IEFBE 4129
12 maart 2026
Artikel

Overzicht UPC-uitspraken

 
IEFBE 4128
12 maart 2026
Uitspraak

MOSTOSTAL: intragroepgebruik en handelsnaamgebruik geen normaal merkgebruik

 
IEFBE 4127
12 maart 2026
Uitspraak

EFTA Court: Noorwegen schendt EER-verplichtingen door NIS-uitvoeringsverordening niet te implementeren

 
IEFBE 4129

Overzicht UPC-uitspraken

6 maart t/m 11 maart 2026

11 maart 2026

UPC-COA-0000934/2025
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Appeal RoP 220.1
Partijen: A. Menarini Diagnostics S.r.l., Berlin-Chemie AG, A. Menarini Diagnostics Frankreich SASU tegen F. Hoffmann-La Roche AG, Roche Diabetes Care GmbH
Waar gaat het over: een appelprocedure bij het Court of Appeal in Luxemburg tussen Menarini en Roche over een octrooigeschil op het terrein van diagnostische technologie.

10 maart 2026

UPC-COA-0000037/2026
Court: Court of Appeal, Luxembourg
Type of action: Request for a discretionary review (RoP 220.3)
Partijen: Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.
Waar gaat het over: een verzoek om discretionary review in een geschil tussen Angelalign en Align Technology, gekoppeld aan een lopende octrooiprocedure.

IEFBE 4128

MOSTOSTAL: intragroepgebruik en handelsnaamgebruik geen normaal merkgebruik

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4128; ECLI:EU:T:2026:184 (Mostostal S.A. tegen Mostostal Siedlce sp. z o.o. en EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/mostostal-intragroepgebruik-en-handelsnaamgebruik-geen-normaal-merkgebruik

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23342; IEFbe 4128; ECLI:EU:T:2026:184 (Mostostal S.A. tegen Mostostal Siedlce sp. z o.o. en EUIPO). Mostostal S.A. is houder van het Uniewoordmerk MOSTOSTAL, dat een lange geschiedenis heeft als naoorlogs Pools collectief teken voor staal‑ en bruggenbouw en later als nationale Poolse merken binnen de Mostostal‑groep werd gebruikt en gelicentieerd. In 2007 kwamen de Poolse merken via een veiling in dezelfde groep terecht, waarna Mostostal in 2010–2011 het EU‑merk liet inschrijven voor een zeer breed pakket bouwgerelateerde goederen (klassen 6, 11, 19) en diensten (o.a. transport, management, development en holding‑activiteiten in klassen 35 en 39). Mostostal Siedlce vroeg in 2017 vervallenverklaring wegens niet‑gebruik; de Cancellation Division verklaarde het merk vervallen voor alle aangevallen waren en diensten, en in beroep beperkte Mostostal zijn verweer feitelijk tot een beroep op gebruik voor een deel van de diensten in klasse 35 (business‑ en organisatiemanagement in de bouw; holding‑diensten) en op het bestaan van “proper reasons” voor niet‑gebruik. De kamer van beroep oordeelde dat het merk in de relevante periode niet naar buiten toe als merk voor die diensten was gebruikt: het bewijs bestond vooral uit historische stukken, intragroep‑facturen en -overeenkomsten, foto’s van bedrijfsnaamborden, handelsregisteruittreksels en een bekendheidsonderzoek, wat hooguit intern gebruik van een bedrijfsnaam binnen de groep aantoonde en geen daadwerkelijk marktgericht aanbod van diensten onder het teken MOSTOSTAL.

IEFBE 4127

EFTA Court: Noorwegen schendt EER-verplichtingen door NIS-uitvoeringsverordening niet te implementeren

EFTA 11 mrt 2026, IEFBE 4127; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen), https://www.ie-forum.be/artikelen/efta-court-noorwegen-schendt-eer-verplichtingen-door-nis-uitvoeringsverordening-niet-te-implementeren

