Overig - Autre  

IEFBE 907

Schadeforfait heeft niets te maken met intellectuele luiheid van de Rechtbank noch met natte vinger-berekening

Rechtbank van Koophandel Dendermonde 24 januari 2014, IEFbe 907 (Luxafoil tegen De Kock Glasfolie)
Uitspraak ingezonden door Geert Philipsen, GSJ advocaten en Tanguy de Haan en Florence Verhoestraete, NautaDutilh. Internationale rechtsmacht Belgische rechter. Schadevergoeding reputatie middels forfait. Aangenomen wordt dat de onrechtmatige daad via het internet valt binnen het toepassingsgebied van artikel 5 sub 3 EEX-Verordening. Verweerster post anoniem berichten op diverse internetfora (www.clubvan30.nl ; www.bouwinfo.be ; www.trosradar.nl). Eiseres beroept zich op artikel 95-96 WMPC en gewaagt van slechtmaking. Rechtbank heeft vereiste internationale rechtsmacht ex 5 sub 3 EEX-Verordening. Belgische Wet Marktpraktijken van toepassing. De vraag rijst of er sprake is van afbrekende vergelijkende reclame. Zeker in concurrentiële verhoudingen tussen handelaars kunnen zich tal van situaties voordoen waar een inmenging in de expresssievrijheid via de rechter noodzakelijk en verantwoord kan zijn. Schadevergoedingsforfait €12.500,00.

Rechtbank is niet bevoegd een stakingsbevel te geven, maar slechts beperkt tot toekennen van schadevergoeding. De fout wordt bewezen geacht. Er Vooreerst mag niet uit het oog worden verloren dat de professionele reputatie een voortdurende oorzaak vormt voor aantrekking van klanten en opbouw en aangroei van cliënteel: de reputatie geldt immers als materiële component van de goodwill.
(...)
Wat de impact op de omzet (verkoopscijfers) van eiseres zou geweest zijn van de promotiecampagne zonder de gewraakte berichtgeving van de zijde van verweerster is bijgevolg moeilijk, zoniet onmogelijk te achterhalen.

Tenslotte moet de schade aan het imago en de commerciële reputatie van eiseres ook niet overdreven worden : consumenten zijn heden ten dage nogal kritisch ingesteld, zodat zij in de regel doorgaans ook weten dat berichtgeving van concurrenten, zelfs al is die weinig flatterend of ronduit grievend, met de nodige korrel zout moet genomen worden.

De voor eiseres grievende uitlatingen van verweerster zijn voorts gebeurd op internetfora (en niet in een algemeen verspreid medium, zoals de geschreven pers of de televisie) gedurende een relatief beperkte tijdsspanne.

De conclusie luidt dat de schade van eiseres al bij al meevalt, hoewel anderzijds met een aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan gesteld worden dat er toch een minimale schade kan verondersteld worden in hoofde van eiseres (o.a. door het gegeven dat de zoekfuncties op het Internet op de naam van het door eiseres aangeboden product een connectie of link voorzagen naar de litigieuze websites/internetfora).

Vermits de schade materieel niet concreet becijferbaar blijkt, kan de vergoeding voor deze schade enkel begroot worden onder de vorm van een forfait en dus billijkheidshalve : dit heeft niets te maken met intellectuele luiheid van de Rechtbank noch met een arbitraire “natte vinger”-berekening, doch met een aantal onoverkomelijke praktische bezwaren waarmee de Rechtbank zich geconfronteerd ziet.

