Auteursrecht - Droit d'auteur

IEFBE 2779

Jacqueline Seignette - Duitse BGH stelt prejudiciële vragen over auteursrechtelijke verantwoordelijkheid YouTube

HvJ EU - CJUE 13 sep 2018, IEFBE 2779; ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube), http://www.ie-forum.be/artikelen/jacqueline-seignette-duitse-bgh-stelt-prejudici-le-vragen-over-auteursrechtelijke-verantwoordelijkhe

BGH 13 september 2018, ECLI:DE:BGH:2018:130918BIZR140.15.0 (YouTube) Op 12 september stemde het Europese Parlement in met een geamendeerd voorstel voor een richtlijn over auteursrecht in de digitale eengemaakte markt  (DSM richtlijn). Onderdeel van dit voorstel is een bepaling over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van internet platforms als YouTube en Facebook. Deze platforms moeten ofwel licenties voor de content regelen, ofwel in samenspraak met de rechthebbenden maatregelen nemen om inbreukmakende content te weren. De Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europese Parlement zijn intussen in overleg getreden om op basis van de besluitvorming in het Europese Parlement tot een definitieve tekst te komen.

Eén dag (!) na de stemming in het Europese Parlement stelde het Duitse hoogste gerechtshof prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie over de auteursrechtelijke verantwoordelijkheid van YouTube. Het Bundesgerichtshof (BGH) vraagt of een video content platform een mededeling aan het publiek verricht en zo niet, wat dan de verantwoordelijkheid van het platform is in het licht van artikel 14 E-commerce richtlijn, artikel 8 lid 3 Auteursrechtrichtlijn en artikel 11 en 13 Handhavingsrichtlijn. Al deze bepalingen zeggen iets over de (grens aan de) maatregelen die rechthebbenden van Internet dienstverleners kunnen verlangen. Het toepassingsgebied en de reikwijdte van deze bepalingen en hun onderlinge verhouding zijn echter allesbehalve duidelijk. Een samenhangend regime voor indirecte aansprakelijkheid ontbreekt. Aan de rechter de taak om deze Europese regels te duiden en in te passen in de nationale regels over indirecte aansprakelijkheid.

IEFBE 2777

Conclusie AG: Eenvoudig militair rapport niet auteursrechtelijk beschermd

HvJ EU - CJUE 25 okt 2018, IEFBE 2777; ECLI:EU:C:2018:870 (Funke Medien NRW), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-eenvoudig-militair-rapport-niet-auteursrechtelijk-beschermd

Conclusie AG HvJ EU 25 oktober 2018, IEF 18058; IEFbe 2777; ECLI:EU:C:2018:870; C‑469/17 (Funke Medien NRW) Auteursrecht. Volgens AG Szpunar (persbericht) kan een eenvoudige militair rapport geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Allereerst voldoet zo'n rapport niet als een werk dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Ten tweede zou zo'n beperking een ongerechtvaardigde beperking betekenen van de vrijheid van meningsuiting. Conclusie AG:

„Artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, gelezen in samenhang met artikel 52, lid 1, ervan, moet aldus worden uitgelegd dat een lidstaat zich niet kan beroepen op het auteursrecht zoals neergelegd in artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, [InfoSoc-Richtlijn] teneinde te verhinderen dat vertrouwelijke documenten van die lidstaat worden meegedeeld aan het publiek in het kader van een debat over vraagstukken van algemeen belang. Deze uitlegging staat er niet aan in de weg dat die lidstaat andere bepalingen van nationaal recht toepast, met name die inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie, mits hij daarbij het Unierecht in acht neemt.”

