Op 18 december 2025 is op 92-jarige leeftijd overleden Prof. Mr. Herman Cohen Jehoram
Herman was van 1969 tot 1998 hoogleraar auteursrecht en recht van de industriële eigendom aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft in die jaren het auteursrecht in Nederland op de kaart gezet en vele generaties UvA-studenten in het recht van de intellectuele eigendom ingewijd.
Herman Cohen Jehoram heeft vroeg oog gehad voor de samenhang tussen het auteursrecht en het zich in de loop van de jaren ’80 ontwikkelende media- en informatierecht, die in 1986 leidde tot de oprichting van het Instituut voor Informatierecht.
Herman was gedurende vele jaren voorzitter van de Vereniging voor Auteursrecht, die onder zijn leiding tot grote bloei kwam. In 1977 richtte hij het tijdschrift Auteursrecht op, waarvan hij tot zijn emeritaat redactievoorzitter bleef.
Prejudiciële vragen gesteld over of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 2 oktober 2025, IEF 23180; IEFbe 4071; IT 5050; C-643/25 (Verbraucherzentrale Bundesverband) via MinBuza. Verweerder is Meta Platforms Ireland, beheerder van Facebook. Verzoekster is een vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties, en bekritiseert de vermelding op Facebook waar staat: ‘Facebook is en blijft gratis’. Volgens verzoekster is dit oneerlijk en misleidend, omdat de gebruiker ‘betaalt’ met het beschikbaar stellen van zijn persoonsgegevens. Het is de vraag of het betalen met persoonsgegevens valt onder de oneerlijke handelspraktijk van punt 20 van bijlage I bij richtlijn 2005/29.
GenAI-output als illegale inhoud? De implicaties van Gema v. OpenAI voor de toepassing van de DSA
Artikel door Kees Bulder (BumaStemra)
Sinds de opkomst van generatieve artificiële intelligentie (vanaf hier: genAI), is er in toenemende mate aandacht voor de positie van makers die hun bestaanszekerheid onder druk zien staan. In de schaduw van de fundamentele vraag of de genAI-modellen van AI-ontwikkelaars auteursrechtinbreuk maken, tekent zich ook een nieuwe vraag af: bestaat er in dit debat een juridische verantwoordelijkheid voor online platforms die overspoeld worden met genAI-output? Deze vraag blijkt bijzonder actueel, mede gelet op de recente uitspraak in de rechtszaak tussen Gema en OpenAI in Duitsland.[1] In essentie concludeerde de Duitse rechter dat OpenA inbreuk heeft gemaakt op Gema’s auteursrechten door zonder haar toestemming het welbekende genAI-model ChatGPT te trainen op auteursrechtelijk beschermde teksten van haar leden, onder meer gelet op de verveelvoudigingen die binnen dit genAI-model plaatsvinden en buiten de reikwijdte vallen van de auteursrechtbeperking op tekst- en datamining. Niet alleen heeft deze uitspraak mogelijk vergaande implicaties voor andere genAI-ontwikkelaars met een vergelijkbare genAI-architectuur, maar mogelijk ook voor aanbieders van online platforms waar miljoenen gebruikers genAI-output delen en verspreiden.
Gerecht EU: kans op verwarringsgevaar tussen "VAL --- ACRYL" en "Malacryl"
Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23178; IEFbe 4070; ECLI:EU:T:2025:1097 (Cin Valentine tegen EUIPO, DAW SE). Cin Valentine vordert in dit merkenrechtelijke geschil de vernietiging van een beslissing van de Kamer van Beroep van het EUIPO. Het gaat om een aanvraag voor het woordmerk “VAL --- ACRYL” voor waren in klasse 2 (verf). DAW SE had oppositie ingesteld op basis van haar oudere merk “Malacryl”, eveneens ingeschreven voor klasse 2. De Kamer van Beroep oordeelde dat er sprake is van verwarringsgevaar en wees de aanvraag af.
CEFA/EFFAS vs CFA: Gerecht bevestigt verwarringsgevaar en wijst beroep af
Gerecht EU 26 november 2025; IEF 23171; IEFbe 4069; ECLI:EU:T:2025:1067 (EFFAS tegen EUIPO en CFA). EFFAS vroeg een EU-beeldmerk aan met de woorden “CEFA EFFAS Certified European Financial Analyst” voor (o.a.) educatieve/publicatieproducten en opleidings- en examendiensten in klassen 9, 16 en 41. Het CFA Institute maakte oppositie op basis van het oudere EU-woordmerk “CFA” (met name voor klassen 16, 41 en 42). De Oppositieafdeling wees de aanvraag al deels af op grond van artikel 8(1)(b) EUTMR (verwarringsgevaar). In beroep oordeelde de Kamer van Beroep vervolgens dat er verwarringsgevaar bestaat, ten minste in Duitsland, voor vrijwel alle aangevraagde waren en diensten, behalve voor “stationery; writing instruments; writing materials” (klasse 16). EFFAS stapte daarna naar het Gerecht om die beslissing (voor het afgewezen deel) onderuit te halen.
