IEFBE 2825

Is handdoekvouw-machine een werk in de zin van het auteursrecht?

Antwerpen(afd. Antwerpen) - Anvers(div. Anvers) 14 feb 2019, IEFBE 2825; 2019/2604 (Olma BV tegen Texfinity NV), http://www.ie-forum.be/artikelen/is-handdoekvouw-machine-een-werk-in-de-zin-van-het-auteursrecht

Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen 14 februari 2019, IEFbe 2825; 2019/2604 (Olma BV tegen Texfinity NV). Auteursrecht. Eerste aanleg. Texfinity NV (hierna: Texfinity) is producent en distributeur van nieuwe en gebruikte professionele wasserijmachines. De vennootschap Olma BV (hierna: Olma) is eveneens een producent van wasserijmachines en tevens een doorstart van een gelijknamige, failliete, onderneming. Olma claimt in voorliggend geschil dat Texfinity een inbreuk maakt op de auteursrechten die zij stelt te hebben op een handdoekvouw-machine. Olma stelt deze rechten te hebben overgenomen van het failliete Olma, waarvan zij alle activa heeft overgenomen. Texfinity beweert dat zij bij het faillissement een overeenkomst heeft gesloten in de vorm van een addendum waarin het gebruik van deze machine haar werd verzekerd.
Maar eerst wil de Rechtbank ingaan op de vraag of hier wel van een werk in de zin van het auteursrecht gesproken kan worden. Ook al erkent de Rechtbank de mogelijkheid dat zuivere machines auteursrechtelijke bescherming genieten, oordeelt zij dat er in dit geval geen sprake is van een werk door gebrek aan creatieve keuzes. Dit mede omdat de uitdrukking van verschillende onderdelen door hun technische functie is bepaald. De Rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat de vorderingen van Olma afgewezen dienen te worden.

IEFBE 2824

Joint statement over directive copyright in de Digital Single Market

Statement of the Netherlands, Luxembourg, Poland, Italy and Finland to point 39 of the CRP I agenda of 20 February 2019 regarding the DIRECTIVE (...) copyright in the Digital Single Market, 20 februari 2019. The end-result on copyright is a step back for the digital single market. It fails to strike a balance between protecting right holders and the interests of individual citizens. This is why the Netherlands, Luxembourg, Poland, Italy and Finland don’t support the final package. En de opwinding op Twitter #article13.

IEFBE 2819

Disco 54 is geen soortnaam

Hoven van Beroep - Cours d'Appel 24 dec 2018, IEFBE 2819; 2018/AR/336 (Star Group tegen Cargo), http://www.ie-forum.be/artikelen/disco-54-is-geen-soortnaam

Hof van Beroep Antwerpen, 24 december 2018, IEF 18241, IEFbe 2819; 2018/AR/336 (Star Group tegen Cargo). Merkenrecht. Hoger beroep. Bij overeenkomst worden aan Star Group drie woordmerken overgedragen, te weten "Studio 54", "Disco 54" en "54". Deze merken gebruikt Star Group voor het organiseren van feesten in Antwerpen. Echter heeft Star Group moeten constateren dat Cargo ook gebruik maakt van deze merken bij het organiseren van haar feesten. Star Group vordert derhalve dat Cargo gebruik van het merk moet staken. Cargo stelt op haar beurt dat de merken te zeer gebruikelijk zijn voor het organiseren van disco feesten, en dat het merk dus nietig is. Het hof oordeelt echter dat er wel degelijk sprake is van onderscheidend vermogen, nu het relevante publiek bekend is met de betekenis, maar Studio 54 zeker niet tot synoniem voor (bepaalde) feesten is verworden. Er kan dus ook geen sprake zijn van verval van inschrijving van het merkrecht nu daarvoor vereist is dat er sprake is van verwatering, en dat deze verwatering door toedoen van de merkhouder tot stand is gekomen. Tot slot stelt Cargo nog dat dat de vordering van Star Group niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard bij gebrek aan rechtmatig belang. Dit omdat Star group gebruik van het merk enkel zou willen verbieden omdat de feesten van Cargo voor homo’s en dragqeens worden georganiseerd. Dit is echter nergens uit gebleken, en dus kan het hof niet anders dan het hoger beroep ongegrond verklaren.

