Databankenrecht - Bases de données

IEFBE 2979

Inloggen app betekent niet dat bedrijfsgeheimen zijn getoond

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 16 okt 2019, IEFBE 2979; (Jas tegen A en Crane), http://www.ie-forum.be/artikelen/inloggen-app-betekent-niet-dat-bedrijfsgeheimen-zijn-getoond

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 16 oktober 2019, IEFbe 2979; A/19/04068 (Jas tegen A en Crane) Dhr. A was werknemer van Jas totdat hij ontslag nam. Jas en A kwamen overeen dat de arbeidsprestaties per 8 maart een einde zouden nemen. Eind maart heeft A een arbeidsovereenkomst bij Crane ondertekend. Crane is een concurrent van A. In de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst met Jas heeft A over een toegangsrecht tot de applicatie 'Zoho' beschikt. Zoho is een webgebaseerd online CRM-kantoorpakket met tekstverwerking, databases, notities, wiki’s, webconferenties, enzovoort. De Zoho-app was gevoed met bedrijfsgegevens van Jas. Op 1 maart heeft A vanuit de kantoren van Crane ingelogd in de Zoho-applicatie. Volgens Jas zijn hierbij bedrijfsgeheimen getoond aan Crane. Ten minste zou hier sprake zijn van oneerlijke concurrentie. Hiervan is echter in deze zaak geen sprake: ookal is de informatie wellicht bedrijfsgevoelig, blijkt nergens uit dat de informatie, ware zij publiek, een andere handelswaarde zou hebben. Ook is geen sprake van oneerlijke concurrentie. Dit omdat niet is aangetoond dat Crane contact heeft opgenomen met A (en niet andersom). Er is dus onvoldoende bewezen om te kunnen constateren dat er sprake is van onrechtmatige afwerking.

IEFBE 2959

HvJ EU: hostingprovider kan gelast worden informatie te verwijderen

HvJ EU - CJUE 3 okt 2019, IEFBE 2959; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-hostingprovider-kan-gelast-worden-informatie-te-verwijderen
Facebook

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2887, IEFbe 2959; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook) Naar aanleiding van een artikel van een Oostenrijks online-magazine, dat via een persoonlijk Facebook-account door een gebruiker is gedeeld en waarin het beleid van “die Grünen“ werd afgekeurd, vordert Glawschig-Piesczek (fractievoorzitter voor “die Grünen“ in de Oostenrijkse Nationalrat) verwijdering van het commentaar en daarmee overeenstemmende uitlatingen door Facebook, omdat het haar eer aantast. Overeenkomstig de richtlijn inzake elektronische handel is het verboden om de hostingprovider een algemene verplichting op te leggen om toezicht te houden op door hen opgeslagen informatie of actief naar aanwijzingen voor onwettige activiteiten te zoeken. Niet verboden is het om een hostingprovider te gelasten informatie te verwijderen dan wel de toegang daartoe onmogelijk te maken, die: (i)  identiek is aan eerder onwettig verklaarde informatie, (ii) inhoudelijk overeenstemt met eerder onwettig verklaarde informatie, mits het toezicht op en het onderzoek van de informatie op grond van een dergelijk bevel is beperkt tot boodschap overbrengende informatie waarvan de inhoud in wezen gelijk blijft aan de onwettig verklaarde inhoud, (iii) wereldwijd toegankelijk is, behoudens de grenzen van het relevante internationale recht waarmee de lidstaten rekening moeten houden.

IEFBE 2647

Klantenbestand van online drukkerij is een databank: inbreuk op het sui generis-recht van de producent

Antwerpen - Anvers 4 dec 2017, IEFBE 2647; (Printalert tegen Flyer, Printconcept.be en Flugia), http://www.ie-forum.be/artikelen/klantenbestand-van-online-drukkerij-is-een-databank-inbreuk-op-het-sui-generis-recht-van-de-producen

