IEFBE 3020

Sony wint langdurend conflict over Uniewoordmerk Vita

Gerecht EU - Tribunal UE 19 dec 2019, IEFBE 3020; T‑690/18 (Sony tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/sony-wint-langdurend-conflict-over-uniewoordmerk-vita

Gerecht EU 19 december 2019, IEF 18945, IEFbe 3020; ECLI:EU:T:2019:894 (Sony tegen EUIPO) In september 2005 is er bij het EUIPO een Uniemerk ingeschreven voor het woordteken Vita. In september 2011 zijn de rechten op het woordmerk overgedragen aan Sony Computer Entertainment Europe. In 2014 heeft de nietigheidsafdeling, op verzoek van het Spaanse Vieta Audio, het merk vervallen verklaard voor alle waren waarvoor het was ingeschreven. Het merk zou niet voldaan hebben aan de eis dat het binnen vijf jaar na registratie normaal gebruikt moet worden. Sony heeft hiertegen beroep ingesteld bij het EUIPO. In juni 2011 heeft Sony de Playstation Vita console gepresenteerd en in 2012 is deze op de markt verschenen. De zaak is door verscheidene gerechten behandeld. Sony is van mening dat een beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO uit 2018 bepaalde beslissingen uit een uitspraak van de vijfde kamer van beroep uit 2017 onterecht in stand hield. De uitspraak uit 2017 was vernietigd op grond van ontoereikende motivering. Nu dat het geval was, had het daaropvolgende gerecht alle relevante punten opnieuw moeten onderbouwen. Dit is echter niet gebeurd. Er werd op bepaalde punten enkel gerefereerd naar de eerdere uitspraak. De grieven van Sony worden gegrond verklaard en de uitspraak van de vierde kamer van beroep van de EUIPO wordt vernietigd.

54      Nadat de eerdere beslissing was vernietigd wegens ontoereikende motivering, was de vierde kamer van beroep dan ook verplicht om zich opnieuw uit te spreken over alle voor de toepassing van artikel 51, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 relevante punten, teneinde te voldoen aan de krachtens artikel 65, lid 6, van verordening nr. 207/2009 op haar rustende verplichting om de maatregelen te treffen die nodig waren voor de uitvoering van het arrest van 12 december 2017, Vita (T‑35/16, niet gepubliceerd, EU:T:2017:886).

55      Ten slotte kan gelet op het voorgaande evenmin worden ingestemd met het door het EUIPO subsidiair aangevoerde argument dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt kennelijk identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing, en dat daarom de bestreden beslissing niet ontoereikend is gemotiveerd. Uit de bestreden beslissing blijkt immers niet (zie punten 29‑33 hierboven) dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing. In de bestreden beslissing heeft de vierde kamer van beroep ten onrechte geconstateerd dat het Gerecht bepaalde vaststellingen van de vijfde kamer van beroep had bevestigd. Derhalve achtte zij zich door die vaststellingen gebonden, zonder evenwel de relevante argumenten van partijen te hebben onderzocht en er een standpunt over te hebben ingenomen. Zoals in punt 52 hierboven reeds is opgemerkt, kon de vierde kamer van beroep bovendien niet gebonden zijn door de vaststellingen van de vijfde kamer van beroep en kon zij deze vaststellingen niet bevestigen in de bestreden beslissing.

56      Aangezien de vierde kamer van beroep haar verplichting om zich opnieuw uit te spreken over de relevante punten niet is nagekomen, moet het eerste middel in zoverre worden aanvaard en dient de bestreden beslissing in haar geheel te worden vernietigd, zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de andere grieven en het andere middel.

IEFBE 3019

Conclusie A-G overeenkomst Facebook Ireland en Facebook Inc.

19 dec 2019, IEFBE 3019; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximillian Schrems), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-overeenkomst-facebook-ireland-en-facebook-inc
Facebook

