Vragen aan HvJEU over gelijkstelling ABC-certificaat met handelsvergunning geneesmiddel
Prejudicieel gestelde vragen aan HvJEU 18 juli 2017, IEF 17226; IEFbe 2394; LS&R 1527; C-527/17 (Paclitaxel). Octrooirecht. Beschermingscertificaat. Geneesmiddel. Via MinBuZa: Verzoekster (LN) is houdster van het op 26.01.1994 aangevraagde (op 27.10.2010 verleende) Europese octrooi EP 0 681 475 B1 dat inmiddels door tijdsverloop is vervallen. Het octrooi omvat het gebruik van geneesmiddelen ter vermindering van restenose na een angioplastiek, een behandeling voor de verwijding van vaatvernauwingen. Daarna kan een hernieuwde vernauwing van de vaatwand ontstaan, restenose genoemd. Conclusie 8 van het basisoctrooi luidt: “Gebruik van taxol voor de productie van een geneesmiddel ter handhaving van een verwijd vaatoppervlak”. In het bijzonder werd ontdekt dat taxol voor dit doel geschikt is, een uit de kankertherapie bekende werkzame stof met de algemene internationale benaming Paclitaxel, die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) met gelding in de Europese Unie als geneesmiddel voor de behandeling van kanker werd toegelaten. Op 21.01.2003 werd aan verzoekster door de Technische Überwachungsverein (TÜV) Rheinland een EG-certificaat voor het medisch hulpmiddel TAXUS™ Express2 Paclitaxel-Eluting Coronary Stent System afgegeven. In het kader van de EG-certificeringsprocedure werd het geneesmiddelbestanddeel Paclitaxel van het medisch hulpmiddel door de Nederlandse geneesmiddelenautoriteit Medicines Evaluation Board in the Netherlands (CBG-MEB) overeenkomstig richtlijn 93/42 gecontroleerd. Op 29.03.2011 verzocht verzoekster bij het Duitse octrooi- en merkenbureau (hierna: DPMA) om afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat op grond van het Duitse deel van het Europese octrooi en baseerde zich daarbij ten aanzien van de vereiste vergunning voor het als geneesmiddel in de handel brengen op een EG-certificaat uit het jaar 2007. Bij besluit van 19.02.2016 heeft DPMA het verzoek afgewezen en aangevoerd dat het product zoals omschreven in het verzoek niet beschikte over een vergunning als geneesmiddel in de zin van de ABC-verordening. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld, waarmee zij vasthoudt aan haar verzoek tot afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor het product Paclitaxel en onder vermelding van het door TÜV Rheinland aan haar afgegeven EG-certificaat van 21.01.2003.
Jugement envoyée par Frédéric Lejeune.
La marque française GRANDS MYSTÈRES DE L'HISTOIRE ne jouit d'aucune protection en Belgique
Tribunal de commerce francophone de Bruxelles 26 juin 2017, IEFbe 2393 (GRANDS MYSTÈRES DE L'HISTOIRE) Les défendeurs ont soulevé l'incompétence du juge des cessations belge en invoquant le fait qu'ils sont domiciliés en France et que la marque du demandeur a été déposée et enregistrée en France et ne jouit d'aucune protection en Belgique. Sauf à considérer que la simple adjonction de l'épithète 'grands' à 'mystères de l'histoire' constituerait un apport et un travail créatif et original reflétant la personnalité du demandeur, le titre <<Les grans mystères de l'histoire>> n'est en rien original; il est au contraire d'une grande banalité, et le demandeur ne prouve en rien son apport créatif, sa touche personnelle.
'Voetbalglas' wijkt niet wezenlijk af van wat gebruikelijk is
Gerecht EU 26 oktober 2017, IEF 17215; IEFbe 2392; ECLI:EU:T:2017:754; T‑857/16 (Erdinger Weißbräu Franz Brombach) Merkaanvraag voor de vorm van een groot glas werd afgewezen door de Kamer van Beroep. Het ontwerp van het glas is niet zo ongewoon of fantasierijk is dat op het eerste zicht de herkomst duidelijk is. Deze vorm wijkt niet wezenlijk af van de norm en wat gebruikelijk is in de branche. Het bovenste deel lijkt ietwat op een voetbal, maar is niet meer dan een versiering. De klacht wordt afgewezen.