IEFBE 2823

Studienamiddag met debat: Evoluties in de recente Belgische octrooirechtspraak 2014-2018

Op 12 maart 2019 wordt een studienamiddag met paneldebat georganiseerd over de ‘Evoluties in de Belgische octrooirechtspraak in de periode 2014-2018’.
 
Deze studienamiddag wordt georganiseerd door Larcier en volgt na het gelijknamig artikel eind vorig jaar in het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht uitgegeven door Larcier.
 
Sprekers en panelleden op deze namiddag zullen zijn:
 
-       Christophe Ronse, Philippe de Jong en Kirian Claeyé van ALTIUS;
-       Johan Brants van Brantsandpatents;
-       Kristof Roox van Crowell & Moring;
-       Eric de Gryse van Simont Braun; en
-       Rechter Burm-Herregodts van de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel.

Klik hier voor meer informatie.

IEFBE 2820

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU: Verricht YouTube een mededeling?

HvJ EU - CJUE 13 sep 2018, IEFBE 2820; (YouTube e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-aan-hvj-eu-verricht-youtube-een-mededeling

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 13 september 2018, IEF 18242; IEFbe 2820; IT 2713; C-682/18; C-683/18 (YouTube e.a.) Via MinBuza: C-682/18 – Verzoeker is een muziekproducent en was mede-eigenaar van muziekuitgeverij “Petersongs Musikverlag KG”. Hij stelt ook eigenaar te zijn van “Nemo Studios”. Nemo Studio heeft met artieste ME een wereldwijd geldende exclusieve artiestenovereenkomst gesloten voor het gebruik van geluids- en video-opnamen. De artieste ME heeft een album uitgebracht en heeft opgetreden. Op YouTube zijn beelden en afbeeldingen van het optreden van de artieste ME verschenen. Verzoeker heeft toen Google verzocht om die beelden offline te halen. Later zijn op YouTube weer geluidsopnamen van uitvoeringen van de artieste op te vragen, die waren samengevoegd met stilstaande en bewegende beelden. Verzoeker eist van de eerste en de derde verweerster staking, verstrekking van inlichtingen en vaststelling van hun verplichting tot schadevergoeding. Deze eisen baseert hij op zijn eigen rechten als producent van de geluidsdrager „A Winter Symphony”, alsmede op eigen en van de artieste afgeleide rechten.

IEFBE 2816

De blinde vlek in het Heksenkaas vs Witte Wievenkaas arrest

, IEFBE 2816; http://www.ie-forum.be/artikelen/de-blinde-vlek-in-het-heksenkaas-vs-witte-wievenkaas-arrest
witte wieven heksen

HvJEU is blind voor discriminatieonderzoek

Er is al veel geschreven over het “Heksenkaas”-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") van 13 november 2018 (Levola Hengelo BV tegen Smilde Foods BV).

Behalve tot veel woordgrappen – zie bijvoorbeeld boek9 (Over smaak valt niet te twisten, maar over clichés wel, B915578) – leidde dit arrest van het HvJEU tot nogal wat meer serieuze beschouwingen vanuit juridisch oogpunt. Zoals bijvoorbeeld de commentaren die te lezen waren op IE-Forum van Michaël De Vroey (BakerMcKenzie, Antwerpen, IEF 18106), Brigitte Spiegeler en Ernst van Knobelsdorff (Heffels Spiegeler Advocaten, Den Haag, IEF 18131), en Léon Dijkman (European University Institute, IEF 18121).

Mijn bijdrage aan de discussie over dit arrest gaat over de vraag of de smaak van een voedingsmiddel  op enige verantwoorde manier valt te onderscheiden van een ander soortgelijk voedingsmiddel. Deze ‘hamvraag’ wordt door het HvJEU ontkennend beantwoord. Maar is dat wel terecht?

