IEFBE 3035

Video rondetafelgesprek met advocaten Kraftwerk-zaak

Afgelopen jaar, tijdens Amsterdam Dance Event (ADE), vond er een rondetafeldiscussie plaats over de historische beslissing van het Europese Hof van Justitie [IEF18613] in de zaak Kraftwerk tegen de twee Duitse hiphopproducenten, Moses Pelham en Martin Haas. Bjorn Schipper nodigde beide Duitse advocaten uit die bij deze zaak betrokken waren om de uitkomst en de implicaties van deze beslissing van het HvJ EU voor de muziekindustrie te bespreken.
Hermann Lindhorst (Schlarmann Von Geyso, Hamburg) vertegenwoordigt Kraftwerk en Udo Kornmeier (Schalast, Frankfurt) vertegenwoordigt Martin Haas cs. Bjorn Schipper leidde de rondetafeldiscussie. Bekijk hier de video.

IEFBE 3034

Tjibbe Douma en Alexandra Michel over de conclusie AG in de CJEU Santen-zaak

Will Neurim be a "rare wild animal"?
CJEU’s AG again tries to persuade the CJEU to abandon its famous SPC decision in Neurim, this time in Santen.

The Opinion is currently only available in a limited number of languages including French. The Opinion was eagerly awaited by those wanting to know whether after Neurim and after Abraxis an SPC can be obtained for a new indication of an old active ingredient. The AG primarily proposes to essentially abandon Neurim and treat this as an exceptional case (a new human indication following a first veterinary indication): a rare wild animal which should never surface again. Only alternatively, does the AG propose a balanced interpretation of Neurim in response to the questions posed. In that case an SPC can be obtained for a new therapeutic indication for an old active ingredient or relate to a use of that active ingredient, in which it should exert a new pharmacological, immunological or metabolic action of its own.

Lees hier het hele artikel van Tjibbe Douma en Alexandra Michel.

IEFBE 3033

Vorderingen inzage afgewezen

21 jan 2020, IEFBE 3033; ECLI:NL:RBMNE:2020:214 (VUB c.s. tegen QVQ), http://www.ie-forum.be/artikelen/vorderingen-inzage-afgewezen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 21 januari 2020, IEF 18996, LS&R 1784, IEFbe 3033; ECLI:NL:RBMNE:2020:214 (VUB c.s. tegen QVQ) Vrije Universiteit Brussel (hierna: VUB) is houdster van de basis octrooifamilie voor de zware-keten antilichamen, de VHH’s (hierna: de Hamers-octrooien). Ablynx is een biofarmaceutisch bedrijf en tevens eigenaar van een sublicentie voor de Hamers-octrooien met het doel de Nanobody technologie te kunnen exploiteren voor medische toepassingen. QVQ is een serviceonderneming die zich bezighoudt met het ontwikkelen en produceren van VHH’s voor andere ondernemingen op het gebied van medische producten, farmaceutische processen en voeding.

IEFBE 3032

HvJ EU verduidelijkt criteria farmaceutisch octrooi in mededingingsrecht

HvJ EU - CJUE 30 jan 2020, IEFBE 3032; ECLI:EU:C:2020:52 (Generics UK e.a.), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-verduidelijkt-criteria-farmaceutisch-octrooi-in-mededingingsrecht
hamer CC0

HvJ EU 30 januari 2020, IEF 18991, LS&R 1782, IEFbe 3032; ECLI:EU:C:2020:52 (Generics UK e.a.) De Competition Appeal Tribunal heeft het Hof een prejudiciële vraag gesteld over de wettigheid van een besluit van de Competition and Markets Authority betreffende overeenkomsten tot schikking van een octrooigeschil gericht aan een aantal fabrikanten van generieke geneesmiddelen en aan de farmaceutische groep GlaxoSmithKline (hierna: GSK). Samenvattend gaan de vragen over de criteria aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of een overeenkomst tot schikking van een geschil tussen de houder van een farmaceutisch octrooi en een fabrikant van generieke geneesmiddelen in strijd is met het mededingingsrecht van de Unie.