Conclusie A-G bij HvJ EU 19 december 2019, IT 3001, IEFbe 3109; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximilian Schrems) De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat persoonsgegevens mogen worden doorgegeven aan een derde land wanneer dat land een passend niveau van bescherming van die gegevens waarborgt. Bij besluit 2010/87/EU heeft de Commissie modelcontractbepalingen vastgesteld voor de doorgifte van persoonsgegevens aan verwerkers die gevestigd zijn in derde landen. Facebook Ireland geeft persoonsgegevens van Facebookgebruikers uit alle Unielanden geheel of gedeeltelijk door aan servers in de Verenigde Staten, waar ze worden verwerkt. Facebook Ireland waarborgt naar eigen zeggen de privacy van deze gegevens in haar overeenkomst met Facebook Inc, die sinds 20 november 2015 van toepassing is, en beroept zich daarbij op besluit 2010/87. Schrems betwist echter dat de in die overeenkomst vervatte bepalingen in overeenstemming zijn met de modelcontractbepalingen die zijn vastgesteld in besluit 2010/87 en wendt zich daarom naar de toezichthoudende autoriteit. Deze autoriteit is van oordeel dat Schrems’ verzoek afhangt van de vraag of besluit 2010/87 geldig is en vraagt dit aan het Europese Hof van Justitie.

IEFBE 3017

Airbnb is een informatiedienst en geen vastgoedbedrijf

HvJ EU - CJUE 19 dec 2019, IEFBE 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb), http://www.ie-forum.be/artikelen/airbnb-is-een-informatiedienst-en-geen-vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18925, IT 2993, IEFbe 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb) De Franse vereniging voor accommodatie en toerisme klaagt Airbnb aan wegens het verrichten van vastgoedactiviteiten zonder beroepskaart die volgens de wet-Hoguet verplicht is. Airbnb ontkent dat zij activiteiten van een vastgoedmakelaar uitoefent. Bovendien stelt zij dat de wet-Hoguet onverenigbaar is met de richtlijn 2000/31, de wet zou niet van toepassing zijn op de onderhavige zaak. Het Hof van Justitie gaat mee met de standpunten van Airbnb en stelt dat Airbnb hoofdzakelijk een tool is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Er wordt vastgesteld dat Airbnb de prijzen van de aangeboden accommodaties niet bepaalt, en evenmin een selectie maakt van verhuurders of accommodaties die worden aangeboden op haar website. Airbnb moet daarom worden gekwalificeerd als “dienst van de informatiemaatschappij” in de zin van richtlijn 2000/31. Verder wordt gesteld dat de wet-Hoguet niet van toepassing is op de zaak, omdat de Frankrijk heeft verzuimd kennis te geven van de betreffende wet aan Airbnb Ireland, waardoor er niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 4 van richtlijn 2000/31.

IEFBE 3016

Hans Osinga: de kleur van e-books

Een ‘trieste’, ‘absurde’ en ‘belachelijke’ uitspraak. Zo kwalificeerden bezoekers van Tweakers.net de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak van uitgevers tegen Tom Kabinet [IEF 18898]. Maar is het terecht om het Hof te beschuldigen van donquichotterie?

Het kostte uitgevers vijf jaar om een uitspraak te krijgen over de handelwijze van Tom Kabinet. Dat was nog relatief kort, omdat uitgevers de weg van een kort geding hebben bewandeld. Het grote tijdsverloop maakt duidelijk dat rechters worstelen met de uitleg van de wetgeving.

IEFBE 3004

Studiedag AIPII op 17 januari

Dear all,

We are pleased to invite you to the Joint Workshop we are organizing with the EPO on Friday the 17th of January 2020 at the Hilton Brussels Grand Place. Judges from throughout Europe, experts from EPO, industry and private practice will share their views on the following selected topics:

- Interactions between EPO proceedings and national entitlement proceedings
- Priority in International Private Law and EPO practice
- Infringement issues: equivalence and use of experts in pharma litigation

Please note this date in your agenda. The detailed programme, practical information and registration form can be accessed here. Feel very free to share this information with your colleagues and contacts!

Very cordially,
André Clerix, BNVBIE / ANBPPI & Dominique Kaesmacher, AIPPI Belgium

IEFBE 3014

Geen verwarringsgevaar merk en teken Sport World

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 okt 2019, IEFBE 3014; (Sportsdirect tegen Nethys), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-merk-en-teken-sport-world

Benelux Gerechtshof 18 oktober 2019, IEF 18908, IEFbe 3014; C 2018/8 (Sportsdirect tegen Nethys) Merkenrecht. Nethys heeft een merk en teken ingeschreven. Sportsdirect heeft hiertegen oppositie en een administratieve procedure ingesteld tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de merken op grond van de BVIE, omdat haar oudere merk teveel overeen zou komen. Het lukt Sportsdirect niet de inbreuken aan te tonen. Er is geen sprake van verwarringsgevaar bij het publiek.

