IEFBE 3243

Verzoek om schadedeskundige afgewezen

25 mei 2021, IEFBE 3243; http://www.ie-forum.be/artikelen/verzoek-om-schadedeskundige-afgewezen

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 25 mei 2021, IEF 20063, IEFbe 3243; A/20/00670 (Del Ponti tegen Tulplast) Deze zaak maakt deel uit van een breder geschil tussen Del Ponti (een onderneming naar Belgisch recht) en Tulplast (een onderneming naar Pools recht) dat in 2014 begon voor de stakingsrechter te Brussel werd aangespannen. Del Ponti beschuldigde Tulplast ervan een van zijn producten te hebben gereproduceerd en gekopieerd in strijd met haar bij het OHIM geregistreerde model. Zowel de eerste rechter als de beroepsrechter bevestigden de inbreuk van Tulplast en bevallen ze derhalve de staking ervan.
In een daaropvolgende schadevergoedingsprocedure die eind 2019 werd ingeleid vorderde Del Ponti vergoeding van de schade die zij beweerde te hebben geleden. Del Ponti verzocht, in hoofdorde, de veroordeling van Tulplast tot betaling van een schadevergoeding, provisioneel begroot op 1.000.000 (later in de procedure verminderd tot 250.000) EUR en, ondergeschikt, deskundige aan te stellen ten einde haar schade concreet te begroten.

IEFBE 3242

Conflict met Uniemerk bestaat niet meer na afloop nietigheidsprocedure

Gerecht EU - Tribunal UE 2 jun 2021, IEFBE 3242; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/conflict-met-uniemerk-bestaat-niet-meer-na-afloop-nietigheidsprocedure

Gerecht EU 2 juni 2021, IEF 20054, IEFbe 3242; ECLI:EU:T:2021:318 (Style & Taste tegen EUIPO)  Style & Taste heeft bij het EUIPO een nietigheidsverklaring aangevraagd voor het beeldmerk van The Polo/Lauren Company, omdat het logo te veel zou lijken op een eerder geregistreerd merk van Style & Taste. Style & Taste heeft volgens het Gerecht niet kunnen aantonen, dat het conflict met haar Uniemerk na afloop van de nietigheidsprocedure nog zal voortduren. Dit hangt samen met het feit dat de inschrijving van het oudere merk reeds in 2017 verstreken was. Het merk van Style & Taste genoot op het moment van uitspraak van het EUIPO in de nietigheidsprocedure aangespannen door Style & Taste geen bescherming meer. Het beroep wordt daarom verworpen. 

IEFBE 3241

Prejudiciële vragen over productaansprakelijkheid

22 apr 2021, IEFBE 3241; (Keskinäinen tegen Philips), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-productaansprakelijkheid

Hooggerechtshof Finland 22 april 2021, IEF 20051; C-264/21 (Keskinäinen tegen Philips)  Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Keskinäinen, een Finse verzekeringsmaatschappij, heeft als gevolg van een brand een schadevergoeding uitgekeerd. Deze brand was ontstaan door een Philips espressomachine, die in Roemenië geproduceerd is door het Italiaanse bedrijf Saeco. Saeco en Philips zijn merken van KPNV. De verzekeringsmaatschappij achtte KPNV aansprakelijk voor deze schade, maar die laatste stelt dat zij niet de producent is. De Finse rechter stelt in deze zaak een tweetal prejudiciële vragen over de uitleg van het begrip 'producent' in de zin van artikel 3 van de richtlijn 85/374 over productaansprakelijkheid. 

IEFBE 3240

EUIPO publiceert social media discussiepaper

Op 15 juni jl. heeft de EUIPO een social media discussion paper gepubliceerd. Hierin worden nieuwe en bestaande ontwikkelingen rondom inbreuken op intellectueel eigendom als gevolg van de komst van sociale media onderzocht. In deze publicatie komen onder andere inbreuken van IE-rechten in social media advertenties, besloten groepen en livestreaming aan bod. Ook komt de EUIPO met een aantal adviezen over de mogelijkheden voor rechthebbenden om inbreuken tegen te kunnen gaan. Het officiële document is hier te lezen. Voor meer informatie zie de website van de EUIPO