Gerecht EU over normaal gebruik en distinctief karakter van een 3D-vormmerk voor biscuitverpakking
Gerecht 23 oktober 2017, IEF 17213; IEFbe 2391; ECLI:EU:T:2017:745 (Galletas Gullón). Merkenrecht. Vormmerk. In 2003 heeft Galletas Gullón een merkaanvraag ingediend voor een drie-dimensionaal vormmerk voor 'biscuits' waarin de kleuren blauw, groen, rood, wit, geel en zwart terug te vinden zijn. In 2014 heeft verweerder bij de Cancellation Division om herroeping van het merk verzocht. Verweerder stelde dat er geen sprake was van normaal gebruik van het merk. De Cancellation Division verwierp dit beroep. In beroep bij de Board of Appeal van het EUIPO werd het vormmerk van Galletas Gullón ingetrokken. Galletas Gullón gaat in beroep bij het Gerecht, welke de beslissing van het EUIPO vernietigt. Redengevend voor het Gerecht hiertoe is dat zij vindt dat het distinctieve karakter van het merk door de jaren heen niet is gewijzigd. Daarnaast oordeelt het Gerecht dat Galletas Gullón voldoende heeft aangetoond dat er sprake is van normaal gebruik van het merk.
Conclusie AG HvJ EU: Beheerder fanpagina op sociaal netwerk is verantwoordelijk voor verwerking persoonsgegevens
Conclusie AG HvJ EU 24 oktober 2017, IT&R 2383; IEFbe2390; ECLI:EU:C:2017:796 (ULD tegen Wirtschaftsakademie). Privacy. Verwerking persoongegevens. ULD, de regionale gegevensbeschermingsautoriteit van Schleswig-Holstein, heeft de Wirtschaftsakademie, een privaatrechtelijke onderneming gespecialiseerd op het gebied van onderwijs bevolen een fanpage op Facebook te deactiveren. De Wirtschaftsakademie betwist de rechtmatigheid van dit bevel. Wirtschaftsakademie gebruikte deze fanpage om kennelijke interesses van internetgebruikers te identificeren door het observeren van hun surfgedrag. Meerdere toezichthoudende autoriteiten hebben Facebook boeten opgelegd vanwege schending van de regels inzake gegevensbescherming van haar gebruikers. Vragen met betrekking tot wie de verantwoordelijke entiteit is van de verwerking persoonsgegevens op Facebook en omtrent bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteit.
Naast pornografische tekst en beelden, een copyright notice brouwerijhaacht.be doet sterk kwader trouw vermoeden
CEPINA 19 oktober 2017, case no. 44435 (brouwerijhaacht.be) Brouwerijhaacht.be is op 27 maart 2017 geregistreerd door Gelske Jongerden. Brouwerij Haacht is de op drie na grootste (en bekende) bierbrouwerij in België en actief sinds 1975 en houdster van woordmerk HAACHT. "This website contains texts and images of an explicit pornographic nature. Besides the pornographic texts and images, the sole text on the website is merely a copyright notice “© brouwerijhaacht.be” at the bottom." Licensee did not submit a response. Non-response is indeed indicative of a lack of interests inconsistent with an attitude of ownership and a belief in the lawfulness of one’s own rights. It is appropriate for the Third-Party Decider to infer a prima facie-case of bad-faith registration. Having a pornographic website related to the Domain Name can tarnish the distinctiveness and reputation of the Complainant's rights and business generally.
Uitspraak ingezonden door Charles Gielen, NautaDutilh.
Louboutin-zoolmerkzaak terugverwezen voor behandeling door grote rechtsprekende formatie
Beschikking van het HvJ EU 12 oktober 2017, IEF 17209; IEFbe 2388; ECLI:EU:C:2017:765; C-163/16 (Louboutin tegen Van Haren) Zie eerder Conclusie AG IEF 16890. Heropening van de mondelinge behandeling. Houden van een terechtzitting. Daar de Negende kamer van oordeel was dat de zaak principiële vragen deed rijzen over het Uniemerkenrecht, besloot zij op 13 september 2017 om de zaak terug te verwijzen naar het Hof voor een nieuwe toewijzing ervan aan een grotere rechtsprekende formatie overeenkomstig artikel 60, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof. De mondelinge behandeling en pleitzitting staat gepland op 14 november 2017.