IEFBE 3013

Geen inbreuk Primark Dr. Martens

Nederlandse jurisprudentie - Jurisprudence néerlandaise 20 dec 2019, IEFBE 3013; ECLI:NL:RBAMS:2019:9724 (Airwair tegen Primark), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-inbreuk-primark-dr-martens

Rechtbank Amsterdam 20 december 2019, IEF 18907, IEFbe 3013; ECLI:NL:RBAMS:2019:9724 (Airwair tegen Primark) Merkenrecht. Auteursrecht. Slaafse nabootsing. Airwair brengt schoenen op de markt met de naam “Dr. Martens”. De kenmerkende bestanddelen van het merk liggen in de schoenzool. Primark brengt soortgelijke schoenen op de markt. Airway vordert iedere inbreuk op haar merk- en auteursrechten te staken. Primark hoeft niet te stoppen met verkoop schoenen. Airwair heeft zich niet beroepen op het woordmerk “Dr. Martens”, maar op haar gedeponeerde vormmerken. Daarvan is niet aannemelijk gemaakt dat ze bekend zijn. Ook is verwarringsgevaar van de Primark schoenen met de ingeroepen vormmerken niet aannemelijk. Voor zover de Airwair schoenen auteursrechtelijke bescherming genieten, hebben ze een andere totaalindruk dan de Primark schoenen. De gevraagde voorziening wordt afgewezen. Slaafse nabootsing is niet aannemelijk gemaakt.

IEFBE 3012

Wijken formaliteitsvereiste vloeit voort uit systematiek Berner Conventie

HvJ EU - CJUE 15 nov 2019, IEFBE 3012; ECLI:NL:PHR:2019:1199 (Montis tegen verweerster), http://www.ie-forum.be/artikelen/wijken-formaliteitsvereiste-vloeit-voort-uit-systematiek-berner-conventie

Parket bij HR 15 november 2019, IEF 18904, IEFbe 3012; ECLI:NL:PHR:2019:1199 (Montis tegen verweerster) Internationaal auteursrecht. Vervolg HR 13 december 2013 ECLI:NL:HR:2013:1881. Is, na het verstrijken van de in art. 7 lid 4 Berner Conventie bedoelde termijn, het vereiste van een instandhoudingsverklaring als bedoeld in art. 21 lid 3 (oud) Benelux Tekeningen- en Modellenwet in strijd met het formaliteitenverbod in art. 5 lid 2 Berner Conventie? Volgens de Hoge Raad moet het formaliteitsvereiste na het verstrijken van 25 jaar wijken voor een andersluidende regeling in het nationale recht als het gaat om werken van toegepaste kunst die alleen in het nationale recht worden beschermd.

IEFBE 3011

European Court: reselling e-books violates copyright law

Is there such a thing as a second-hand e-book? Put differently: may an e-book be resold after the first purchase? The Grand Chamber of the Court of Justice of the European Union (CJEU) answered this question in the negative. On 19 December 2019, the CJEU declared that the act of offering an e-book for resale is contrary to copyright law [IEF 18898].
Lees hier verder.

Auteurs: Christiaan Alberdingk Thijm & Caroline de Vries, Bureau Brandeis.

IEFBE 3010

Verwarringsgevaar woordmerk DIDI en teken GiGi

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 4 dec 2019, IEFBE 3010; (BXT tegen GiGi), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-woordmerk-didi-en-teken-gigi

Benelux Gerechtshof 4 december 2019, IEF 18902, IEFbe 3010; C 2018/11/9 (BXT tegen GiGi) Op 9 september 2016 heeft BXT een Benelux-depot verricht van het woordmerk DIDI voor waren en diensten in klassen 9, 12,35,36,37,39,42 en 45. Op 15 november 2016 heeft GiGi oppositie ingesteld tegen de inschrijving van dit depot. De oppositie is gebaseerd op het Benelux woordmerk, Uniewoordmerk GIGI en Benelux gecombineerde woord-/beeldmerk GIGI voor waren in klasse 12: opvouwbare elektrische scooters. De oppositie is terecht gedeeltelijk toegewezen; het verzoek tot vernietiging van de beslissing wordt afgewezen. Tussen het merk en het teken is sprake van een zekere tot aanmerkelijke mate van  overeenstemming. Voor zover het teken is gedeponeerd voor identieke en soortgelijke waren als waarvoor het oudere merk is ingeschreven - in aanmerking genomen dat de eindgebruiker in het algemeen niet de gelegenheid heeft merk en teken rechtstreeks met elkaar te vergelijken, maar aanhaakt bij het onvolmaakte beeld dat bij hem of haar is achtergebleven - is sprake van (reëel) direct of indirect verwarringsgevaar.