De kern van het arrest is, zoals bekend mag worden verondersteld, de stelling dat de smaak van een product niet op basis van een copyright kan worden beschermd, “omdat het niet mogelijk is de smaak van een voedingsmiddel nauwkeurig en objectief te identificeren, waardoor die smaak kan worden onderscheiden van de smaak van andere producten van dezelfde aard.”.

Is de consequentie van het arrest louter dat er geen bescherming op basis van een copyright kan ontstaan, of zou er wellicht toch sprake kunnen zijn van het ongeoorloofd kopiëren van een intellectuele schepping (een specifieke receptuur met een door het relevante publiek te herkennen en te onderscheiden smaakbeleving) van de samensteller van het voedingsmiddel?

Lees hier verder.

IEFBE 2815

A tribute to Florent Gevers, in memoriam a travers le temps - Thursday, March 21, 2019

On Thursday, March 21 2019 a tribute to Florent Gevers, in memoriam a travers le temps, will be held.
 
The meeting is organised by LES Benelux, BMM and AIPPI Belgium.
 
The meeting will be held in The Hotel, Boulevard de Waterloo 38, B-1000 Brussels, Belgium. Start of the meeting is 09.00 and the end is estimated at 17.00.
 
The following speakers have been confirmed:

  • Sir Robin Jacob, London, United Kingdom
    “The intersection between designs and trademarks with respect to shapes”
  • Sir David Tatham, London, United Kingdom
    “Domain Name Disputes”
  • Prof.Dr. Alexander von Mühlendahl, Bardehle, Pagenberg, Munich, Germany
    “IP infringement: international jurisdiction in the EU” or “Overview of CJEU case-law”
  • Mr. Fernand de Visscher, Simont Braun, Brussels, Belgium
    “Design law: the consequences and question marks following the Groupe Nivelles judgment of CJEU”
  • Mr. Ivan Verougstraete, Former president Court of cassation Belgium and Benelux Court, Brussels, Belgium
    “Jurisdictional evolution: new competences for the Benelux Court of Justice”
  • Mr. Philippe Péters, NautaDutilh, Brussels, Belgium (to be confirmed)
    “Lookalikes from the position of trade mark owners”
  • Mr. Luis-Alfonso Durán
    ”Administrative procedures for revocation and declaration of invalidity of trade marks in the EU and non-use defence in opposition procedures,(articles 44 & 45 of EU Directive 2015/2436). Was it a wise and reflected decision? Risks involved for trade mark owners"

Further details of the program will follow soon.

IEFBE 2813

Erven Salvador Dalí willen maskers uit La casa de papel verbieden

De Volkskrant 29 januari 2019, Bas Kist.

De maskers uit de Netflix-serie La casa de papel vliegen wereldwijd de toonbanken over. Tot ergernis van Spaanse kunstenaar Salvador Dali’s erfgenamen. Zij willen de maskers verbieden.

De Gala-Salvador Dalí Foundation, de organisatie die de nalatenschap van de kunstenaar Salvador Dalí beheert, is de strijd aangegaan met de makers van de populaire Netflix-serie La casa de papel. Volgens de Dalí Foundation maakt de serie inbreuk op de portretrechten van de in 1989 overleden Spaanse kunstenaar. De bankrovers die in de serie de Koninklijke Munt van Spanje binnendringen om zelf bankbiljetten te drukken, maken bij hun overval veelvuldig gebruik van maskers die, met hun hangende snor en uitpuilende ogen, duidelijk zijn afgeleid van het uiterlijk van Dalí.