Overigens maakt eiseres zelf gewag van een forfaitair schadebedrag.
(...)
Bijgevolg bestaat er, daargelaten de vraag naar het gebeurlijke bedrijfseigen en/of concurrentiegevoelig karakter van de beoogde informatie, geen enkele reden of noodzaak om aan eiseres het bevel op te leggen bepaalde - door verweerster nader geviseerde - (wetenschappelijke test)rapporten voor te leggen.
IEFBE 886

Les droits d’auteur sur le logo de la Radio Jodoigne ont été implicitement cédés

Cour d'appel de Bruxelles 27 septembre 2013, IEFbe 886 (X contre Radio Centre Jodoigne)
Droit d'auteur. X, graphiste de profession, accepte d'établir des projets de logos pour Passion FM (un programme de radio locale). X était membre ainsi que trésorière du Radio Jodoigne. X démissionne de ses fonctions de trésorière et fait enregistrer le logo à l’OBPI. X soutient qu'elle n'a pas cédé ses droits d'auteur à l'association. X a commandé, pour le compte de Radio Jodoigne, des porte-clefs et des tapis de souris avec une reproduction dudit logo. Il résulte de ces éléments que X a implicitement cédé ses droits d'auteur sur le logo. La cour dit l'appel recevable et mais non fondé.

7 (...) Il résulte des courriers électroniques adressés par X à Radio Jodoigne qu'elle a accepté la mission de créer le logo de la radio et qu'une fois le logo établi, elle l'a mis à disposition de l'association en septembre 2010.
Cette transmission du logo faite à Radio Jodoigne sans aucune réserve impliquait nécessairement l'autorisation donnée à cette dernière de l'utiliser selon sa destination.
Cette autorisation donnée par X est d'ailleurs confirme par le fait qu'elle a elle-même commandé, pour le compte de Radio Jodoigne, des porte-clefs et des tapis de souris avec une reproduction dudit logo.
(...) Il résulte de ces éléments que X a cédé implicitement mais de manière certaine, à Radio Jodoigne ses droit d'auteur sur le logo.

10. X affirme que le logo serait utilisé pour des manifestation étrangères à l'activité de Radio Jodoigne. Il n'est toutefois pas établi que cette dernière aurait fait un usage du logo non conforme à sa destination.
IEFBE 873

Parallel ingevoerde geneesmiddelen op lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (België) 24 april 2014, IEFbe 873 (Amlodipine EG, Tambocor, Lisinopril EG, Pantomed, Omeprazole Mylan en Omeprazole EG)
Uitspraken ingezonden door Charlotte Weyne, Hoyng Monegier. Life sciences. Parallel ingevoerde geneesmiddelen. PI Pharma beschikt over vergunningen voor parallelinvoer voor verschillende geneesmiddelen, waaronder Amlodipine EG. Zij dient hiertoe een terugbetalingsvoorstel in bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). De zaken betreffen de weigering van het RIZIV tot terugbetaling van parallel ingevoerde geneesmiddelen met verpakkingsgroottes die afwijken van deze van de referentiespecialiteit. Het verschil in verpakkingsgrootte zou mogelijk tot verwarring kunnen leiden bij de patiënt. PI Pharma werd in het gelijk gesteld door de Raad van State, en de besluiten van het RIZIV tot weigering van opname op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten werden vernietigd.

Beoordeling [red. in alle genoemde zaken is voor de verschillende betrokken geneesmiddelen op dezelfde wijze geoordeeld]
De bestreden beslissing is in essentie gemotiveerd door de overweging dat niet voldaan is aan het criterium betreffende het belang van de specialiteit in de medische praktijk, omdat het verschil in verpakkingsgrootte en een mogelijk verschil in verpakking, voornamelijk bij de patiënt, tot verwarring kan leiden en omdat de beperkte besparing - het beperkt prijsverschil tegenover de referentiespecialiteit - niet opweegt tegen de mogelijke nadelen die bij de beoordeling van dat criterium werden vastgesteld.

Uit artikel 4 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 volgt dat de verpakkingsgrootte weliswaar in de beoordeling kan worden betrokken, maar ook dat die beoordeling verband dient te houden met de beoogde therapie. Te dezen wordt niet aannemelijk gemaakt dat het therapeutische aspect bij de evaluatie van het derde criterium werd betrokken.