IEFBE 3239

Prejudiciële vragen over satellietboeket-aanbieder

HvJ EU - CJUE 15 jun 2021, IEFBE 3239; (AKM), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-satellietboeket-aanbieder

Oberster Gerichtshof in Oostenrijk 15 juni 2021, IEF 20046, IEFbe 3239, IT 3563; C-290/21 -1 (AKM) Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: Verzoekster is een Oostenrijkse maatschappij voor collectieve belangenbehartiging die de uitzendrechten in Oostenrijk in beheer heeft. Verweerster, gevestigd te Luxemburg, biedt tegen betaling gecodeerde programma’s van talrijke Oostenrijkse omroeporganisaties aan. Het aanbod is gebundeld in verschillende pakketten (satellietboeketten) en wordt doorgegeven via satelliet. De verwijzende rechter wenst te vernemen hoe een satellietboeket-aanbieder in rechte moet worden gekwalificeerd. De vraag is met name of op een dergelijke aanbieder in het geval van een grensoverschrijdende uitzending per satelliet met signaalversleuteling het uplink-staatbeginsel van toepassing is, dat wil zeggen of hij op dezelfde wijze moet worden behandeld als de omroeporganisatie.

IEFBE 3238

HvJ EU: registratiesysteem verkeersovertredingen in strijd met AVG

HvJ EU - CJUE 22 jun 2021, IEFBE 3238; ECLI:EU:C:2021:504 (B tegen Republiek Letland), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-registratiesysteem-verkeersovertredingen-in-strijd-met-avg

HvJ EU 22 juni 2021, IT 3562, IEFbe 3238; ECLI:EU:C:2021:504 (B tegen Republiek Letland)  Het Hof geeft in deze uitspraak een antwoord op een aantal door het Letse grondwettelijk hof gestelde prejudiciële vragen. De persoonsgegevens van natuurlijk persoon B staan bij de Letse directie verkeersveiligheid geregistreerd, omdat hij een aantal verkeersovertredingen heeft begaan. Op basis van deze overtredingen zijn er zogenaamde strafpunten aan B toegekend. Vervolgens is het door middel van deze regeling ook voor een ieder mogelijk om zonder belang inzage te krijgen in dit soort gegevens. B betwist dat deze regeling in overeenstemming is met de AVG, omdat de regeling het recht op eerbiediging van het privéleven zou schenden. In de eerste plaats merkt het Hof op dat de informatie over strafpunten kwalificeert als persoonsgegevens, die binnen de werkingssfeer van de AVG valt. Verder oordeelt het Hof dat deze regeling niet proportioneel is in verhouding tot het doel, namelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het feit dat het om een min of meer openbaar register gaat, doordat iedereen zonder direct belang persoonsgegevens van anderen kan inzien, leidt bovendien tot onverenigbaarheid met de AVG. 

IEFBE 3237

HvJ EU over de aansprakelijkheid van (video)deelplatformen

HvJ EU - CJUE 22 jun 2021, IEFBE 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-over-de-aansprakelijkheid-van-video-deelplatformen

HvJ EU 22 juni 2021, IEF 20039, IT 3558; IEFbe 3237; ECLI:EU:C:2021:503 (Frank Peterson tegen YouTube en Elsevier tegen Cyando)  Beantwoording van prejudiciële vragen. Het betreft hier twee gevoegde zaken. In 2008 zijn op YouTube een aantal werken van muziekproducent Frank Peterson zonder diens toestemming verschenen. In 2013 zijn een aantal werken van uitgeverij Elsevier op het platform van Cyando verschenen. De hoogste Duitse rechter heeft vervolgens een aantal prejudiciële vragen gesteld over de aansprakelijkheid van platformexploitanten met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken. Allereerst komt de vraag aan de orde of er sprake is van een 'mededeling aan het publiek' in de zin van richtlijn 2001/29. Hierover zegt het Hof dat dit alleen het geval is wanneer het platform er toe bijdraagt dat het publiek toegang tot die content wordt gegeven, wetende dat het om beschermde werken gaat en deze content niet prompt verwijdert of de toegang ertoe niet prompt blokkeert. Om te worden uitgesloten van vrijstelling van aansprakelijkheid moet een platform volgens het Hof kennis hebben van de concrete, onwettige handelingen van gebruikers ten aanzien van de geüploade werken. Zie ook [IEF 18242]. 

