawców SAWP (hierna: verzoeker) is een organisatie voor het collectief beheer van auteursrechten van uitvoerende kustenaars. Zij vraagt informatie op bij verweerder, een kabeltelevisie-exploitant, over welke uitzendingen met muzikale werken zij heeft uitgezonden en hoeveel daar aan verdiend is. E. spółka z ograniczoną odpowiedzialnością (hierna: verweerster) stelt dat zij geen informatie hoeft te delen, omdat zo een verzoek verband moet houden met een daadwerkelijke aanspraak op een schadevordering die voortvloeit uit een inbreuk op het auteursrecht. Verweerster exploiteert alleen audiovisuele werken waarvan de rechten aan de producenten toebehoren, en niet aan de uitvoerende kustenaars. Er kan dus geen schadevordering voortvloeien uit dit informatieverzoek. De Poolse rechter vraagt of het nationale kader in overeenstemming is met richtlijn 2014/26 en richtlijn 2004/48. 

IEFBE 4028

Supremo Tribunal de Justiça stelt prejudiciële vragen in auteursrechtzaak

Overig - Autres 4 jul 2025, IEFBE 4028; C-441/25 (AGECOP tegen VISAPRESS), https://www.ie-forum.be/artikelen/supremo-tribunal-de-justica-stelt-prejudiciele-vragen-in-auteursrechtzaak

Supremo Tribunal de Justiça 4 juli 2025, IEF 23090; IEFbe 4028; C-441/25 (AGECOP tegen VISAPRESS). VISAPRESS is een organisatie voor het collectief beheer van de auteursrechten en naburige rechten van uitgevers van kranten en tijdschriften in Portugal en maakt deel uit van AGECOP, die belast is met het innen en verdelen van de billijke compensatie voor reproductie voor privégebruik. Deze compensatie wordt naar Portugees recht gelijkelijk verdeeld tussen auteurs en uitgevers. VISAPRESS stelt dat zij, als organisatie voor collectief beheer van uitgevers van perspublicaties die naast naburige rechten ook houder zijn van oorspronkelijke en afgeleide auteursrechten, recht heeft op een deel van de billijke compensatie die aan de auteurs toekomt. De Portugese rechter twijfelt of dit standpunt verenigbaar is met artikel 5, lid 2, onder a) en b), van richtlijn 2001/29/EG en artikel 16 van richtlijn 2019/790.  

IEFBE 4027

Bundesgerichtshof stelt prejudiciële vragen in auteursrechtzaak

HvJ EU - CJUE 31 jul 2025, IEFBE 4027; (Cloudfare tegen Universal Music), https://www.ie-forum.be/artikelen/bundesgerichtshof-stelt-prejudiciele-vragen-in-auteursrechtzaak

Bundesgerichtshof 31 juli 2025, IEF 23089; IEFbe 4027; C-534/25 (Cloudflare tegen Universal Music). Universal Music GmbH distribueert en heeft de auteursrechten van het album “HERZ Kraft Werke” van Sarah Connor. Dit album is illegaal beschikbaar gesteld via een hyperlink op een website ddl-music.to. Deze website maakte gebruik van de server van Cloudflare, die een content delivery netwerk (CDN) exploiteert. Universal Music GmbH stelt Cloudfare aansprakelijk voor de onrechtmatige beschikbaarstelling van het album en vordert vergoeding van kosten van de ingebrekestelling en een verbod om het album publiek beschikbaar te stellen via deze website. De Duitse rechter vraagt het Hof of er sprake is van beschikbaarstelling in de zin van artikel 3, lid 2 van de richtlijn 2001/29/EG als het via hyperlink plaatsvindt en of de door het Hof ontwikkelde criteria voor host- en deelplatforms ook gelden voor CDN-exploitanten, of dat er andere criteria moeten worden toegepast om te bepalen of een CDN zelf een handeling van beschikbaarstelling verricht. 

IEFBE 4001

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen en Julie Visser, AC&R.

AG HvJ EU: offline streamingkopieën zijn mededeling aan het publiek

HvJ EU - CJUE 2 okt 2025, IEFBE 4001; ECLI:EU:C:2025:749 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers), https://www.ie-forum.be/artikelen/ag-hvj-eu-offline-streamingkopieen-zijn-mededeling-aan-het-publiek

Conclusie AG HvJ EU 2 oktober 2025, IEF 22977; IEFbe 4001; ECLI:EU:C:2025:749 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding, Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland BV, Dell BV, Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers). De Hoge Raad legt in C-496/24 (Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding & Stichting de Thuiskopie tegen HP Nederland, Dell en SOBI) drie vragen voor over de thuiskopie-uitzondering bij betaalde streamingdiensten. Het gaat om “offline streaming copies”: een abonnee kiest in de app werken die de aanbieder, onder DRM/technische voorzieningen, versleuteld opslaat op het apparaat; de gebruiker kan ze alleen binnen de app afspelen, niet vrij kopiëren of overzetten, en de aanbieder kan ze wissen. De vragen: (1) valt dit onder art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29 (privékopie) met inachtneming van de driestappentoets van art. 5(5)? (2) verzetten de doelstellingen van de richtlijn (hoog beschermingsniveau, evenwicht, techniekneutraliteit) zich tegen uitsluiting van zulke kopieën van de nationale thuiskopie-heffing? (3) maakt de vergoedingswijze (per download of per play) nog uit? Feitenkader en nationaal recht: in NL wordt de thuiskopieheffing door Stichting de Thuiskopie geïnd op dragers/apparaten, met tarieven vastgesteld door SONT; voor 2018-2020 rekent SONT ook betaalde streamingdiensten mee.