Hof van beroep Antwerpen 4 december 2017 en Voorz. Rechtbank van Koophandel Antwerpen (afd. Antwerpen) 20 april 2016, IEFbe 2647 (Printalert tegen Flyer, Printconcept.be en Flugia) Marktpraktijken. Printalert is een drukwerkmakelaar op de markt van het online drukwerk. Flyer en Printconcept.be zijn online drukkerijen, die beide zijn ondergebracht onder de holding Flugia. Flugia c.s. houden voor dat de appellante op onrechtmatige wijze gebruik maakt van hun klantenbestand. De eerste rechter heeft geoordeeld dat het klantenbestand van Flugia c.s. een databank is en dat zij het sui generis-recht kunnen inroepen. Printalert maakt op onrechtmatige wijze gebruik van de gegevens uit dat bestand. Het hof bevestigt het bestreden vonnis en sluit zich aan bij de motivering van de eerste rechter dat er sprake is van een databank. Een deskundige heeft vastgesteld dat er een aanzienlijke mate van overeenstemming is tussen de klantenbestanden van beiden en dat Printalert de gegevens heeft gebruikt bij mailings. Het gaat om een overlapping van 22,8%. Bijgevolg is er sprake van het hergebruik van een in kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank van Flugia c.s. Er wordt bevestigd dat Printalert de eerlijke marktpraktijken schendt. Derhalve is er geen reden om het opgelegde stakingsbevel te beperken of te herformuleren.

IEFBE 1562

Geografische gegevens zijn nog voldoende informatieve, zelfstandige elementen van een databank

HvJ EU 29 oktober 2015, IEFbe 1562; ECLI:EU:C:2015:735; C-490/14 (Freistaat Bayern tegen Verlag Esterbauer)
Databankenrecht. Verlag Esterbauer exploiteert landkaarten en gidsen voor fietsers, inline skaters en mountainbikers. Er is een auteursrechtgeschil ontstaan met de deelstaat Beieren. Databanken – Topografische kaarten – Zelfstandigheid van de elementen die samen een databank vormen – Mogelijkheid om die elementen van elkaar te scheiden zonder dat de waarde van de informatieve inhoud ervan wordt aangetast – Inaanmerkingneming van het doel dat de gebruiker met een topografische kaart voor ogen heeft. Het hof verklaart voor recht:

Artikel 1, lid 2, van [Databankenrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat geografische gegevens die door een derde uit een topografische kaart worden gelicht met het oog op de vervaardiging en de commerciële exploitatie van een andere kaart, na deze verrichting nog voldoende informatieve waarde hebben om te kunnen worden aangemerkt als „zelfstandige elementen” van een „databank” in de zin van die bepaling.

 

Gestelde vraag [IEFbe 1102]:

Is bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een verzameling van zelfstandige elementen als bedoeld in artikel 1, lid 2, van richtlijn 96/9, in die zin dat de elementen van elkaar kunnen worden gescheiden zonder dat daardoor de waarde van de informatieve inhoud ervan wordt aangetast, elke mogelijke informatiewaarde relevant dan wel slechts de waarde die aan de hand van de beoogde bestemming van de betreffende verzameling en het daaruit voortvloeiende typische gedrag van de gebruiker dient te worden bepaald?

IEFBE 1439

Enkel gebruik van modelbrieven en software niet onwettig en onrechtmatig

Hof van Beroep Gent 13 april 2015, IEFbe 1439 (Derous Ben bvba tegen Archiline N.V.)
Auteursrecht. Datadank. Software. Eiser heeft veiligheidscoördinatieprojecten voor gedaagde verzorgd op basis van mondelinge afspraken. Derous Ben schrijft een factuur, die blijft onbetaald. Archiline meent dat Derous Ben zonder toestemming gebruik heeft gemaakt van software en gegevens waarop auteursrechten zouden zitten. De bewijslast ex artikel 870 Ger. Wb rust bij Archiline. Met enkel het gebruik van modelbrieven en van één of meerdere computerprogramma's en databankenmet gegevens voor veiligheidscoördinatoren is niet onwettig of onrechtmatig. Van onrechtmatig afwerven van cliënteel of parasitaire aanhaking wordt geen bewijs bijgebracht.

11. De samenwerking tussen partijen werd beëindigd onder de titel "Opvolging werven door bvba Ben De Rous" met de motivering "Na overleg hebben wij besloten om voorlopig niet langer beroep te doen op de bvba Ben De Rous voor de opvolging veiligheidscoördinatie en dit wegens economische redenen. (...)" De redenb voor de beëindiging is dus niet de eventuele schending van gemaakte afspraken omtrent het gebruik van de software en gegevens, maar wel niet nader aangeduide economische redenen.

Enkel uit het gebruik van de modelbrieven van Archiline en van één of meerdere computerprogramma's en databanken met onder meer gegevens voor veiligheidscoördinatoren kan niet worden afgeleid dat de bvba Derous Ben onwettig of onrechtmatig zou hebben gehandeld.

Het is mogelijk dat de bvba Archiline andere verwachtingen had van de samenwerking dan de bvba Derous Ben. Onrechtmatig handelen onder enige vorm vanwege de bvba Derous Ben is evenwel niet aangetoond.
IEFBE 1345

L'action en concurrence déloyale: vers la création d'une protection additionnelle des listes de clientèle?