Een "kans" op verwarring, die het gevolg is van onder meer een "mogelijk" verschil in verpakking, kan, bij gebrek aan gegevens die de gehanteerde stelling onderbouwen, niet beschouwd worden als een objectief en verifieerbaar gegeven dat tot een weigering aanleiding kan geven.

De schending van deze bepaling ondersteunt het uitgangspunt van het derde middel dat de motieven waarop de bestreden beslissing steunt, rechtens niet relevant zijn.
IEFBE 869

Display met 5 verdiepingen schappen is zuiver functioneel

Rechtbank van Koophandel Gent 27 maart 2014, IEFbe 869 (Digipack tegen Promeco)
Uitspraak ingezonden door Véronique Pede en Pieter Callens, Eubelius. Contractrecht. Promeco zet marketingprogramma's, zoals spaaracties voor detailhandel, op. Voor een display bestemd voor warenhuis Carrefour France/Guy Laroche diende Digipack de praktische haalbaarheid te onderzoeken. Na tweemaal offerte en prototype voor display, is op zoek gegaan naar mogelijk andere partners. Digipack beschuldigt Promeco onterecht van contractbreuk en inbreuk op het model/ontwerp van prototype. De originaliteit wordt niet gemotiveerd, eiseres onderneemt geen enkele poging om aan te tonen wat de in het oog springende karakteristieken die innovatief zouden zijn. De beschrijving van het display 'dat rechthoekig is en die beschikt over 5 verdiepingen schappen' is een zuiver functioneel kenmerk.

De beschrijving van een meubel of display 'dat rechthoekig is en die beschikt over 5 verdiepingen schappen', is de aanduiding van een zuiver functioneel kenmerk - vele meubels beschikken over meerdere niveaus van schappen, terwijl de meeste meubels rechthoekig gevormd zijn, zodat dergelijke karakteristieken niet bepaald getuigen van enige creatieve inbreng (...)
De specifieke kennis die het ontwerpen van een kast in Reboard materiaal zou vereisen, waarbij volgens eiseres verschillende factoren in rekening moeten worden gebruik, en met name verwezen wordt naar de indeling (schabben en tussenstukken), de kleur, de labeling, en de materiaalkeuze, zijn gerelateerd aan de vakkundige uitvoering van het ontwerp, en niet aan de creatie van de vormgeving.
IEFBE 863

Importation parallèle et l'autorisation de mise sur le marché dans l’État d’exportation

Conclusion de l'AG CJUE 22 mai 2014, IEFbe 863; affaire C-108/13 (Mac) - dossier
Libre circulation des marchandises – Restrictions quantitatives – Mesures d’effet équivalent – Produits phytosanitaires – Autorisation de mise sur le marché – Importation parallèle – Exigence, dans l’État d’exportation, d’une autorisation de mise sur le marché délivrée conformément à la directive 91/414/CEE.

Demande de décision préjudicielle - Conseil d'État (France) - Interprétation des art. 34 et 36 TFUE ainsi que de la directive 91/414/CEE du Conseil, du 15 juillet 1991, concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques - Autorisation de mise sur le marché de produits phytopharmaceutiques - Importation parallèle - Admissibilité d'une législation nationale soumettant la délivrance d'une autorisation de mise sur le marché à titre d'importation parallèle d'un tel produit à la condition que celui-ci dispose, dans l'Etat d'exportation, d'une autorisation de mise sur le marché délivrée conformément à la directive 91/414/CEE. Conclusions de l'AG:

Les articles 34 TFUE et 36 TFUE s’opposent à la réglementation d’un État membre qui soumet la délivrance d’une autorisation de mise sur le marché à titre d’importation parallèle à un produit phytopharmaceutique réimporté dans ledit État membre après avoir été importé parallèlement dans un autre État membre à la condition qu’il bénéficie, dans l’État d’exportation, d’une autorisation de mise sur le marché délivrée conformément aux dispositions de la directive 91/414/CEE du Conseil, du 15 juillet 1991, concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques.
IEFBE 846