IEFBE 3031

HvJ EU: merkdepot zonder voornemen te gaan gebruiken in de bewuste klasse kan te kwader trouw zijn

HvJ EU - CJUE 29 jan 2020, IEFBE 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen Skykick), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-merkdepot-zonder-voornemen-te-gaan-gebruiken-in-de-bewuste-klasse-kan-te-kwader-trouw-zijn

HvJ EU 29 januari 2020, IEF 18982, IT 3025, IEFbe 3031; ECLI:EU:C:2020:45 (Sky tegen SkyKick) Het Britse bedrijf Sky is merkhouder van Uniemerken met betrekking tot televisie-uitzendingen, telecom en meer. Deze merken zijn ook ingeschreven in het Verenigd Koninkrijk als nationale woordmerken. Sky heeft een vordering wegens inbreuk op de merken ingesteld tegen SkyKick, een Amerikaanse onderneming die zich voornamelijk bezighoudt met het aanbieden van cloud-services. SkyKick heeft aangevoerd dat de ingeroepen merken geheel of gedeeltelijk nietig zijn omdat onvoldoende duidelijk en nauwkeurig is aangegeven op welke waren en diensten deze betrekking hebben. Tevens zouden de merken te kwader trouw zijn aangevraagd, om een zeer ruime merkbescherming te verkrijgen.

IEFBE 3030

HvJ EU: toegang tot rapporten toegewezen

HvJ EU - CJUE 22 jan 2020, IEFBE 3030; ECLI:EU:C:2020:24 (MSD Animal Health Innovation en Intervet International tegen EMA), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-toegang-tot-rapporten-toegewezen

HvJ EU 22 januari 2020, LS&R 1781, IEFbe 3030; ECLI:EU:C:2020:24 (MSD Animal Health Innovation en Intervet International tegen EMA) In deze zaak heeft het Hof, vergelijkbaar met [LS&R 1780], de kwestie onderzocht van toegang tot documenten van de Europese Unie die zijn ingediend in het kader van aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen (VHB). MSD Animal Health Innovation en Intervet International, rekwiranten in deze zaak, hadden hogere voorzieningen ingesteld tegen het arrest van het Gerecht, inhoudende de verwerping van hun beroep tot nietigverklaring van het besluit waarbij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) toegang had verleend tot documenten die informatie bevatten die was overgelegd in het kader van VHB-aanvraagprocedures voor geneesmiddelen. De documenten waar het in casu om ging waren toxicologische testrapporten en een klinisch onderzoeksrapport, die rekwiranten hadden overgelegd bij hun VHB-aanvragen voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik.

IEFBE 3029

HvJ EU: toegang tot rapporten van PTC Therapeutics toegewezen

HvJ EU - CJUE 22 jan 2020, IEFBE 3029; ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International/EMA), http://www.ie-forum.be/artikelen/hvj-eu-toegang-tot-rapporten-van-ptc-therapeutics-toegewezen

HvJ EU 22 januari 2020, LS&R 1780, IEFbe 3029; ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International tegen EMA) In deze zaak heeft het Hof voor het eerst de kwestie onderzocht van toegang tot documenten van de Europese Unie die zijn ingediend in het kader van aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen (VHB). PTC Therapeutics International, rekwirant in deze zaak, had hogere voorzieningen ingesteld tegen het arrest van het Gerecht, inhoudende de verwerping van haar beroep tot nietigverklaring van het besluit waarbij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) toegang had verleend tot documenten die informatie bevatten die was overgelegd in het kader van VHB-aanvraagprocedures voor geneesmiddelen. De documenten waar het in casu om ging waren toxicologische testrapporten en een klinisch onderzoeksrapport, die rekwirant had overgelegd bij haar VHB-aanvragen voor een geneesmiddel voor menselijk gebruik.