IEFBE 2814

Rechtbank blijft bij tussenvonnis: Van Haren maakt inbreuk op merkenrecht Louboutin

6 feb 2019, IEFBE 2814; ECLI:NL:GHAMS:2016:3755 (Louboutin en CLS tegen Van Haren), http://www.ie-forum.be/artikelen/rechtbank-blijft-bij-tussenvonnis-van-haren-maakt-inbreuk-op-merkenrecht-louboutin

Rechtbank Den Haag 6 februari 2019, IEF 18217; IEFbe 2814 (Louboutin en CLS tegen Van Haren). Zie ook: IEF 17759; IEF 17487; IEF 17209IEF 16890IEF 15786IEF 15746IEF 14828IEF 13716IEF 12902IEF 12573. Merkenrecht. Nu de merkenrichtlijn 2015 nog niet is omgezet in het BVIE bestaat er voor de rechtbank geen reden om te onderzoeken of zij dient terug te komen op haar tussenvonnis. Van belang acht de rechtbank hierbij dat het een zaak betreft die speelt tussen twee particuliere partijen. De rechtbank houdt dus vast aan haar eerdere conclusie, en oordeelt dat Van Haren inbreuk maakt op het merkenrecht van Louboutin. De rechtbank neemt de antwoorden die het HvJEU op de prejudiciële vragen heeft gegeven wel mee in haar vonnis, maar dit leidt niet tot een andere conclusie dan in het tussenarrest. Nu vaststaat dat er sprake is van een Beneluxmerk, is daarmee de inbreuk door Van Haren ook gegeven.

IEFBE 2797

Vordering Pacovis tot nietigverklaring Gemeenschapsmodel borden afgewezen, totaalindruk verschilt

EUIPO - BHIM - OHMI 22 feb 2018, IEFBE 2797; (Pacovis tegen Natural Tableware), http://www.ie-forum.be/artikelen/vordering-pacovis-tot-nietigverklaring-gemeenschapsmodel-borden-afgewezen-totaalindruk-verschilt

EUIPO 22 februari 2018, IEF 18130; IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware) Modelrecht. Pacovis stelt dat de borden van de serie "Ellipse" van Natural Tableware ontbreekt aan nieuwheid omdat Pacovis een zelfde design had gemaakt en gepubliceerd. Oordeel is echter dat deze borden niet geopenbaard zijn overeenkomstig art. 7 GModVo en nu dit een vereiste is voor het toepassen van art. 5 en 6 GModVo, is het niet nodig de verdere validiteit in overweging te nemen met betrekking tot deze borden. Pacovis stelt ook dat de borden niet voldoen aan een eigen karakter, omdat, gezien de totaalindruk wordt gewekt, deze niet van andere eerder geopenbaarde ontwerpen verschilt. Deze stelling is onjuist, in het licht van de algemene indruk die wordt gewekt bij de geÏnformeerde gebruiker, wijken de eerdere ontwerpen wel af. De ovale vormen zijn onregelmatig en de contouren en materialen zijn anders. De vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Gemeenschapsmodel wordt afgewezen. Zie tevens onderstaande uitspraak.

Hof Amsterdam 20 maart 2018, IEF 18130, IEFbe 2797 (Pacovis tegen Natural Tableware). Procesrecht. Pacovis trekt het hoger beroep in, waarop Natural Tableware een proceskostenvergoeding vordert. Het hof wijst deze toe, op basis van het liquidatietarief. 

IEFBE 2812

Conclusie AG over art. 5 lid 3 Auteursrechtrichtlijn

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2812; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-over-art-5-lid-3-auteursrechtrichtlijn

Conclusie AG 10 januari 2019, IEF 18207; IEFbe 2812; IT 2711; C‑516/17; ECLI:EU:C:2019:16 (Spiegel Online tegen Volker Beck) Auteursrecht. AG stelt voor dat het hof de prejudiciële vragen van het Bundesgerichthof als volgt beantwoordt. Lidstaten zijn verplicht in hun nationale recht bescherming te waarborgen van de uitsluitende rechten zoals in art. 2 t/m 4 Auteursrechtrichtlijn. Die rechten kunnen enkel worden beperkt door toepassing van de beperkingen en restricties die uitputtend zijn beschreven in artikel 5 van die richtlijn. De lidstaten blijven echter vrij in hun keuze van de middelen die zij passend achten om die verplichting na te komen. Gebruik van een werk van letterkunde in kader van verslag actuele gebeurtenis valt niet onder beperking art. 5 lid 3 onder c Auteursrechtrichtlijn indien met het gebruik beoogde doel lezing van het gehele werk of deel daarvan vereist. Art. 5 lid 3 onder d Auteursrechtrichtlijn n.v.t. indien werk zonder toestemming in geheel beschikbaar wordt gesteld als los in te zien en te downloaden bestand. Art. 11 Handvest EU vormt geen begrenzing van uitsluitende rechten auteur om reproductie en mededeling aan publiek van zijn werk toe te staan of verbieden, en biedt geen rechtvaardiging voor beperking van of inbreuk van die rechten. Geldt eveneens in situatie waarin auteur betrokken werk een publieke functie uitoefent en dat werk zijn overtuiging openbaart ten aanzien van kwesties van algemeen belang, voor zover dat werk reeds voor het publiek beschikbaar is.