The Trade Secrets Directive - the new council proposal

Wouter Pors, The Trade Secrets Directive - the new council proposal, IEF 13895.
Bijdrage ingezonden door Wouter Pors, Bird & Bird. Een update sinds IEF 13607. The law on trade secrets varies widely even among EU Member States. For instance, in The Netherlands it has always been a part of the general law on tort and to a limited extent of employment law, whereas Sweden has a specific law on trade secrets. Although the WTO Agreement on the Trade Related Intellectual Property Rights (TRIPs) has proclaimed in Article 1(2) and Article 39 that trade secrets are intellectual property rights, that does not mean that they are always well-protected throughout the world. [draft 19 May; changes nov 2013- may 2014]
Lees verder

IEFBE 843

Herverpakking en hermerking objectief noodzakelijk om effectieve toegang te verkrijgen

Hof van Beroep Brussel 18 maart 2014, IEFbe 843 (PI Pharma tegen MSD)
Merkinbreuk. Parallelimport. Markttoegang. MSD is een Amerikaanse farmaceutische onderneming en had in België het exclusieve recht tot de commercialisatie van producten op basis van losartan (verlaagt de bloeddruk en wordt voorgeschreven bij hypertensie en chronisch hartfalen). De beschermingsduur is in de gehele Europese Unie verstreken. MSD is titularis van onder meer het Benelux woordmerk 'Cozaar' en 'Lortaan'. PI Pharma is een Belgische onderneming die actief is op het gebied van parallelinvoer van geneesmiddelen. In 2011 kreeg zij een vergunning voor parallelinvoer vanuit Italië. PI Pharma herverpakt het geneesmiddel in een nieuwe buitenverpakking (van 28 naar 98 tabletten) waarbij het merk Lortaan wordt vervangen door Cozaar. MSD is van oordeel dat deze herverpakking een inbreuk vormt op haar merkrechten. Het hof besluit dat de herverpakking (een nieuwe buitenverpakking van 98 tabletten) alsmede de hermerking (Cozaar) obectief noodzakelijk is om effectieve toegang te bekomen tot de Belgische markt. Verzet hiertegen is onrechtmatig, het hoger beroep is dan ook gegrond.

19. (...) Deze overweging geldt a fortiori in onderhavig geding, aangezien het formaat van de lidstaat van uitvoer (of de veelvouden ervan) zelfs niet wordt verhandeld in de lidstaat van invoer. In de lidstaat van invoer (België) gebruikt de merkhouder (MSD) voor het geneesmiddel losartan 100 mg slechts één verpakkingsformaat, met name het formaat van 98 tabletten. Een verzet van MSD tegen de verhandeling door PI Pharma van het verpakkingsformaat van 98 tabletten en dus van een ander verpakkingsformaat dan dat van 28, 56, 84 of 280 tabletten - waarvoor in België geen markt bestaat zodat er met deze formaten zelfs geen sprake kan zijn van een afzetting op een beperkt gedeelte van de markt als bedoeld door het Hof - impliceert dan ook een afscherming van de markten. Dit verschil in verpakkingsformaat maakt dat er een objectieve noodzaak bestaat tot de ompakking naar een formaat van 98 tabletten. Het verzet van MSD als merkhouder tegen dergelijke ompakking belemmert de effectieve toegang van het uit Italië ingevoerde product tot de Belgische markt zodat dit verzet onrechtmatig is. De ompakking naar het formaat van 98 tabletten is voor PI Pharma objectief noodzakelijk om toegang tot de Belgische markt te bekomen. Dergelijke ompakking is dan ook niet uitsluitend ingegeven door het streven naar een commercieel voordeel door PI Pharma. De ompakking naar het formaat van 98 tabletten wordt door PI Pharma gerealiseerd door een nieuwe buitenverpakking.