EFTA Court 11 maart 2026, IT 5134; IEFbe 4127; E-20/25 (EFTA Surveillance Authority tegen Noorwegen). Het EFTA Surveillance Authority (ESA) stelde bij het EFTA Court een beroep in wegens niet-nakoming tegen Noorwegen op grond van artikel 31 van de Surveillance and Court Agreement (SCA). ESA verzocht het Hof vast te stellen dat Noorwegen zijn verplichtingen uit artikel 7 van de EER-Overeenkomst niet was nagekomen doordat het Commission Implementing Regulation (EU) 2018/151 niet tijdig in zijn nationale rechtsorde had opgenomen. Deze uitvoeringsverordening, die nadere regels bevat voor het risicobeheer en incidentmelding door digitale dienstverleners in het kader van de NIS-richtlijn (Directive (EU) 2016/1148), werd via Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 21/2023 toegevoegd aan bijlage XI van de EER-Overeenkomst. Het besluit trad op 1 augustus 2024 in werking, waarna de betrokken EFTA-staten de verplichting hadden de verordening in hun interne rechtsorde op te nemen. Omdat ESA geen kennisgeving had ontvangen van nationale implementatiemaatregelen, werd op 4 november 2024 een formele aanmaning aan Noorwegen gestuurd. Noorwegen erkende in zijn reactie dat de noodzakelijke maatregelen nog niet waren vastgesteld. Vervolgens bracht ESA op 26 maart 2025 een met redenen omkleed advies uit, waarbij Noorwegen tot 26 mei 2025 de tijd kreeg om aan zijn verplichtingen te voldoen. Noorwegen gaf aan dat de implementatiemaatregelen naar verwachting pas in de tweede helft van 2025 in werking zouden treden.  

IEFBE 4123

Gerecht bevestigt weigering van het EU-woordmerk Endo-Sleeve wegens beschrijvend karakter en gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU - Tribunal UE 11 mrt 2026, IEFBE 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-eu-woordmerk-endo-sleeve-wegens-beschrijvend-karakter-en-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23343; IEFbe 4123; ECLI:EU:T:2026:186 (Weight Doctors GmbH tegen EUIPO). Het Gerecht (Achtste kamer) heeft het beroep van Weight Doctors GmbH verworpen tegen de beslissing van de Eerste Kamer van Beroep van het EUIPO om de aanvraag voor het woordteken Endo-Sleeve gedeeltelijk te weigeren voor waren in klasse 5 (“voedingssupplementen en dieetpreparaten; voedingssupplementen”) en diensten in klasse 44 (onder meer ziekenhuisdiensten, chirurgische behandelingen, medische hulp, diensten van artsen, afslankadvies en medische diensten). Het Gerecht onderschrijft dat het relevante publiek bestaat uit het Engelstalige en Duitstalige deel van het publiek in de Unie, waaronder zowel het algemene publiek als zorgprofessionals, en dat dit publiek een verhoogd aandachtsniveau heeft. Tegen die achtergrond mocht de Kamer van Beroep aannemen dat Endo-Sleeve door dat publiek onmiddellijk en zonder verder nadenken zal worden begrepen als een afkorting van “endoscopic sleeve gastroplasty” respectievelijk “endoskopische Sleeve-Gastroplastie”, dus een endoscopische maagverkleiningsingreep. Voor toepassing van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo is niet vereist dat een teken op de datum van de aanvraag al daadwerkelijk gebruikelijk als beschrijvende aanduiding wordt gebruikt; voldoende is dat het daarvoor kan worden gebruikt. Ten overvloede stelde het Gerecht vast dat de examinator bronnen had overgelegd waaruit bleek dat “endo-sleeve” ten tijde van de aanvraag in de markt daadwerkelijk werd gebruikt als aanduiding van die behandeling, onder meer op websites van klinieken, en dat ook de aanvrager zelf erkende dat zijzelf en andere ondernemingen die term gebruikten.

IEFBE 4122

EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup

EOB werkt samen met een toonaangevende Europese AI-startup om het octrooiproces te verbeteren en de digitale soevereiniteit te versterken

·        Het EOB zet een geavanceerd optisch tekenherkenningsmodel (OCR) in dat is ontwikkeld door Mistral AI, een leider op het gebied van grensverleggende AI 

·        Dit initiatief maakt de digitale infrastructuur en operationele veerkracht van het EOB sterker, en sluit helemaal aan bij hun AI-beleid en strategisch plan voor 2028 

München, 11 maart 2026 - Het Europees Octrooibureau (EOB) heeft vandaag een belangrijke stap gezet in het gebruik van de nieuwste kunstmatige intelligentie (AI) om de kwaliteit en efficiëntie van het octrooiverleningsproces nog verder te verbeteren. De experts van het EOB en de technische teams van Mistral AI hebben samen een nieuwe oplossing bedacht met de nieuwste optische tekenherkenningstechnologie (OCR). De oplossing is inmiddels naadloos geïntegreerd in de systemen van het EOB om niet-machinaal leesbare octrooidocumenten om te zetten in gestructureerde octrooigegevens voor een betere doorzoekbaarheid en analyse ervan.  