IEFBE 2811

Overeenstemmende handelsnaam voor gelijke activiteiten, merkinbreuk en handelsnaaminbreuk

Overig - Autres 23 jan 2019, IEFBE 2811; (X tegen Y), http://www.ie-forum.be/artikelen/overeenstemmende-handelsnaam-voor-gelijke-activiteiten-merkinbreuk-en-handelsnaaminbreuk

Vzr. Ondernemingsrechtbank Gent 23 januari 2019, IEFbe 2811 (X tegen Y). Handelsnaamrecht. Merkenrecht. Oneerlijke marktpraktijken. X is een ontstoppings- en ruimingsbedrijf. Eigenaar overleed, aandeelhouders namen de aandelen over van de erfgenamen van de oprichter van X. Verweerster is zus van overleden oprichter. Verweerster en haar man oordelen dat zij gerechtigd zijn op het uitvoeren van ontstoppingswerken onder de naam X. Merkinbreuk en handelsnaaminbreuk door verwarringsgevaar. Oneerlijke marktpraktijken door oogmerk voordeel halen uit gebruik van de merknaam. Onrechtmatige daad. Vorderingen gegrond.

IEFBE 2810

HOYNG ROKH MONEGIER benoemt Johan Elkenbracht tot partner

Het Europese IE-recht nichekantoor HOYNG ROKH MONEGIER benoemt Johan Elkenbracht tot partner.
 
Johan Elkenbracht is Europees en Nederlands octrooigemachtigde. De praktijk van Johan bestrijkt alle aspecten van de octrooiverlenings- en adviespraktijk, waaronder het opstellen van nieuwe octrooiaanvragen, het voeren van verlenings-, oppositie- en beroepsprocedures bij het Europees Octrooibureau (EOB) en het verzorgen van freedom-to-operate opinies. Hij treedt bovendien regelmatig op in octrooigeschillen voor de Nederlandse rechter en adviseert over IE strategieën. Johans praktijk is in het bijzonder gericht op life sciences, procestechnologie, chemie en materiaalkunde.
 
Bart van den Broek, managing partner in Amsterdam: “Johan heeft een uitzonderlijke expertise opgebouwd in de life sciences en procestechnologiesector. Sinds zijn komst in 2014 heeft hij een enorme bijdrage geleverd aan de uitbouw en de expertise van het octrooiteam van HOYNG ROKH MONEGIER. Het team van octrooigemachtigden telt nu 15 personen, waarvan 5 partners.”
 
Voor zijn komst bij HOYNG ROKH MONEGIER werkte Johan 16 jaar als in-house octrooigemachtigde bij Koninklijke DSM.

IEFBE 2808

Conclusie AG: beheerder website met gegevensverzamelende plug-in derde mede-verantwoordelijk gegevensverwerking

19 dec 2018, IEFBE 2808; ECLI:EU:C:2018:1039 (Fashion ID), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-beheerder-website-met-gegevensverzamelende-plug-in-derde-mede-verantwoordelijk-gegevens