IEFBE 3236

HvJ EU: MICM

HvJ EU - CJUE 17 jun 2021, IEFBE 3236; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-micm

HvJ EU 17 juni 2021, IEF 20033, IEFbe 3236, IT 3555; ECLI:EU:C:2021:492 (MICM) De onderneming Mircom International Content Management & Consulting (M.I.C.M.) Limited (hierna: „Mircom”) heeft bij de ondernemingsrechtbank Antwerpen (België) een verzoek om informatie ingediend tegen Telenet BVBA, een internetprovider. Met dit verzoek wordt beoogd een beslissing te verkrijgen waarbij Telenet wordt gelast om aan de hand van de IP-adressen die een gespecialiseerde onderneming voor Mircom heeft verzameld, de identificatiegegevens van Telenetklanten over te leggen. De internetverbindingen van Telenetklanten zijn gebruikt om via het BitTorrentprotocol films uit de catalogus van Mircom op een peer-to-peernetwerk te delen. Telenet verzet zich tegen het verzoek van Mircom.
De verwijzende rechter heeft het Hof gevraagd of het delen op dit netwerk van onderdelen van een mediabestand met een beschermd werk krachtens het Unierecht een mededeling aan het publiek vormt. Voorts of een houder van intellectuele-eigendomsrechten, zoals Mircom, die deze rechten niet exploiteert, maar schadevergoeding vordert van vermeende inbreukmakers, gebruik kan maken van de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen waarin het Unierecht voorziet om de eerbiediging van die rechten te verzekeren, bijvoorbeeld door om informatie te verzoeken. Ten slotte heeft de verwijzende rechter het Hof verzocht duidelijkheid te verschaffen over de vraag of Mircom de IP-adressen van de klanten op rechtmatige wijze heeft verzameld en of het rechtmatig is om de door Mircom aan Telenet gevraagde gegevens te verstrekken. Zie ook het persbericht van het HvJ EU.

Antwoorden op de prejudiciële vragen:

IEFBE 3235

Dos Santos Gil: Facebook, Google en het nieuwe uitgeversrecht

De wijziging van de Auteurswet en Wet naburige rechten per 7 juni is nog vers van de pers en meteen zijn de eerste pogingen zichtbaar van platforms, zoals Facebook, daar zo min mogelijk ‘last’ van te hebben.

Het gaat in dit geval om het nieuwe naburige recht van uitgevers op online hergebruik van hun perspublicaties door online dienstenverleners, zoals nieuwsaggregatoren en mediamonitordiensten (artikel 7b Wnr). De creatie van dit recht op Europees niveau was een controversieel onderwerp met intense lobbies van de (pers)uitgevers versus de grote tech platforms. Het recht is er toch gekomen, met een beperkte beschermingstermijn van twee jaar na publicatie en met uitgebreide uitzonderingen voor onder meer non commercieel hergebruik, het puur linken naar perspublicaties en zeer korte overnames.

De achterliggende gedachte is dat de productie en verspreiding van nieuws door (vooral traditionele) persmedia, bijvoorbeeld kranten, worden bedreigd door de online platforms. Tegelijkertijd profiteren de platforms van de beschikbaarheid van deze perspublicaties. De platforms, zoals Google (News) en Facebook, presenteren de publicaties van uitgevers vaak via een korte samenvatting en beeldmateriaal aan de bezoekers van hun diensten en “verkopen” diezelfde bezoekers weer aan hun adverteerders. Weliswaar kan door bezoekers vervolgens worden gelinkt naar de volledige online publicatie, maar dit zou toch de directe relatie tussen klanten en uitgevers en het verdienmodel van de uitgevers – verkoop van reclame en abonnementen – ondermijnen.
Lees verder.

IEFBE 3234

HvJ EU: Facebook Ierland e.a.