IEFBE 3009

Verwarringsgevaar woordmerk Alliance voor eieren en melk

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 12 nov 2019, IEFBE 3009; (Alliance tegen SinoVita), http://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-woordmerk-alliance-voor-eieren-en-melk

Benelux Gerechtshof 12 november 2019, IEF 18901, IEFbe 3009; C 2018/5/9 (Alliance tegen SinoVita) Op 25 november 2016 deponeert SinoVita bij het Bureau het Benelux-woordmerk "Alliance" voor o.a. voedingsmiddelen voor medisch gebruik, eieren, melk en melkproducten. Op 31 januari 2017 stelt Alliance oppositie in tegen deze aanvraag. De oppositie is gebaseerd op het volgende oudere recht: het Unie-woordmerk "Alliance" dat op 28 augustus 2012 bij de EUIPO werd ingediend en op 24 januari 2013 werd ingeschreven voor waren van de klassen 29 en 30 (volgens de classificatie van Nice) als vleeswaren en vleespasteien. Het Bureau oordeelt dat de betrokken waren niet soortgelijk zijn, zodat er geen verwarringsgevaar is, ook al zijn de tekens identiek. Het Benelux-Gerechtshof vernietigt deze uitspraak gedeeltelijk. De inschrijving van Benelux-depot nr. 1343637 van het woordmerk "Alliance" wordt geweigerd voor o.m. de waren eieren, melk en melkproducten. Er is sprake van een geringe soortgelijkheid van de waren. Eieren en vlees hebben dezelfde aard (voedingswaarden) en dezelfde herkomst (dieren). Er is verwarringsgevaar, er is geen enkel stuk voorgelegd  waarvan aan Alliance een sterk eigen vermogen kan worden toegekend.

IEFBE 3006

Dirk Visser: e-books mogen niet worden doorverkocht

Dirk Visser

De ‘eigenaar’ van een legaal gedownload exemplaar van een e-book mag dat niet aan een derde  doorverkopen. Dat is de consequentie van de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van 19 december 2019, schrijft Dirk Visser vandaag op Mr-online. Het Hof is van oordeel dat “de levering aan het publiek van een voor onbeperkte tijd te gebruiken e-book via een downloadlink” niet valt onder het distributierecht, maar onder het recht van “mededeling aan het publiek”. Het cruciale verschil is dat het ‘distributierecht’ na de eerste ‘verkoop’ is ‘uitgeput’ en dat het betreffende exemplaar vervolgens mag worden doorverkocht.
Lees hier verder.

IEFBE 3007

HvJ EU: levering e-books voor onbepaalde tijd valt onder 'mededeling aan publiek'

HvJ EU - CJUE 19 dec 2019, IEFBE 3007; ECLI:EU:C:2019:1111 (NUV tegen Tom Kabinet), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-levering-e-books-voor-onbepaalde-tijd-valt-onder-mededeling-aan-publiek

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18898, IT 2974, IEFbe 3007; ECLI:EU:C:2019:1111 (NUV tegen Tom Kabinet) Beantwoording van de prejudiciële vragen [IEF 17593] en [IEF 18676] in een geding over het tegen betaling beschikbaar stellen van e‑books door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd. Kan dit al dan niet een distributiehandeling zijn in de zin van artikel 4(1) Auteursrechtrichtlijn? Geoordeeld wordt dat “de levering aan het publiek van een voor onbeperkte tijd te gebruiken e-book via een downloadlink” niet onder het distributierecht valt, maar onder het recht van “mededeling aan het publiek”.

IEFBE 3005

Merkgebruik door de kunstenaar

Het gebeurt steeds vaker: kunstenaars die merken gebruiken om een bepaald politiek statement te maken, of enkel voor esthetische redenen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Campbell’s Soup Cans’ van Andy Warhol, volgens hemzelf een kritische reflectie op de Amerikaanse samenleving. Of aan het kunstwerk van Nadia Plesner van een Afrikaans kind met een Louis Vuitton tas, waarmee zij haar verbazing uit over de aandacht voor mode, terwijl humanitaire rampen relatief onopgemerkt blijven. De merkhouders van deze merken kunnen dit merkgebruik soms niet waarderen. Toch is het in veel gevallen wel toegestaan.
Wat is de reden? Hoe zit het eigenlijk met de artistieke vrijheid tegenover de rechten van de merkhouder? Recentelijk is hierover een vraag gesteld aan het Benelux Hof, naar aanleiding van de Damn Pérignon-zaak [IEF 18795]. De vraag betreft de uitleg van ‘geldige reden’ in artikel 2.20.1.d BVIE en de criteria die de nationale rechter in aanmerking zou moeten nemen om tegenstrijdige belangen af te wegen.
Lees hier verder.