IEFBE 3028

Geen merkinbreuk Skylink op EU-merken SKY

Luxemburgse jurisrpudentie - Jurisprudence Luxembourg 5 jul 2019, IEFBE 3028; http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-merkinbreuk-skylink-op-eu-merken-sky

Tribunal d'Arrondissement de Luxembourg 5 juli 2019, IEF 18776, IEFbe 3028 2019TALCH02/01112 (Skylink tegen SKY) In deze zaak moest de Luxemburgse arrondissementsrechter zich uitspreken over het gebruik van „skylink“ door M7 (de groep die ook in Nederland Canaal Digitaal commercialiseert) in Tsjechië en Slowakije voor televisiedistributie per satelliet. British Sky Broadcasting, nu kortweg SKY, heeft een zaak aangespannen voor de Luxemburgse rechter (M7 heeft haar zetel in Luxemburg) om dit gebruik te doen stoppen en beroept zich hiervoor op haar „SKY“ merken. Deze vordering wordt afgewezen omdat SKY een merkinbreuk in Tsjechië en Slowakije, waar SKY niet actief is, niet aannemelijk maakt.

IEFBE 3026

Oppositie tegen inschrijving depot Castart ongegrond

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 23 jan 2020, IEFBE 3026; (Les Castarts tegen GDS), http://www.ie-forum.be/artikelen/oppositie-tegen-inschrijving-depot-castart-ongegrond

Benelux Gerechtshof 23 januari 2020, IEF 18971, IEFbe 3026; C 2019/3 (Les Castarts tegen GDS) GDS stelde oppositie in tegen de inschrijving van woord/beeldmerk Castart. Zij voerde aan dat het teken overeenstemt met haar oudere merk KARSTADT en betrekking heeft op waren en diensten die identiek of soortgelijk zijn aan de waren en diensten waarvoor haar oudere merk is ingeschreven en dat daardoor bij het publiek gevaar voor verwaring bestaat (artikel 2.3, sub b, BVIE). Het Bureau wees de oppositie (nr. 2013822) toe en besliste dat het Benelux depot met nummer 1362238 niet werd ingeschreven. Deze oppositie is ten onrechte toegewezen. Les Castart is nu het gelijk gesteld. De algemene indruk die het teken en het (oudere) merk bij de gemiddelde consument achterlaten, is ondanks de beperkte overeenkomsten te verschillend. Er is geen sprake van verwarringsgevaar.

IEFBE 3025

Conclusie AG HvJ EU omtrent verhuur auto's met radio

15 jan 2020, IEFBE 3025; ECLI:EU:C:2020:4http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-ag-hvj-eu-omtrent-verhuur-auto-s-met-radio

Conclusie AG HvJ EU 15 januari 2020, IEF 18963, IEFbe 3025; ECLI:EU:C:2020:4 (Verhuur auto's met radio) Zie ook [IEF 18245]. Stim en Sami zijn Zweedse organisaties voor het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten. Fleetmanager Sweden AB en Nordisk Biluthyrning AB zijn Zweedse autoverhuurbedrijven. Laatsgenoemden verhuren voertuigen aan bedrijven, die op hun beurt de voertuigen weer verhuren aan particulieren. De voertuigen zijn uitgerust met een radio. Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio in dat de verhuurder van die auto’s een gebruiker is die een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 respectievelijk een ‚mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 doet? De strekking van de conclusie is dat dit niet het geval is. Het Hof zal zich nu over de kwestie buigen. 

IEFBE 3024

NOVA HOLDING pleegt inbreuk op het merk van NOVAGRAAF

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 16 jan 2020, IEFBE 3024; (NOVA HOLDING tegen NOVAGRAAF), http://www.ie-forum.be/artikelen/nova-holding-pleegt-inbreuk-op-het-merk-van-novagraaf