"Deze samenwerking helpt bij de digitale transformatie van het EOB en versterkt het innovatievermogen van Europa, terwijl we ervoor zorgen dat belangrijke AI-infrastructuur onder Europese controle blijft", zei EOB-voorzitter António Campinos. "Ons gezamenlijke plan laat zien hoe Europese samenwerkingsverbanden op een verantwoorde en effectieve manier AI kunnen gebruiken om openbare diensten te verbeteren, het concurrentievermogen te vergroten en een sterk innovatie-ecosysteem te ondersteunen." 

IEFBE 4124

Verwarringsgevaar ondanks zwak gemeenschappelijk element: FLAMBIT vs. flambriks

11 mrt 2026, IEFBE 4124; ECLI:EU:T:2026:187 (Dariusz Kowalski tegen Hoyer SE en EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/verwarringsgevaar-ondanks-zwak-gemeenschappelijk-element-flambit-vs-flambriks

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23340; IEFbe 4124; ECLI:EU:T:2026:187 (Dariusz Kowalski tegen Hoyer SE en EUIPO). Deze zaak gaat over de weigering van de EU‑figuratieve merkaanvraag FLAMBIT voor aanmaakblokjes en andere middelen om vuur aan te maken in klasse 4, na oppositie op basis van het oudere Duitse woordmerk ‘flambriks’ (en een ouder beeldmerk) voor onder meer brandstoffen en aan verwant houtwerk gerelateerde diensten. De oppositieafdeling had de oppositie gegrond verklaard wegens gevaar voor verwarring, waarna de aanvrager in beroep ging en de kamer van beroep die beslissing, nu uitsluitend gebaseerd op het oudere woordmerk ‘flambriks’, heeft bevestigd: het relevante publiek is het Duitse grote publiek met een gemiddeld aandachtsniveau, de betrokken waren zijn identiek, en de tekens zijn visueel en fonetisch gemiddeld vergelijkbaar en conceptueel in elk geval niet uiteenlopend, uitgaande van een normaal onderscheidend oudere merk. De aanvrager voert bij het Gerecht één middel aan wegens schending van artikel 8 lid 1 onder b EUTMR en betoogt dat er geen overeenstemming bestaat omdat het element “flam” in beide tekens beschrijvend of zeer zwak onderscheidend is en de verschillen in de tweede lettergreep en in grafische vormgeving overheersen; EUIPO en de opposant verdedigen de beoordeling van de kamer van beroep.

IEFBE 4121

Roma Leuyerink wint VIE Prijs 2026 tijdens AIPPI IE Symposium

Tijdens het jaarlijkse AIPPI IE Symposium in Zeist is de prestigieuze VIE Prijs uitgereikt aan Roma Leuyerink. Zij heeft als allereerst twee keer de VIE prijs gewonnen. De VIE Prijs, die met een knipoog wordt omschreven als de "Nobelprijs voor jonge auteurs binnen het IE-recht", bekroont het beste IE-juridische artikel van een jonge auteur. Roma Leuyerink ontving de prijs voor haar artikel De houdbaarheid van art. 7 en 8 Auteurswet, gepubliceerd in Intellectueel Eigendom & Reclamerecht.

IEFBE 4125

IMPRESS: geen onderscheidend vermogen voor cosmetica

11 mrt 2026, IEFBE 4125; ECLI:EU:T:2026:185 (Kiss Nail Products, Inc. tegen EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/impress-geen-onderscheidend-vermogen-voor-cosmetica