(...) Het hof besluit zodoende dat de herverpakking door een nieuwe buitenverpakking van 98 tabletten objectief noodzakelijk is om effectieve toegang te bekomen tot de Belgische markt.

21. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat een dergelijke vervanging objectief noodzakelijk moet zijn, wil de merkhouder zich er niet tegen kunnen verzetten. De nationale rechter moet derhalve onderzoeken of de omstandigheden ten tijde van de verkoop de vervanging van het oorspronkelijke merk door dat van de lidstaat van invoer objectief noodzakelijk maakten voor de parallelimporteur om het product in die lidstaat op de markt te kunnen brengen. Aan deze noodzakelijkheidsvoorwaarde is voldaan, indien in een bepaald geval het verbod aan de importeur om het merk te vervangen, de effectieve toegang tot de mark belemmert. Dit is het geval wanneer wettelijke bepalingen of praktijken in de lidstaat van invoer de verkoop van dit product op de markt van die lidstaat onder het merk dat het in de lidstaat van uitvoer draagt, beletten. Hetzelfde geldt voor een voorschrift van consumentenbescherming, waarbij het gebruik in de lidstaat van invoer van het in de lidstaat van uitvoer gebruikte merk wordt verboden, omdat dit bij de consument tot verwarring zou kunnen leiden (arrest Upjohn, punten 42 en 43).

24. (...) De vraag rijst hoe PI Pharma dan reclame kan maken voor het parallel ingevoerd geneesmiddel indien dit een naam heeft die verschillend is van de naam van het gekende referentiegeneesmiddel. In dergelijk geval is een herinneringsreclame niet mogelijk of minstens weinig zinvol, want de benaming is niet gekend op de Belgische markt. Aangezien PI Pharma als parallelimporteur enkel maar herinneringsreclame mag maken, wordt zij belet enige promotie te voeren voor het door haar parallel ingevoerde geneesmiddel met vreemde benaming. Deze wettelijke regeling inzake reclame voor parallel ingevoerde geneesmiddelen belet dan ook de daadwerkelijke promotie en marketing door PI Pharma van het geneesmiddel onder het merk van de lidstaat van uitvoer zodat het verbod om het merk te vervangen de effectieve toegang tot de markt belemmert. Het hof besluit dan ook dat in onderhavig geval de hermerking zoals doorgevoerd door PI Pharma objectief noodzakelijk is om effectieve toegang te krijgen tot de Belgische markt.

25. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat het hof van oordeel is dat zowel de herverpakking (nieuwe buitenverpakking van 98 tabletten) als de hermerking objectief noodzakelijk zijn.

IEFBE 842

Inbreuk door gebruik woordmerken MonoFib en Monoflex op website

Rechtbank van Koophandel Antwerpen 21 maart 2014, IEFbe 842 (AV Medical tegen IMP en USB Medical)
Merkinbreuk. Schadevergoeding. AV Medical ontwikkelde bepaalde medische producten waaronder een herbruikbare kleefelektrode die gebruikt wordt bij open hartchirurgie, 'MonoFib' (0760507) en 'Monoflex' (0778475). Voor fabricatie werd contact gezocht met X (IMP), waarna USB Medical is opgericht. De samenwerking is gestrand en AV Medical is middels een uitsluitingsprodedure uitgesloten als vennoot van USBM. AV Medical stelt dat IMP en USBM inbreuk maken op haar merkrechten doordat zij het gebruik van haar merken door USBM sinds januari 2011 niet meer gedoogd. USBM voert verweer en vordert schadevergoeding. De rechter oordeelt dat de gevraagde stakingsmaatregel gegrond is. USBM heeft op haar website gebruik gemaakt van beide merknamen, terwijl zij kennis had van het feit dat AV Medical het gebruik niet meer zou gedogen. Het feit dat dit om een vergetelheid zou gaan doet hieraan geen afbreuk. De overige vorderingen (alsmede de tegenvorderingen) worden afgewezen.