 

IEFBE 2767

HvJ EU: Houder van internetaansluiting kan zich niet aan filesharing auteursrechtinbreuk onttrekken door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben

HvJ EU - CJUE 18 okt 2018, IEFBE 2767; ECLI:EU:C:2018:841 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-houder-van-internetaansluiting-kan-zich-niet-aan-filesharing-auteursrechtinbreuk-onttrekken-d

HvJ EU 18 oktober 2018, IEF 18043; IEFbe 2767; IT 2657; ECLI:EU:C:2018:841; C-149/17 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer)
Uit het persbericht: De houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, kan zich niet onttrekken aan zijn aansprakelijkheid door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben tot die aansluiting.  De rechthebbenden moeten beschikken over een doeltreffende voorziening in rechte of over middelen op grond waarvan de bevoegde rechterlijke instanties kunnen gelasten dat de noodzakelijke informatie wordt verstrekt. HvJ EU:

Artikel 8, leden 1 en 2, [InfoSoc-Richtlijn], gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, van deze richtlijn, enerzijds, en artikel 3, lid 2,[Handhavingsrichtlijn], anderzijds, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als in het hoofdgeding, zoals uitgelegd door de bevoegde nationale rechterlijke instantie, krachtens welke de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing, daarvoor niet aansprakelijk kan worden gesteld, wanneer hij minstens één gezinslid aanwijst dat toegang had tot deze aansluiting, zonder dat hij meer preciseringen verstrekt over het tijdstip waarop deze aansluiting is gebruikt door dat gezinslid en over de aard van het gebruik ervan door dat gezinslid.

IEFBE 2755

Conclusie AG: Afstand tussen magazijnen en winkel doet niet ter zake voor auteursrechtelijke distributie

HvJ EU - CJUE 3 okt 2018, IEFBE 2755; C-572/17 (Rock Town-Gamla Stan), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-afstand-tussen-magazijnen-en-winkel-doet-niet-ter-zake-voor-auteursrechtelijke-distribu

Conclusie AG HvJ EU 3 oktober 2018, IEF 18006; IEFbe 2755; C-572/17 (Rock Town-Gamla Stan) Auteursrecht. Artikel 4, lid 1 [InfoSoc-richtlijn] dient aldus te worden uitgelegd dat het uitsluitende recht van de auteur om elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van zijn werken of van kopieën daarvan toe te staan of te verbieden, als bedoeld in die bepaling, van toepassing is op goederen die in magazijnen van een handelaar zijn opgeslagen en beschermde motieven bevatten die identiek zijn aan die welke zijn aangebracht op goederen die laatstgenoemde te koop aanbiedt in een winkel waarvan hij eigenaar is. In dat verband doet de afstand tussen de magazijnen en de winkel niet ter zake.

IEFBE 2732

La cour confirme le jugement d'un sac à l'achat de produits Léonidas

26 jul 2018, IEFBE 2732; (Léonidas contre Cassegrain), http://www.ie-forum.be/artikelen/la-cour-confirme-le-jugement-d-un-sac-l-achat-de-produits-l-onidas
sac le pliage

Cour d'appel Bruxelles 26 juillet 2018, IEFbe 2732 (Léonidas contre Cassegrain) Droit d'auteur. Le juge du Tribunal de commerce de Bruxelles [IEFbe 2421] a condamne LEONIDAS à cesser d'offrir, distribuer, communiquer au public ou de détenir à ces fins des sacs dans lesquels est incorporée une contrefaçon du modèle LE PLIAGE. La cour reçoit l'appel mais le dit très partiellement fondé et confirme le jugement entrepris sous la seule émendation que le montant de l'astreinte est plafonné à € 200.000,00.

IEFBE 2710

Stakingsvordering Fatboy toegewezen: Loung Air XL wekt zelfde indruk als Lamzac

Brussel - Bruxelles(Fr./Nl.) 11 mei 2017, IEFBE 2710; (Fatboy tegen Makro), http://www.ie-forum.be/artikelen/stakingsvordering-fatboy-toegewezen-loung-air-xl-wekt-zelfde-indruk-als-lamzac

Rechtbank van Koophandel Brussel 11 mei 2017, IEFbe 2710 (Fatboy tegen Makro) Modellenrecht. Auteursrecht. Fatboy heeft een luchtzak op de markt gekend onder de naam 'LAMZAC'. Daarvoor hebben ze een geregistreerd gemeenschapsmodel. Makro verkoopt een product genaamd 'Luchtbed Loung Air XL'. Fatboy vordert staking en gestaakt te houden van de verkoop van het luchtbed. Het ligmeubel van de Makro wekt bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde indruk als bij het model van Fatboy. Net als het model van Fatboy wordt het inbreukmakende ligmeubel verkocht door Makro gekenmerkt door een langwerpig dubbele buis die in het middel over de lengte verbonden is, aan één uiteinde doorloopt en knikt, en aan het andere uiteinde een dichtgemaakte opgerolde grote opening kent. Uit stukken blijkt dat de ontwerper tijdens het ontwerpproces verschillende vrije en creatieve keuzes heeft gemaakt. Fatboy toont aan dat de auteursrechten van de ontwerper zijn overgedragen aan haar. De stakingsvordering wordt toegewezen.