Hof van Justitie laat hoger beroep May OOO niet toe
Gerecht EU 11 november 2025, IEF 23169; IEFbe 4068; ECLI:EU:C:2025:869 (MAY OOO tegen Schweppes, EUIPO). Met dit hoger beroep verzoekt MAY OOO om vernietiging van een arrest van het Gerecht [IEF 22567]. In die beslissing van het Gerecht werd een verzoek tot nietigverklaring van MAY OOO over de "MAY TEA" merken van Schweppes afgewezen. Volgens MAY OOO heeft het Gerecht onterecht geoordeeld dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. May OOO verzoekt nu het Hof van Justitie derhalve om verduidelijking van de criteria voor de beoordeling van het verwarringsgevaar tussen twee merken die conceptueel identiek zijn maar visueel verschillen wegens het gebruik van verschillende alfabetten.
De Commissie start een consultatie over protocollen voor het voorbehouden van rechten op tekst- en datamining onder de AI-wet en de GPAI-gedragscode
This is to inform you that the Commission has launched a stakeholder consultation to support the implementation of the AI Act’s obligation for providers of general-purpose AI models to identify and comply with reservation of rights expressed by rightsholders. The consultation is open until 9 January 2026 and you can find more information together with the link to the consultation here.
Besides, the Commission is also collecting feedback on the rules to set for the establishment and operation of AI regulatory sandboxes as mandated by the AI Act. The public consultation is open until 6 January 2026 and you can find more information together with the link to the consultation here.
Gerecht: bewijs normaal gebruik merk ‘my own’ voldoende
Gerecht EU 12 november 2025, IEF 23154; IEFbe 4063; ECLI:EU:T:2025:1019 (Centex SpA tegen EUIPO en Adler Modemärkte GmbH). Centex SpA diende in 2022 een aanvraag in voor het EU-beeldmerk OWN voor kleding (klasse 25). Adler Modemärkte stelde oppositie in op basis van het oudere Duitse woordmerk my own, eveneens voor kleding. De Oppositiedivisie wees de oppositie aanvankelijk af omdat normaal gebruik van het oudere merk niet zou zijn aangetoond. In hoger beroep oordeelde de Kamer van Beroep echter dat wél voldoende bewijs bestond voor gebruik van my own voor “outerwear for women” in klasse 25 en verwees de zaak terug naar de Oppositiedivisie voor verdere inhoudelijke beoordeling van de oppositie. Centex vocht die beslissing aan bij het Gerecht, met name omdat de Kamer van Beroep nieuw bewijs (extra website-screenshots) had toegelaten en volgens Centex het gebruik nog steeds niet genoeg was onderbouwd.
Verwarringsgevaar tussen SILOG en Si Log International bevestigd
Gerecht EU 26 november 2025, IEF 23152; IEFbe 4062; ECLI:EU:T:2025:1070 (SiLog GmbH tegen EUIPO en Silog SAS). Het Gerecht van de EU laat de nietigverklaring in stand van het Uniewoord-/beeldmerk Si Log International voor “transport of goods” (klasse 39), op verzoek van de Franse houder van het oudere woordmerk SILOG voor onder meer “leasing of utility vehicles” (klasse 36). De Kamer van Beroep had geoordeeld dat er ten minste een lage mate van overeenstemming is tussen de diensten (beide gericht op het vervoeren van goederen: ófwel via een eigen geleasede bestel- of vrachtwagen, óf via een vervoerder), dat ze zich tot hetzelfde professionele publiek in Frankrijk richten en elkaar functioneel kunnen vervangen. Dat die diensten in verschillende klassen zijn ingedeeld en contractueel iets anders zijn ingericht (huur van een voertuig vs. transportdienst) doet daar volgens het Gerecht niet aan af. Visueel zijn SILOG en het dominante element Si Log gemiddeld overeenstemmend (zelfde letters in dezelfde volgorde, slechts een spatie en wat grafische elementen erbij), fonetisch zelfs identiek of sterk overeenstemmend; begripsmatig blijft de vergelijking neutraal, omdat “silog” en “si log” in het Frans geen vaste betekenis hebben. Het element “international” en de sterren/kleuren in het beeldmerk worden gezien als bijkomstig en weinig onderscheidend. Het oudere merk SILOG heeft normale onderscheidingskracht. In samenhang leidt dat, ondanks een hoog aandachtsniveau van professionele afnemers, tot een reëel likelihood of confusion in Frankrijk in de zin van art. 8 lid 1 onder b UMVo, zodat de nietigverklaring op grond van art. 60 lid 1 onder a UMVo in stand blijft.
Nieuw art. 8a Databankenwet: databankrecht geldt niet voor gegevens uit verbonden producten
Gegevens die worden verkregen uit of gegenereerd door een verbonden product of een gerelateerde dienst vallen sinds 21 november 2025 niet meer onder het sui generis databankrecht van de Databankenwet.
Het nieuwe artikel 8a Databankenwet luidt:
“Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is niet van toepassing wanneer gegevens worden verkregen uit of gegenereerd door een verbonden product of gerelateerde dienst als bedoeld in artikel 43 van Verordening (EU) 2023/2854 (...).”
Dat blijkt uit de Uitvoeringswet dataverordening van 29 oktober 2025, ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/2854 (Dataverordening) van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data.





