Conclusie AG 19 december 2018, IT 2704; IEFbe 2808; C-40/17; ECLI:EU:C:2018:1039 (Fashion ID) Privacy. Via het persbericht. De advocaat-generaal stelt voor om voor recht te verklaren dat volgens de richtlijn gegevensbescherming de beheerder van een website (zoals Fashion ID) die een plug-in van een derde partij op zijn website heeft geplaatst (zoals de ,,Vind ik leuk”-knop van Facebook) die ervoor zorgt dat persoonsgegevens van de gebruiker worden verzameld en doorgezonden, samen met die derde partij dient te worden geacht verantwoordelijk te zijn voor de verwerking. De advocaat-generaal stelt tevens voor om voor recht te verklaren dat de gebruiker van de website waar nodig toestemming moet geven aan de beheerder ervan (Fashion ID) die de content van een derde partij heeft opgenomen. Zo ook geldt voor de beheerder van de website (Fashion ID) de verplichting om de gebruiker van de website de vereiste minimuminformatie te verstrekken. Lees verder.

IEFBE 2807

Conclusie AG: beperk verwijderingen koppelingen die exploitanten van zoekmachine moeten uitvoeren tot niveau EU

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2807; ECLI:EU:C:2019:15 (Google tegen CNIL), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-beperk-verwijderingen-koppelingen-die-exploitanten-van-zoekmachine-moeten-uitvoeren-tot

Conclusie AG 10 januari 2019, IT 2705; IEF 18190; IEFbe 2807; C-507/17; ECLI:EU:C:2019:15 (Google tegen CNIL) Privacy. Domeinnaamrecht. Via het persbericht. AG Szpunar stelt het Hof voor om vast te stellen dat de exploitant van een zoekmachine bij inwilliging van een verzoek tot verwijdering van koppelingen niet verplicht is om deze verwijdering toe te passen op alle domeinnamen van zijn zoekmachine zodat de betrokken koppelingen niet langer verschijnen ongeacht de plaats van waaruit de zoekopdracht op de naam van de indiener van het verzoek wordt uitgevoerd. Daarentegen benadrukt de advocaat-generaal dat zodra een recht op verwijdering van koppelingen binnen de Unie is vastgesteld, de exploitant van een zoekmachine alle mogelijke maatregelen moet nemen om te zorgen voor een doeltreffende en volledige verwijdering van de koppelingen binnen het grondgebied van de Europese Unie, ook via de techniek van „geoblocking”, vanaf een IP-adres dat wordt geacht zich te bevinden in een van de lidstaten, ongeacht de domeinnaam die wordt ingevoerd door de internetgebruiker die de zoekopdracht uitvoert. Lees verder.

IEFBE 2809

Conclusie AG: exploitant zoekmachine moet verzoek tot verwijdering koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch inwilligen

HvJ EU - CJUE 10 jan 2019, IEFBE 2809; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-exploitant-zoekmachine-moet-verzoek-tot-verwijdering-koppelingen-naar-gevoelige-gegeven

Conclusie AG 10 januari 2019, IT 2706; IEFbe 2809;  C-136/17; ECLI:EU:C:2019:14 (G.C. e.a. tegen CNIL) Privacy. Via het persbericht. AG Szpunar stelt het Hof voor te beslissen dat de exploitant van een zoekmachine een verzoek tot verwijdering van koppelingen naar gevoelige gegevens systematisch moet inwilligen. De exploitant van de zoekmachine moet evenwel erop toezien dat het recht van toegang tot informatie en het recht op vrije meningsuiting worden beschermd. Lees verder.

IEFBE 2806

Conclusie AG: Verbod toepassing regels die zoekmachines verbieden fragmenten persproducten aan te bieden zonder voorafgaande toestemming uitgever

HvJ EU - CJUE 13 dec 2018, IEFBE 2806; ECLI:EU:C:2018:1004 (VG Media tegen Google), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-verbod-toepassing-regels-die-zoekmachines-verbieden-fragmenten-persproducten-aan-te-bie