IEFBE 3003

Prejudiciële vraag: is overgenomen website-informatie merkinbreuk?

Duitse jurisprudentie - Jurisprudence allemande 9 sep 2019, IEFBE 3003; (MK Advokaten ), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-is-overgenomen-website-informatie-merkinbreuk

Oberlandesgericht Düsseldorf 9 september 2019, IEF 18878, IEFbe 3003; C-684/19 ( MK Advokaten) Via MinBuza. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Verzoekster met de naam “MBK Rechtsanwälte” is een advocatenmaatschap. Verzoekster is tevens houder van datzelfde Duitse woordmerk dat staat ingeschreven voor onder meer “advies bij rechtszaken; juridisch advies; advocatendiensten; dienstverlening”. Verweerster is ook een advocatenmaatschap die enige tijd actief was onder de namen “mbk rechtsanwälte” en “mbk advokaten”. Landsgericht Düsseldorf verbood verweerster om juridische diensten aan te bieden onder het teken “mbk”. Na dit vonnis heeft verzoekster aangevoerd dat er nog steeds vermelding op internet zijn te vinden van “mbk advokaten”. Deze vermeldingen zijn overgenomen uit een lokaal telefoonboek waar verweerster stond vermeld. Echter, deze vermelding heeft verweerster na het vonnis laten verwijderen. Zij was niet verplicht verdere inspanningen te leveren. In eerste aanleg is verweerster een boete opgelegd omdat zij als gevolg van het vonnis niet alleen de vermeldingen diende te verwijderen waar zij zelf opdracht toe had gegeven, maar ook alle andere vermeldingen die haar economisch voordeel verschaften en gebaseerd waren op de rechtstreeks door haar aangevraagde vermelding. Tegen deze beslissing heeft verweerster beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

IEFBE 3002

HvJ EU: geen bescherming voor niet-geografische bestanddelen Balsamico

HvJ EU - CJUE 4 dec 2019, IEFBE 3002; ECLI:EU:C:2019:1045 (Aceto Balsamico di Modena tegen Balema), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-geen-bescherming-voor-niet-geografische-bestanddelen-balsamico

HvJ EU 4 december 2019, IEF 18866, IEFbe 3002; ECLI:EU:C:2019:1045 (Aceto Balsamico di Modena tegen Balema) Het Consorzio Tutela Aceto Balsamico di Modena – een vereniging van producenten van producten met de benaming „Aceto Balsamico di Modena (BGA)” – heeft het Duitse vennootschap Balema verzocht om de term „balsamico” niet langer te gebruiken [IEF 18035]. Vastgesteld wordt nu dat de bescherming van de benaming „Aceto Balsamico di Modena” zich niet uitstrekt tot het gebruik van de afzonderlijke nietgeografische bestanddelen ervan. De registratie van de betrokken BGA en de daaruit voortvloeiende bescherming hebben betrekking op de benaming „Aceto Balsamico di Modena” in haar geheel, aangezien het deze benaming is die onmiskenbaar naamsbekendheid heeft verworven op de nationale en internationale markt.

IEFBE 3001

HvJ EU over verlenging van vergunning voor parallelimport

HvJ EU - CJUE 14 nov 2019, IEFBE 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-verlenging-van-vergunning-voor-parallelimport