Cour de cassation Luxembourg 6 novembre 2014, IEFbe 1345 (Listes de clientèle)
Contribution envoyée par Vincent Wellens, NautaDutilh. Luxembourg. TIC. Savoir-faire. Le 6 novembre 2014, la Cour de cassation luxembourgeoise a précisé que l’action en cessation qui repose sur l’article 14 de la loi modifiée du 30 juillet 2002 réglementant certaines pratiques commerciales, permet une entreprise de faire empêcher un concurrent d’utiliser ses listes de clientèle, sans qu’elle doive apporter la preuve d’une appropriation indue du fichier.
En savoir plus

IEFBE 1145

HvJ EU: Het gebruik door derden van niet-beschermde databank kan contractueel worden beperkt

HvJ EU 15 januari 2015, IEFbe 1145; zaak C-30/14 (Ryanair tegen PR Aviation) - dossier
Uitspraak ingezonden door Arnout Groen, Hofhuis Alkema Groen en Bas Le Poole, Le Poole Bekema en Thijs van Aerde, Houthoff Buruma. Door Hoge Raad prejudicieel gestelde vraag [IEF 13438]. Niet door auteursrecht of recht sui generis beschermde databank. Het Hof verklaart voor recht:

[De Databankenrichtlijn 96/9/EG] (...) moet aldus worden uitgelegd dat zij geen toepassing vindt wanneer een databank niet op grond van deze richtlijn wordt beschermd door het auteursrecht of door het recht sui generis, zodat de artikelen 6, lid 1, 8 en 15 van de richtlijn zich er niet tegen verzetten dat de maker van een dergelijke databank contractuele beperkingen stelt aan het gebruik ervan door derden, onverminderd het toepasselijke nationale recht.

Gestelde vraag:

Strekt de werking van de DbRl [Datenbankenrichtlijn]1 zich mede uit tot online databanken die niet, op de voet van hoofdstuk II van de richtlijn, worden beschermd door het auteursrecht en ook niet, op de voet van hoofdstuk III, door een recht sui generis, en wel in die zin dat ook in zoverre de vrijheid om gebruik te maken van dergelijke databanken met (al dan niet overeenkomstige) toepassing van de artikelen 6, lid 1, en 8, in verbinding met artikel 15 DbRl, niet contractueel mag worden beperkt?

Lees de uitspraak hier (pdf/html)

Op andere blogs:
IPKat
Timelex

IEFBE 1135

Inbreuk op beschermde databank voor fertilisatietechniek

Hof van beroep Gent 24 september 2014, IEFbe 1135 (Roland Fertilizer Technology tegen Uhde Fertilizer Technology)
Databankenrecht. Zelfs zonder cijfergegevens over de kost of de bestede tijd nodig staat voldoende vast dat  een substantiële investering is verricht. E-mailverkeer bewijst afdoende dat de databanken werden gekopieerd zonder instemming van UFT. Het beroep is ongegrond.

Bescherming

8. (...) UFT toont naar genoegen van recht aan dat zij belangrijke investeringen deed voor de presentatie van de inhoud van de beide databanken. Zo werden de resultaten van de metingen bijeen gebracht in andere structuren. Een overzicht van alle verrichte testen, werden per datum van de test en per type sproeier opgenomen. Er werden diagrammen per parameter toegevoegd met de vergelijking van de verschillende sproeiers op basis van de respectievelijke testgegevens tegenover de betreffende parameters. Er is dus sprake van meer dan het polijsten van testresultaten, die in het kader van de activiteiten van UFT bekomen werden. Zelfs zonder cijfergegevens over de kost of de tijd nodig voor het bekomen van van deze presentatie staat voldoende vast dat hiervoor een substantiële investering gedaan werd door UFT. UFT toont aan dat zij aanzienlijke middelen ingezet heeft voor het omzetten van de ruwe gegevens in een echte databank. De metingen en testen werden verwerkt, gecontroleerd, vergeleken en geordend volgens bepaalde criteria, wat substantieel inzet en tijd gevergd heeft.

Inbreuk

11. (...) Een rechtstreeks bewijs van de inbreuk is hoe dan ook rechtens niet vereist. Het bewijs van de inbreuk kan ook met ander middelen, zoals de inhoud van e-mails, bewezen worden. (...) Terecht heeft de eerste rechter ui het mailverkeer afgeleid dat bewezen is dat de databanken, minstens delen ervan, gekopieerd werden zonder het medeweten, laat staan de instemming van UFT en bovendien aan HFT overgemaakt werden, door elk van de drie appellanten.