HvJ EU - CJUE 15 jun 2021, IEFBE 3234; ECLI:EU:C:2021:483 (Facebook Ierland e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-facebook-ierland-e-a

HvJ EU 15 juni 2021, IEF 20023, IT 3546, IEFbe 3234; ECLI:EU:C:2021:483 (Facebook Ierland e.a.) Beantwoording van prejudiciële vragen ingediend door het Hof van Beroep van Brussel. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG): het Hof verduidelijkt de voorwaarden waaronder de nationale toezichthoudende autoriteiten hun bevoegdheden inzake grensoverschrijdende gegevensverwerking kunnen uitoefenen. Een nationale toezichthoudende autoriteit kan onder bepaalde voorwaarden haar bevoegdheid uitoefenen om elke vermeende inbreuk op de AVG ter kennis te brengen van de gerechtelijke autoriteiten van een lidstaat, ook al is zij niet de leidende autoriteit voor die verwerking. Zie ook het persbericht van het HvJ EU.

Beantwoording van de prejudiciële vragen:

IEFBE 3233

Podcast over Digital Services Act

Jan Brölmann, partner en advocaat Information Technology bij Van Benthem & Keulen bespreekt in deze podcast het voorstel voor de Digital Services Act (DSA). De Digital Services Act is een voorstel van de Europese Commissie waarin regels zijn opgenomen die bijdragen aan de bestrijding van desinformatie en illegale content. Aan de orde komen de meest opvallende bepalingen uit het huidige voorstel voor de Digital Services Act en de gevolgen daarvan voor online tussenpersonen en in het bijzonder de online platforms.

IEFBE 3232

Geïndexeerde en gekopieerde inhoud databank is "hergebruik"

HvJ EU - CJUE 3 jun 2021, IEFBE 3232; ECLI:EU:C:2021:434 (CV-Online tegen Melons), http://www.ie-forum.be/artikelen/ge-ndexeerde-en-gekopieerde-inhoud-databank-is-hergebruik

HvJ EU 3 juni 2021, IEF 20021, IT 3544, IEFbe 3232; ECLI:EU:C:2021:434 (CV-Online tegen Melons)  In deze zaak beantwoordt het Hof een tweetal prejudiciële vragen over het databankenrecht. CV-Online beheert een databank voor vacatures, Melons beheert een zoekmachine voor vacatures. CV-Online is van mening dat Melons een substantieel deel van de inhoud van de databank hergebruikt in de zin van de Databankenrichtlijn, onder andere door het gebruik van hyperlinks naar de website van CV-Online. Het Hof gaat hierin mee en stelt dat Melons, door de inhoud van de websites te indexeren en naar haar eigen server te kopiëren, de inhoud van de databank van CV-Online zonder toestemming op een andere drager wordt overgedragen. Dit levert volgens het Hof ook schade op, wanneer de wijze waarop gebruikers naar de databank worden geleid een andere is dan de samensteller had beoogd. Aldus is er sprake van "opvraging" en "hergebruik" in de zin van de Databankenrichtlijn, wat door de maker van de databank verboden kan worden. 

IEFBE 3231

Prejudiciële vragen aan HvJ EU over noodzakelijkheidsvereiste

HvJ EU - CJUE 9 mrt 2021, IEFBE 3231; (SodaStream tegen MySoda Oy), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-aan-hvj-eu-over-noodzakelijkheidsvereiste

Hooggerechtshof Finland 9 maart 2021, IEF 20010, IEFbe 3231; C-197/21 (SodaStream tegen MySoda Oy)  Deze zaak betreft de vraag of iemand die CO2-flessen, die door een merkhouder of met zijn toestemming in de handel zijn gebracht navult en verkoopt, het recht heeft om de van het merk van de merkhouder voorziene etiketten van die flessen te verwijderen en te vervangen door eigen etiketten. In Finland worden door MySoda Oy gevulde CO2-flessen verhandeld. Na ontvangst, via de distributeur, van de door de consument leeg geretourneerde, van SodaStream afkomstige CO2-flessen, heeft MySoda Oy eerst het daarop aanwezige etiket van SodaStream verwijderd. Na de navulling van de flessen heeft zij daarop haar eigen etiket op die manier aangebracht dat de graveringen op de flessen, met inbegrip van het merk SodaStream of Soda-Club, zichtbaar bleven. Het staat vast dat SodaStream hier geen toestemming voor heeft gegeven. Het Hooggerechtshof in Finland stelt in deze zaak een viertal prejudiciële vragen aan het Hof omtrent de uitleg van het noodzakelijkheidsvereiste. Het Hof wordt gevraagd om een antwoord te geven op de vraag of het noodzakelijk is, dat etiketten vervangen worden voordat de flessen weer in de handel kunnen worden gebracht. 