HvJ EU 14 november 2019, IEF 18859, LS&R 1763, IEFbe 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Aan Vaselife is een vergunning verleend voor de parallelimport van gewasbeschermingsmiddel Vaselife UB. Het Ctgb heeft het verzoek om de aan Vaselife toegekende vergunning te verlengen, geweigerd. Vervolgens is de toelating overgeschreven op Chrysal. Chrysal heeft bezwaar ingediend tegen het besluit over de verlenging van de vergunning. Dit bezwaar van Chrysal is door het Ctgb gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegelijkertijd heeft het Ctgb het verzoek tot verlenging van de vergunning afgewezen. Vaselife heeft hiertegen beroep ingesteld bij het CBb, zie [LS&R 1626]. Het Ctgb heeft het verzoek van Chrysal om de naam van het middel te veranderen in Chrysal BVB, ingewilligd, en de respijtperiode verruimd waardoor ook de bestaande voorraad van het middel Vaselife UB mocht worden afgeleverd en opgebruikt. Hiertegen heeft Chrysal beroep ingesteld bij het CBb. Het CBb heeft vervolgens het HvJ EU verzocht om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

IEFBE 3000

Gebruik teken 'Flow Tech' maakt inbreuk op handelsnaam 'Flow Tech Industries'

Hof van Cassatie - Cour de Cassation 29 mrt 2019, IEFBE 3000; (Telenet tegen Flow Tech), http://www.ie-forum.be/artikelen/gebruik-teken-flow-tech-maakt-inbreuk-op-handelsnaam-flow-tech-industries

Hof van Cassatie van België 29 maart 2019, IEFbe 3000; C/18/03023/N/2 (Telenet tegen Flow Tech) Telenet heeft sinds 2017 het teken 'Flow Tech' in gebruik. Dit teken is identiek aan de handelsnaam van Flow Tech Idustries. Flow Tech heeft Telenet herhaaldelijk gedagvaard en staking van het gebruik door de eiseressen van het aan haar handelsnaam identieke teken 'Flow Tech', zie ook [IEFbe 2542]. De handelsnaam 'Flow Tech' heeft onderscheidend vermogen. Het gebruik van een overeenstemmend teken is bewezen. Het staat vast dat sprake is van een effectief gebruik van een met de handelsnaam van verweerster overstemmend teken in het economisch verkeer. Het teken 'Flow Technologie' dat Telenet meer recent is gaan gebruiken, stemt in hoge mate overeen met de de handelsnaam van gebruiker waardoor het teken als overeenstemmend teken heeft te gelden. De vordering tot staking van dit teken, alsmede de uitbreiding van de dagvaarding die op dit teken ziet, zijn gegrond.

IEFBE 2999

Nietigverklaring wegens verwarringsgevaar 'mediflor' en 'floramed' gerechtvaardigd

Gerecht EU - Tribunal UE 20 nov 2019, IEFBE 2999; ECLI:EU:T:2019:794 (Werner tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/nietigverklaring-wegens-verwarringsgevaar-mediflor-en-floramed-gerechtvaardigd

Gerecht EU 20 november 2019, IEF 18855, IEFbe 2999; ECLI:EU:T:2019:794 (Werner tegen EUIPO) Scheffler heeft bij het EUIPO het beeldmerk 'Floramed', geschreven in lichtblauwe letters, laten inschrijven. Merck heeft als interveniënte een verzoek tot vernietiging van de merkinschrijving ingesteld, vanwege het woordmerk 'Mediflor' dat was ingeschreven voor dezelfde waren als het litigieuze beeldmerk. Ondertussen is het beeldmerk overgedragen aan eiser, de heer Werner, en is die overdracht ingeschreven in het EU-merkenregister. Vervolgens willigde de nietigheidsafdeling van het EUIPO het verzoek van Merck tot nietigverklaring in op grond dat er verwarringsgevaar tussen de twee merken zou bestaan. Werner heeft hiertegen beroep ingesteld. Bij beschikking heeft het EUIPO dit beroep afgewezen. In de onderhavige zaak is getoetst of er daadwerkelijk, zoals het EUIPO heeft betoogd, verwarringsgevaar bestaat. Het oordeel komt op het volgende neer: (i) het relevante publiek bestaat uit de gemiddelde consumenten en vakmannen, (ii) de twee producten (floramed en mediflor) zijn deels identiek en deels soortgelijk, onder andere gezien het feit dat de twee producten door dezelfde onderneming worden geproduceerd, op dezelfde manier worden gedistribueerd, tot dezelfde groep consumenten zijn gericht en hetzelfde doel dienen of elkaar aanvullen. Wat de visuele en auditieve kenmerken van de tekens betreft, komt het EUIPO tot de conclusie dat de begrippen 'med' en 'medi' dichter bij elkaar lijken te liggen dan 'flor' en 'flora'. Dit maakt echter niet uit omdat de tegenoverstaande tekens uit dezelfde elementen bestaan, te weten med/medi en flor/flora.