Benelux-Gerechtshof 16 januari 2020, IEF 18960, IEFbe 3024; C 2018/9 (NOVA HOLDING tegen NOVAGRAAF) Tussen partijen is in geschil of het teken van NOVA HOLDING inbreuk maakt op het oudere merk van NOVAGRAAF. De uitspraak van Canon en Lloyd Schuhfabrik Meyer is in deze zaak bevestigd. Het gaat om de vraag of het teken en het merk zodanig overeenstemmen dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren en/of diensten directe of indirecte verwarring kan ontstaan – waaronder is te verstaan het gevaar dat het publiek kan menen dat de betrokken waren of diensten van dezelfde onderneming of, in voorkomend geval, van economisch verbonden ondernemingen, afkomstig zijn. Het verwarringsgevaar wordt beoordeeld aan de hand van een globale totaalindruk. Het verwarringsgevaar is des te groter naarmate de onderscheidingskracht van het oudere merk sterker is. Er wordt geoordeeld dat in deze zaak sprake is van een reëel verwarringsgevaar, waardoor de eerdere uitspraak wordt vernietigd en NOVA HOLDING dus met haar teken inbreuk maakt op het oudere merk van NOVAGRAAF.

IEFBE 3023

Conclusie A-G in privacyzaken

HvJ EU - CJUE 15 jan 2020, IEFBE 3023; (Privacy-zaken), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-in-privacyzaken

Conclusie A-G HvJ EU 15 januari 2020, IEF 18957; IT 3013; IEFbe 3023; ECLI:EU:C:2020:5, ECLI:EU:C:2020:6, ECLI:EU:C:2020:7 (Privacy-zaken) Er wordt ingegaan op vier verzoeken om een prejudiciële beslissing: C-623/17 (Privacy International); C-511/18 (La Quadrature du Net e.a.); C-512/18 (French Data Network e.a.); en C-520/18 (Ordre des barreaux francophones et germanophone e.a.). In deze zaken rijst de vraag of de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie van toepassing is op activiteiten die verband houden met de nationale veiligheid en de bestrijding van terrorisme. Er wordt geoordeeld dat de richtlijn inderdaad van toepassing is op dat gebied. De richtlijn sluit activiteiten uit die de overheid, met het oog op bescherming van de nationale veiligheid, zelf uitvoert, zonder de medewerking van particulieren te vereisen en zonder hun verplichtingen op te leggen met betrekking tot hun bedrijfsvoering.

IEFBE 3021

Verhuren van auto's met een autoradio geen mededeling aan het publiek

Dirk Visser

Volgens AG Szpunar vormt het verhuren van auto's met een autoradio geen mededeling aan het publiek.
Ik durf wel de voorspelling aan dat het Hof hem hierin gaat volgen.

Vraag: Houdt de verhuur van auto’s die standaard zijn uitgerust met een radio-ontvanger in dat de degene die de auto’s verhuurt een gebruiker is die een mededeling aan het publiek doet in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 en 8, lid 2, van richtlijn 2006/115 ?

Antwoord: nee.

IEFBE 3020

Sony wint langdurend conflict over Uniewoordmerk Vita

Gerecht EU - Tribunal UE 19 dec 2019, IEFBE 3020; T‑690/18 (Sony tegen EUIPO), http://www.ie-forum.be/artikelen/sony-wint-langdurend-conflict-over-uniewoordmerk-vita

Gerecht EU 19 december 2019, IEF 18945, IEFbe 3020; ECLI:EU:T:2019:894 (Sony tegen EUIPO) In september 2005 is er bij het EUIPO een Uniemerk ingeschreven voor het woordteken Vita. In september 2011 zijn de rechten op het woordmerk overgedragen aan Sony Computer Entertainment Europe. In 2014 heeft de nietigheidsafdeling, op verzoek van het Spaanse Vieta Audio, het merk vervallen verklaard voor alle waren waarvoor het was ingeschreven. Het merk zou niet voldaan hebben aan de eis dat het binnen vijf jaar na registratie normaal gebruikt moet worden. Sony heeft hiertegen beroep ingesteld bij het EUIPO. In juni 2011 heeft Sony de Playstation Vita console gepresenteerd en in 2012 is deze op de markt verschenen. De zaak is door verscheidene gerechten behandeld. Sony is van mening dat een beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO uit 2018 bepaalde beslissingen uit een uitspraak van de vijfde kamer van beroep uit 2017 onterecht in stand hield. De uitspraak uit 2017 was vernietigd op grond van ontoereikende motivering. Nu dat het geval was, had het daaropvolgende gerecht alle relevante punten opnieuw moeten onderbouwen. Dit is echter niet gebeurd. Er werd op bepaalde punten enkel gerefereerd naar de eerdere uitspraak. De grieven van Sony worden gegrond verklaard en de uitspraak van de vierde kamer van beroep van de EUIPO wordt vernietigd.