IEFBE 3230

HvJ EU: Vorderingen Yokohama ongegrond en niet-ontvankelijk

HvJ EU - CJUE 3 jun 2021, IEFBE 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli ), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-vorderingen-yokohama-ongegrond-en-niet-ontvankelijk

HvJ EU 3 juni 2021, IEF 20000, IEFbe 3230; ECLI:EU:C:2021:431 (Yokohama en EUIPO tegen Pirelli)  Yokohama en het EUIPO vorderen in deze zaak vernietiging van een eerder arrest. In dit eerdere arrest heeft het Gerecht een beslissing van het EUIPO vernietigd [IEF 18097]. In het kort houdt deze zaak in dat Yokohama een door Pirelli ingeschreven model voor banden nietig wil laten verklaren, omdat er volgens Yokohama sprake is van wezenlijke kenmerken van dit merk die uitsluitend functioneel zijn. Het Hof bevestigt in deze zaak het oordeel van het Gerecht, dat het ingeschreven merk er niet toe leidt dat Pirelli haar concurrenten kan verbieden om vergelijkbare vormen van banden te verhandelen, wanneer een dergelijke vorm in combinatie met andere elementen van het loopvlak van een band een vorm oplevert die verschilt van elk van deze elementen afzonderlijk. Echter, alle door Yokohama nieuw aangevoerde verweren worden niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. 

IEFBE 3229

Noot Hugenholtz onder Brompton Bicycle

Noot van prof. mr. P.B. Hugenholtz onder het arrest Brompton Bicycle, HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:461 [IEF 19259], zojuist verschenen in NJ. Industriële vormgeving (design) is het probleemkind in de familie van de intellectuele eigendom. Enerzijds vervult het ontwerp van een gebruiksvoorwerp een nuttige, door eisen van techniek en utiliteit bepaalde functie (op een stoel moet gezeten kunnen worden; op een laptop gewerkt). Anderzijds heeft het design een belangrijke esthetische en commerciële component (de stoel en de laptop moeten er aantrekkelijk uitzien). Daarmee staat het design met een been in de techniek (traditioneel het domein van het octrooirecht) en met het andere in dat van de kunst (het terrein van het auteursrecht).
Lees verder.

IEFBE 3227

Prejudiciële vraag over de inhoud van een vonnis in bepaalde merkenrecht uitspraken

HvJ EU - CJUE 17 mrt 2021, IEFBE 3227; (Harman tegen AB SA), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-inhoud-van-een-vonnis-in-bepaalde-merkenrecht-uitspraken

Districtsrechtbank Warschau 17 maart 2021, IEF 19977, IEFbe 3227; C-175/21–1 (Harman tegen AB SA)  AB is een distributeur van elektronica en vervoert onder andere producten van Harman. Verweerster heeft de genoemde waren verworven van een andere verkoper dan de productdistributeur op de Poolse markt waarmee verzoekster een overeenkomst had gesloten. De gestelde prejudiciële vraag gaat over de inhoud en formulering van een rechterlijke uitspraak in bepaalde vorderingen van een merkhouder. De verwijzende rechter is zich onder andere bewust van het risico op beperking van het vrije verkeer van goederen, wanneer het in rechterlijke uitspraken bij algemene bewoordingen blijft. Dit zou volgens de verwijzende rechter ondervangen kunnen worden door in de uitspraak nauwkeurig serienummers op te nemen. 

IEFBE 3225

Prejudiciële vraag over de stel- en bewijsplicht in een vervallenverklaringsprocedure

HvJ EU - CJUE 4 mrt 2021, IEFBE 3225; (Maxxus tegen Globus), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-stel-en-bewijsplicht-in-een-vervallenverklaringsprocedure

Landgericht Saarbrücken 4 maart 2021, IEF 19976, IEFbe 3225; C-183/21 (Maxxus tegen Globus)  De Duitse rechter heeft in deze zaak een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld over de uitleg van Europese richtlijnen betreffende het merkenrecht. De vraag ziet op de uitlegging van de merkenrichtlijn(en) met betrekking tot nationale vervallenverklaringsprocedures wegens niet-gebruik van nationale merken. Globus is houder van een merknaam, waarvan Maxxus betwist dat het nog in gebruik is. Volgens de verwijzende rechter heeft Maxxus weinig eigen onderzoek gedaan om aan te tonen dat Globus de merknaam inderdaad niet meer gebruikt. Globus heeft zich uitgebreid verweerd. De verwijzende rechter vraagt zich af bij wie nu de stel- en bewijsplicht rust. 