Conclusie AG 13 december 2018, IEF 18187; IEFbe 2699; IT 2806; C-299/17; ECLI:EU:C:2018:1004 (VG Media tegen Google) Auteursrecht. Naburig recht. Via het persbericht. In 2013 heeft Duitsland een naburig recht van het auteursrecht ingevoerd voor uitgevers van perspublicaties, zonder de ontwerpwetgeving aan de Commissie mee te delen. In de nieuwe bepalingen wordt vastgesteld dat commerciële exploitanten van een internetzoekmachine (en commerciële dienstenaanbieders die content bewerken) – anders dan andere gebruikers, waaronder commerciële gebruikers – zonder passende toestemming geen fragmenten – behalve losse woorden of zeer korte tekstfragmenten – van bepaalde content in de vorm van tekst, afbeeldingen of video verstrekt door uitgevers van perspublicaties mogen aanbieden. VG Media is een Duitse organisatie voor collectief beheer die auteursrechten en naburige rechten in naam van, onder andere, uitgevers van perspublicaties beheert. VG Media heeft namens haar leden een schadevordering tegen Google ingesteld bij het Landgericht Berlin (rechter in eerste aanleg van Berlijn) met betrekking tot het gebruik dat Google sinds 1 augustus 2013 maakt van tekstfragmenten, afbeeldingen en video’s uit door leden van VG Media geproduceerde pers- en mediacontent, zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Lees verder.

IEFBE 2805

Eerder stakingsbevel Uber viseert elke verdeling bezoldigde taxiritten aan chauffeurs zonder toelating zoals art. 3 Ordonnantie 27 april 1995

Overig - Autres 18 dec 2018, IEFBE 2805; (Taxi Radio Bruxelles en Uber BE tegen Uber BV c.s.), http://www.ie-forum.be/artikelen/eerder-stakingsbevel-uber-viseert-elke-verdeling-bezoldigde-taxiritten-aan-chauffeurs-zonder-toelati

Vzr. NL Ondernemingsrechtbank Brussel 18 december 2018, IEFbe 2805 (Taxi Radio Bruxelles en Uber BE tegen Uber BV c.s.) Marktpraktijken. Uitleg eerder stakingsbevel [IEFbe 1541]. Stakingsbevel viseert elke verdeling van bezoldigde taxiritten aan chauffeurs die niet beschikken over een toelating zoals bepaald door artikel 3 van de Ordonnantie van 27 april 1995, ongeacht de benaming van de betrokken dienst door Uber.

IEFBE 2804

Woordmerk Anne Frank Stichting ingetrokken, naam slechts gebruikt als verwijzing

EUIPO - BHIM - OHMI 7 dec 2018, IEFBE 2804; (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting), http://www.ie-forum.be/artikelen/woordmerk-anne-frank-stichting-ingetrokken-naam-slechts-gebruikt-als-verwijzing

EUIPO Cancellation Division 7 december 2018, IEF 18174; IEFbe 2804 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting) Merkenrecht. Zie ook Volkskrant. Verzoek tot intrekken woordmerk Anne Frank gedaan door Anne Frank Fonds. Anne Frank Stichting heeft verwezen naar de naam, maar heeft de naam niet als zelfstandige merknaam gebruikt, waardoor het in vijf jaar niet "normaal" is gebruikt. Verzoek tot intrekking toegewezen.

IEFBE 2803

Marten Bouma onder HvJ EU Jägermeister/EUIPO

, IEFBE 2803; http://www.ie-forum.be/artikelen/marten-bouma-onder-hvj-eu-j-germeister-euipo

Marten Bouma onder HvJ EU 5 juli 2018; IEF 17826 (Jägermeister tegen EUIPO) Het is de tijd van het terugkijken naar wat er allemaal is gebeurd het afgelopen jaar. Het arrest van het Hof van Justitie van 5 juli roept bij mij steeds meer vragen op, het neemt zelfs mystieke vormen aan. Wat is er eigenlijk gedeponeerd? Waarom switcht de Onderzoeker bij het EUIPO van grondslag? Zijn de afbeeldingen het wezenlijke probleem of is het eigenlijk de classificatie van de afgebeelde producten? Zou het Benelux bureau een andere aanpak hebben gekozen? Waarom is de deposant zo halsstarrig? Waarom is Locarno klasse 07.99 Miscellaneous niet toegepast? Lees verder.