Jurisprudentielunch merken-, modellen-, auteursrecht op 22 november 2017
Op woensdag 22 november 2017 organiseert eduLex, onderdeel van deLex, wederom een intensieve jurisprudentielunch. Tijdens deze bijeenkomst bespreken Tobias Cohen Jehoram, Charles Gielen en Joris van Manen met u de belangrijkste uitspraken op het gebied van het merken-, modellen- en auteursrecht. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In slechts drie uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen half jaar. Onder andere de volgende uitspraken worden besproken:
HvJ EU: Geen afwijzing merkinbreukvordering vanwege te kwader trouw zonder de reconventionele nietigverklaring toe te wijzen
HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17193; IEFbe 2386; ECLI:EU:C:2017:776; C-425/16 (Hansruedi Raimund tegen Michaela Aigner). Merkenrecht. Raimund is houder van het Uniewoordmerk 'Baucherlwärmer', een kruidenmengsel. Aigner stelt dat Raimund het merk in strijd met de goede zeden en te kwader trouw heeft verworven. De verwijzende OOS rechter (Oberster Gerichtshof) stelt vast dat kwade trouw bij aanvraag een absolute nietigheidsgrond is die in de inbreukprocedure alleen geldig kan worden aangevoerd wanneer verweerster op grond daarvan een reconventionele vordering instelt. De vraag rijst hoe de reconventionele vordering dient te worden behandeld. Conclusie AG: [IEF 16882].
Antwoord HvJ EU:
1) Artikel 99, lid 1, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Uniemerk moet aldus worden uitgelegd dat de krachtens artikel 96, onder a), van deze verordening bij een rechtbank voor het Uniemerk ingestelde vordering wegens inbreuk niet kan worden afgewezen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zonder dat deze rechtbank de reconventionele vordering tot nietigverklaring, die de gedaagde op deze vordering wegens inbreuk heeft ingesteld op basis van artikel 100, lid 1, van deze verordening, en die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, heeft toegewezen.
2) De bepalingen van verordening nr. 207/2009 moeten aldus worden uitgelegd dat zij er niet aan in de weg staan dat de rechtbank voor het Uniemerk de vordering wegens inbreuk, in de zin van artikel 96, onder a), van deze verordening, kan afwijzen op basis van een absolute nietigheidsgrond, zoals de in artikel 52, lid 1, onder b), van deze verordening bepaalde grond, zelfs al is de beslissing op de krachtens artikel 100, lid 1, van deze verordening ingestelde reconventionele vordering tot nietigverklaring, die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, niet definitief geworden.
Conclusie AG: Bescherming gemeenschapsmodel centreerpennen uitgesloten als uiterlijke kenmerken zijn gekozen met het oog op technische functie
Conclusie AG HvJ EU 19 oktober 2017, IEF 17192; IEFbe 2385; ECLI:EU:C:2017:779; C-395/16 (Doceram tegen CeramTec). Modellenrecht. Docecream is houdster van diverse gemeenschapsmodellen die centreerpennen beschermen in drie verschillende geometrische vormen. Docecream stelt nietigverklaring van de soortgelijke modellen van Ceramtec omdat de bekendgemaakte uiterlijke kenmerken van de producten uitsluitend door de technische functie worden bepaald. Relevant is of er sprake is van technische bepaaldheid die bescherming in de zin van artikel 8.1 van Vo. 6/2002 uitsluit wanneer de (technische) functionaliteit de enige factor is die het design bepaalt. De Duitse rechter vraagt zich af of de bescherming zich al dan niet dient uit te strekken tot onderdelen die onzichtbaar zijn wanneer eenmaal op hun plaats zijn aangebracht.
Conclusie AG:
1) Artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen moet aldus worden uitgelegd dat de door genoemde verordening geboden bescherming is uitgesloten indien de uiterlijke kenmerken van het aan de orde zijnde voortbrengsel uitsluitend zijn gekozen met het doel dat dat voortbrengsel kan voldoen aan een gegeven technische functie, dus zonder enige creatieve bijdrage van de ontwerper ervan; het feit dat er mogelijk andere vormen bestaan waarmee hetzelfde technische resultaat kan worden bereikt, is dienaangaande op zichzelf niet beslissend.
2) Teneinde te bepalen of de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel zijn gekozen op grond van overwegingen die uitsluitend verband houden met de technische functie van een voortbrengsel, in de zin van genoemd artikel 8, lid 1, moet de aangezochte rechter een objectief oordeel vellen, door gebruik te maken van zijn eigen beoordelingsbevoegdheid, rekening houdend met alle relevante omstandigheden van het concrete geval.