IEFBE 3226

Prejudiciële vragen over aansprakelijkheid voor aanbieden hakken met rode zool

8 mrt 2021, IEFBE 3226; (Christian Louboutin tegen Amazon), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudici-le-vragen-over-aansprakelijkheid-voor-aanbieden-hakken-met-rode-zool

Tribunal d’arrondissement (Luxemburg) 8 maart 2021, IEF 19975, IEFbe 3226; C-148/21 (Christian Louboutin tegen Amazon) Christian Louboutin is houder van het zogenoemde positiemerk „rode zool” voor hoge hakken. Amazon publiceert regelmatig verkoopaanbiedingen voor hakken met rode zolen die zonder instemming van Christian Louboutin in de handel worden gebracht. Christian Louboutin heeft gevorderd dat Amazon het verhandelen van deze hakken dient te staken. De zaak is uiteindelijk in cassatie beland bij de arrondissementsrechtbank Luxemburg. Deze besluit een aantal prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof over in hoeverre Amazon aansprakelijk gehouden kan worden voor het aanbieden van de hakken op hun platform.

IEFBE 3224

Benelux Merkencongres, kijk online mee of neem deel op locatie

Mis deze editie niet van het Benelux Merkencongres van deLex. Op 17 juni en op 5 oktober strijken we neer in het Auditorium van De Brauw Blackstone Westbroek, met alle technische faciliteiten voor een hybride congres. Zo heeft u de optie om online mee te kijken of op locatie deel te nemen. 

Ook deze keer hebben dagvoorzitters Tobias Cohen Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek, EUR) en Martin Senftleben (IViR, Bird&Bird) een actueel programma samengesteld, met diverse (internationale) experts.

Enkele sprekers en onderwerpen:

  • "EU trade mark protection at the interface between the real and virtual world", Anke Moerland, Associate Professor of Intellectual Property Law, Universiteit Maastricht
  • “Digital Due Process Principles for Online Platforms in the Light of the Digital Services Act", Professor dr. Frederick Mostert, Dickson Poon School of Law, King’s College, London; Of Counsel, Bird & Bird
  • Dairy Partners [IEF19633], Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht bespreekt de prejudiciële vragen en de conclusie van de A-G terzake.

Natuurlijk komen meer actualiteiten aan bod evenals het overzicht van rechtspraak. Kortom: voldoende ingrediënten voor een boeiende en inspirerende dag, met volop ruimte voor netwerken, vragen en discussie.

Meer weten of aanmelden? Kijk op de website of mail naar info@delex.nl.
Aantal plaatsen op locatie is beperkt.

IEFBE 3223

Katrien Loyens: Een einde voor patent op coronavaccins?

De ontwikkelingslanden binnen de Wereldhandelsorganisatie, waaronder India en Zuid-Afrika, kwamen met een voorstel om de patenten op de coronavaccins tijdelijk vrij te geven.
Dit zou de wereldwijde productie van de vaccins stimuleren, waardoor er sneller gevaccineerd kan worden. De vaccinatie in lage- en middeninkomenslanden zou eveneens verhoogd kunnen worden. Op heden werd er nog maar 17% van de vaccins aan voormelde landen geleverd, waar zij thans 47% van de wereldbevolking vertegenwoordigen.
Momenteel worden de vaccins beschermd door een patent (i.e. een octrooi), hetgeen de uitvinder het exclusieve recht geeft om het vaccin te produceren en te commercialiseren. Dit exclusief recht stimuleert de innovatie, nu de uitvinder zijn investering kan terugverdienen binnen de beschermingstermijn waarbinnen hij het exclusief recht geniet om het vaccin te verkopen.

Lees hier verder.