54      Nadat de eerdere beslissing was vernietigd wegens ontoereikende motivering, was de vierde kamer van beroep dan ook verplicht om zich opnieuw uit te spreken over alle voor de toepassing van artikel 51, lid 1, onder a), van verordening nr. 207/2009 relevante punten, teneinde te voldoen aan de krachtens artikel 65, lid 6, van verordening nr. 207/2009 op haar rustende verplichting om de maatregelen te treffen die nodig waren voor de uitvoering van het arrest van 12 december 2017, Vita (T‑35/16, niet gepubliceerd, EU:T:2017:886).

55      Ten slotte kan gelet op het voorgaande evenmin worden ingestemd met het door het EUIPO subsidiair aangevoerde argument dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt kennelijk identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing, en dat daarom de bestreden beslissing niet ontoereikend is gemotiveerd. Uit de bestreden beslissing blijkt immers niet (zie punten 29‑33 hierboven) dat het door de vierde kamer van beroep over de punten in kwestie ingenomen standpunt identiek is aan het standpunt dat de vijfde kamer van beroep over die punten heeft ingenomen in de eerdere beslissing. In de bestreden beslissing heeft de vierde kamer van beroep ten onrechte geconstateerd dat het Gerecht bepaalde vaststellingen van de vijfde kamer van beroep had bevestigd. Derhalve achtte zij zich door die vaststellingen gebonden, zonder evenwel de relevante argumenten van partijen te hebben onderzocht en er een standpunt over te hebben ingenomen. Zoals in punt 52 hierboven reeds is opgemerkt, kon de vierde kamer van beroep bovendien niet gebonden zijn door de vaststellingen van de vijfde kamer van beroep en kon zij deze vaststellingen niet bevestigen in de bestreden beslissing.

56      Aangezien de vierde kamer van beroep haar verplichting om zich opnieuw uit te spreken over de relevante punten niet is nagekomen, moet het eerste middel in zoverre worden aanvaard en dient de bestreden beslissing in haar geheel te worden vernietigd, zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de andere grieven en het andere middel.

IEFBE 3019

Conclusie A-G overeenkomst Facebook Ireland en Facebook Inc.

19 dec 2019, IEFBE 3019; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximillian Schrems), http://www.ie-forum.be/artikelen/conclusie-a-g-overeenkomst-facebook-ireland-en-facebook-inc
Facebook

Conclusie A-G bij HvJ EU 19 december 2019, IT 3001, IEFbe 3109; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximilian Schrems) De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat persoonsgegevens mogen worden doorgegeven aan een derde land wanneer dat land een passend niveau van bescherming van die gegevens waarborgt. Bij besluit 2010/87/EU heeft de Commissie modelcontractbepalingen vastgesteld voor de doorgifte van persoonsgegevens aan verwerkers die gevestigd zijn in derde landen. Facebook Ireland geeft persoonsgegevens van Facebookgebruikers uit alle Unielanden geheel of gedeeltelijk door aan servers in de Verenigde Staten, waar ze worden verwerkt. Facebook Ireland waarborgt naar eigen zeggen de privacy van deze gegevens in haar overeenkomst met Facebook Inc, die sinds 20 november 2015 van toepassing is, en beroept zich daarbij op besluit 2010/87. Schrems betwist echter dat de in die overeenkomst vervatte bepalingen in overeenstemming zijn met de modelcontractbepalingen die zijn vastgesteld in besluit 2010/87 en wendt zich daarom naar de toezichthoudende autoriteit. Deze autoriteit is van oordeel dat Schrems’ verzoek afhangt van de vraag of besluit 2010/87 geldig is en vraagt dit aan het Europese Hof van Justitie.