IEFBE 2707

Verbod voor Siondro om muzieknummers van Davoodi te gebruiken tijdens shows Baba Yega

Gent(afd. Dendermonde) - Gand(div. Termonde) 24 mei 2017, IEFBE 2707; (Davoodi tegen Siondro), http://www.ie-forum.be/artikelen/verbod-voor-siondro-om-muzieknummers-van-davoodi-te-gebruiken-tijdens-shows-baba-yega

Voorz. Rechtbank van Koophandel Gent 24 mei 2017, IEFbe 2707 (Davoodi tegen Siondro) Auteursrecht. Davoodi componeert muziek. Een dansgroep Baba Yega treedt op met de muziek van Davoodi. De drijvende kracht achter deze groep zou Siondro zijn. Volgens Siondro bestaat er een samenwerking tussen partijen. Een paar tussenkomsten werden gefactureerd door Davoodi en betaald door Siondro maar tot op heden is er volgens Davoodi nog een bedrag van €9.050,00 verschuldigd. Davoodi vordert staking van gebruik van de muziek en een dwangsom. Siondro meldt dat er video's verwijderd zijn van sociale media van Baba Yega en dat ze muziekstukken waarvoor betaald is zal blijven gebruiken. Het is niet duidelijk voor welk muziek stuk Siondro meent dat er voldoende is betaald evenmin is duidelijk of Siondro alle muziek afkomstig van Davoodi zal weren in haar sociale media of bij optredens. In deze omstandigheden is een inbreuk en herhalingsgevaar aangetoond. De stakingsvordering wordt toegewezen. Siondro moet elke reproductie en mededeling aan het publiek staken, alle videoclips en audiovisuele producties verwijderen en muziekproducties tijdens shows van Baba Yega niet meer gebruiken.

IEFBE 2697

IMP schuldig aan onrechtmatige parallelinvoer van Honda GX-motoren uit China

Brussel - Bruxelles 27 jul 2018, IEFBE 2697; (Honda tegen IMP), http://www.ie-forum.be/artikelen/imp-schuldig-aan-onrechtmatige-parallelinvoer-van-honda-gx-motoren-uit-china

Hof van beroep Brussel 27 juni 2017, IEFbe 2697 (Honda tegen IPM) Auteursrecht. Marktpraktijken. Honda is houder van Unie woord- en beeldmerk HONDA en GX. Industrial Maintenance Products biedt motoren die het merkteken Honda en GX dragen die niet door Honda of met haar toestemming in het verkeer zijn gebracht. Op de motoren was een sticker geplaatst met: niet gecertificeerd voor verkoop in de VS, Canada, EU en Aus. Honda vordert om IMP te veroordelen tot staking van verkoop van Honda GX-motoren wegens onrechtmatige parallelinvoer en auteursrechtinbreuk. De motoren zijn afkomstig uit China en Hongkong. De motoren werden van buiten EER - mogelijk met tussenstop in Dubai- ingevoerd in de EER en door IMP in België te koop aangeboden. Er blijkt niet dat de ontwerper van de motoren en generatoren creatieve keuzes heeft gemaakt, weze het in de vormgeving, de schikking van de onderdelen, de kleurencombinatie rood-zwart voor het centrale gedeelte van de motor waarop het merkteken kan worden aangebracht of de verticaal in het rond rooster aangebrachte inkepingen, variërend tussen lange en korte inkepingen, of in de combinatie van deze elementen. De vordering wat betreft de onrechtmatige parallelinvoer wordt toegewezen en wat betreft de auteursrechtinbreuk afgewezen.