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23337; IEFbe 4125; ECLI:EU:T:2026:185 (Kiss Nail Products, Inc. tegen EUIPO). Deze zaak betreft een beroep van Kiss Nail Products, Inc. tegen een beslissing van de Vijfde Kamer van Beroep van het EUIPO, die had geweigerd het woordmerk IMPRESS als Uniemerk in te schrijven voor uiteenlopende cosmetische producten (make‑up, huid-, oog‑ en nagelverzorgingsproducten, kunst‑ en plak‑wimpers en -wenkbrauwen, kleefmiddelen) in klasse 3 en manicure‑ en wimpergereedschap in klasse 8, op grond van artikel 7 lid 1 onder b UMVo 2017/1001 wegens gebrek aan onderscheidend vermogen. De kamer had geoordeeld dat IMPRESS door het Engelstalige publiek in de EU wordt begrepen in de betekenis “to make an impression on; have a strong, lasting or favourable effect on” en dat dit, gezien de aard van de betrokken goederen die juist dienen om het uiterlijk te verfraaien en de aandacht van anderen te trekken, enkel wordt opgevat als een banale, motiverende en lovende boodschap (“maak indruk”) en niet als een aanduiding van commerciële herkomst. Kiss Nail Products stelde bij het Gerecht dat IMPRESS hoogstens een algemene, brede laudatieve term is die niet een specifieke eigenschap van de waren beschrijft, zodat het minimale onderscheidend vermogen bezit; zij beriep zich daarbij onder meer op het arrest Merz & Krell en op eerdere EUIPO‑registraties van vergelijkbare, zelfs identieke tekens, waaronder een ouder IMPRESS‑woordmerk voor (vrijwel) identieke waren van dezelfde aanvrager.

IEFBE 4126

Normaal merkgebruik bij kleine oplage: het Gerecht over MAX‑magazine en bewijs van gebruik

11 mrt 2026, IEFBE 4126; ECLI:EU:T:2026:189 (MAX magazín s. r. o tegen RCS Mediagroup SpA en EUIPO), https://www.ie-forum.be/artikelen/normaal-merkgebruik-bij-kleine-oplage-het-gerecht-over-max-magazine-en-bewijs-van-gebruik

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23338; IEFbe 4126; ECLI:EU:T:2026:189 (MAX magazín s. r. o tegen RCS Mediagroup SpA en EUIPO). Deze zaak betreft een geschil tussen MAX magazín s. r. o. en RCS Mediagroup SpA over de geldigheid van het EU‑woordmerk MAX voor onder meer tijdschriften, kranten en boeken in klasse 16 en dragers in klasse 9. MAX magazín heeft in 2022 bij EUIPO een vervallenverklaring gevraagd wegens niet‑normaal gebruik in de afgelopen vijf jaar (art. 58 lid 1 onder a EUTMR), waarna de Cancellation Division het merk volledig vervallen heeft verklaard met ingang van 29 september 2022. De merkhouder RCS stelde hoger beroep in en de Kamer van Beroep liet het verval in stand voor de goederen in klasse 9 en voor kranten, periodieken en boeken in klasse 16, maar oordeelde dat er voldoende bewijs was van normaal gebruik voor tijdschriften (magazines) in klasse 16, onder meer op basis van een test‑publicatie met de eiseres en een latere licentieovereenkomst met een Duitse uitgever, ondersteund door covers, facturen, verklaringen en verkoop via Duitse kiosken en spoorwegboekhandels. MAX magazín vordert bij het Gerecht gedeeltelijke nietigverklaring van deze beslissing, met als doel volledige vervallenverklaring van het merk, terwijl EUIPO en RCS vragen om afwijzing van het beroep en om veroordeling van MAX magazín in de proceskosten.

IEFBE 4119

Artikel door Caroline Theunis, Artes Law.

Hof van Cassatie 13 juni 2025: vermelding van de fonogramproducent ‘als dusdanig’ vereist voor beroep op het vermoeden van houderschap van de rechten

13 jun 2025, IEFBE 4119; C.23.0496.N (M.L. en High Fashion Music BV tegen North East South NV), https://www.ie-forum.be/artikelen/hof-van-cassatie-13-juni-2025-vermelding-van-de-fonogramproducent-als-dusdanig-vereist-voor-beroep-op-het-vermoeden-van-houderschap-van-de-rechten-1


In het arrest van 13 juni 2025 preciseert het Hof van Cassatie de reikwijdte van het wettelijk vermoeden van houderschap ten behoeve van fonogramproducenten in België.

Het Hof bevestigt dat de feitenrechter onaantastbaar oordeelt of aan de toepassingsvoorwaarden van dit vermoeden is voldaan. Niet iedere vermelding op (een reproductie van) een fonogram volstaat opdat het vermoeden van houderschap uitwerking heeft: vereist is dat die persoon ‘als dusdanig’ wordt aangeduid.

Dit artikel is geschreven door Caroline Theunis, advocaat bij Artes Law.