IEFBE 3017

Airbnb is een informatiedienst en geen vastgoedbedrijf

HvJ EU - CJUE 19 dec 2019, IEFBE 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb), http://www.ie-forum.be/artikelen/airbnb-is-een-informatiedienst-en-geen-vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18925, IT 2993, IEFbe 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb) De Franse vereniging voor accommodatie en toerisme klaagt Airbnb aan wegens het verrichten van vastgoedactiviteiten zonder beroepskaart die volgens de wet-Hoguet verplicht is. Airbnb ontkent dat zij activiteiten van een vastgoedmakelaar uitoefent. Bovendien stelt zij dat de wet-Hoguet onverenigbaar is met de richtlijn 2000/31, de wet zou niet van toepassing zijn op de onderhavige zaak. Het Hof van Justitie gaat mee met de standpunten van Airbnb en stelt dat Airbnb hoofdzakelijk een tool is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Er wordt vastgesteld dat Airbnb de prijzen van de aangeboden accommodaties niet bepaalt, en evenmin een selectie maakt van verhuurders of accommodaties die worden aangeboden op haar website. Airbnb moet daarom worden gekwalificeerd als “dienst van de informatiemaatschappij” in de zin van richtlijn 2000/31. Verder wordt gesteld dat de wet-Hoguet niet van toepassing is op de zaak, omdat de Frankrijk heeft verzuimd kennis te geven van de betreffende wet aan Airbnb Ireland, waardoor er niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 4 van richtlijn 2000/31.

IEFBE 3016

Hans Osinga: de kleur van e-books

Een ‘trieste’, ‘absurde’ en ‘belachelijke’ uitspraak. Zo kwalificeerden bezoekers van Tweakers.net de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak van uitgevers tegen Tom Kabinet [IEF 18898]. Maar is het terecht om het Hof te beschuldigen van donquichotterie?

Het kostte uitgevers vijf jaar om een uitspraak te krijgen over de handelwijze van Tom Kabinet. Dat was nog relatief kort, omdat uitgevers de weg van een kort geding hebben bewandeld. Het grote tijdsverloop maakt duidelijk dat rechters worstelen met de uitleg van de wetgeving.

IEFBE 3004

Studiedag AIPII op 17 januari

Dear all,

We are pleased to invite you to the Joint Workshop we are organizing with the EPO on Friday the 17th of January 2020 at the Hilton Brussels Grand Place. Judges from throughout Europe, experts from EPO, industry and private practice will share their views on the following selected topics:

- Interactions between EPO proceedings and national entitlement proceedings
- Priority in International Private Law and EPO practice
- Infringement issues: equivalence and use of experts in pharma litigation

Please note this date in your agenda. The detailed programme, practical information and registration form can be accessed here. Feel very free to share this information with your colleagues and contacts!

Very cordially,
André Clerix, BNVBIE / ANBPPI & Dominique Kaesmacher, AIPPI Belgium

IEFBE 3014

Geen verwarringsgevaar merk en teken Sport World

Benelux Gerechtshof - Cour Benelux 18 okt 2019, IEFBE 3014; (Sportsdirect tegen Nethys), http://www.ie-forum.be/artikelen/geen-verwarringsgevaar-merk-en-teken-sport-world

Benelux Gerechtshof 18 oktober 2019, IEF 18908, IEFbe 3014; C 2018/8 (Sportsdirect tegen Nethys) Merkenrecht. Nethys heeft een merk en teken ingeschreven. Sportsdirect heeft hiertegen oppositie en een administratieve procedure ingesteld tot nietigverklaring of vervallenverklaring van de merken op grond van de BVIE, omdat haar oudere merk teveel overeen zou komen. Het lukt Sportsdirect niet de inbreuken aan te tonen. Er is geen sprake van verwarringsgevaar bij het publiek.