Leestips: r.o. 4.1, 5.1, 5.2.

IEFBE 837

Gerechtsdeskundige beslag inzake namaak wordt vervangen

Hof van Beroep Brussel 6 mei 2014, IEFbe 837 (Forax tegen DCC)
Uitspraak ingezonden door Carina Gommers en Carl De Meyer, Hoyng Monegier. Beslag inzake namaak. Vervanging deskundige. Vergelijk met zaken in Nederland. Appellanten verzoeken gerechtsdeskundigen te ontslaan van zijn opdracht en te laten vervangen (979 par 1 Ger.W). Redengevend: De omstandigheid dat de deskundige aan DCC raad heeft gegeven een privé-detective in te schakelen en een "tracking device" op het voertuig van appellanten zijn aangetroffen, aangebracht door een privé-detective. De vervangende deskundige moet alle bestanden, materiaal en documenten in handen van de bestaande gerechtsdeskundige als sekwester kunnen raadplegen en aanwenden.

Het hof oordeelt dat de gerechtsdeskundige, door het verstrekken aan de verzoeker van een beslag inzake namaak van de gegevens van een privé-detective waarop deze indien gewenst een beroep kon doen in het kader van het beslag, zijn opdracht zoals geformuleerd bij de beschikking van datum 29 mei 2012 te buiten is gegaan en daarenboven zijn wettelijke plicht om de wettige belangen van de beweerde inbreukmaker en/of van de houder van de beschreven voorwerpen te vrijwaren, heeft geschonden.
Er staat niets aan in de web dat de gerechtsdeskundige een verzoeker van een beslag inzake namaak zou wijzen op het belang dat de beslagenen of houders van de te beschreven voorwerpen, aanwezig zouden zijn op het ogenblik van het beslag inzake namaak. De gerechtsdeskundige had zich daar in casu echter toe moeten beperken.
De beschikking d.d. 29 mei 2012 heeft immers geen machtiging verleend om eht doen en laten van de beslagenen of houders van de te beschrijven voorwerpen te volgen.
(...)
Door de gegevens van een privé-detective te verstrekken, heeft de gerechtsdeskundige de indruk gewekt dat het iemand betrof met wie hij samenwerking, die zijn vertrouwen geniet en die volgens hem in het kader van het beslag inzake namaak waartoe de beschikking d.d. 29 mei 2012 machtiging had verleend, kon ingeschakeld worden.
IEFBE 715

Le dépôt de la requête en saisie-description était gravement fautif

Cour d'appel de Bruxelles 15 septembre 2011, IEFbe 715 (Adobe Systems Inc c.s. contre Atelier 50 Urbanisme Environnement Communication RPM)
Décision envoyée par Claude Katz, Katz-law. Arrêt definitif. Réformation. Propriété intellectuelle. Saisie-description. Dommages et intérêts en cas de rétraction.

12. Il résulte des constatations faites par la our dans son arrêt du 31 mars 2011 que le dépôt de la requête en saisie-description était gravement fautif, dans la mesure où Adobe et consorts ne disposaient d'aucun indice de la contracfaçaon alléguée et que les éléments présentés au président du tribunal, outre qu'ils n'avaient aucune force probante, eu égard à leur caractère unilatéral, on été réunis de manière déloyale.

Adobe et consorts ainsi trompé le président du tribunal afin d'obtenir un mesure particulièrement lourde et dommageable pour la poursuite des activités professionnelles d'Atelier 50 puisque, outre la description proprement dite, l'expert a été autorisé à se constituer gardien des object argués de contrefaçon ainsi que de tour support de ces object (disquettes, ordinateurs) et de toutes factures, tous registres et autres documents utiles, et à les mettre sous scellés.

Dispositif
La Cour condamne Adobe et consorts à payer à Atelier 50, la somme de €6.549,69 à titre de dommage et intérêts.